Levenslessen: (3) Het steentje in de rivier

Waar te beginnen? In de tijd, in de ruimte? Bij mens, plant of dier? Bij het ontstaan van het heelal, misschien? Dit is namelijk de volgende in mijn persoonlijke serie belangrijke levenslessen:

Levensles 3. Alles hangt met alles samen

Alles heeft een oorsprong en een gevolg. Ons eigen handelen bijvoorbeeld. We baseren onze normen en waarden onder meer op wat onze (voor-) ouders hebben meegemaakt. Daar gedragen we ons naar en vervolgens reageert onze omgeving hier weer op. Zo doen wij zelf ook ervaringen op. Waarop we onze eigen meningen vormen. Vervolgens dragen wij ons ideeëngoed over aan onze kinderen, die … enzovoort.

En alles hangt met alles samen. Dit heb ik vooral geleerd in mijn werk voor armoedebestrijding en ontwikkelingssamenwerking. Veel mensen denken dat het wel goed komt, als er maar een schooltje wordt gebouwd, of een ziekenhuis. En als er dan ook nog een fabriek opent, is de armoede zo voorbij. Helaas.

Neem het spreekwoordelijke steentje in de rivier. Een buurland bouwt een grote dam. Vanaf dat moment wijzigt de rivier haar koers. Waar eerst water stroomde, valt de grond langzaamaan droog. En waar het land voorheen dor was, wordt het nu rijkelijk bevloeid. De gevolgen voor de bevolking aan weerszijden van de grens zijn enorm.

Bij armoedebestrijding grijpt alles in elkaar: klimaat, geografie, milieu, geschiedenis, politiek, rechtspraak, veiligheid, religie, onderwijs, gezondheid, cultuur, bevolkingssamenstelling, et cetera. Je kan niet één enkel element aanpakken en de rest bij het oude laten.

Kortom: als je vindt dat er wat moet veranderen in de wereld, dan kan je zelf beginnen.

Levenslessen rond het jaaruiteinde

Op kerstavond zitten we aan de feestelijk gedekte tafel. Zes mensen samen, waarvan er vier elkaar niet of nauwelijks kennen. We zijn vrienden van een gastvrij paar. Aan gespreksstof is geen gebrek. Toch heeft de gastheer voor de zekerheid een speldoosje naast zich liggen. Het zit vol kaarten met prikkelende vragen. Zodra het even stil is, trekt hij een kaart. En wel deze: ‘Wat is de belangrijkste les in jouw leven?

Een week later spookt die vraag nog steeds rond in mijn hoofd. In deze periode van terugblikken en bezinning kan je het houden bij oppervlakkige feiten. Zo van: dit was het plan, dat heb ik gedaan. Check. Mooi hoor. Maar wat heb je daaraan?

Waarom schrijven we over onze ervaringen en gedachten? Waarom willen we dat ze worden gelezen door anderen? Wat is hier nieuw aan? Van de oude Grieken en Romeinen tot aan Bredero en Shakespeare. Zij zijn ons allemaal voorgegaan. Alle belangrijke levenslessen hebben zij al neergepend. Wat voegen wij nog toe aan hun woorden?

Ik denk dat we worden aangespoord door de tijdgeest. De menselijke aard blijft door de eeuwen heen vrijwel onveranderlijk. Maar wij zoeken naar manieren om met actuele situaties om te gaan. Onze leefomstandigheden zijn door intensieve globalisering en digitalisering aanzienlijk veranderd. We staan wereldwijd met alles en iedereen in verbinding. In onzekere tijden kan dat juist ons gevoel van saamhorigheid ondermijnen. Het knusse imago van vroeger lijkt verder weg dan ooit.

Als ik dit bijna voorbije jaar in één woord moet typeren, dan is het dit: miscommunicatie. Moedwillig of onbewust; uit machtsbesef, angst of onmacht. Miscommunicatie is van alle tijden. Maar met de huidige middelen kunnen de gevolgen wel veel verder reiken.

Aan ons de taak om aandachtiger te luisteren. Om vaker vragen te stellen. Om situaties beter te ontrafelen. Zodat we achterliggende beweegredenen kunnen zien voor wat ze zijn. En dan …

Misschien schuilt daarin het begin van een levensles. Welke belangrijke levensles wil jij voor 2020 doorgeven?

Contactadvertentie tussen de gevonden voorwerpen

In de dagelijkse feed van onze buurtapp verschijnt een enigszins ongebruikelijk bericht. Meestal staan hier gevonden voorwerpen en spullen te koop of gratis af te halen. Plus oproepjes voor klussers of gezamenlijke maaltijden en aankondigingen van culturele evenementen. Deze keer gaat het om een contactadvertentie. Een man met foto, (‘Ik ben een mooie jongen’), zoekt 50+ vrouwen voor een seksuele relatie. ‘Reacties graag via privé-bericht.’

Dat laatste is jammer, want ik ben nieuwsgierig. Naar hoe hierop wordt gereageerd, bedoel ik. Zal zijn contactadvertentie wel goed vallen? Zijn adres duidt op iemand met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap. De contactadvertentie is zichtbaar in zeventien buurten, maar vooralsnog blijft het ogenschijnlijk stil. Is dan niemand geïnteresseerd? Of houden mijn buren de adem in? Een dag later staan er achttien reacties onder zijn bericht.

Een kleine analyse. De eersten die reageren zijn zonder uitzondering boze mannen. ‘Het lijkt me duidelijk dat … niet voor sex advertentie,s is. Haal je oproep aub weg. Op de site van novamora kan je terecht voor je sexoproep.’ Goh, Novamora. Zo lees je nog eens wat, meneer De Moraalridder.

De man van de contactadvertentie reageert beheerst en de boze meneer gaat aan de organisatie van de buurtapp vragen of de oproep kan worden gewist. ‘Ik heb hier geen behoefde aan. Ook kinderen kijken hier naar de oproepen of advertentie ,s.’ Dat de boze meneer hier geen behoefde aan heeft, is duidelijk. Hij heeft trouwens wel een serieus probleem met spelling en interpunctie. Dit in tegenstelling tot de adverteerder. Die is zelfs bereid om zijn advertentie te controleren op aanstootgevende bewoordingen.

Na deze schriftelijke schermutseling tussen heren onderling, stromen de reacties van dames binnen. Aanvankelijk zijn die wisselend van aard. Totdat een vrouw (50-) onder andere dit schrijft: ‘waarom mag een mens wel vragen om iemand die hem/haar helpt met klussen of tuinwerkzaamheden en niet voor lichamelijk contact…? Is ook een legitieme en wezenlijke menselijke behoefte hoor, kom op mensen het is bijna 2020… ;).’ Zij krijgt wel twintig digitale bossen bloemen, hartjes en andere bedankjes.

Een paar uur geleden schreef een vrouw (die te jong is voor de doelgroep) nog dit: ‘Hi N. Dapper van je dat je zo eerlijk bent. Ik hoop dat je zoekt wat je wilt. Het is in nette woorden beschreven. Jammer dat mensen er stom, grappig of negatief op reageren.’ Hier ben ik het helemaal mee eens. Opvallend is dat zij ‘Ik hoop dat je zoekt wat je wilt.’ heeft geschreven. Dat vraag ik mij namelijk eveneens af.

De klokkenluider staat in de kou

Vanavond komt om 23:05 uur 2Doc: Never Whistle Alone over klokkenluiders op NPO2. Begin dit jaar trok ik zelf aan de bel over een onrechtmatige situatie. ‘De meeste klokkenluiders die hij sprak onderschatten de emotionele impact die hun aangifte zou hebben, zegt Ferrari’, (de regisseur), in een interview voor de VPRO Gids. ‘Het is heel vreemd,’ zei een klokkenluider, ‘alsof je wordt aangevallen, en op een gegeven moment heb je zoiets van: wow, was het dan mijn fout? Je krijgt iets van spijt, gaat aan jezelf twijfelen, je voelt je schuldig.’

Ferrari sprak twintig klokkenluiders en ziet een aantal overeenkomsten. Ten eerste: ‘Wat meespeelt is dat de rechter ze in hun gelijk bevestigt. Dat is ontzettend belangrijk voor ze, dat iemand officieel zegt: je had gelijk, je was geen idioot. Ten tweede: ‘Het zijn echte professionals […] Ze zoeken eerst grondig uit hoe het in elkaar zit voor ze aangifte doen. […] Ze willen zeker zijn dat ze het bij het juiste eind hebben.’ Ten derde: ‘Bij al die klokkenluiders die ik sprak bleek het ontzettend belangrijk om anderen erbij te betrekken, voor emotionele steun, voor advies op strategisch gebied als het gaat om wetskennis.’ Dat laatste is zeker belangrijk, want de kans is groot dat klokkenluiders binnen hun eigen kring als verraders worden gezien. Ferrari benoemt ook waarom ze desondanks aan de bel trekken: ‘Ze zijn consciëntieus, geven echt om hun werk. In hun eigen ogen hebben ze geen keuze.’

Ik herken vrijwel alles in deze uitspraken. Dit gaat over de strijd met mijn liegende en bedriegende buurman. Degene die eerst een officieel bouwvoorschrift heeft genegeerd en vervolgens zijn buren voor duizenden euro’s wilde laten opdraaien toen daardoor de gezamenlijke riolering kapot ging. Er ligt nu een nieuwe riolering. Toch is van een goede afloop concreet en gevoelsmatig geen sprake. Details laat ik achterwege, maar één punt uit bovenstaande citaten wil ik wel belichten.

Don’t shoot the messenger. Ofwel, verwijt de boodschapper niet datgene, wat door toedoen van jouwzelf of van derden misgaat.

Toch was dit de houding van de buurman. In plaats van zijn eigen daden en houding onder ogen te komen, ging buurman vol in de slachtofferrol. Slim van hem. Als je hoogbejaard en fysiek zwak bent, heb je de goedgelovigen al snel op je hand. Zo snel, dat ze geen moeite meer doen om te verifiëren of het wel klopt wat je beweert. Ook mensen die uit hoofde van hun functie echt beter zouden moeten weten, trappen daar in. Ik ben hier driemaal mee geconfronteerd. In één geval heb ik een ambtenaar binnen een uur tijd als een blad aan de boom van houding zien veranderen. Het bleek dat buurman valse lasterpraat niet schuwde. (En ja, daarvan kan ik schriftelijk bewijs overleggen.)

Ook was er duidelijk sprake van framing. Denk aan beeldvorming in de trant van ‘dat mens dat niet zo moeilijk moet doen’, of ‘dat vijandige kreng van hiernaast’ tegen ‘die arme hulpbehoevende oudere man’, of ‘die man die toch zo vriendelijk is’. Toen ik tegen de zwaar getatoeëerde meneer van de rioolservice vertelde in welke bewoordingen de buurman ongetwijfeld tegen hem over mij had staan uitvaren, moest zelfs hij blozen. Dat had ik dus goed geraden.

Nogmaals: don’t shoot the messenger. Maar mannen als de buurman kunnen geen fouten erkennen. En ‘verliezen’ van een vrouw is voor hen al helemaal ondenkbaar. Dus gaan ze wild om zich heen slaan als je hen nood-gedwongen confronteert. Want dan voelen ze zich bedreigd. Met als gevolg dat ze zelf gaan dreigen.

Heb ik mij, zoals in het citaat, aangevallen gevoeld? Jazeker, nota bene door de vrijwillig werkende juriste van de buurman. Mijn achting voor de plaatselijke rechtswinkel is dan ook tot het absolute nulpunt gedaald. Want waarom zo vijandig doen tegen iemand die aantoonbaar ernstig door haar buurman wordt benadeeld? (Ik moet toch eens uitzoeken of de rechtswinkel gemeentesubsidie krijgt.) Maar goed, ik heb wel vaker bedenkingen bij mensen die zich als ‘hulpverlener’ voordoen.

Ongeschikt voor de politiek

Gisteren heb ik twee fouten gemaakt bij het schrijven van Gemeenten gooien alles overboord. Namelijk: 1. Ik heb een belangrijk percentage uit een artikel verkeerd geciteerd. 2. Ik heb mijn eigen interne alarmbel genegeerd. Die alarmbel geeft aan dat ik alles moet verifiëren wat ik als feit presenteer. Altijd, zonder uitzondering. Want mijn geheugen is een ramp. Maar ik had het betreffende krantenartikel niet meer en ik heb mijn betoog toch gepubliceerd.

Als je in een debat ergens voor pleit, moet je je feiten op orde hebben. Anders kan een tegenstander je zo onderuit halen. En dan weet een toehoorder niet meer of hij je nog kan geloven. Even aangenomen dat de feiten voor de toehoorder nieuw zijn. Als de tegenstander vervolgens met een goed geformuleerd argument komt, maak je met de rest van je feiten geen kans meer bij de toehoorder. En die toehoorder is bij een debat het belangrijkst.

Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat het in een (politiek) debat minder om de feiten gaat, dan om de retorica. Dus om wie het best en mooist zijn standpunten verwoordt. In een debat gaat het dus niet om wie er gelijk heeft. Het gaat evenmin per sé om het beste voor het algemeen belang. Een politiek debat draait vooral om wie de meeste toehoorders weet te overtuigen. Dat zijn mede-politici of dat ben jij als kiezer. Voor mij zijn de feiten en de ‘beste’ oplossing echter het belangrijkst.

Mensen vragen mij weleens of ik in de politiek wil, want ik denk graag na over maatschappelijke onderwerpen. Dat doe ik uit betrokkenheid en daar praat ik dan over. Meestal ben ik goed geïnformeerd voordat ik een genuanceerde mening vorm. Zo kan ik vaak ook wel uitleggen hoe het zit. Mensen houden daarvan: helderheid en een menselijke kijk. Want ‘die lui daar in Den Haag’ vinden ze maar niks.

Ik begrijp wel waarom ze teleurgesteld raken in de politiek. Want de debatten op tv laten ons zien hoe politici elkaar met argumenten onderuit proberen te halen. Er wachten zoveel urgente onderwerpen op concreet beleid en zij staan daar maar te praten. Allemaal zitten ze vast in hun eigen gelijk.

Wat de tv minder vaak toont, is dat de grootste tegenstanders soms best goed met elkaar overweg kunnen. Gisteren nog had Wilders zo te zien een gemoedelijk onderonsje met Jesse Klaver. (NOS Journaal.) Dat verwacht je toch niet. Maar dit is politiek. Want achter de schermen en binnenskamers worden er ook deals gesloten. Doe jij dit voor ons, dan doen wij dat voor jullie. Partijpolitiek. Voordat je het weet als kiezer, zijn ze ineens van standpunt veranderd. Want de feiten zijn in de politiek niet altijd het belangrijkst. Dus voelen we ons genaaid.

Intussen blijven de grote onderwerpen maar etteren. Hoe lang trekken docenten, zorgmedewerkers, natuurorganisaties, boeren, burgers en buitenlui al aan de bel? Eerst binnen de eigen organisatie of bij de betreffende instantie. Daarna regionaal of landelijk, bij belangenorganisaties en politici. We zien dagelijks waar het knelt en we voelen ons al jaren niet gehoord. Zelfs al luisteren politici naar ons, dan zijn ze in gedachten toch vaak bezig met het belang van hun eigen partij. Of met de haalbaarheid van een idee.

Mijn persoonlijke ervaringen met politici zijn beperkt. Ik ga weleens naar informatiebijeenkomsten; ik spreek weleens iemand. Je denkt misschien dat ik tegen politici opgewassen ben. Tenslotte weet ik meestal goed waarover ik praat en ik kan mijn mening verwoorden. Dat vinden politici wel prettig, want zo kunnen ze hun eigen standpunt toetsen en aanscherpen. In bepaalde situaties hebben anderen mijn kennelijk originele gedachten zelfs overgenomen.

Maar politici moeten zich richten op uiteenlopende belangen, terwijl ik vooral focus op logische oplossingen. En politici zijn gewend aan debatteren; ik niet. Daarom voel ik mij steevast door politici verbaal overweldigd. Het gevolg is dat ik mij niet werkelijk gehoord voel. Erger nog: ik voel mij soms gebruikt en weggezet.

In de politiek gaat het niet om mijn zorgen en om wat ik denk. Het gaat evenmin om mijn feitenkennis of om mijn argumenten. Politiek bedrijven is niet hetzelfde als aan een vergadertafel zitten, iedere deskundige en beleidsmaker inspraak geven en samen werken aan de beste optie in het algemeen belang op de lange termijn.

Zo’n constructieve samenwerkingsvorm is mogelijk. Ik heb dit meegemaakt bij een bedrijf en een ontwikkelingsorganisatie. Het was ideaal. In ons land echter, wordt politiek voor het oog van de bevolking vooral bedreven via strijd, en via handjeklap in plaats van samenwerking.

Was er maar een Raad van Wijzen, die onafhankelijk en objectief het hoofdpad uitstippelt en het laatste woord heeft. Dan zou ik graag op de achtergrond een inhoudelijke bijdrage leveren. Maar zo’n raad is er niet, dus is de politiek niets voor mij.

Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt mij daarover niets gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.