Over dankbaarheid en goud

‘Weet je wat jij eens zou moeten proberen?, vroeg haar oom. ‘Een dankbaarheidsdagboek bijhouden.’ Hij had haar er speciaal voor gebeld. Dat kwam niet zo vaak voor, dus was het echt belangrijk. Journalist Francine Postma vindt altijd wel iets om over te piekeren, en ze is geen lachebekje. Dit schrijft ze zelf in een oude Libelle. Ze wantrouwt positivo’s. Van die mensen met wie het altijd goed gaat. En zo niet, dan slaan zulke types zich toch moedig door een zware periode heen.

Volgens doe-het-zelf goeroes kan je jezelf trainen om wat vaker tevreden te zijn. Om het allemaal niet zo somber in te zien. Want wie goed doet, goed ontmoet, enzovoort. Tevredenheid schijn je te kunnen trainen of aan te kweken, vergelijkbaar met een spier. Volgens het artikel is een dankbaarheidsdagboek bijhouden om te beginnen een goede manier. Je moet … nee: je mag elke dag drie dingen opschrijven waarvoor je dankbaarheid ervaart.

Ik heb kort overwogen om dit een tijdlang te proberen op Raam Open. Als een stok achter de deur, want anders stop ik er snel mee. Maar voor internet is zo’n dagboek mij te privé. (Goede smoes, hè?)

Wel geloof ik dat zo’n dankbaarheidsdagboek kan werken om een terugkerende negatieve gedachtegang te doorbreken. Die gedachten volgen namelijk een steeds dieper uitgesleten vast patroon. Het gaat er om dat je een nieuwe weg inslaat, die geleidelijk aan beter begaanbaar wordt. Dat doe je door jezelf ertoe te zetten om elke dag drie zaken op te schrijven waarvoor je dus dankbaar bent.

Nou vooruit, oké dan, een eerste aanzet.

  1. Ik ben dankbaar voor de foto’s die vandaag best goed gelukt zijn.
  2. Ik ben dankbaar voor het feit dat de bloemen van de hortensia’s dit jaar niet verschroeid zijn. Er zit zelfs een ragfijn gouden blad bij.
  3. En ik ben dankbaar, omdat de camera van mijn oude smartphone nog steeds goed werkt.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

De zoete geur van nectar op de hei

Het is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden om in augustus naar de Posbank te gaan. Bij voorkeur op een doordeweekse dag, met iemand die de mooiste achteraf paadjes kent in de directe omgeving. De drukte valt niet meer te vermijden (denk: molens in Kinderdijk), maar zolang de groepen motorrijders afwezig zijn, kun je er volop genieten van een heuse natuurbeleving. Want als je even stil bent, hoor je de bijenvolken zoemen, terwijl de schapen van de Rhedense kudde het gras maaien, en de lome wind je zongewarmde zoete vleugjes nectar toewaait.

De vuilnisman die bloemen rondstrooide

Vreemd genoeg heeft archiefonderzoek een stoffig en saai imago. Zodra ik vertel dat ik met ‘loopgraven’ bezig ben, krijgt menigeen een glazige blik in de ogen. Weinig mensen beseffen wat een rijkdom er schuilt in stapels papier en archiefmateriaal.

Maar eenieder die ooit serieus historisch onderzoek heeft verricht, weet wel beter. Tussen de voor mij relevante passages stuit ik op prachtige verhalen, komische anekdotes en doldwaze situaties. En dat terwijl het toch een dramatische oorlogsgeschiedenis betreft.

Want na geruchten over de geallieerde luchtlandingen, is dit hoe het verhaal over de Slag om Arnhem aldaar en in Oosterbeek begint:

Echt, in archieven wachten nog tientallen kant-en-klare filmscripts op ontdekking.

Een voorname agapanthus

Momenteel steken blauwe agapanthussen in plantenbakken op het voorhof van Huis Bergh sierlijk af tegen de ruwstenen middeleeuwse muren van het kasteel. Die agapanthussen leken mij typisch zo’n plantenmodegril. Sommige planten zijn gedurende een bepaalde periode ‘in’, en daarna zie je ze bijna nooit meer. Strobloemen, bijvoorbeeld.

Maar wat de agapanthus betreft, heb ik het mis. Die wordt hier al gekweekt sinds 1674. Om precies te zijn: in de tuin van Hieronymus van Beverninck te Warmond. Dit valt te lezen op de website van de Nederlandse Kuipplantenvereniging. Ik had het kunnen weten. Want de Leidse Hortus Botanicus ligt slechts op een steenworp afstand van Warmond.

Persoonlijk vind ik de agapanthus in knop mooier dan in volle bloei. Deze groeit in mijn eigen binnentuin, ahum.

Metallic blauwe agapanthus in knop

Een bevreemdend doorkijkje

Volgens de oogarts zijn comfort en een rustig zicht belangrijker dan scherpte. Mij boeit een foto wanneer die mij in eerste instantie op het verkeerde been zet. Zo’n foto waar je twee keer naar moet kijken, voordat je doorhebt wat je ziet. Mijn foto’s worden met de maand onscherper. De rimpeling weerspiegelt mijn zicht. Desondanks heeft dit vreemd surreële tafereel wel iets aantrekkelijks.

Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.