De politieke misser van Rheden met de Posbank

‘Gelukkig,’ is mijn eerste ingeving, wanneer ik op het landelijke nieuws hoor, dat de gemeente Rheden het motorrijders- en autoverkeer op de Posbank niet verbiedt. ‘Gelukkig,’ want het heeft slechts een haar gescheeld, of ik was inwoner van Rheden geweest. De huidige kermistoestand kan nu gewoon doorgaan op de Posbank, een natuurgebied. Ja, jongens, gelukkig maar. Dank jullie wel, politici van de VVD, het CDA en een deel van D66, dat jullie deze waanzin dáár laten bestaan. Want waar moeten al die Harley-rijders met hun midlife crises anders naartoe gaan? Naar onze bosrijke gemeente soms? Alsjeblieft zeg, spaar me.

Even voor de duidelijkheid. De KNMV, ofwel de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging, zit op Papendallaan 51 in ARNHEM. Hoe lang zouden die lijntjes tussen de KNMV en de politieke partijen in de aangrenzende gemeente Rheden nou eigenlijk zijn?

Afijn, jullie doen maar, hoor, daar op Rhedens grondgebied. Weten jullie wat, ik zal jullie zelfs wat tips geven. Wat ideetjes voor commerciële mogelijkheden, die ik als professional in andere landen heb opgedaan. Want al die heidepollen en die bomen staan daar nu maar een beetje dom te staan. Daar hebben we zo toch ook niks aan. Nee, daar kunnen we best een verdienmodelletje voor ontwikkelen.

Tip 1. Leg een kabelbaan aan. Zodat de mensen al vanaf het pannenkoeken-restaurant nabij het station in Rheden regelrecht via de kabel naar de Posbank kunnen gaan.

Tip 2. Tover de uitkijkpost met het bankje van meneer Pos om tot podium. Die plek is daarvoor ideaal. Dan kunnen er artiesten optreden, zoals de Snollebollekes, bijvoorbeeld, ter vermaak van alle wandelaars. Anders is het daar toch maar saai. Gewoon wat geluidboxen erbij en knallen maar.

Even terzijde. De heer Pos was hoofdconsul en de 2e voorzitter van de ANWB. U weet wel, die automobilistenvereniging. Vandaar.

Tip 3. Leg ook maar gelijk een attractiepark aan. Je moet het pleps en de kindertjes bezig houden, nietwaar? Gewoon iets in de stijl van Disneyland, zeg maar. Nou ja, iets kleiner dan en compleet met een arsenaal aan restaurants. Er zullen wel wat bomen plaats moeten maken voor de benodigde parkeervakken, maar alla.

Tip 4. Ja, ja, mensen, komt dat zien. Het beste heb ik namelijk voor het laatste bewaard. We leggen er een dierentuin aan! Nee, niet zomaar een dierentuin. Natuurlijk niet. Veel te saai. Nee, we leggen er een dierenpark aan waar we de dieren kunstjes laten doen. Neem een voorbeeld aan landen in Oost-Europa, Turkije en China en zo. Daar weten ze wel hoe ze de beren aan het dansen krijgen, hoor. Echt leuk om te zien.

Trouwens, ik herinner mij nog zo’n dierenpark in Indonesië met een enorme krokodillenbak. Kan je meteen tasjes en schoenen van krokodillenleer in het assortiment van de souvenirwinkel opnemen. Want ja, een winkel, dat was ik nog vergeten. Maak er meteen maar een megastore van, daaro bovenop die Posbank.

Ach, wat een briljante ideeën heb ik in vergelijkbare bananenrepublieken opgedaan.

Oh, en niets te danken hoor. Graag gedaan.

De zoete geur van nectar op de hei

Het is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden om in augustus naar de Posbank te gaan. Bij voorkeur op een doordeweekse dag, met iemand die de mooiste achteraf paadjes kent in de directe omgeving. De drukte valt niet meer te vermijden (denk: molens in Kinderdijk), maar zolang de groepen motorrijders afwezig zijn, kun je er volop genieten van een heuse natuurbeleving. Want als je even stil bent, hoor je de bijenvolken zoemen, terwijl de schapen van de Rhedense kudde het gras maaien, en de lome wind je zongewarmde zoete vleugjes nectar toewaait.

Ver weg van hier

Oh, ik besef dat er een element van vluchtgedrag in zit. In al die mooie natuurfoto’s en daarbij de ontdekking van al die wonderlijke details. Ik kan mij helemaal verliezen in fantasietjes en het verzinnen van een verhaal. Zelfs de aanleiding voor het onderzoek dat ik nu verricht, sluit hierbij aan. Want wat fascineert er meer, dan de ontdekking van een periode in de lokale geschiedenis waarvan bijna niemand precies weet wat zich hier heeft afgespeeld? Oké, het draait dus vooral om nieuwsgierigheid.

Maar als alles twee kanten heeft, positief en negatief, dan kan nieuws-gierigheid overgaan in vluchtgedrag. En soms krijgt dat de overhand.

Ik heb moeite met het nieuws van deze week. Er moet een miljoen huizen worden bijgebouwd en Lelystad Airport krijgt ineens toch 10.000 vliegbewegingen per jaar. Verder moeten er nog meer bedrijven hiernaartoe worden gehaald. Daarom moeten de wegen worden verbreed, want het moet logistiek gezien wel een beetje doorstromen allemaal. De welvaart moet toenemen, zodat we, kortom, nog betere consumenten worden.

We moeten meer mountain bikes willen kopen, bijvoorbeeld, waarmee we overal doorheen moeten willen crossen. Daarom gaan we meer paden aanleggen, midden in het bos. Als extraatje, naast de autowegen, ruiterpaden, gewone fietspaden en wandelroutes die er al zijn. Geen idee waar de hertjes en de hazelwormen moeten blijven, maar dat is hun probleem. Consument zult gij zijn!

Bovendien moeten al die spullen ergens worden opgeslagen, dus bouwen we meer megaopslagruimtes bij. En we hebben grotere woningen nodig. Bij voorkeur vrijstaand, dat spreekt voor zich. Zullen we dan meteen maar de hele Veluwe kappen? Dat terrein ligt hoog en droog, en dan zijn we gelijk van die irritante stiltegebieden af.

Ik kan nog wel genieten van mijn kleine ontdekkingen. Zoals het feit dat een oranje trilzwam 15 graden vrieskou glansrijk kan doorstaan, getuige het zwammetje dat ik vorige week zag. Een deel van de natuur zal zich tijdig aan de komende klimaatverandering aanpassen. Maar of ik dat kan?

Soms doemen de toekomstbeelden op, en daarmee de aloude vragen. Zit ik hier wel goed? Hoe lang zal ik blijven? Wat is een goed moment voor vertrek? Door de huidige gekte op de woningmarkt is mijn huis nu veel waard. Zal ik eens in het buitenland rondkijken, om daar eventueel naar uit te wijken? Maar waar dan? Duitsland, België, Frankrijk? Landen waar meerdere voorouders vandaan kwamen. Of naar het noorden? Zweden misschien? In een goed geïsoleerd woning en met goede kleding aan is die kou best te verdragen. Een VRT-programma als Het hoge noorden met de sympathieke Annemie Struyf wakkert deze vragen bij mij nogal aan. …

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.

Verstilling in de mist

Verstilling. Daarover schreef Ingrid in haar reactie op het vorige logje over een wandeling in de mist. Verstillen, verstilde, is verstild. Stiller of geheel stil worden. Verstild geluk; citeert mijn oude Dikke Van Dale toepasselijk.

De wind was gisteren bij ‘t dagen des wintersen morgens verstild. (Vrij naar Gossaert.) En in het verstilde licht bleef slechts een enkele kleur zichtbaar.

Een kunstenaars-mindset

‘Wees nieuwsgierig, ga op onderzoek uit, vertraag, durf je ergens mee te verbinden en bepaal wat je speelveld is. Zo’n blik is hard nodig, bij grote én kleine problemen.’ Merlijn Twaalfhoven in Tijdgeest/Trouw, 24 oktober 2020. Dit is zijn omschrijving van een kunstenaars-mindset.

Het zijn wijze woorden. Ze vormen de basis van Raam Open. En toch kan ik mezelf er niet vaak genoeg aan herinneren. In plaats van dat ik mij ergens mee verbind, maak ik eerder een terugtrekkende beweging. Weg van de arbeidsmarkt, waarop ik zo ontgoocheld ben geraakt. Weg van de politiek, waardoor ik mij al jaren niet vertegenwoordigd voel.

Mijn speelveld bestaat nu heel concreet uit de landgoederen om mijn woonplaats heen. Als paddenstoelenfotografie een uiting is van een kunstenaars-mindset, dan is dit mijn bijdrage ter verzachting van de wereldproblematiek.

Er schuilt schoonheid in vergankelijkheid en alles gaat voorbij.