Waarom het boeken lezen erbij inschiet

Petronella schrijft in haar reactie op een vorig log dat zij als werkende vrouw geen tijd en doorzettingsvermogen meer kan opbrengen voor de wat moeilijkere literatuur. Als student lukte haar dat wel. Zij vindt dat spijtig. Haar constatering past bij deze tijd, zo lijkt het. Jarenlang steeg het aantal verkochte boeken per jaar. Tot 2008, het begin van de crisis, toen ging de boekverkoop hard onderuit. Sinds 2015 kopen we weer meer, maar toch nog beduidend minder dan in 2008. Waardoor komt dat?

Jachtig bestaan
Een voor de hand liggende reden is ons jachtige bestaan. We doen steeds meer in een gelijkblijvende hoeveelheid tijd. Wereldwijd lopen voetgangers in steden nu sneller dan tien jaar geleden. Sociale media eisen onze aandacht op, naast werk, gezin en overige bezigheden. En we delen ons leven anders in. Mijn moeder wachtte na schooltijd haar kinderen op met een potje thee. Zij had alle tijd om een boek of de Libelle te lezen. Nu werken veel ouders buitenshuis en is het inkomen van beide partners nodig.

Rust zoeken
Toch willen veel mensen meer rust in hun leven. Ze zoeken naar een betere balans tussen verplichtingen en ontspanning, of naar ruimte voor bezinning. Zonder voldoende tijd en rust is het lastig om je te concentreren op de wat moeilijkere literatuur. En bij te veel of te lange onderbrekingen raak je de draad van een verhaal kwijt. Maar je krijgt juist inspiratie en je ontspant helemaal wanneer je kan wegdromen met een goed boek.

Mij lukt het ook bijna niet meer. Ik lees nog zelden een boek en dan vaak niet eens helemaal. Dat is opmerkelijk. Want ik heb de tijd en van oudsher ben ik een boekenveelvraat.

Efficiëntie en snelheid
Misschien heeft het met efficiëntie te maken. Willen we nu sneller tot de kern komen en liever een samenvatting lezen? Is dat een gevolg van het algemeen jachtiger wordende leven? Ook bij jongeren zie je iets dergelijks. Zij lezen minder, maar kijken vaker naar films en series. Daarin wordt een verhaal in geconcentreerde vorm en fraai visueel gepresenteerd. Een andere parallel met onze huidige leefstijl zie je in films. Let maar op de snelle afwisseling van scènes en de dynamiek in de beelden. Vergelijk dat eens met een film van vijftig jaar geleden. Zo’n film straalt een kalmte en traagheid uit, die jongeren nauwelijks nog kennen.

Verwend door overvloed
Zijn we te verwend geraakt? We worden via allerlei kanalen gebombardeerd met verhalen en informatie. Toen ik 33 jaar geleden mijn eerste reis naar Australië plande, waren er amper reisgidsen te vinden. De Leidse openbare bibliotheek had er niet één. Daarom benaderde ik het Australische verkeersbureau voor informatie. Ik ging op reis met slechts een paar losse plattegronden en bijeen gesprokkelde hotelnamen. Moet je nu eens kijken op internetfora en in de reisboekhandel. Alles is er in overvloed. Maar na drie fotoboeken, waarvan de een nog mooier is dan de ander, heb ik wel genoeg gezien. En al die reisblogs vormen een eindeloze herhaling van mijn vroegere ervaringen.

Verzadiging
Dus bespeur ik bij mezelf een soort verzadiging. Over interessante landen en onderwerpen heb ik ‘alles’ al gelezen. En verschijnt er iets nieuws, dan staat het wel samengevat op internet. Dit zal een leeftijdskwestie zijn. Aan de Leidse geschiedenis, Australië en de ontwikkelingssector heb ik elk zo’n tien jaar besteed. Maar een begin twintiger kan daar via (vak)literatuur nog veel over leren.

Geboeid worden
Zijn we minder snel geboeid? In die vraag zit voor mij de clou. Misschien is dit eveneens een leeftijdskwestie. Nog maar weinig boeken kunnen mij echt ‘pakken’. Als tiener kon ik de Bouquet reeks verslinden. Later volgden de betere romans en daarna kwam de wetenschappelijke literatuur. Door levenservaring ben ik nu te realistisch voor de Bouquet reeks. En een roman moet behoorlijk goed in elkaar steken. Anders ga ik mij storen aan de langdradige verhaallijn of de zinsopbouw. Bovendien moet een boek ergens over gáán.

Beschikbare tijd
Evengoed blijft het een kwestie van beschikbare tijd. Stel: je strandt in een stoffig woestijndorp en je moet twee dagen wachten tot de bus komt. Dan lees je uit verveling alles wat los en vast zit. Je begint zelfs tegen heug en meug aan een beduimeld achtergelaten boek. En omdat er toch niets valt te beleven, lees je door. Dan kan een aanvankelijk saai boek uiteindelijk heel boeiend blijken te zijn. Zoiets is mij herhaaldelijk overkomen. Bij de verplichte literatuurlijst op school werkt het net zo.

De belangrijkste reden waarom ik nauwelijks aan boeken lezen toekom, is omdat er al zo veel in de krant staat. En schrijven voor Raam Open slokt tijd op. 😉 Voor de logjes benut ik overigens wel mijn boekenkennis. Vaak is die kennis geïnternaliseerd en verstrengeld geraakt met persoonlijke ervaringen. Soms weet ik daarom niet meer wat de oorspronkelijke bron is. Maar het zegt wel wat over de invloed van een goed boek.

Al je wachtwoorden aanpassen

Zit je vaak op internet, dan is de kans groot dat het een keer gebeurt. Vandaag ben ik aan de beurt. Er komt een e-mailtje binnen met als onderwerp mijn e-mailadres en mijn voluit geschreven wachtwoord. Slik. Okeeee … Dit is zo’n ‘stay calm and don’t panic’-moment. Al is het bericht bij nader inzien best lachwekkend. Want een zekere Aubrie heeft via de camera van mijn laptop stoute dingen gefilmd.

‘One of the x-rated videos website you watched was infected with my malware which recorded a video of your immoral sexual doings from your webcam and even recorded the clip you were playing! In the video you really are looking exciting. Your current mail and Facebook contacts were at that time sent to me by my malware.’

Grappig zeg, die Facebook contacts. Ik mijd Facebook namelijk al mijn internetleven lang als de pest. Binnen 24 uur moet ik USD 3.000 op een Bitcoin-rekening overmaken. ‘If I don’t get the money,’ dreigt Aubrie, ‘I will send your video to every contact of yours. Consider regarding the disgrace you experience. and likewise if you happen to be in a committed relationship, exactly how it will affect?’ Nou beste Aubrie, dat zal mij een zorg zijn.

Maar goed, mijn wachtwoord dus. Dat is wel een dingetje. Want net als iedereen heb ik tal van accounts bij bedrijven, netwerken en instellingen. En dat specifieke wachtwoord is ook het wachtwoord van mijn laptop. Het stamt nog uit de beginfase van internet. Bovendien is het onderdeel van wachtwoorden voor DigiD en mijn betaalrekening. Het is nu eenmaal lastig om veel verschillende wachtwoorden te onthouden.

Nu ben ik al úren bezig met wachtwoorden checken en aanpassen, want overal moet je een account met wachtwoord hebben. Wil je een prijsvraagje invullen? Hup, wachtwoord aanmaken. Of wil je een poster bij PimpJeDeur bestellen? Fijn, maar wel even een accountje maken. Zo gaat het maar door. Gelukkig heb ik tijdens de vorige alarmfase (toen LinkedIn was gehackt) al veel wachtwoorden veranderd. Maar ongemerkt zwerven er nog diverse bijna vergeten accounts rond. En daar staat dat oude wachtwoord.

Eigenlijk moet ik Aubrie bedanken. Dankzij haar heb ik schoon schip gemaakt en veel accounts opgezegd. Bij sommige organisaties ging dat vlot. Die geven helder aan hoe het moet. Anderen hebben al eerder mijn account verwijderd wegens onbruik of systeemwijziging. Ook goed. Alleen het account van Ticketmaster wil van geen wijken weten. En ik kan het bloed van die lui daar toch al drinken. Grrr.

Hoe ga jij om met accounts en wachtwoorden?

LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)

De ziekmakende maatschappij

Is het overdreven gesteld dat half Nederland aan de kalmerende en/of verdovende middelen is? Ik heb een rekensommetje gemaakt en kom uit op deze ruwe schatting. Voor een deel is de verklaring logisch: mensen met pijn en stoornissen hebben baat bij deze middelen. Maar voor een ander deel lijkt de oorzaak te liggen in onze maatschappij. Alles en iedereen moet aan normen voldoen, in het plaatje passen, continu presteren, niet afwijken. Oh, en geld opleveren. En dat in een omgeving die ons steeds verder afbrengt van een natuurlijke leefwijze. Terwijl we toch gewoon kwetsbare mensen zijn.

In Nederland gebruiken jaarlijks 1,3 miljoen mensen opioïden. Deze stoffen werken op het centrale zenuwstelsel, blokkeren pijnsignalen en geven een euforisch gevoel. ‘De klassieke, calvinistische houding om het nog even aan te kijken met de pijn, verdwijnt.’, zegt Ruud Coolen van Brakel van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Daar komt bij dat ziekenhuizen patiënten tegenwoordig sneller naar huis sturen om kosten te besparen. Om te voorkomen dat patiënten daarna meteen weer bij de huisarts zitten, geven ze sterke pijnstillers mee. Ook voor huisartsen is het een makkelijke uitweg.

De dokter als dealer
Het bovenstaande citaat staat in ‘De dokter als dealer’, een artikel van Maud Effting en Anneke Stoffelen in de Volkskrant van 21 juli 2018. Daarin vertelt huisarts Jos van Bemmel hoe hij zich bewust wordt van de hoeveelheid zware en mogelijk verslavende pijnstillers die hij voorschrijft. Bij het tekenen van de tientallen herhaalrecepten per dag was hij tot dan toe vooral gespitst op kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Niet op pijnstillers.

Dat maakt nieuwsgierig. Want hoe veel mensen gebruiken al deze middelen dan? Een vluchtig zoekresultaat levert deze getallen op: ‘In Nederland zijn er naar schatting 1,2 miljoen gebruikers en 700.000 verslaafden aan benzodiazepinen: slaap- en kalmeringsmiddelen als valium en diazepam. Ze leven in een vlakke wereld zonder echte vreugde of echt verdriet.’ Dit valt te lezen op de website nemokennislink. En ruim een miljoen mensen gebruikt een antidepressivum. ‘De meesten amitriptyline, dat de stemming verbetert, angsten onderdrukt en tegen pijnklachten werkt.’ Zie de factcheck van een Volkskrant-artikel door het NRC.

Zo kom je op ruwweg 3,5 miljoen geregistreerde gebruikers van pijnstillers, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Dit aantal is nog exclusief mensen die geen medicijnen slikken, maar alcohol, energizers en/of (soft)drugs gebruiken voor vergelijkbare doeleinden. Ook homeopathische middelen en tabletjes uit de supermarkt zijn niet meegeteld. Daarom schat ik dat half Nederland aan de kalmerende dan wel verdovende middelen is. Of juist pepmiddelen gebruikt om naar wens te functioneren.

Pijnstillers
Zoals gezegd: het is logisch dat mensen met ernstige of chronische pijn middelen gebruiken. Die zijn tenslotte beschikbaar en hiermee kan je de kwaliteit van het leven verbeteren. Maar volgens het artikel ‘De dokter als dealer’ worden illegaal verkregen medicinaal bedoelde middelen evengoed recreatief gebruikt. Welke ‘pijn’ moet er dan worden gestild?

Kalmerings- en slaapmiddelen
En vanwaar al die kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen? De oorzaak van klachten kan fysiek of psychisch zijn, maar ook een onnatuurlijke leefstijl. Want als je tien minuten naar hardcore techno luistert, raak je opgefokt. Van te veel suiker ga je stuiteren; dus van energiedrankjes helemaal. En dag en nacht in het licht van een beeldscherm zitten, bevordert de slaap evenmin. In die gevallen is een pilletje slechts een lapmiddel.

Antidepressiva  
Dan al die antidepressiva. Er zijn weinig landen waar mensen zo vrij leven als in Nederland. We scoren torenhoog in de wereldwijde gelukstatistieken. Niemand hoeft om financiële of sociale redenen in een knellend huwelijk te blijven. En kijk eens naar alle voorzieningen. Toch slikt een miljoen Nederlanders antidepressiva. Ook hier spelen verschillende oorzaken een rol: zoals fysieke en mentale stoornissen, aanleg en persoonlijke ervaringen.

Vooral bij de cognitieve oorzaak van depressie is de maatschappij en directe omgeving een factor. Stel dat je je waardeloos voelt. Dan draait het vaak om verwachtingen die je van jezelf hebt, gekoppeld aan verwachtingen die anderen van je hebben. Reëel of niet. Nergens zie je dit zo duidelijk als in de schijnwereld van Facebook en Instagram. Het continu moeten scoren met mooie foto’s en succesverhalen verergert gevoelens van eenzaamheid.

Maatschappelijke keuzes
Misschien zitten we mede door Facebook en Instagram zo massaal aan de pijnstillers, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Want de sociale media zijn als onze 24/7 maatschappij. Althans, wanneer we daar volledig in mee gaan. We hebben nog altijd de vrijheid om grenzen te stellen en te bepalen welke kant we op gaan.

De Volkskrant: ‘Gijs Helmerhorst, die arts in opleiding is tot orthopedisch chirurg en die promotieonderzoek deed naar pijnbeleving bij botbreuken, werkte tien jaar geleden in een Amerikaans ziekenhuis. Daar viel hem op hoe gemakkelijk Amerikaans artsen opioïden meegaven na een simpele breuk. ‘Ik was dat in Nederland toen helemaal niet gewend. Wij gaven het advies wat paracetamol te nemen als de pijn te erg werd, of ibuprofen. Het kwam eigenlijk niet voor dat mensen terugkwamen en zeiden: dokter, de pijn is niet te verdragen.’

Het pijnstillergebruik steeg hier pas na marketingcampagnes van onder meer de Amerikaanse farmaceutische industrie. Gelukkig zijn er nog mensen die zelf nadenken. Huisarts Van Bemmel voert nu gesprekken met ‘grootverbruikers’ van pijnstillers in zijn patiëntenbestand. Die zijn opgelucht en blij dat het ook zonder kan.

Klamp je vast aan dat laatste restje privacy

Verwacht van mij geen zinnige afweging over die sleepwet. We weten dat we onze privacy sowieso gaan verliezen. En we geven nu al zo veel over onszelf prijs, bewust of onbewust. Ik vertrouw de bedoelingen van onze overheid nog wel. Maar ons land is gewoon een speelbal, afhankelijk als we zijn van het buitenland in economisch en militair opzicht. Waar doe je als inwoner dan goed aan? Laten we in elk geval de analoge alternatieven voor het digitale leven beschermen.

  1. Geld. Natuurlijk is het oh zo handig om even een boodschap te pinnen. Maar via een bankrekening kan men ons hele leven natrekken. Er kan altijd iets zijn wat een ander niet hoeft te weten. Ook legaal. Daarom is en blijft contant geld handig, overal.
  2. Reizen van A naar B. Op snelwegen hangen om de zoveel meter camera’s die elke auto registreren. Via een OV Chipkaart kan men onze reispatronen achterhalen. En op straat worden alle bewegingen van fietsers en voetgangers geregistreerd. Toch wil ik ook weleens onopgemerkt blijven. Dan laat ik mijn smartphone thuis. En de locatie daarop staat zelden aan.
  3. Wat we lezen. Google weet vast al beter dan de huisarts waar mijn pijntje vandaan komt. Want Google houdt bij op welke klachten ik zoek. Ook weet Google precies welke artikelen ik volledig lees en hoe vaak ik een pagina bezoek. Daarom is het belangrijk dat kranten, tijdschriften en bibliotheken overeind blijven. Want niemand ziet dan waar onze speciale interesse naar uit gaat.
  4. Wat we vinden. Vraag mij niet waarom ik vertrouwen heb in WordPress. Maar als blogger bepaal ik weloverwogen wat ik hier plaats. Bij opvattingen over dubieuze landen of presidenten vergeet ik nooit dat mijn IP-adres traceerbaar is. Dus bewaar ik de ongezouten versie voor vrienden in een persoonlijk gesprek.
  5. Wat we doen. Facebook, WhatsApp, Twitter, Instagram. Dump die zooi. Bel iemand gewoon op of stuur een kaartje. Verspreid via internet alleen neutrale berichtjes met neutrale foto’s. Voeg er desgewenst wat ruis aan toe.
    Dat deed ik ook bij een veel te nieuwsgierige collega. Zij wilde elke maandag alles weten over mijn weekend. Dan vertelde ik dat ik naar het stadsarchief was geweest. En weidde tot in de kleinste details uit over wat ik daar had gedaan (genealogisch onderzoek). Dit tot haar grote frustratie, want zij vond dat utterly boring. Gegarandeerd verloor ze dan interesse in de rest van mijn verhaal. (Wat het smeuïgste deel was, uiteraard.)
  6. Met wie we omgaan. Zie ook punt 5. Wees zeer selectief in al je contacten via social media. Je weet nooit of je zelf ooit verdacht wordt door andermans acties en opvattingen. Ik ga daar ver in. Nieuwe volgers met in mijn ogen dubieuze of foute blogs koppel ik direct los. En als ik volgers buiten internet ken, is dat op dit blog nauwelijks zichtbaar.

Overigens is analoog ook niet alles. Vandaag moest ik het restafval aan de straat zetten. Het duurt maanden om mijn bak te vullen. Drie volle vuilniszakken passen erin. Via alle troep kan een geïnteresseerde een kwartaal uit mijn leven reconstrueren. Bovendien is maart de maand van de belastingaangifte. Hoe velen van ons hebben gelijk opgeruimd en stapels oude documenten weggedaan? Printjes van bankrekeningen, nota’s van medisch specialisten, salarisspecificaties, reiskosten overzichten, lijstjes van giften. Zaken die een ander niets aangaan. Intussen staat die afvalbak wel op een plek waar ik geen zicht op heb.

Ach, vroeger riepen we het al: ‘ze mogen alles van me weten, als ze maar niet van me eten.’

Een blog met eeuwigheidswaarde

Bloggers hebben het makkelijk. Het maakt niet uit of ze bagger publiceren of logjes met eeuwigheidswaarde* schrijven. Ze bepalen zelf wat blijft en Google maakt geen onderscheid. Bij boeken ligt dat anders. Eerst moet een auteur een uitgever vinden. En ‘omdat opslag duur is en het aanbod gigantisch, krijgen titels een steeds kortere looptijd. Bij literatuur is dat tegenwoordig zes weken tot drie maanden. … Dat zegt niks over de kwaliteit van het boek … maar je kunt niet alles recenseren.’ (Versnipperde letteren, door Jan van Tienen, VPRO Gids #50-2017.) Een blogger hoeft slechts te zorgen dat zijn blog gevonden wordt.

Voordat een boek in de winkel verschijnt, heeft er al een heel team aan gewerkt. De auteur, minimaal vijf medewerkers bij een uitgever, de drukker en de transporteur. De winkelier, ten slotte, maakt er een plekje voor vrij in zijn winkel. Wat vrijwel zeker de doodsteek betekent voor een ander boek. Want wat dan rest is de ramsj of de shredder.

Tenzij een auteur zijn eigen werk opkoopt en het alsnog aan de man brengt. Ik ben benieuwd hoeveel m2 opslagruimte er vol staat met roemloze werkstukken en ondernemersvruchten. In mijn eigen kelder wachten nog drie dozen met fluwelen broches op een koper. Sinds eind 2013.

Nee, dan mijn blog. Daar kan ik tenminste eeuwige roem mee vergaren. Ik probeer teksten met een zekere kwaliteit en waarde te schrijven, zowel qua vorm als inhoud. Maar het is nog moeilijk genoeg om de pronkkamer te vullen. Achteraf gezien verdienen hooguit twee of drie logjes per jaar een ereplaats. En een uitgeverij zullen ze wel nooit halen.

Nu heb ik een nieuwe strategie. Want als ik Google maar genoeg paai, wil die zoekmachine vast wel mijn stukjes naar voren halen. Dus ben ik al dagen bezig om mijn 635 logjes beter te categoriseren. En belangrijker: om er meer weldoordachte trefwoorden aan te hangen. Gelukkig heb ik eerder minstens 70 mislukte logjes geschrapt. Het is namelijk nogal een pokkenwerk. Maar hé, straks wacht mij eeuwige roem én vindbaarheid. Ik heb het er graag voor over.

* Met dank aan Mathilde, die met deze term voer gaf voor dit logje.

Nieuwsselectie leidt tot tunnelvisie

Als ouderwetse krantenlezer behoor ik tot een mogelijk uitstervende groep. De Volkskrant wacht het einde niet af en stuurt mij een mooi aanbod. Via de app Topics kan ik het laatste nieuws ook lezen op mijn smartphone. Zowel landelijke als regionale kranten doen mee. Ik laat me verleiden en download de app. En dan begint de ellende.

Want: ‘Van sommige onderwerpen wil je gewoon alles weten omdat ze je persoonlijk raken. Je eigen club, de nieuwste muziek, of de ontwikkelingen in je eigen stad of regio. Topics selecteert alles over jouw favoriete onderwerpen uit de 13 beste kranten. Met je persoonlijke nieuwslijsten navigeer je op een makkelijke manier naar de onderwerpen die jou interesseren.’

Dus mag ik alles aanvinken waarover ik wil lezen: economie, sport, persoonlijke verhalen, cultuur, regionale berichtgeving, gezond leven, werk en geld, inspirerende vrouwen, reportages uit het buitenland, leuk om te weten, aan de buis gekluisterd, Nederland in cijfers, bezinning, Nijmegen, boeiende gesprekken, op het witte doek, Kabinet-Rutte III, wereld van de wetenschap, en ga zo maar door. Ik vind het geweldig.

Maar het is problematisch. Want mijn mobieltje krioelt van de spionnen en de bemoeials. Zoals de usual suspects Microsoft en Google. Zelfs het levenslang verbannen Facebook weet gegevens af te tappen. Daarom maak ik met enige schroom een selectie van gewenste onderwerpen. En als Topics mij dan een artikel voorschotelt, sta ik wederom voor een dilemma. Ga ik artikelen aanklikken over schimmige landen en organisaties? Of wat te denken van onderwerpen als chronische ziekten, huiselijk geweld en schuldsanering?

Nu al word ik daar steeds voorzichtiger mee. Ik prijs mezelf dan ook gelukkig met mijn ouderwetse papieren krant. Daarin zitten tenminste geen camera’s die al mijn oogbewegingen volgen en doorseinen wat ik lees. Zoals de nieuwste reclameborden op straat wel doen. Maar feit is dat ik bepaalde digitale nieuwsberichten mijdt. En daar gaat het mis.

Want selectieve nieuwsmijding leidt tot het volgende probleem. Je moet zaken van alle kanten belichten om goed geïnformeerd en objectief te blijven. Niet alleen maak je zelf selectiekeuzes. Ook Google zal dat voor je gaan doen wanneer je steeds dezelfde onderwerpen aanklikt. Het lijkt op preken voor eigen parochie, waarbij  parochianen enkel vernemen wat ze zelf willen horen. Er ontstaat een zelfversterkende selectie van almaar eenzijdigere nieuwsgeving, die onherroepelijk tot tunnelvisie leidt. En heb je eenmaal tunnelvisie, dan geloof je uiteindelijk alleen nog in je eigen gelijk.