Kleine schat uit de Stille Zuidzee

Gisteren zagen jullie ‘slechts’ de buitenkant. Dit is de binnenkant van een stukje abalone of paua schelp. Volgens herinnering heb ik het in 1995 gevonden, op het strand van Kaikoura aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waar de walvissen boven komen.

‘We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.’

(Conclusie uit verwijderd logje Familiebijeenkomst.)

Mijn hele identiteit op een poster

Een bezoek aan iemand thuis geeft direct een kijkje in het karakter van de persoon zelf. Hij kan slordig zijn of ordentelijk, gemoedelijk of afstandelijk, een verzamelaar of niet gehecht aan materiële zaken. Daarnaast ontdek je snel of iemand kinderen heeft (foto’s aan de muur) of voor specifieke hobby’s leeft. Mijn huis onthult evengoed het nodige over mij. Toch ontbreekt er iets wezenlijks aan de inrichting van mijn woning.

De meubels zijn weinig speciaal. Het meeste komt gewoon van IKEA en de meubelboulevard. Verder hangen overal foto’s van plaatsen in andere landen. Aangezien half Nederland naar verre bestemmingen reist, is ook dat niets bijzonders. Het geheel heeft een klassiek-landelijke en wat brave uitstraling. Toch is dit niet helemaal hoe ik mezelf zie. Want ooit reisde ik veel. Ooit nam ik risico’s. En ooit koos ik mijn eigen pad. Dit is niet zomaar verdwenen. Die keuzes beïnvloeden de rest van mijn leven.

Volgende week hangt de klusser mijn filmposter van Once were warriors aan de muur. Ik kreeg hem in 1995 van Jan Boer in het Leidse Kijkhuis. De film stond toen symbool voor de actualiteit in Nieuw-Zeeland. Straks voegt het affiche een scherp kantje toe aan mijn interieur. Geef een wending aan de betekenis, dan zegt dat ene zinnetje alles.

Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Ik schreef er gisteren over. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Stof uit mijn tropische verleden

Zodra de temperatuur boven de 27 graden komt, mogen ze weer naar buiten: mijn souvenirs uit de tropen en andere warme oorden. Klassieke souvenirs zoals beeldjes, glazen en asbakken met ‘Torremolinos’, ‘Parijs’ of ‘Bali’ erop heb ik nooit verzameld. Maar kleding en gebruiksartikelen des te meer. Vooral die kleren en mijn doekenverzameling zijn nu ideaal.

Een deel van de kleding is authentiek. Hiermee bedoel ik dat de plaatselijke bevolking er ook zelf in rondliep. Slechts een deel van dergelijke kleding is voor westerlingen geschikt. Vrouwen in Afrika en Azië hebben nu eenmaal een ander postuur dan de gemiddelde vrouw in Nederland. En populaire bloesjes in die werelddelen wijken nogal af van onze mode. Mijn luchtigste jurkjes uit Azië zijn speciaal gemaakt voor de toeristenmarkt. De stof is viscose en voelt heerlijk koel aan.

Ook doeken en sjaals komen van pas tijdens een hittegolf. In de voortuin staan mijn hortensia’s sinds deze week in bloei. Ze branden echter weg in de zon en dat is niet de bedoeling. Ter bescherming heb ik een azuurblauwe omslagdoek met tropische vissen print over enkele struiken gelegd. Dat is een souvenir uit Samoa, een eilandenrijk in de Stille Zuidzee. En mijn witte Ethiopische sjaal met gouddraad bedekt twee andere struiken.

Doeken op heggen en struiken zijn voor mij een vertrouwd beeld. Het is in sommige landen de gangbare manier om wasgoed te drogen. Vroeger deed men dat hier op bleekvelden eveneens.

Wat de overburen ervan denken, moet ik nog horen. In elk geval zal mijn naaste buurvrouw de doeken wel waarderen. Tenslotte hangen er bij haar nu twee bontgekleurde exemplaren uit Congo. Ze is als kind van expats in dat land opgegroeid en zo houdt ze haar keukenraam uit de zon. Dit gebruik ken ik dan weer uit Libanon, waar gestreepte doeken hangen voor menig balkon.

Toch heb ik nog even snel gewoon vliesdoek voor de hortensia’s besteld. Dat zal nodig zijn vanwege de verwachtte hitte. Hopelijk komt het aan voordat iemand in de verleiding komt om mijn mooie doeken weg te graaien.

De man achter de tatoeages

De man van de rioolservice fascineert me, omdat zijn leefwereld zo afwijkt van de mijne. Maar ik deel met hem een liefde voor tatoeages. Bij zijn eerste bezoek vielen ze direct op, hoewel hij ze verborg. Dikke zwarte punten in zijn hals piepten tevoorschijn vanonder zijn kraag. En zijn mouwen lieten een stukje getatoeëerde huid bloot op zijn pols. Daarbij: zwarte werkkleding en dito bomberjack; zilver gerande gaten in zijn oorlellen en een kaal hoofd. Het plaatje was compleet. Alsof er een skinhead in huis stond die er graag flink op los beukt.

In eerste instantie komt het heftig over. Maar wat weet je van iemand wanneer je alleen zijn uiterlijk ziet? Hij vertelde me onlangs dat hij zijn tatoeages bij eerste klantbezoeken altijd bedekt. Mensen schatten hem vaak anders in dan hoe hij werkelijk is. Dat ontdekken ze pas later.

Mij maakten die stukjes tatoeage vooral nieuwsgierig. Wat ging er nog meer verborgen onder zijn kleren? Wat voor soort tatoeages had hij? Waar stonden die tatoeages voor? Veel mensen laten zich om specifieke redenen tatoeëren en elke afzonderlijke tatoeage heeft voor de drager een eigen betekenis.

Lang werden tatoeages geassocieerd met criminelen en andere lieden van twijfelachtig allooi. Binnen het christendom waren ze verboden. Inmiddels zijn tatoeages een algemeen fenomeen. Circa 10% van alle Nederlanders heeft er een. Op warme dagen is dat goed te zien. Van de Nederlanders tussen de 18 en 50 jaar heeft 24% minimaal één tatoeage en tussen de 18 en 29 jaar is al 31% getatoeëerd. (Bron cijfers: NL tijdschrift voor dermatologie.)

Dit is een revival, want ook Kelten en Germanen droegen tatoeages, evenals menig ander volk. Ik heb jaren geleden onderzoek gedaan naar traditionele tatoeages in Polynesië. Ze vertellen boeiende verhalen over een cultuur en samenleving.

‘Mensen met tatoeages worden nu juist gezien als ambitieuzer, sterker en zelfverzekerder dan mensen zónder tatoeage.’ (Bron: Beautify.) Volgens mij hangt dat sterk af van de drager zelf, van het soort tatoeage, en van aan wie je dit vraagt.

De drager kan een hoogbejaarde joodse man zijn met een nummertatoeage uit een concentratiekamp. Sterk is hij dan zeker, maar ambitieus en zelfverzekerd? De tatoeage kan ook bestaan uit zo’n slordig uitgelopen blauwe vlek, die amateuristisch met een losse naald in de gevangenis is gezet. Ben je ambitieus, dan is het voordeel van een tatoeage afhankelijk van de sector waarin je werkt. In een hippe barber shop gaat dat prima. Maar in een christelijk zorgcentrum voor ouderen is de acceptatiegraad van een arm bedekkende sleeve wat minder.

Ik neem aan dat de meeste Nederlanders uit esthetische overwegingen voor een tatoeage kiezen. Het kunstenaarschap van de tatoeage-artiest was tot in de jaren zeventig beperkt tot standaardplaatjes van ankertjes, roosjes, zwaluwtjes met een sjerp en de naam van een geliefde, en dergelijke. Inmiddels brengt een Tattoo Bob of Tattoo Kim tribale versieringen aan van over de hele wereld. Authentiek of niet. De ware artiesten, volgens mij dan, ontwerpen zelf op basis van wat een klant wenst.

Verder is de tijd van een plaatje op de linker- of rechterschouder wel voorbij. De volgende mode werd een symmetrische tekening midden op de onderrug of direct onder de nek. En nu is alles mogelijk. Full body tattoos, sleeves, pseudo tribal, been bedekkende Moko, et cetera. De man van de rioolservice heeft een hele verzameling. De meesten in motieven uit Azië. Hoe ik dat weet? Hm, tja.

Ineens zie je het

Vriendin F en ik volgen het Marskramerpad over de Veluwe. ‘De natuur is zo mooi dit jaar.’, merkt zij op. Meestal ontgaat haar zoiets. Enkele jaren geleden ging ze vervroegd met pensioen. Nu ontstaat er langzaamaan meer ruimte in haar blikveld. ‘Vanmorgen viel mij ineens op dat ik de grote kerk kan zien vanaf de Singel bij mij om de hoek.’ Ze woont daar veertig jaar. Maar wie ben ik om hier wat van te zeggen?

Onlangs zat ik in de trein van Arnhem naar Zutphen. Het was zo’n coupé als waarin ik tien jaar lang heb geforensd tussen Leiden en Den Haag. In het spitsuur. Standaard zat de coupé bomvol. Maar ik weet nog dat die specifieke treinstellen voor het eerst werden ingezet, een jaar of vijftien geleden. De zittingen en rugleuningen bevielen mij wel.

In die trein van Arnhem naar Zutphen was het rustig. En ineens zag ik het. Dat gezichtje op de zijkant van de armleuning. Het lijkt wel zo’n hoofd als van de beelden op Paaseiland.

Paaseiland gezichtjes in de trein