Duel op het spoor

Langzaam nadert hij de rivier. In de verte komt de spoorbrug in beeld. Het is een riskante oversteek en misschien wacht hem een hinderlaag. Hier stoppen is ook gevaarlijk. Aarzelend komt hij tot stilstand. Een langgerekte sis ontsnapt hem.

Turend naar de overkant voorbij de brug ontwaart hij iets geels. Dus toch!
Is zijn tegenstander langer en zwaarder dan hijzelf? Het is van hieraf niet te zien.

Wat nu? Terug gaan of vooruit? Wie beweegt het eerst?

Seconden lang gebeurt er niets; dan neemt hij een besluit.
Traag tilt hij een voorwiel op, buigt zijn kop en schraapt met zijn stalen hoef over de rail.

Zijn tegenstander ontgaat het gebaar, maar voelt de trilling wel in het metaal. Een siddering gaat door hem heen.

Dan vermant hij zich, zet zich schrap en komt geruisloos in beweging …

 

(Geïnspireerd door ‘Duel’, blockbuster graffiti onderop de brugpijler.)

Binnenoogpretjes met gasbelletjes

Vandaag moest ik naar het ziekenhuis voor een injectie met gas in mijn oog. Als dat het maculagat niet verhelpt, moet mijn oog alsnog worden geopereerd. Vooraf vond ik het nogal eng, maar eenmaal in het ziekenhuis waren ze binnen tien minuten met mij klaar. Nu drijven er acht zwarte bolletjes in mijn vizier.

Die gasbelletjes zijn best grappig om te zien. Ze zijn zwart gerand en grijs in het midden. Ik kan er vaag doorheen kijken. Beweeg ik mijn ogen, dan bewegen de bolletjes op geheel eigen wijze mee. Voor hen geldt een andere natuurkundige wetmatigheid.

In het midden drijft een grote bol met zeven kleinere bolletjes er half onder en omheen. Zodra ik mijn hoofd buig, zweeft de hele cluster omhoog naar het midden van mijn blikveld toe. Dat is vergelijkbaar met wat luchtbelletjes in een waterfles doen. De kleinere bolletjes hergroeperen zich dan aan de onderkant van die grote bol. Kijk ik omhoog, dan drijven ze zijwaarts van hun grote broer. De grote bol werkt als een magneet voor de hele groep.

Ik kan er al spelletjes mee doen. Kijk ik naar links, dan drijft het meest rechter bolletje omhoog, maar het verlaat de grote bol nooit. Verder kan ik kleine bolletjes tegen elkaar laten tikken of draaien zoals tandwielen doen. Na wat oefening lukt het zelfs om drie kleine bolletjes bovenlangs over te rollen naar de andere kant van de grote bol.

Jammer dat niemand anders dit kan zien, want ik ben er best behendig in. De foto met tekening benadert ongeveer mijn huidige zicht met bolletjes. Alleen is mijn zicht vooralsnog veel waziger dan hier.

Impressionistische kunst in het water

uitsnede vijver Regina Pacis foto als Monet schilderij

‘Waterkunst’, schreef ik boven het vorige logje. Een spontaan verzonnen woord dat zowaar door de spellingcontrole komt. Het is een bestaand fenomeen. Monet maakte als impressionistische schilder veel waterkunst. Hij liet zich inspireren door wat hij aantrof in en rond een waterpartij. Vergelijk zijn werk maar met de foto’s hierboven en -onder van goudgeel weerspiegelde boomtakken en drijvend blad op het wateroppervlak.

Waterpartij als inspiratie voor schilderij

Dankzij een verzonnen woord heb ik weer wat geleerd. Waterkunst is alles wat als kunstuiting in, op of met water is gemaakt en waarbij het water centraal staat. Zoals vijvers met beelden of een lichtshow, schilderijen van waterpartijen, en kunstinstallaties met stromend water. Waterkunst kan evengoed het werk van de natuur zijn. Denk aan rollende golven, de Grand Canyon of elegant wuivende slierten zeewier.

We geloven als individuen graag dat we origineel zijn, maar dat is verbeelding.

Psychedelische waterkunst

pshychedelisch effect boomkruin in water

Dit jaar moedigde Henk a.k.a. Luuk1945 mij aan om te experimenteren met spiegelingen in het water. Zijn woorden indachtig nam ik onlangs foto’s voor de herfstkleur blauw. Dat log bevat een bijna psychedelisch tafereel. Je ziet een grillige reflectie in het water van een vijver. Zodra je weet dat het om een vijver gaat, herken je de bomen en blauwe lucht in het lijnenspel.

Ik heb daar een hele serie foto’s genomen. Het zijn klassieke plaatjes van bomen langs de oever met overhangende takken in herfsttinten. Een enkele foto is best aardig gelukt, maar stelt als kunstobject weinig voor.

Tot je inzoomt op kleine stukjes van de weerspiegelingen. Een paar vierkante centimeters hier en een rechthoekje daar. Dan komen de waterschilderingen in uiteenlopende stijlen tevoorschijn. Psychedelisch, surrealistisch, pointillistisch, vol optische illusies en impressionistisch. Zie bijvoorbeeld de twee foto’s hierboven en -onder.

Het effect doet denken aan kunst uit de vroege jaren zeventig. Deze stijl is redelijk psychedelisch, nietwaar? Nou, ik begrijp nu waar het idee vandaan komt. Die hippie-artiesten deden wel alsof ze creatief high waren, maar ze hebben gewoon lang in het water gestaard.

psychedelisch effect spiegeling boom in water

De laatste kleur van de herfst: blauw

Blauw, denk ik, blauw. Wat is er medio november in hemelsnaam nog blauw? Nergens valt wat blauws te bekennen. Alle blauwe bloemen zijn verdord en er is geen blauwe paddenstoel te vinden. Voor de blauwige waas van eucalyptusbladeren moet je in Australië zijn. In Nederland is er niets inheems blauw. Nou ja, behalve een paar vergeten bosbessen misschien. En de heldere hemel, maar dat geldt voor ieder seizoen.

Zal je net zien bij de laatste kleur in de serie. Valt er geen blauw natuur- fenomeen te fotograferen. Hoewel? Regen is kenmerkend voor de herfst. Daarom heb ik de tuin van de Koningin van de Vrede bezocht. (Echt hoor, tijdens de herfst verblijf ik continu in een sprookjeswereld.) Dit is het resultaat: ‘Herfstpalet met blauw en goud in de vijver van Regina Pacis’. Voilà.

Herfstpalet met blauw vijver Regina Pacis

Was het een geheime rendez-vous?

Het gebeurt op een landgoed in de buurt. Regendruppels glinsteren op de donkere grond van een kale akker. De beuken aan de overkant zijn in nevelen gehuld. Het is stil vandaag. De lucht is grauw en het druilt zacht. Langs een slingerend pad heeft een ploeg sierlijke lijnen in de aarde getrokken. Dat pad wordt aan weerszijden omzoomd door eiken. Ze staan nog vol met kleurend blad.

Ik stap tussen een dubbele rij beuken uit en loop naar de rand van de akker. Daar neem ik foto’s van de diepe voren. Een stuk verderop, tussen de eiken langs diezelfde akker, wandelt een jonge man met een grote hond het frame van mijn camera binnen. Hij draagt een baseball pet en lijkt wat te dollen met zijn hond. Zulke types kom je hier als wandelaar weinig tegen. Direct bekruipt mij de gedachte dat ik geen foto’s met hem in beeld moet nemen. Ik voel mij in zijn plaats betrapt.

Daarom wend ik mij af en poseer nadrukkelijker richting de akker. Even later keert hij om. Apart. Want die plek is halverwege het een en het ander. Het is onlogisch om op dat punt terug te gaan. Tenzij hij vindt dat hij genoeg heeft gewandeld. Er is tenslotte een parkeerplaats verderop. Unheimisch is de situatie niet. En toch. Het is wel heel erg stil vandaag. De mist dempt alle geluiden.

Nu wandel ik zelf op het pad tussen de eiken langs de akker, daar waar de man zojuist liep met zijn hond. Het ligt op mijn route naar huis.

Dan komt een jonge vrouw met een rode jas mij tegemoet. We groeten elkaar vriendelijk in het voorbijgaan. Ze kijkt mij met een brede glimlach aan en ik glimlach terug. Haar kleding is veel vrouwelijker dan wandelaars gewoonlijk dragen. Later zal ik mij afvragen wat voor schoenen ze droeg. Had ze leren laarsjes met hakken aan? Waren ze zwart?

Intussen bereik ik tussen de eiken de laatste bocht voor de parkeerplaats. Er staat daar slechts één zwarte auto geparkeerd, vlak naast het pad. Het is een grote Amerikaan die sterk lijkt op een Dodge RAM. Wanneer ik op het pad langszij kom, start iemand de zwaar ronkende motor. De bestuurder draagt een baseball pet. Ik zie zijn gezicht niet goed, maar het is die man.

Hij kijkt naar het dashboard of stopt iets in een kastje. Ik weet niet of hij heeft gezien dat ik naderbij kom. Het parkeerterrein is verder helemaal verlaten. Wij zijn de enigen hier, samen met de hond en de auto. Vlakbij zijn honderden mensen begraven. De auto maakt een diep ronkend geluid. Ik hou van dat geluid, maar de situatie is onduidelijk.

Ik moet voor de man langs, terwijl hij daar langer met zijn auto stationair blijft staan dan ik verwacht. Heeft hij mij foto’s zien nemen? Is er iets verdachts voorgevallen? Even flitst een sinistere gedachte door mijn hoofd: ‘Heeft hij mij opgewacht?’

Nog slechts anderhalve meter ben ik nu bij zijn motorkap vandaan. Ineens trekt hij op en slaat loom rechtsaf. Langzaam rijdt hij voor mij uit. Mogelijk ziet hij mij zijn auto nastaren, via de spiegel door de achteruit. Op die achterruit hou ik mijn ogen strak gericht, terwijl mijn mond woorden vormt die hij niet kan horen.

Wilde hij juist in zijn auto worden opgemerkt, of zag hij mij niet?
Zag ik te veel? Was ik dan getuige van de sporen van een rendez-vous die verborgen moest blijven?

Spiegeling op het wateroppervlak

‘Bekijk eens de spiegelingen in de plassen, met of zonder windvlaag’, schreef Luuk45. Als oefening deze keer foto’s bij de vijver van een park. Er wiegen takken met ontluikende knoppen boven het spiegelende oppervlak. Het fotoresultaat is even wennen, want zowel de takken als de achtergrond trekken aandacht.

Ik val op de natuurlijke lucht- en watercombinatie van zwart-wit-grijs met hemelsblauw. Daar past het frisse groen als kleuraccent bij. En de grillige reflectie van de bomen in het water vormt op zichzelf al een abstract schilderij.