3 oktober 2018 optocht Leidens Ontzet

Natúúrlijk was ik vandaag in Leiden. Op deze dag zou ik nergens anders willen zijn. De viering van 3 oktober hangt van tradities aan elkaar en een daarvan is naar de optocht gaan. Dat klinkt passief, maar niets is minder waar. Want het publiek doet vanachter de dranghekken volop mee. Dat hoort er bij. Hier wat foto’s als sfeerimpressie.De Geuzen.

Zuster Klivia.

Reïncarnatie van Rubberen Robbie?

Spuitgasten uit 1929 bij de stadhuisbrand.

Bijdrage van het Rijksmuseum van Oudheden. Ja sorry hoor, ik ben geen actiefotograaf.

Lekker midden op de weg rennen, nu het eindelijk kan.

Hoogwaardigheidsbekleder 3 October Vereeniging achter de draak aan,
voorzien van enig commentaar.

Arnhem enerzijds anderzijds

‘Arnhem mijn stad’ staat er op een sticker bij de bushalte. De halte van bus 1 net buiten het station. Een trolleybus, zoals je alleen in Arnhem ziet en mijn favoriete lijn. Soms rij ik helemaal mee van het begin tot het eind.

Arnhem is mijn stad niet. Ik ben te Leids en spreek geen Ernems. Kan je überhaupt volledig integreren na een zekere leeftijd? Of sleep je al te veel bagage mee, hoe veel je ook wegdoet? Zie hoe de oude stadspoort hier mee worstelt, zo ingeklemd tussen het nieuwe beton.

Overal zijn aardige en minder aardige mensen, dat is bekend. En de rivier trekt toch wel. Enerzijds / anderzijds. Noord en Zuid op de foto, vanaf hetzelfde punt. Wat je er van vindt, maakt de stad weinig uit.

Toch een Amsterdamse bloedmaan

Het komt natuurlijk door alle recente berichten over die bloedmaan. De meesten van ons hebben hem amper gezien. Maar vandaag was ik in Amsterdam voor een bijzondere tentoonstelling. (Waarover meer in een volgend bericht.) Al dolend door een statig gebouw betrad ik een herenkamer en keek daar toevallig omhoog. Tja, toen kwam de associatie direct. Toch nog een bloedmaan, boven hartje Amsterdam. Ik ben benieuwd of iemand weet waar precies.

Doesburg Hanzedag 2018

Doesburg is één van de mooiste stadjes hier in de omgeving en gisteren was het Hanzedag. Dus op naar Doesburg. Zo’n historische dag is een uitgelezen moment voor iedereen die van re-enactment houdt, of gewoon van een verkleedpartij. Dit jaar was het thema gruwelijke middeleeuwen. Het blijft fascineren: de etterende wonden en de ziekten, de wrede lijfstraffen, de smerigheid, de rechteloosheid en alle andere plagen van die tijd.

Doesburgs’ monumentale binnenstad is een perfect decor voor lieden van diverse pluimage. Zoals marskramers, kruidenvrouwtjes, ganzenhoeders en minstrelen, een vuurvreter en een processie zingende nonnen. De een meer historisch verantwoord gekleed dan de ander. Vooral schoenen zijn daarbij een goede test. En het scheelt of textiel uit een Chinese fabriek komt, of handgeweven en vervilt is. Als Leidse herken ik echte lakense stof direct. Daarom gaat de hoofdprijs naar de muzikanten en de vuurvreter. Maar met haar algehele presentatie ontstijgt de heks de rest. (Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Leeuwarden – It wurd moaier as it is

Gisteren bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven Leeuwarden. Van de eerste keer herinner ik me slechts flarden. Dat doet iets met hoe je naar zo’n stad kijkt. Daardoor bezie je een plaats met een frisse blik.

Vroeger zag je vooral blonde mensen in de treinen ten noorden van Zwolle. Dan voelde ik me bijna een buitenlandse. Die tijd is voorbij. Tot Steenwijk zit de trein vol overzeese toeristen die naar Giethoorn gaan. Daarna zitten er vier druk pratende Eritrese of Somalische mannen vlakbij. Dat belemmert me wel om in Friese sferen te geraken. Maar langs de oneindige, lege weides (waar zijn de koeien en paarden van weleer gebleven?) liggen nog brede vaarten. Dat klopt tenminste met mijn herinnering.

Leeuwarden is zo’n stad waarvan ik achteraf blijf denken: ‘Maar wat vónd je er nou van?’ Ik weet het niet. Het lijkt me dat deze stad slachtoffer is geworden van overijverige mensen met te veel budget voor de verkeerde dingen. Wethouders, beleidsmakers, kunstenaars en projectontwikkelaars. Lieden die méér willen dan wat het eigenlijk is. Of ooit is geweest. Of ooit zou kunnen zijn, maar nu nog even niet. Zoals het ook met Leiden grandioos mis had kunnen gaan. Ware het niet dat daar het geld op was in de jaren zeventig. Godzijdank.

Ontegenzeggelijk heeft Leeuwarden zijn mooie plekjes. Het park langs de singels, bijvoorbeeld. De historische straatjes en pandjes in de binnenstad. Wat zeg ik? Ze hebben er knoeperds van monumentale bouwwerken en fraaie tierelantijnen. Het stadsbeeld is compleet met museale schepen langs de kades. Precies zoals het hoort volgens mijn ideaalplaatje. Want o wee als je dit soort zaken met Kunst en nieuwbouw gaat verfraaien.

Leeuwarden heeft nogal wat kunst in de openbare ruimte, in alle stijlen en maten. Daar zitten heel leuke dingen bij, geen twijfel aan. Zoals de beelden die nu op het plein voor het station staan. Die vind ik echt mooi. Ze horen bij het project van de elf fonteinen in elf Friese steden. Gisteren waren die toevallig op tv: 20.15 uur 11 Friese fonteinen, van de NTR op NPO2. Je kan het nog terugkijken. Dan zie je wat een strijd eraan vooraf is gegaan. Tussen omwonenden, plannenmakers en, tegen wil en dank: de kunstenaars.

Als het om kunst en nieuwbouw gaat, weet je dat het tongen los zal maken. Ik vond het pijnlijk om te zien, dat programma. Het wekte de indruk dat die fonteinen voor het gevoel van de omwonenden erdoor werden gedrukt. De veelal buitenlandse kunstenaars moeten de weerstand hebben geproefd. Maar de plannenmakers hielden hun gezichten strak in de plooi. Project geslaagd. Dat hoort zo als je in hun schoenen staat.

Het luistert nauw. Ik ken weinig voorbeelden van historische steden waar moderne kunst goed mee samengaat. Montpellier. Dan hebben we het wel over Frankrijk. In Leeuwarden, intussen, doen ze het beter met woorden dan met beelden. Uitgezonderd die twee bij het station. Die doen er juist het zwijgen toe, maar mogen er zijn.

Varen op het Leidse water

Zodra de zon schijnt, komen ze allemaal tegelijk in beweging. De bootjes in Leiden. Sommigen varen de stad uit naar de Kaag of de Braassemermeer. Anderen maken uitstapjes over de Vliet of de Oude Rijn.

Vermoedelijk varen de meesten gewoon rondjes over en binnen de singels. Want het is zien en gezien worden hier. En je kan makkelijk aanleggen bij menig café. Terrasboten genoeg, overigens. Ook zonder eigen boot is het goed toeven op de Leidse grachten. Dan ontloop je gelijk de nautische files. Die zijn op zondagen een waar fenomeen.

Zouden er nog echte peurders zijn?

Je eigen stad in woord en beeld vastleggen

Waarschijnlijk ben je een echt goede fotograaf wanneer je foto’s maakt die iemand niet loslaten. Hetzelfde geldt voor het werk van een auteur. Mijn zus leende me het boek De acht bergen van de Italiaanse schrijver en documentairemaker Paolo Cognetti. Zijn verhaal bevat rake observaties over familierelaties, vriendschap, reizen, leefwijzen en het verstrijken der tijd. Vaak terloops verwoord, tussen de regels door. Ze getuigen van levenswijsheid, herkenbaar voor iedereen die al een tijdje rondloopt. Zulke stukjes komen regelrecht binnen.

Iets dergelijks gebeurt wanneer ik kijk naar de Nijmeegse foto’s van Han Dekker. Nijmegen is voor mij een bijzondere stad, om puur sentimentele redenen. Iets met het verleden. Wat resteert, zijn een gevoel en fragmentarisch herinnerde beelden. Nu ik in de buurt woon, komt daar een nieuwe laag overheen. Het zal nog jaren duren voordat ik de juiste woorden over die stad heb verzameld. Als dat ooit lukt.

Want met Leiden, ongeacht waar ik woon mijn eigen stad, is er helemaal geen beginnen aan. Ik kan onmogelijk de beelden fotograferen die in mijn herinnering zitten. Toch, bij deze foto van Han Dekker komt er direct iets boven. Iets wat ik nooit in Leiden heb gezien. Maar het had er zo kunnen zijn. Omdat het in een andere vorm ooit wel onderdeel van het straatbeeld was. Misschien bij een studentenhuis, of tijdens een 3 oktober optocht. Of veel langer geleden, op het plein voor het Gravensteen.

Dan nog, is het wel wat ik erin zie? Is de sfeer onder studenten in Nijmegen dezelfde als in Leiden? Mis ik een betekenis, die ze in Nijmegen wel kennen, maar in Leiden niet? We kijken allemaal vanuit onze eigen achtergrond naar beelden. En we herkennen passages uit teksten vooral vanuit onze eigen herinneringen. Mijn zus haalt vermoedelijk andere details uit het boek van Paolo Cognetti dan ik. Omdat we een deel van elkaars geschiedenis delen, maar een ander deel alleen kennen door observatie of van horen zeggen.