Het oordeel. Mijn allerlaatste sollicitatiegesprek

Esther Gerritsen is voor mij als denker een groot voorbeeld. Zij schrijft deze week in de VPRO-gids over een nieuw fenomeen. Bij Uber is ze namelijk als klant beoordeeld. ‘… nu heb ik dus ook een beoordeling gekregen van mijn chauffeurs. Passagiersbeoordeling: 4.89 uit vijf. ‘Je doet het geweldig,’ stond erbij in de mail. Zelfs als passagier kun je falen en slagen.’ Vertwijfeld vraagt Esther zich af hoe zij die 0.11 punten heeft verloren. ‘Hoe word je een perfecte klant? Moet je een perfecte klant willen zijn?

Een kernteamlid van de werkgroep voor en door werkzoekenden stuurt een tip door. Op LinkedIn is een recruiter aan het woord. Motivatiebrieven worden nauwelijks gelezen, vertelt zij. Recruiters kijken hoofdzakelijk naar CV’s. Eigenlijk is een motivatiebrief passé. Je moet een videosollicitatie insturen, daar maak je kans mee.

Natuurlijk, de recruiters van nu zijn hooguit 25 jaar oud. Die zijn met internet vertrouwd. Zij zijn het gewend om zich, naar Amerikaans voorbeeld, continu voor het oog van de lens te presenteren. Is er überhaupt iets veranderd? We beoordelen en veroordelen elkaar toch altijd al doorlopend. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn hooguit de middelen veranderd. Maar ik verdom het. Hier ga ik niet meer in mee.

Zal ik dan eens vertellen over mijn laatste sollicitatiegesprek, nu anderhalf jaar geleden? Het ging om een baan als projectondersteuner waarvoor ik door een uitzendbureau was voorgedragen. De intercedent had zowel mij als de potentiële werkgever nog nooit ontmoet. Ik had vooraf wel vragen, maar die kon zij niet beantwoorden. Ik moest maar gewoon op gesprek gaan.

Op de afgesproken tijd kom ik bij het bedrijf aan. De persoon met wie ik de afspraak heb, staat mij al bij de ingang op te wachten. Het kantoor zit in zo’n bedrijfsverzamelgebouw waarvan de receptionist is wegbezuinigd. We lopen de trap op naar de tweede verdieping en daarna een lange gang door naar een vergaderkamer. Hij vraagt wat ik wil drinken (koffie) en gaat naar een andere ruimte om dat te halen.

Het duurt wel een minuut of vijf voordat hij terugkomt. Terwijl ik wacht, denk ik dat hij nog wat documenten moet verzamelen. Redelijk kalm geniet ik intussen van het uitzicht. Maar wanneer hij terugkomt, blijkt dat hij zijn conclusie al heeft getrokken. Hij zegt meteen dat hij heeft besloten dat het niets wordt. Voordat ik een slok van de koffie heb kunnen nemen, kan ik weer gaan.

Alleen doe ik dat niet. Daarvoor heb ik al veel te veel sollicitatieprocedures moeten doorstaan. Veel te veel. Veel meer dan mij door voorbarige oordelen van anderen had moeten worden aangedaan.

Dus blijf ik zitten en maak ik rustig een belangstellend praatje. Hij mag dan de directeur zijn van een internationaal opererend bedrijf, hij zit zichtbaar met de situatie in zijn maag. Uiteindelijk ontspant hij een beetje en wordt de sfeer best aangenaam. Nadat ik mijn koffie heb opgedronken, pak ik mijn tas en neem ik vriendelijk afscheid. Daarna ben ik opgestaan en weggegaan.

Memorabele sollicitatiegesprekken

In de afgelopen 35 jaar heb ik regelmatig sollicitatiegesprekken gevoerd. Onder meer omdat ik via uitzendbureaus werkte. Van alle gesprekken springen er een paar uit.

Make-up
Bij een van de eerste gesprekken was ik zestien jaar oud en net van school. Het bedrijf was op de afgesproken tijd slecht bereikbaar met openbaar vervoer. Daarom ging ik op de fiets. Toen begon het te regenen. Ik had nette kleding aan en mijn gezicht een beetje opgemaakt. Onder andere met mascara. Oudere lezers herinneren zich vast nog wel de make-up van Alice Cooper …

Verkleedpartij
In Australië trok ik rond met een working holiday visum. Er was een baan op een kantoor vlak buiten de stad. In Australische termen is dit al gauw 25 kilometer verderop. Bussen kwamen er niet en zelf had ik een motor. In die tijd droegen vrouwen nooit broeken op kantoor. Dus zat ik met stevige schoenen, een lange broek en daaroverheen een jurk op de motor. De rok had ik opgestroopt en pumps gingen mee in een tas. Op de parkeerplaats volgde een halve verkleedpartij. Alleen valt er niet zo veel te verbergen achter een motor.

Communicatie
Een paar jaar terug had ik een gesprek over een functie als tekstschrijver duurzaamheid. Dat is mij op het lijf geschreven en ik had er hoge verwachtingen van. Het  communicatiebureau zat in een prachtig pand aan een statige laan. Na binnenkomst moest ik even wachten. De ontvangstruimte was ingericht als voetbalveld. Compleet met grasmat, witte lijnen, doel, en luxe bankjes in een sky box. Had ik een detail over het hoofd gezien?

Iedereen in de communicatiesector weet hoe makkelijk misverstanden ontstaan. De mensen van het bureau hadden zich perfect gepresenteerd op hun website. En in mijn brief en CV stond mijn ervaring met duurzaamheid in ontwikkelings­programma’s expliciet vermeld. Tijdens het gesprek zag ik het besef bij mijn gesprekspartners inzinken. Zij hadden een nogal gênante fout gemaakt. Want ik ben overtuigd van het belang van duurzaamheid. Maar zij worden slechts ingehuurd voor green washing. Dit bureau werkt voor bedrijven die meer tijd en geld besteden aan het claimen van duurzaam handelen via advertenties en marketing, dan dat zij in feite werken volgens duurzaamheidsprincipes.
Ik hield mijn gezicht in een plooi, terwijl zij ter plekke door de mand vielen.