Een dutje doen in een bloem

Je staat er zelden bij stil, maar ook insecten hebben nachtrust nodig. In de buurtapp verscheen onlangs een foto van vier slapende bijen in een bloem. Sindsdien zie ik in mijn tuin ook regelmatig slapende hommels en bijen. Hommels hangen graag onderaan de bol van kogeldistels. En kijk hoe dit bijtje heerlijk ligt te soezen met zijn kopje tegen een meeldraad van een ballonplantbloem. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sommige bijen kruipen tegen de avond in een bloem, kort voordat die zijn blaadjes sluit. Anderen zetten hun kaken in een stengel of meeldraad. Zo houden ze zich stevig vast terwijl hun spieren verstijven. Je kan ze dan zachtjes aanraken, waarna ze slaapdronken hun pootjes bewegen.

Even het hoofd laten luchten

Bij schurende gesprekken en stroef verlopende processen is het aangenaam om je hoofd te laten luchten. Stap de deur uit, zoek een open ruimte op, bij voorkeur met vergezicht, en haal diep adem. … Je voelt nu de irritatie uit je lichaam verdwijnen en je rondtollende gedachten kalmeren.

Op hete dagen (het is momenteel in de schaduw 32 graden), lukt dat moeilijk buiten. Voor dergelijke situaties heb ik enkele toepasselijke foto’s in de aanbieding. Neem bovenstaande foto van de Waal en de Ooijpolder.

Stel je nu even voor dat het 25 graden is, terwijl er een zacht briesje waait. Je wandelt over een pad door de uiterwaard. Aan weerszijde bloeien zoet geurende wilde planten en tussen het hoge groen door stroomt de rivier. Je hoort nu weinig meer dan zoemende bijtjes en zacht tuffende schepen die traag door het oneindige laagland glijden.  …

Straks gaat alles weer van het slot

De eerste uitnodigingen komen al binnen. We gaan direct van start zodra de lockdown versoepeld wordt. De sportclub verhuist van de gymzaal naar het park; de planning van het straatfeest wordt hervat. Alles volgens de regels van onze nieuwe anderhalvemetersamenleving. Volgende week zal ook de drukte in het verkeer weer toenemen.

Weg rust, weg stilte. Dag vogelgeluiden, dag schone blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen. Het was fijn, maar nu wordt het wederom dringen geblazen.

Ik zie ons imminente gekrioel met gemengde gevoelens tegemoet. En velen met mij. Daarom is het zo opmerkelijk als zulke mensen mijn berichten verkeerd interpreteren waarin ik op genuanceerde wijze schrijf dat ik Nederland te vol vind.

Een vreemd aangenaam begin

De coronacrisis dringt maar moeilijk tot mij door. Terwijl de wereld in brand staat, wandel ik rond in een jeugdherinnering. 1973, autoloze zondag, rolschaatsende kinderen op de A4. Zo rustig is het nu hier.

Stel je voor: op deze maandagmiddag is het heerlijk zacht voorjaarsweer. Je kan naar buiten zonder jas en overal zijn kinderen op straat. Ze rolschaatsen en hebben een hinkelbaan gemaakt. Een moeder speelt midden op de weg met haar dochter een balspel. Dat kan best, er is toch geen verkeer. En plotseling zijn alle buurtbewoners met hun voortuintjes in de weer.

Is dit hoe een crisis begint? Dan zijn de eerste tekenen vreemd aangenaam.

Wilgen in de mist

Mist. Hoe dichter bij de rivier, hoe dichter de mist wordt. Laaghangende wolken slokken mij op. Gedempt gebrom van een onzichtbaar schip. Een man met een zonnebril op komt mij tegemoet. ‘Goedemiddag, jongedame.’ Ach ja. Twee schimmen verderop. Ze roepen naar een hond en ik trap in de stront. De wilgen staan er stil bij en zeggen geen woord.

Zomerse dag in Nederland

Blauwe korenbloem

Als voormalige vlakbij-de-kust-bewoonster verbaas ik mij altijd over inwoners van het binnenland. Wordt het heet, dan gaan ze allemaal naar het strand. Nu ik in het oosten woon, zie ik de uittocht van nabij. Gisteren stonden er zelfs mensen met opgeblazen luchtbedden op het station. Toch, als het érgens benauwd is, dan is het wel aan zee. Overal krioelende massa’s, lawaai en volle parkeerterreinen. Eenmaal op het strand brandt de zon genadeloos. En dan dat plakkerige zand. Wat een armoe.

Op warme dagen vertoef ik liever op het platteland. Voeten in het gras, briesje er langs. In goed gezelschap loungen onder een veranda; eten en drinken bij de hand. Wandelen in een schaduwrijk bos. En dan natuurlijk uitgebreid pauzeren bij elk terras dat je tegenkomt. Bovendien zie je nog eens wat. Vlinders en een reetje. Drie paarden rond een pasgeboren veulen. Een nagebouwde boerderij uit de ijzertijd. Graanvelden met klaproos en korenbloem. Dit zijn zomaar wat impressies van mijn weekend. Het was weer aangenaam.

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!