Twee kanten uitzicht vanaf de Erlecomsedam

Eén van de mooiste wandelgebieden in Nederland grenst direct aan de Nijmeegse binnenstad. Je loopt er vanaf de Waalkade via een boogvormige voetgangersbrug zo de Ooijpolder in. Dat is een uiterwaard. Daarna passeer je achtereenvolgens de Bizonbaai (met groot wild!), de Erlecomse Waard en de Kekerdomse Waard. Uiteindelijk bereik je na circa achttien kilometer de theetuin in de Millingerwaard. Hier ontstaat de Waal uit de Rijn en ligt Fort Pannerden aan de overkant.

Wandelaars komen graag in de Ooijpolder en de Millingerwaard, maar over het tussenliggende traject hoor je zelden wat. Toch is het uitzicht vanaf de Erlecomsedam beslist een bezoek waard. De tegenstelling in het landschap kan niet groter. Deze week nam ik er foto’s van.

Hier scheidt de dijk recht en rigide van uitbundig en zwierig. Of strakke lijnen in het geordende boerenland versus de ruige uiterwaard van de meanderende rivier. Struinroutes langs dit traject zijn een walhalla voor plantenliefhebbers.

Het paars rond het meertje is van de grote kattenstaart. Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

Dank jullie wel, copyright jagers

Nog maar anderhalve week geleden moest ik een aantal afbeeldingen van Raam Open verwijderen. Voor de zekerheid. Ik had foto’s genomen van ruimtes waar ook andermans foto’s en schilderijen hingen. Die mag je niet zomaar op internet zetten. Voordat je het weet, krijg je een copyright claimende advocaat op je dak. Wel dacht ik dat plaatsing van enkele foto’s van Unsplash in orde was. Tenslotte is dat een gratis beeldbank. Maar toen las ik alwéér een alarmerend logje, van Martine Bakx dit keer.

Zelfs met foto’s van Unsplash kan je de mist in gaan. Want, zo schrijft Martine, rechten worden verkocht en foto’s kunnen worden verwijderd van een gratis beeldbank. Nou, da’s weer lekker dan. Naast Raam Open beheer ik nog twee websites. En vooral op mijn familiewebsite staan foto’s van schilderijen. Het is namelijk lastig tijdreizen en zelf foto’s nemen in 1584. Ik noem maar even een jaartal.

Maar mij krijgen ze niet, hoor. Want ik ben zo Leids als je zijn kan. En juist de rechtszaak tussen een uitgeverij en het Leidse stadsarchief over copyright is berucht en beroemd. (Zie internet.) Daar ga ik nu mooi mijn voordeel mee doen. Want het Erfgoed Leiden en Omstreken is heel voorzichtig geworden. Dus als er anno 2020 bij een afbeelding staat dat die rechtenvrij is, dan is dat zo. Zeker weten.

Vandaag ben ik al de hele dag zoet met fraaie plaatjes opduiken. En geloof mij, de beeldbank van het Leidse archief is een goudmijn. Alleen al de verzameling aquarellen en tekeningen van Jan Elias Kikkert bevat honderden juweeltjes. Die zijn doorgaans eigendom van het archief zelf. En daarom rechtenvrij!

Hierboven staat een ander aandoenlijk tafereel dat al uit de periode 1541-1545 stamt. Pieter Sluyter tekende dit boerderijtje op een kaart van landerijen in Alphen aan den Rijn. Die landerijen waren eigendom van het Leidse Catharina Gasthuis.

Over die regio schreef ik in De Lagewaard in Koudekerk aan den Rijn. Een van mijn Leidse bloedverwanten had ruim vier eeuwen geleden eveneens met het Catharina Gasthuis te maken. Uit het betreffende logje moest ik echter een oude plattegrond schrappen vanwege potentieel copyright gedoe. Maar nu zal het niet lang meer duren voordat ik een nóg betere afbeelding vind in het archief.

Over de bron van bovenstaande afbeelding: Erfgoed Leiden en Omstreken, signatuur PV71829.1. Voor alle duidelijkheid zet ik hier de link. (Klik daar op de website aan de linkerzijde op de ‘i’, dan verschijnt de rest van de informatie.)

La la la Leiden …

Onderweg naar de tandarts

Het regent en ik moet extra vroeg op vanwege een tandartsafspraak.
Reden genoeg voor een baaldag. Maar dat is buiten de route gerekend. Want hoeveel mensen kunnen naar de tandarts via een Lange Afstand Wandelpad? Er loopt bovendien een Streekpad langs de praktijk. Dus mag ik kiezen. Wordt het deze keer het Veluwe Zwerfpad, of het Maarten van Rossumpad?

Uhm, … nou, … weet je wat? Doe ze allebei maar!

De watermolen.

Het pad in het Sonsbeek park.

Langs een vijver met uitzicht op de stadsrand.

En een stukje van de Burgemeesterswijk.

Het Arnhemse park Sonsbeek is een ideaal beginpunt voor uitstapjes. Vandaar dat hier altijd twijfel ontstaat. Want is dit nu een wandeldag, of ben ik op weg naar de tandarts?

Zicht vanaf de Waalbrug op Arnhem

Als blogger moet je wel je verantwoordelijkheid nemen. Zo mag je je volgers niet in gevaar brengen. Dus als één van hen (Mack) achter het stuur van zijn auto zit, en midden op de Nijmeegse Waalbrug in de verte Arnhem probeert te ontwaren (naar aanleiding van onze reacties op het logje over bruggen in Nijmegen), dan voel ik mij wel geroepen om in te grijpen. De situatie op die brug is namelijk verre van ideaal vanwege werkzaamheden.

Daarom plaats ik nog liever bovenstaande te vage foto. Wanneer je op die foto klikt, krijg je een vergroting.

En kijk je vervolgens héél goed naar de horizon boven de rood-witte wegafzetting, dan ontwaar je precies ter hoogte van de middelste rode streep de blauw-groene torenflats bij station Arnhem Centraal. Plus de TenneT-toren rechts van de lantaarnpaal.

Volgende keer zal ik wel een betere foto maken.

Het heen en weer in Nijmegen

Vandaag heb ik zo’n beetje alle Nijmeegse bruggen gezien, want dit was de route:

  1. Rij eerst met de trein vanuit Arnhem zuidwaarts over de Spoorbrug bij Nijmegen.
  2. Wandel daarna via de Waalbrug noordwaarts naar het stadseiland Veur-Lent. Koffiestop.
  3. Ga verder over de Lentloper, dat is een bijzondere brug. Stukje naar het westen.
  4. Weer zuidwaarts naar het stadseiland over de Snelbinder en loop daarna opnieuw richting het westen.
  5. Terug noordwaarts via de Zaligebrug. Verder naar het westen aan de kant van Lent.
  6. Zo kom je uit bij de Oversteek en via die brug wandel je weer naar Nijmegen in het zuiden terug.
  7. Loop vervolgens naar het oosten. Sla voorbij Loetje en het spoorviaduct rechtsaf. Dan kom je uit bij het station. Neem daar de trein die weer over de Spoorbrug naar het noorden rijdt. Terug naar huis.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

Vitesse-vlaggen op de Nelson Mandelabrug

Tot mijn vroegste herinneringen aan Arnhem behoort een autorit met mijn zus langs het station, over de Nelson Mandelabrug, naar U2 in het GelreDome. We arriveerden ruimschoots op tijd voor het concert. Daarom liepen we over de brug terug en zaten we een uurtje op een terras bij het water aan de Rijnkade. Dat stukje Arnhem doet mij altijd denken aan Frankrijk. Misschien door de ongedwongen sfeer, de kade en de kasseitjes. De fly-overs dragen ook bij aan dat buitenlandgevoel.

Het heeft wel iets stoers, die fly-overs, zo vlak bij het centrum. Ze bezorgen mij een grote-stadgevoel dat ik niet van andere Nederlandse steden ken. Behalve Rotterdam, natuurlijk. Die stad blijft de uitzondering.

Als automobilist ben je op een fly-over vooral bezig met netjes op de rijbaan blijven tussen de brugleuningen in. Zelf rij ik er alleen als buspassagier overheen. Dan biedt de brug een mooi uitzicht over de stad en de rivier. Maar vaker kijk ik als voetganger vanaf straatniveau tegen het bouwwerk aan. Daar geldt de menselijke maatstaf en die blaast de proporties van al dat beton flink op. Lopend aan de linkerkant over het Nieuwe Plein zie je goed hoe imposant de kronkels van de rijbanen zijn.

Deze locatie heeft iets onwerkelijks. Hier is sprake van meer dan een gewone tegenstelling. Dit betreft een regelrechte clash, een botsing. Want aan de ene kant staan statige oude huizen langs wat ooit een boulevard moet zijn geweest. En aan de andere kant is er het geweld van grove bouwmaterialen en het voortrazende verkeer.

Afgelopen woensdag kwam ik er weer. Donkergrijze regenwolken naderden vanuit het zuidwesten, terwijl de zon de wapperende Vitesse-vlaggen fel bescheen. Ik heb er in de schaduw van een boom recht tegen het licht in foto’s genomen.