We gaan niet dood van de hitte

Het is bloedheet. De hitteprotocollen zijn in werking getreden en er geldt Code Oranje. We moeten goed op elkaar letten. We moeten de zwakkeren in de samenleving in de gaten houden en zelf ons hoofd koel houden. Vooral dat laatste is nodig, in dit land. Want ik noem maar wat:

  • Als vijftiger in je eentje gaan zwemmen in zee, terwijl je veertig jaar geleden je A-diploma hebt gehaald en daarna zelden nog hebt gezwommen.
  • Als hoogbejaarde vrouw de nectarines in de plantenkas van je dochter plukken. ‘Ze zijn rijp en moeten er nodig af.’ Op het heetst van de dag, wanneer die kas een oven is.
  • Als oudere thuis opgehaald worden voor een sociaal uitje in een zorgcentrum en daar een aangeboden drankje afwimpelen. ‘U moet bij deze hitte wel genoeg drinken.’, zegt een bezorgde vrijwilligster op tv. ‘Nou, ik niet, hoor, dat doe ik namelijk nooit.’, riposteert de oudere, en ze blijft weigeren. Doen ze daar al die moeite voor.
  • Als 65-plusser alle ramen in huis open zetten, terwijl het buiten 36 graden is. ‘Want ik kan er niet tegen als alles dicht zit.’ Ach, waarom ook niet. Zet er een vernevelaar bij en je hebt een sauna.

Mensen gaan hier vermoedelijk minder snel dood door de hitte, dan door stronteigenwijs gedrag.

Ach, hadden zij ook maar tropenervaring.

Zijn we al emotioneel volwassen?

Het valt mij op hoe sommige volwassenen zich als kinderen kunnen gedragen. Typerende kenmerken zijn: geen verantwoordelijkheid willen nemen, egocentrisme en weinig relativeringsvermogen. Al tijden zoek ik naar verklaringen en nu wijst Henk50 op een prachtig begrip: ego-transcendentie.

Volwassenheid houdt in dat je jezelf en je eigen belang kan overstijgen. Als je dat stadium bereikt, bereik je wijsheid. Henk wijst op Judith Viorst, een psychoanalytica die meent dat veel ouderen daarin niet slagen. ‘Ze kunnen vervelend, praatziek, egocentrisch en klaagziek zijn. De wereld draait om hen.’ Maar: ‘Tegelijkertijd kunnen mensen ook veranderen.’, schrijft hij. En dat is waar het mij hier om gaat.

Praat je over ouderen, dan denk ik aan de generatie van mijn vader en moeder. Geboren in de jaren dertig of veertig hebben ze wel of niet bewust de oorlog meegemaakt. Daarna volgden de wederopbouw en de bekrompen jaren vijftig, de revolutionaire jaren zestig en de alternatieve jaren zeventig. In de jaren tachtig werd het bestaan geleidelijk aan zakelijker. De rest is bekend.

Je kan je afvragen hoe de huidige ouderen zijn opgevoed. Want de gezinnen waren groot, sociale zekerheid ontbrak en het leven was hard. Dat doet iets met mensen. En in hun jeugd was er nog weinig wetenschappelijke kennis van pedagogie. Hoe anders is dat nu. Zelfs al maakt een kind geen goede start, dan is er psychosociale begeleiding voorhanden.

Er komen er nu relatief veel boeken op de markt van veertigers en vijftigers die ‘afrekenen’ met hun ouders. Mijn generatie heeft kennelijk iets te verwerken. Niet alles is goed gegaan en daarvan zijn we ons zeer bewust. Want we zien wat opvoeding tegenwoordig inhoudt. Een aantal van ons heeft wel anders meegemaakt. Menige ondermijnende gedachte en blokkade valt rechtstreeks te herleiden naar onze jeugdjaren.

Bij de oudere generatie zullen vast ook de nodige ondermijnende gedachten leven en blokkades bestaan. Alleen was het rond hun vijftigste minder gebruikelijk om naar een coach of psycholoog te gaan. Hoger opgeleiden deden dat misschien. Maar de rest? Die vond waarschijnlijk dat je je niet moest aanstellen. Ze zijn wel flink geweest, maar hebben minder aandacht besteed aan hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor kan het gebeuren dat ouderen zogezegd vervelend worden en verzuren.

Volgens mijn buurman (die van de rioolperikelen) is mijn roodbladige boom ‘maar lelijk, want er komen geen bloemen in.’ Zijn vrouw had een voorkeur voor bloemen en hij baalt dat ik een andere boom heb gekapt. Ligt het aan zijn beperkte mentale blikveld, of ligt het aan zijn gezichtsvermogen? Ik zou toch zweren dat dit hierboven bloemetjes zijn.

Voor hem komt ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown wellicht te laat. Maar andere volwassenen fleuren misschien nog op als ze een spelletje Omdenken doen.

Problemen? Daar praten we niet over

De hel, dat zijn de anderen. J.P. Sartre.

We wandelen in een groepje langs mooie landgoederen wanneer ik iemand aanspreek die ik nog niet ken. Het is een oudere vrouw. Ze vertelt dat ze vorig jaar weduwe is geworden en zes maanden daarna haar zus heeft verloren. Het verdriet zit hoog. Daarenboven beëindigde haar vaste wandelvriendin na 25 jaar hun vriendschap.

Die breuk bezorgt haar een ander soort verdriet. Want ze hadden veel plezier samen en ze deelden een lange geschiedenis met elkaar. Ze bewaart plakboeken vol foto’s van plaatsen waar ze zijn geweest. Daarom kan ze de keuze van die vriendin moeilijk begrijpen en accepteren. Ik vraag welke reden zij heeft genoemd. ‘Ze vindt mij niet leuk meer.’

Jaren geleden had ik ook zo’n wandelmaatje. We hadden samen het Floris V-pad voltooid en nu waren we halverwege het Maarten van Rossumpad. Ineens vond zij het niet meer gezellig. Waar dat aan lag, heeft ze nooit uitgesproken. Ik zat toen middenin de nasleep van een reorganisatie.

Zulke mensen kunnen verhalen over problemen moeilijk aan. Zo lang het ‘lang leve de lol’ is, gaat alles prima. Maar oh wee als er een gevoeligheid naar buiten komt. Daar weten ze geen raad mee. Ik kan me wel voorstellen dat ze niet te vaak over problemen willen praten. Je gaat lekker een dagje wandelen en wil vooral ontspannen. Alleen geven ze hun grens niet aan. Of zo indirect, dat het je kan ontgaan.

Onwil of onvermogen om problemen te bespreken, kan een reden zijn om alles en iedereen op afstand te houden. Met zulke mensen gaat het altijd goed. Zij zitten nooit ergens mee. Er mankeert hooguit iets aan hun gezondheid. Dat is dan goed verklaarbaar en daar heeft iedereen begrip voor. Soms vinden zij problemen zo confronterend, dat ze in hun denken blokkeren. Dit speelt vermoedelijk bij deze wandelvriendinnen.

Toch horen problemen bij het leven. Het is logisch als je daarover wil praten. Zeker wanneer je alleen bent en het slepende kwesties betreft waarmee je geen raad weet.

Met anderen over problemen praten wordt pas echt een probleem als je mentaal vastzit. Als je zaken niet objectief kan bekijken. Als je geen alternatief kan bedenken. Als je maar in je boosheid en frustratie blijft hangen. En vooral: als je geen keuzes maakt en stappen zet. Zulke mensen ontmoet ik regelmatig. Zelf heb ik ook zo mijn periodes gehad, als een situatie ogenschijnlijk uitzichtloos was.

Nadat het hoge woord er uit kwam, schroomde die oudere vrouw om verder te vertellen. Ze wilde mij niet met haar verdriet opzadelen. En ik besefte dat dit een heel verhaal ging worden. Voordat je het weet, is er een uur voorbij. Ik ga dan zo in een gesprek op dat ik de omgeving nog nauwelijks opmerk.

Op zo’n moment hangt het sterk af van hoe iemand zich opstelt. Betreft het een drama queen vol onbegrip, of een persoon die redelijk en zelfbewust is? Want als iemand een probleem objectief kan bekijken, wordt zo’n gesprek vanzelf interessant.

Recent vond ik nog een oud berichtje van mijn vroegere wandelmaatje, ergens uit 2012. Ze schreef dat ze het toch jammer vond dat we waren gestopt. (Geen woord over het waarom.) Had ik toevallig zin om samen verder te gaan?

Schuld versus schaamte in de NL rechtszaal

Schaam je!

2Doc: Het fatale scooterongeluk gaat over Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) die in 2010 Mario van de Geijn in Nijmegen hebben doodgereden. Ik kies deze woorden bewust. Ik houd hen beiden persoonlijk aansprakelijk voor wat ze hebben gedaan. En meer dan dat.

Wat deze documentaire toont, is hoe zeer de betrokkenen uit twee totaal verschillende culturen langs elkaar heen leven. De rechters, de nabestaanden van het slachtoffer en de documentairemakers zijn allemaal Nederlands. Ofwel, afkomstig uit een schuldcultuur. Maar deze twee jongens komen uit een schaamtecultuur. (Ze worden in de documentaire ‘mannen’ genoemd, maar omdat zij nooit volwassen zullen worden, verdienen ze die titel niet.)

Volgens opvattingen binnen hun eigen cultuur mogen al hun voorouders en aanverwante familieleden zich doodschamen. In het Nederlandse rechtsstelsel kan je met leugens en huftergedrag je straf ontlopen. Maar van deze schande komen zij en hun familie nooit meer af. Eib! Aib! Of hoe je het ook schrijft.

Al vijftig jaar zijn er grote groepen immigranten uit schaamteculturen in Nederland. Daarom verbaast het mij dat we weinig tot niets daarvan terugzien in de rechtszaal. Onze rechtsspraak is keurig, redelijk en voor dit soort hufters veel te braaf. Deze jongens hebben er compleet maling aan. Het enige wat dan kan werken, is ze aanpakken volgens de normen uit hun eigen cultuur. Ofwel, er moet een vertaalslag komen. Een tolk, die elk woord over schuld en verantwoordelijkheid omzet in schande. Zodat ze eindelijk verstaan waar rechtsspraak in Nederland over gaat.

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Wanhopig op zoek naar aandacht?

Vannacht komt How to lose friends & alienate people op tv. Deze film gaat over een jonge schrijver die principieel voor eerlijkheid en no-nonsense gedrag is. Hiermee werkt hij zich flink in de nesten. Misschien zou ik beter eerst naar die film kunnen kijken. Want ook ik heb een aversie tegen mensen die zich mooier voordoen dan ze zijn. En ik hou niet van overdreven aandachttrekkerij. Daar ga ik nu wel over schrijven. Wil je dit liever overslaan? Lees dan alleen nog de aanbeveling voor een mooie foto-expositie van Jeroen Swolfs onderaan.

Even ter inleiding. Via WordPress ontvang ik per e-mail elke nieuwe post van een tiental blogs. Verder lees ik dagelijks op Ximaar’s Blogspot boeiende berichten van andere bloggers. Soms bezoek ik ook de Onafhankelijke Bloggers Associatie. Ik lees dus regelmatig blogs en op een gegeven moment viel mij daarbij iets op. Of liever: iemand viel mij op. Een man die op talloze blogs te zien is als volger, als liker of als reageerder.

Het kan natuurlijk zijn dat hij gewoon erg enthousiast is, anderen wil aanmoedigen en het heerlijk vindt om te reageren. Mogelijk heeft hij er geen enkele bijbedoeling mee. Hij is altijd vriendelijk, dus daar ligt het evenmin aan. Maar. Als ik een pootafdruk onder vrijwel elk bericht zie staan, dan ga ik toch achter mijn oren krabbelen. En als iemand continu reacties achterlaat die inhoudelijk nauwelijks iets toevoegen, dan ga ik nadenken.

Lange tijd ontsprong mijn eigen blog de dans. Maar op een gegeven moment is hij er toch op beland. Dus daar kwamen ze: de pootafdrukjes, de korte reacties, en, als ik daarop reageerde, de razendsnelle nieuwe reacties. Altijd ondertekend op een karakteristieke manier. Goh, dacht ik, heeft die man eigenlijk wel een leven buiten al dat geblog en gevolg? Dus nam ik maar eens een kijkje op zijn site. Nou, hij schrijft echt overal over. Tjonge, dacht ik, dat jij van zo veel verschillende dingen kennelijk zo veel af weet. Want dat was toch mijn indruk.

Om een stortvloed aan berichten in mijn mailbox te voorkomen, besloot ik hem maar niet te volgen. Bovendien, daarvoor moet ik iemands werk wel heel boeiend vinden. Sommige onderwerpen spreken mij gewoon minder aan en ik ben niet van de liflafberichtjes plus dito reacties. Dat geeft niets. Een ander zal ze vast wel waarderen en op ieder potje past een dekseltje, etc.

Op een gegeven moment schreef ik over een onderwerp dat gevoelig ligt. Hij reageerde op een manier die voor langdurig werkzoekenden duidt op totaal onbegrip. Ik probeerde hem nog tot een ander perspectief te bewegen. Maar meneer bleef in twee daaropvolgende reacties uitsluitend over zichzelf schrijven. Toen kwam er een woord in mij op: narcist. Ik heb die reacties kort daarna van mijn blog gewist.

Bij een nieuw log van mij kwam hij weer als eerste met een reactie. Hij verwees daarin met een link naar zijn eigen blog. En alweer zonder echt op mijn tekst in te gaan. Met name dat laatste deed mij afvragen waarom. Bovendien bestaat er zoiets als etiquette voor bloggers. Van mij mag iemand best een keer naar zijn eigen blog verwijzen als dat relevant is. Maar in dit geval kon ik het slechts beschouwen als de zoveelste poging om bezoekers naar zijn eigen blog te leiden. Daarom wees ik hem op De wondere wereld van blog etiquette. Hij reageerde zo ongeveer binnen een minuut; vriendelijk en instemmend als altijd. Toen ik wat later naar de site statistieken keek, bleek dat hij niet eens op die link had geklikt. Ook die correspondentie heb ik van mijn blog gewist.

Deze week zag ik een nieuwsgierig makende titel van zijn laatste log via Ximaar’s Blogspot. Hij had net twee uur eerder over een expositie geschreven. Terecht, want die lijkt mij zeer de moeite waard en dan is het leuk als iemand je erop attendeert. Maar iets aan zijn tekst deed mij twijfelen. Was het omdat ik jarenlang syllabi heb gemaakt van teksten die door verschillende auteurs waren geschreven? Ik kopieerde een zinsnede en plakte die in het zoekveld van Google. En jawel, daar dook vrijwel de integrale tekst op. Op een website vol aankondigingen van foto-exposities, waarnaar hij niet verwees. Ik schreef vervolgens een reactie met verwijzing, die hij als de onschuld zelve van zich af liet glijden. Hm, wie is dan de echte auteur?

Onderzoekend als ik ben, kon ik het natuurlijk weer niet laten om navraag te doen. De redacteur van die website heeft mij vanmorgen gelijk terug geschreven. Volgens hem komt de tekst uit een persbericht dat hoogstwaarschijnlijk van de fotograaf zelf afkomstig is. Oké …

Moraal van het verhaal: wees eerlijk, doe niet wanhopig en maak liever mooie foto’s. O ja, en breng een bezoek aan die expositie van Jeroen Swolfs. Het ziet er veelbelovend uit!

Naschrift 5 november 2016.
De blogger in kwestie heeft indirect bij twee andere logjes op Raam Open gereageerd.
Over het auteurschap schrijft hij dit: ‘De tekst van de folder neem ik dan in overleg letterlijk over. Zoals ik ook met een verwijzing naar een website aangeef dat ik niet mijn tekst gebruik maar een geleende tekst doorgeef.’
Daarop is mijn antwoord: ‘Waar ik ook zoek op de website waar jij naar verwijst (streetsoftheworld.com), de tekst die jij op je blog hebt gezet komt daar niet mee overeen. En dus zal iedereen denken dat je de tekst op jouw blog zelf hebt geschreven. (…) Je had op zijn minst de tekst tussen aanhalingstekens kunnen zetten en naar die folder als bron kunnen verwijzen.’

Vergeving

Al een week lang broedde ik op enkele onderwerpen voor een blog. Zoals een workshop over vergeving en een terugblik op mijn laatste werkgever. Verder had ik met een neef een boeiend gesprek. Hij dropte een opmerking over ‘een afwachtende houding’, die mij niet losliet. Er ontbrak slechts een ingeving voor een samenhangend verhaal. Tot nu, want door het blog van Mack ontstaat er een verband.

Het netwerk voor en door werkzoekenden in ons dorp bood die workshop over vergeving aan. Eigenlijk was er geen actuele kwestie waar ik mee zat. Maar in mijn vorige functie had ik wel met een zeer grillige manager te stellen gehad. Dus was het toch aardig om te zien of ik er nu klaar mee was. Met dingen verwerken die tegen hadden gezeten. Ofwel situaties waarin het eenvoudig is om een ander van alles te verwijten. Maar of dat helpt …

Tijdens de workshop komt de vraag of er iemand is die wij niet kunnen vergeven. Het blijft even stil. Daarna windt een deelneemster zich nog zichtbaar op wanneer zij vertelt over iemand die voor zijn beurt was gegaan. Een ander worstelt met een onbenoembare gebeurtenis uit het familieverleden. En een mevrouw naast mij verwijt haar moeder dat die afkeurend op haar kleding en make-up had gereageerd. Nu al veertig jaar geleden. Vaak zit de pijn in het niet echt gezien worden en is je ego gekwetst.

Veel mensen hebben allerlei excuses om anderen nooit te vergeven. Want had hij maar dit moeten doen, en had zij maar dat moeten laten. En nu hoeft het niet meer. Of deze fraaie: ‘Ik vergeef hem niet, want ik wil dat hij ervoor boet.’ Zo wordt ons tijdens de workshop een spiegel voor gehouden.

Doet iemand iets wat de herinnering aan een onprettige situatie oproept, dan schuift er een oude dia van die vroegere ervaring voor de actuele situatie. Dat oude beeld projecteer je op wat er nu gebeurt. Oude gevoelens komen boven en daar handel je naar. Terwijl je vaak niet eens weet waarom die ander ooit iets deed. En misschien was de persoon in de huidige situatie er toen niet eens bij betrokken.

Iemand die voordringt, is wellicht erg gestrest en heeft je per ongeluk niet opgemerkt. Het helpt wanneer je het gebeurde objectief kan bekijken. Als je je in de ander kan verplaatsen en begrijpt waarom hij of zij iets heeft gedaan. Dan kan vergeving beginnen. Zelfs bij ernstige zaken. Want, (spoiler alert voor de kleffe tekst die nu volgt) als je jezelf kan vergeven en van jezelf houdt, kan je ook een ander vergeven. Tot zover de workshop.

Wie is zelf perfect? Ook ik heb mijn donderwolk-momenten. Anger is an energy, dat is waar. Wellicht zijn we allemaal af en toe bang voor onszelf. Omdat we onze minder goede kanten hebben: onze zwaktes en onze duistere menselijke karaktertrekken. Onder dat dunne laagje vernis. Wie alcoholisten en drugsverslaafden kent, weet dat zij meestal ooit ‘gewone’ mensen waren. Tegenslagen doen mentaal iets met ons en sommigen verliezen grip. De een herpakt zich daarna op eigen kracht; de ander blijft erin en gaat eraan ten onder. Vaak is de grens flinterdun. We zijn allemaal een beetje Gollum in vermomming. Althans, dat hou ik mezelf voor.

Maar die dia’s, die zijn pas echt interessant. Met de juiste dia’s kan je er namelijk ook voor zorgen dat het kwartje de hoopvolle kant op valt.

Beste Sylvia Witteman

Geachte mevrouw Witteman, beste Sylvia,

Meid, meid, meid, wat is het toch steeds een gedoe met die M. Hoe sympathiek of onschuldig je het ook bedoelt, het komt gegarandeerd verkeerd over. Telkens duikt die agressieve communicatietrant op. Waar komt dat vandaan? Ik vraag het mij al jaren af.

Ik kom regelmatig bij een grote speeltuin. Zomers spelen daar wel zeventig uitgelaten kinderen tegelijk. Te midden van al het rumoer weten er een paar met enorm veel decibellen bovenuit te komen. Ik hoef nooit te kijken welke kinderen dat zijn. Zonder uitzondering zijn het jongetjes en meisjes uit de M-groep. Te herkennen aan hun agressieve stijl. Het begint al vanaf een jaar of drie.

Ik heb jarenlang in de internationale ontwikkelingssamenwerking gewerkt. Toen had ik met Afrikaanse landen te maken. Wie ik ook ken uit dat continent, vrijwel iedereen is hypergevoelig voor status. Ik vermoed dat M van generatie op generatie nogal wat frustratie overbrengen. Zo bijzonder geslaagd is deze bevolkingsgroep niet, in de ogen van veel Nederlanders. Zie ook Slachtofferrol zonder zelfreflectie. Of werkt het zo dat als je maar hard genoeg schreeuwt, je vanzelf gaat geloven in je eigen gelijk? Ik roep maar wat in dit geval.

Volgens mij klopt er toch iets niet in hun argumentatie over de derde generatie. Tot op de dag van vandaag halen ze hun man of vrouw uit M. Er is wel degelijk sprake van beïnvloeding door een nieuwe eerste generatie. Om maar te zwijgen over tentakels van geestelijken en de koning uit dat land. Volgens krantenberichten dan. Toch hoop ik oprecht dat zij hier betere posities zullen bereiken. Alleen dan wel graag op een professionele manier.

Weet je wat trouwens ‘grappig’ is? Ik herken hetzelfde gedrag bij puur blanke Nederlandse underdogs. Ooit beging ik een kardinale blunder. Geheel per ongeluk ontglipte mij het woord ‘agressief’. Dit gebeurde toen een collega het vechtersgedrag van haar vriend besprak. Zij liep voor de zoveelste keer te pochen. Haar vent zou er flink op los rammen als er iemand aan zijn meissie kwam. De persoon in kwestie was bekend bij de politie. Ze was erg trots op hem. Het scheelde een haar of ik werd op mijn bureaustoel gelynched. Of eigenlijk werd ik vanaf dat moment doodgezwegen. Niet dat ik het erg vond. Er viel geen gesprek met haar te voeren en ik wou toch al weg. Het was nota bene in een ziekenhuis. Maar wij waren allebei geboren Nederlandse vrouwen. Van je eigen volk verwacht je toch enig begrip. Ach, Nederlanders komen ook in allerlei soorten en maten.

We kunnen op de man/vrouw af vragen waarom M zo heftig reageren op doodnormale vragen. De dialoog is gewoonlijk wel de ideale weg. Dat ben ik helemaal met je eens. Door deze vraag te stellen, nemen wij hen toch heel serieus.

Weet je wat? Ik zet mijn hele e-mail aan jou gewoon op mijn blog. Daar heb ik ook al geschreven over tsaar P en onze geblondeerde heer W. En ik leef nog steeds. Maar ik schrijf natuurlijk wel semi-anoniem.

Wat er ook gebeurt, weet dat je mijn grote voorbeeld bent. Soof vonden mijn zus en ik trouwens onwijs leuk.

Hartelijke groet,

Karin