Drukwerk

Vrijdag viel het 3-jaarlijkse tijdschrift van de plaatselijke heemkundekring op de mat. Daar staat mijn artikel in over de geschiedenis van onze straat. Na de expositie vorig jaar, had een redactielid mij gevraagd of ik een artikel wilde schrijven voor hun blad.

Het is mijn eerste echte officiële publicatie in de vorm van drukwerk. Althans, gerekend buiten de zes onderzoeksverslagen over mijn familiegeschiedenis in eigen beheer. En gerekend buiten het tijdschrift dat ik met korte stukjes en artikelen vulde voor een ministerie. Dat laatste onderging echter een uitvoerige redactieronde. De eindversie was gevoelsmatig mijn tijdschrift niet meer.

Het is best apart, zo’n publicatie in een tijdschrift waarvan je zelf geen abonnee bent, over een straat waarvan je de geschiedenis pas relatief kort kent, in een dorp waar je import bent. Mijn naam staat onder het artikel, alleen weet bijna niemand wie ik ben. In de buurt weet men wel hoe ik er uit zie, maar de meeste mensen kennen mijn naam niet.

Eind augustus stond er een vooraankondiging over het artikel in onze straatnieuwsbrief. Ik vermoed dat meerdere buren belangstelling hebben. Toch is de aankondiging weer snel in vergetelheid geraakt; want nog niemand heeft erover gerept.

Nu ligt het tijdschrift met mijn artikel dus thuis, en bij allerlei onbekenden om mij heen in huis. Ik stel mij voor dat het tussen de kranten is beland, of rondslingert in een stapel papier op een bureau. Waarschijnlijk is het eveneens verkrijgbaar in de plaatselijke boekhandel. Ik heb geen idee wat men er van vindt. Van de redactie kreeg ik geen inhoudelijke vragen, opmerkingen of feedback. ‘Het zal dan wel goed zijn’, dacht ik.

Een artikel in een gedrukt tijdschrift publiceren, is een afstandelijk gebeuren. Als auteur mis ik nu de mogelijkheid voor lezers om te liken en te reageren.

Gatenkaas

Onlangs schreef mijn zus dat de loslopende kippen haar in de tuin op de voet volgen wanneer zij daar bezig is. Officieel zijn het wyandottes, maar ik noem ze winandotjes. Die kippen zijn natuurlijk niet gek. Zodra je in de grond gaat rommelen, komen er lekkere dikke wormen tevoorschijn. En wormen, daar zijn kippen verzot op. Ik wilde wat terugschrijven over haar … uh … groepje kippen. Roedel kippen? Vlucht kippen? Zwerm kippen? Volkje kippen? Kudde kippen? Ach kom, hoe noem je zo’n troepje pluimvee nu toch?

Het overkomt mij wel vaker dat een woord mij niet te binnen wil schieten. Vooral woorden die slechts af en toe de revue passeren. Deze keer wist ik het ineens weer: een toom kippen! Jawel. Gelukkig, ik ben nog niet aan het dementeren.

Bij bovenstaande foto probeer ik ook al een hele tijd een verhaal te verzinnen. Die druppelvormige rand … die doet mij denken aan iets wat ik ooit zag. Maar wat?

Pasgeleden had ik trouwens een vergelijkbaar probleem met een woord van vier lettergrepen. Vier lettergrepen, dat weet ik nog exact. Maar welk woord het was, dat ben ik vergeten.

Het langzame schrijfproces

Je zou verwachten dat een blogger beschikt over een vlotte pen. Een blogger schrijft tenslotte regelmatig en oefening baart kunst. Het schrijven zou mij dus makkelijk moeten afgaan. Toch vordert het verhaal over het onderzoek maar langzaam. Een enkele keer betrap ik mezelf op de gedachte dat ik ‘weer aan de slag moet’ en dan onderdruk ik ternauwernood een zucht.

Een concept uitdenken, onderzoek verrichten en zo geleidelijk aan alle kanten van een verhaal ontdekken. Daar passend beeldmateriaal bij vinden en daarna over het geheel de eindredactie voeren. Dat vind ik leuk om te doen. Het schrijfproces verbindt alles met elkaar.

Ik focus op grote lijnen en op kleine details. Vooral die details kosten zeeën van tijd. Maar details worden onderschat. Het spoor van een raadselachtig detail volgen, is het equivalent van een avontuurlijke reis maken. Mensen van de grote lijnen beseffen dat niet. Menig onooglijk detail heeft mij al naar een belangrijke geschiedenis toegeleid.

Stel dat er voor dit monnikenwerk een softwareprogramma bestond. Een programma dat je met je gedachten kan aansturen, zodat het alle losse stukjes informatie tot een prettig leesbare tekst omvormt. Zou dat voldoening geven? Ik betwijfel of het resultaat beter zou zijn, want dankzij het schrijfproces komen nu ook de lacunes in mijn kennis tevoorschijn.

Soms kan ik niet wachten tot het moment daar is om het eindresultaat te tonen. Op andere momenten lijkt het mij spijtig als het eenmaal zo ver is. Want dan is het klaar.

Misschien zegt mijn ongeduld iets over de huidige tijd, waarin we zo gewend zijn geraakt aan snel resultaat. Het ging toch juist om ‘de weg ernaartoe’, en minder om het bereiken van een doel?

Writer’s block opgelost

Had ik al verteld dat ik bezig ben met het schrijven van een boek? Ja, echt. Ik heb genoeg materiaal verzameld tijdens het onderzoek. Non-fictie schrijven is alleen wel wat anders dan vrije stijl stukjes publiceren op een blog.

Om te beginnen helpt het als je boven de materie staat. Dat vergt kennis van zaken op basis van betrouwbare informatie. In mijn geval betreft het een klein deelonderwerp uit het grote geschiedenisverhaal over de Tweede Wereldoorlog. Nu zijn er nogal wat mensen (99% mannen) die zich expert wanen op dat gebied. Dus moet alles kloppen en verifieerbaar zijn.

Verder moet je een logische structuur kunnen aanbrengen in een massa informatie. Dat ben ik bij uitstek goed in. Check. Eerst heb ik een globale indeling gemaakt op basis van de tijdlijn. Hierdoor kwamen als vanzelf de belangrijkste hoofdstukken tevoorschijn. Vervolgens ben ik twee weken zoet geweest met het verdelen van alle brokstukken informatie, die uit tientallen bronnen afkomstig zijn. (En nog dagelijks volgen er nieuwe feiten.)

Dan kan eindelijk het echte schrijfproces beginnen.

Uhm, ja.

Zoals gezegd: je moet boven de materie staan en daarvoor moet je een kenner zijn. Ik daarentegen, was er niet bij in 1944/’45. Ik moet mijn verhaal baseren op wat anderen hebben geschreven. Vaak geven zij verschillende versies van dezelfde situaties met allemaal wat extra’s er bij. Dat hoeft geen probleem te zijn. Zij het dat ik hun stemmen uit mijn hoofd moet krijgen, voordat ik in mijn eigen woorden en in mijn eigen stijl over precies die zaken kan vertellen waaruit mijn eigenste verhaal ontstaat.

De afgelopen anderhalve week ben ik met andere dingen bezig geweest en dat is funest gebleken. Want als je iets schrijft op pagina 8, dan moet je uit je hoofd weten wat er volgt op pagina 83. Zo niet, dan raak je de draad van je verhaal kwijt of ga je dingen dubbel schrijven. Terwijl hier nu juist een heleboel losse feiten samenhangen en nauwkeurig in elkaar moeten grijpen.

Een paar uur lang zag ik het heel somber in. Dit ging mij toch niet weer gebeuren, hè? Dat ik aan iets was begonnen, wat te groot voor mij zou worden. Of dat ik aan iets was begonnen, wat ik niet goed af kon ronden. Om welke reden dan ook.

Uiteindelijk heb ik de imminente blokkade zelf losgewrongen. Door afstand te nemen. Door terug te keren naar de structuur. Door aan te vangen met een logisch detail. Een detail dat precies paste op pagina 8 in het verhaal. Waarna de rest vanzelf kwam.

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.

Het afwenden van een writer’s block

Wanneer je als blogger vast dreigt te lopen, kan het helpen om terug te keren naar het begin. Wat wilde je bereiken met je blog? Wat was je oorspronkelijke drijfveer? Zelf zocht ik een podium voor het delen van mijn kennis, ervaringen en ideeën. Een blog is hiervoor een goed medium, vanwege de opties voor interactie en mooie vormgeving.

Op 4 november 2013 ging Raam Open van start. Het eerste log bevat een foto van een kijkgat in de muur rond de tempels in Agrigento. En de volledige tekst luidt: ‘Op ontdekkingsreis gaan.’ (Wat een schrijftalent, nietwaar?)

Je kijkt vanuit de binnenruimte achter de muur door de opening naar de buitenwereld toe. Het is een metafoor voor hoe wij in onszelf besloten zitten en alles buiten onszelf vanachter een barrière observeren. De buitenwereld lonkt en trekt, maar is tegelijk grenzeloos en onbekend. Dan helpt het wanneer je uit nieuwsgierigheid vertrekt, of kennis en plannen als leidraad hebt.

Stap door de poort in de muur en laat de ontdekkingsreis beginnen. / … laat je verwonderen. /… sta open voor nieuwe ervaringen.

Uhm, dit gaat nog even duren, maar de foto’s en anekdotes komen vast weer.

Waarom nog dit blog?

Als blogger ben ik hard op weg naar een writer’s block. Corona speelt een rol, want ik ontmoet minder mensen en maak nu weinig bijzonders mee. Ook is na zeven jaar het meeste wel gezegd van wat ik te melden heb. Wat resteert, zijn de foto’s die het tonen waard zijn. En af en toe verschijnt hier nog een kritisch of humoristisch log.

Is dat voldoende om door te gaan? Voor mijzelf wel, denk ik. Maar is het ook voldoende voor jullie als trouwe volgers?

Zo niet: wat is het alternatief? Ik zal niet gauw stoppen; daarvoor is dit blog mij te lief. Maar ik ben zoekende naar een goede vorm voor een vervolg.

Wat verwachten jullie eigenlijk van mij? Zijn er onderwerpen waar jullie nieuwsgierig naar zijn?