Over bullshit jobs en nuttig bezig zijn

Afgelopen zondag was er een heerlijke aflevering van VPRO Tegenlicht: Mijn bullshitbaan. Onzinbanen zijn functies waarvan werknemers zelf zeggen dat die geen maatschappelijke meerwaarde hebben. De marketingsector scoort hoog en de managementlaag doet het ook bijzonder goed. In zijn boek telt antropoloog David Graeber vijf soorten onzinfuncties, namelijk: wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters. Als je leest wat hij hiermee bedoelt, zal je er vast wat in herkennen. Ik tenminste wel.

Een wachter is bijvoorbeeld een frontdeskmedewerker, die binnenkomende telefoontjes doorverbindt hoewel dat een onnodige tussenstap is. Zo ben ik aan mijn carrière begonnen: als receptioniste op een kantoor dat nauwelijks bezoekers ontving. Wel kwamen er telefoontjes binnen. Bij deze baan heb ik geleerd hoe belangrijk het is om te doen alsof je het enorm druk hebt.

Een bullebak is iemand die agressief nutteloze dingen doet. En jawel, daar is ’ie: de telefonische verkoper. Gelukkig ben ik voor dat werk afgewezen. Mijn stem viel namelijk weg tijdens het telefonische sollicitatiegesprek. Thank goodness!

Oplapwerkers lappen de schade op ‘die door slordige of incompetente superieuren is aangericht.’ (Ik zeg niets. Nee, ik zeg helemaal niets.) Of ze besteden een groot deel van hun werkzame tijd aan het overtypen van getypte teksten die niet digitaal zijn opgeslagen. Boy, oh boy! Ik heb duizenden gedrukte pagina’s overgetypt. Daar had ik een bijna fulltime baan aan. Ze waren zo slecht gekopieerd, dat geen scanner er raad mee wist. Ik ben trouwens best goed in typen.

De categorie afvinkers bezorgt mij een zekere gewetensnood. Dit zijn ‘banen die voornamelijk bestaan ‘zodat een organisatie kan beweren dat ze voor de vorm aan een bepaalde eis heeft voldaan’.’ Oei. Ik heb aan de kant gezeten van de opdrachtgever die vanwege financiering eisen moest stellen. Wel probeerde ik het geturf te beperken tot nuttige gegevens waar de afvinkende organisatie zelf wat aan had. Maar ik ken ook de andere kant die een mens tot wanhoop kan drijven. Zoals in een strak geautomatiseerd systeem formuliertjes invullen, terwijl onduidelijk is waartoe deze dienen.

Tot besluit zijn er opzichters, de overbodige superieuren. Denk aan de zorgsector, denk aan het onderwijs. Zij zorgen voor extra veel formulieren en bureaucratie. Hm, ik heb weleens een formulier ontwikkeld. Maar dat was slechts kort in gebruik, dus dat telt niet.

Ik ontmoet nogal wat oudere werkzoekenden die vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld op het vlak van zorg en welzijn, als taalmaatje voor een asielzoeker of als natuurbeheerder. Veelal hebben zij een lange loopbaan achter de rug. Sommigen van hen hebben nu pas het gevoel dat ze nuttig bezig zijn.

Kleine meevallers geven een rijk gevoel

Geld maakt niet gelukkig; geluk schuilt in kleine dingen. Dat zeggen ze tenminste. Toch droom ik al jaren van een klapper in de Staatsloterij, want geld maakt het leven wel degelijk aangenaam. Deze week had ik enkele meevallers. Het begon op maandag. Die dag had ik een vroege afspraak bij de huisarts.

De wekker gaat en het eerste wat ik doe, is hem met een onhandige zwaai kapot gooien. Fijn. Goed begin. Hij is al vaker uit elkaar gevallen en tot nu toe kon ik hem steeds maken. Deze keer ziet het er ernstiger uit. De digitale cijfers verschijnen slechts half in beeld. Maar zodra ik de batterij eruit haal en terug stop, werkt hij weer. Echt, deze wekker is onverwoestbaar.

Die afspraak bij de huisarts zit mij trouwens dwars. Ze is nogal streng en kordaat, terwijl ik een vaag pijntje heb. Ik had hiervoor al eens eerder een afspraak gemaakt, toen het pijntje verdween. Nadat ik had afgezegd, kwam het pijntje prompt weer terug. Dus maakte ik een nieuwe afspraak. Maar nu is dat vage pijntje opnieuw weg!

Ik moet wat verzinnen. Je kan toch moeilijk ’s morgens om 08.00 uur een afspraak voor 08.20 uur afbellen. Gelukkig heb ik altijd reservekwaaltjes. Ongemakjes die de huisarts vast als aanstellerij beschouwt. Zo’n reservekwaaltje komt nu goed van pas. Ze gaat er nog wat aan doen ook. Kijk, dan voel ik opluchting.

Een ander soort verlichting ervaar ik wanneer ik overtollige spullen wegdoe. Zo bewaar ik al jaren een oud toiletkastje. Deze woning had al een compleet ingerichte badkamer, dus staat het oude kastje in de schuur. Ik wil het kwijt. Maar zonder auto kan ik het moeilijk naar het afvalstation brengen. Zojuist verscheen er een vrachtwagen in de straat om bouwafval op te halen. Ik er naar toe en nu ben ik eindelijk van dat oude kastje af.

Regelmatig voel ik me rijker worden wanneer ik spullen weg kan doen. Waarschijnlijk komt dat door de wetenschap dat er genoeg over blijft.

2019 wijst de weg vanzelf wel

Plannen heeft geen zin. Deze conclusie trek ik na een terugblik op 2018.

  • 3 januari. Onverwachts voltooid verleden in Brabant.
  • Hoogwater in Rijn, Waal en IJssel. Medio april is het 29 graden.
  • Met de warmte komen tien soorten vlinders en ander vliegend spul naar mijn tuin. Zelfs koninginnenpages.
  • Hittegolf na hittegolf. Droogte en laagwater. Veel sproeien en verder kalm aan doen.
  • Neven en nichten reünie. Voor het eerst in 55 jaar samen. Kort voor de dertigste sterfdag van onze oma. Zelf eindelijk terug naar Schaijk, waar jeugdsentiment en familieverleden samenvallen.
  • Nazomer in overvloed. Kilo’s druiven uit de tuin en zakken vol tamme kastanjes. Wie had na alle droogte daar nog op gerekend?
  • Tientallen wandelingen in gezelschap; honderden ommetjes door uiterwaard en bos.
  • Wel zestig soorten zwammen en paddenstoelen ontdekt en op de foto gezet. Terwijl het volgens kenners een slecht jaar voor schimmels was.
  • Totaal 302 logjes geschreven in 2018. Verder niks nuttigs gedaan.

Nuttig. Het nuttige kan toch zo desastreus zijn.
Pas twee keer in mijn hele leven heb ik me volledig in een dans laten gaan.
Totaal naturel, tijdens een concert en dans l’etranger.
Er ligt geen plan meer. 2019 wijst de weg vanzelf wel.

Suspirium – Tom Yorke. Het allermooiste wat 2018 heeft voortgebracht.

Je spullen beïnvloeden je humeur

Waarvan wordt je blijer: spullen kopen of spullen wegdoen? Onlangs haalde iemand tien loodzware grindtegels bij mij op. Daarna voelde ik me letterlijk lichter. Een kledingkast opruimen werkt net zo. In de afgelopen winter kon mijn garderobe er nog mee door. Maar nu moet het oude spul weg en wil ik wat nieuws. Bezittingen waarop je bent uitgekeken, zullen gaan irriteren. En een huis vol overtollige huisraad werkt deprimerend.

Het is frappant hoe meubels en frutsels plotseling uit de gratie kunnen raken. Jarenlang zijn ze onderdeel van het interieur en ben je er tevreden mee. Totdat je ze eens goed bekijkt. Bijvoorbeeld als je bezoek krijgt. Dan pas valt op hoezeer de bekleding van je zithoek is verkleurd. En de vaas die eerst zo leuk was, vind je nu ineens oubollig.

De staat van alles om je heen werkt psychisch op je door. Een wijk vol steen en zonder groen geeft je een armoedig en minder veilig gevoel. Puilt je kast uit met aftandse troep, dan heb je wellicht ook zelf betere tijden gekend. En in een lubberende trui voel je je al gauw slonzig. Ik tenminste wel. Vooral wanneer iemand onverwacht aanbelt.

Doe lelijke of kapotte bezittingen weg. (Of gun ze een tweede leven met een lik verf.) Je zal zien dat de overblijvende spullen daarna beter tot hun recht komen. En extra ruimte is altijd handig. Tenzij lege plekken storend worden, natuurlijk. Die kan je dan weer mooi opvullen.

De eerste terrasjes dag, wat een genot

Baal je van je werk/naasten/gezondheid/financiële staat, of van alles in je leven? Dan kan je beter niet verder lezen. Want afgelopen week, op die zalige, zonovergoten woensdag, telde ik mijn zegeningen. En dat ga ik hier overdoen.

Op een doordeweekse dag wandel ik met een groepje andere mazzelaars in het bos. Het staat er terloops. Maar laten we deze zin eens ontleden.

Op een doordeweekse dag. Sinds mijn eerste baan besef ik hoe bijzonder vrij zijn is op een doordeweekse dag. Vooral bij een fulltime baan. Dan moet je zorgvuldig je vakantiedagen plannen. Heb je genoeg van dat bestaan, dan lijkt er geen ontkomen aan. En alles moet in het weekend gebeuren. Terwijl je doordeweeks weg wil kunnen, spontaan. Maar er ligt een waslijst met klussen die gisteren moeten worden gedaan.

Wandel ik. Dit betreft geen ander, ik ben er zelf bij.

Met een groepje andere mazzelaars. We zijn allemaal vrijgesteld. Sommigen voor de rest van hun leven, anderen voor deze dag alleen. We hoeven vandaag geen geld te verdienen. Want dat is al binnen of dat komt er met zekerheid aan. We hebben voor even geen verplichting. Niemand hoeft snel een kind op te halen. Niemand moet zo naar een vergadering gaan. We zijn voldoende fit; op zijn minst naar leeftijd of omstandigheid.

Als mazzelaars treffen we het terras van de Carolinahoeve geopend aan. Precies op de eerste dag van het nieuwe seizoen. Dat wordt genieten van koffie en taartjes, terwijl we ons koesteren in de warme lentezon. Geen van ons heeft haast. We blijven net zo lang tot we helemaal rozig zijn.

In het bos. Voor wie in een polder is opgegroeid, blijft een bos bijzonder. En hier ligt het grootste bos van Nederland op loopafstand.

Een boswandeling op een doordeweekse dag met een groepje mazzelaars. Het kost weinig en het kan nog jarenlang. De rest is toekomst. Voor nu, althans.

Een bijna lege shampoofles

Columniste Esther Gerritsen weet het absurde van haar denkwijze haarfijn te fileren. Ik heb niet de illusie dat ik aan haar niveau kan tippen, maar soms is mijn gedachtegang ook wat vreemd. Neem nu een bijna lege shampoofles. Die kan mij hoogst irriteren.

Wanneer ik een nieuwe fles shampoo koop, ben ik er blij mee. Hij is nog helemaal vol en onaangetast. Voorlopig verdwijnt hij in de toiletkast, tot de in gebruik zijnde fles op is. Mooi. Nu is er voldoende voorraad in huis. Want het is wel zo prettig als je niet misgrijpt. Ik hou de voorraad daarom nauwlettend bij.

Op een gegeven moment is de nieuwe fles aan de beurt. Hij voelt zwaar aan en is goed gevuld. Beetje bij beetje gaat er steeds wat shampoo uit. Eerst is de fles nog voor driekwart vol. Da’s prettig. Daarna daalt het shampoopeil tot halverwege. Mwah. Dat begint iets halfslachtig te krijgen. Halfvol / halfleeg. Wat is het nu?

Vervolgens breekt er een kritiek moment aan waarop die fles ineens echt minder aantrekkelijk wordt. Bijna leeg. Het staat zo armoedig. Je moet dan steeds opletten of er nog genoeg in zit voor de volgende wasbeurt. Je kan natuurlijk alvast een nieuwe fles klaarzetten naast de bijna lege. Maar dat wil ik niet. Het is hier steeds één fles tegelijk en meer niet.

Soms kom ik in huizen met een assortiment shampooflessen in alle stadia van gevuldheid. Daar kan ik niet tegen. Ik zou dan al die restjes in een fles bij elkaar kieperen. Dat staat veel gezelliger in de badkamer.

Want zo’n allegaartje roept associaties op met tekorten en slonzigheid. Een bijna lege plastic shampoofles heeft wat armetierigs. Je ziet dan al iets doorschemeren van het eindstadium. Waarin die goedkope fles zijn laatste waarde heeft verloren. Ja, feitelijk staat er gewoon afval op de plank, wanneer een shampoofles voor ruim driekwart leeg is.

Daarom smijt ik zo’n fles met zo’n suf restje het liefste meteen weg. Maar dat doe ik niet. Dat is nu juist de ellende. Vandaag ook weer. De shampoofles staat op de dop omgekeerd te wachten op de volgende keer. Zodat ‘ie met een laatste kneep direct leeg is. En dat plastic ding dan eindelijk bij het afval kan. Wat bij aanschaf toch al zijn bestemming was. Weg ermee.

Zo, zijn we dan nu tevreden?

In je eentje in een hotelkamer

Elke week geniet ik van Esther Gerritsen’s column in de VPRO Gids. Maar deze week schrijft ze iets waar ik met mijn verstand niet bij kan. Dat zal aan mij liggen, wellicht. Misschien kan jij je wel met haar gedachtegang vereenzelvigen:

‘Zo heeft het meisje [in de reclame] van Trivago me lang beziggehouden. Ze was alleen in een hotelkamer en liet zich gelukzalig in een bad zakken, opende extatisch van geluk de deuren van haar balkon in Rome. Zelden een gelukkiger mens gezien op televisie. En ik vroeg mij af [nu komt het]: hoe leuk is dat nou helemaal, in je eentje in een hotelkamer? Wie gedraagt zich zo alleen op reis? Wie boekt voor zichzelf alleen de luxe suite? Heeft ze geen vriendinnen? Heeft ze iets gebruikt?’

Mijn God zeg. Staat dit werkelijk de VPRO Gids? Is dit hoe Nederlandse vrouwen nog denken anno 2018?

Hoewel, dat laatste bespeur ik vaker. Vooral bij mensen die geen idee hebben hoeveel genoegen alleen reizen kan geven. Alsof je uitsluitend met gezelschap gelukkig bent. Alles bij elkaar heb ik circa 35 maanden in mijn eentje gereisd op meerdere continenten. Die telden heel wat gelukzalige momenten.

Zo was er een zalig warm bad in Tsjechië, na een lange wandeling op een koude en regenachtige dag. En na weken op backpackersadressen is een luxe suite ter afwisseling zeer welkom. Je blijft sowieso niet alleen, wanneer je in je eentje reist. Soms ben je blij toe dat je even met niemand hoeft te praten en alle ruimte voor jezelf hebt. Bovendien willen je vriendinnen thuis op de hoogte blijven van je reisvorderingen. Je hebt het onderweg druk zat met al dat geschrijf. En dan moeten er ook nog leuke foto’s bij.

Zou Esther weten hoe het voelt om éindelijk terug te zijn in een plaats waar je jarenlang vol heimwee naar hebt verlangd? Niet in Nederland. Maar in Australië, Frans Polynesië, of Libanon met zijn uitbundige Midden-Oosterse karakter. De geluiden alleen al. Beseft ze wat de geur van frangipani met iemand kan doen? Of dat je een moord zou kunnen plegen voor een bordje palusami? Ik begrijp exact waarom sommige mensen na aankomst languit op de grond gaan liggen en met hun armen gespreid hun geliefde land huggen. Zielsgelukkig zijn ze dan.

Het is onmogelijk om alleen te reizen, want je hebt altijd je herinneringen bij je. En daarin komen heel wat mensen voor. Mensen die je zomaar hebt ontmoet, mensen die alles voor je betekenen, of mensen waarover je slechts hebt gelezen.

Carcassonne ligt op een heuvel in Zuid-Frankrijk en is een dubbel ommuurde middeleeuwse stad. Deze plaats figureert prominent in Andre Brink’s hartverscheurende liefdesverhaal The Wall of the Plague. Ooit zag ik die stad vanaf de snelweg in de verte liggen. Ik was niet alleen. Jaren later ging ik er alsnog zelf heen. Samen met een caleidoscoop aan beelden en herinneringen. Ik verbleef de hele dag tussen de middeleeuwse stadsmuren. Het was oktober en zwaarbewolkt. Af en toe brak het warme zonlicht door.

Nee Esther, je hoeft niets te gebruiken om gelukzalig in een hotelbad te stappen als je alleen op reis bent. Misschien is dat meisje van Trivago net aangekomen in een plaats waar zij de liefde van haar leven na een lange afwezigheid zal weerzien. Volgens het script dan. Ik bedoel maar.