Kijk eens wat vaker omhoog

De lockdown heeft mijn actieradius ingeperkt tot een straal van vijf kilometer. Nu valt hier weinig te klagen, want er is rond het dorp genoeg variatie qua natuurschoon. Toch bekruipt mij een gevoel van sleur wanneer ik wéér datzelfde pad op loop en weer diezelfde bomen zie. Ook al sla ik soms een ander weggetje in. Maar er is een alternatief. Af en toe kijk ik recht omhoog voor een verfrissend perspectief.

Vooral bij harde wind bieden traag wiegende boomtoppen een hypnotiserende aanblik. De kruinen van hoge beuken zijn nu aan het ontluiken. Sommigen zitten al vol jong blad, terwijl andere bomen nog gesloten knoppen dragen. Op die kale kruinen heeft de wind minder vat dan op bomen vol blad. Het gevolg is dat ze tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar in slow motion verschillende kanten op wuiven. Soms raken ze elkaar even of ze draaien een halve slag om elkaar heen. Het is alsof je naar een kolkende watermassa kijkt op een rotskust aan zee.

Elke druppel telt

Het blijft verbazingwekkend hoe blij je tegenwoordig bent met een beetje regen. Wekenlang was het hier kurkdroog en gisteren viel er eindelijk wat neerslag. Voor de natuur is het nog te weinig, maar het is toch verfrissend. Heerlijk vind ik het hoe de grond dan ruikt. En geloof het of niet; deze geur heeft een naam: geosmine.

Volgens Wikipedia bestaat de grondstof petrichor uit ‘moleculen van plant- of dierenresten die via de lucht terechtkomen op oppervlakten waar zich mineralen bevinden, zoals aarde of steen. Zolang het droog is, zitten de petrichor-moleculen gewoon in de grond. Wanneer het regent, zullen deze moleculen zich losmaken uit de grond en zal de typische geur vrijkomen.
De organische verbinding die wordt geroken is geosmine. Dit betekent letterlijk aard-geur.
Sommige wetenschappers menen dat mensen van deze geur houden, omdat hun verre voorouders voor hun voortbestaan van regen afhankelijk waren.’

Dan weten we nu gelijk waarom deze aardgeur bij veel mensen geliefd is.

Drie sfeerfoto’s van het afgelopen winterseizoen

Na ieder seizoen hou ik foto’s over die geen plekje hebben gekregen op Raam Open. Ook nu weer van de afgelopen winter. Ze mogen toch best worden gezien en daarom plaats ik ze hier.

De Groene Bedstee in wintertooi, groene takken met bruin gebladerte.

De twee bekende wilgen in de mist.  Deze keer in een natte uiterwaard met Arnhem in de verte op de achtergrond.

Verwaaide schapenwolken, enkele minuten voordat deze rode gloed verscheen.

Kleine schat uit de Stille Zuidzee

Gisteren zagen jullie ‘slechts’ de buitenkant. Dit is de binnenkant van een stukje abalone of paua schelp. Volgens herinnering heb ik het in 1995 gevonden, op het strand van Kaikoura aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waar de walvissen boven komen.

‘We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.’

(Conclusie uit verwijderd logje Familiebijeenkomst.)