Lief dagboek in de vuilnisbak

Een wandelvriendin luistert elke zondag naar het NTR-programma Lief Dagboek. Daarin lezen mensen voor uit hun pubertijd dagboek. Het is gênant, aandoenlijk, komisch en vooral: oh zo herkenbaar allemaal. Ook ik heb jarenlang dagboeken bijgehouden. Niet dagelijks, maar telkens wanneer ik mijn hart moest luchten. Met als gevolg dat ze inderdaad aandoenlijk waren om terug te lezen, komisch eveneens, maar bovenal: te gênant voor woorden.

In 2008 was ik 45 jaar en heb ik al dat beschamende materiaal weggedaan. Want stel je voor dat ik plotseling dood neer zou vallen en mijn naaste familie die documenten in handen zou krijgen. Dat nooit. Vandaar. Dit is een ingekorte versie van de balans die ik toen heb opgemaakt.

‘Het verleden is nu echt voorbij, het heden is niet zoals toen gedacht en de toekomst is anders. Of toch niet helemaal.

Vandaag 31 augustus 2008 heb ik een stap gezet die ik wijselijk enkele malen heb uitgesteld. Maar ineens was de tijd er rijp voor. Ik heb mijn twee dagboeken inclusief aantekeningen op losse blaadjes sinds 1975 verscheurd en weggedaan. Nu liggen ze boven op het groenteafval en besmeurd door de koffieprut in een donkergrijze vuilniszak op de P.weg in de afvalbak. Tot de vuilniswagen komt en dan is de verwijdering definitief.

Ze gaan dezelfde weg als de beschamende dagboekpagina’s die ik jaren geleden al had dicht geplakt, daarna uitgescheurd en weggegooid. Evenals die oude schoolagenda’s en lelijke foto’s, die ik al eerder wegdeed. Zoals ik nu ook een enkel reisverslag uit de pubertijd, nog meer oude agenda’s en een aantal brieven wegdoe. Ik hoef ze niet meer te zien, te lezen of in mijn handen te houden. Het gebeurde ligt achter mij en ik neem het niet mee als ballast.

Waarom zou ik? Ik ben al jaren niet meer de persoon die ik toen was. Ik hoef mezelf niet te kwetsen door goudeerlijk mislukte foto’s in te plakken. En waarom zou ik opgetekende frustraties en verdriet bewaren? Neergepend om te verwerken en afstand te nemen. Niet om steeds te herlezen.

Er waren toch ook veel mooie momenten om op te tekenen? Om vast te houden? Ja, die zijn nu eveneens weg, maar niet werkelijk. Ik heb lieve, leuke, boeiende brieven bewaard, veel foto’s, en reisverslagen van alle mijlpalen in mijn leven.

Waarom dan nu deze stap? Omdat ik vanmorgen ineens bedacht dat ik misschien op de helft ben (ruim 45 jaar oud). Wellicht gaat het leven zich vanaf dit punt in spiegel­beeld ontvouwen. Minder glad en jong van uiterlijk, maar rijper en meer volwassen van geest. Minder aantrekkelijk en onzeker, maar met veel zelfvertrouwen. Minder naïef, maar ook minder onwetend. Minder oppervlakkig, maar met meer diepgang. Minder rusteloos; maar met meer rust en zelfs een soort berusting. Geen toekomst zoals ik had gedacht, maar wel een kans op goede alternatieven. Als ik ze kan zien en er iets mee kan doen. Dat is niet veranderd.

Er komt misschien nog een moment waarop ik alles zou willen teruglezen. Die agenda uit 1987 zou willen vasthouden. Ja, vooral op oudejaarsavond. Die is er dan niet meer. Maar ik ben al die dagboekaantekeningen gewoon zat. Het is steeds hetzelfde. Steevast een terugblik op hoogte- en dieptepunten. Weer over mijn werk, over relaties met anderen, over nog geen man, altijd over reisplannen, over vorige vakanties, speciale uitstapjes en concerten. Tja. Waarom zou ik dat blijven teruglezen? De pijnlijke momenten herinner ik mij toch wel. En voor het geval ik een black-out krijg, herhaal ik de hoogtepunten tot nu toe hier:

  • Reizen naar Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, South Pacific I, SP II, IJsland, Iran, Oman, Dubai, Beiroet, Madagaskar en al die andere prachtige landen. Bijzondere en heerlijke bestemmingen waar ik een fijne tijd heb gehad. Nooit zal ik spijt krijgen dat ik daar soms een baan voor heb opgezegd. Ik heb de mogelijkheden benut. Het blijven de beste keuzes uit mijn leven.
  • Andere successen, zoals de aankoop van mijn appartement. Het genealogische onderzoek en de kwaliteit daarvan. Motor- en autorijbewijs in één keer gehaald. Op mijn veertigste alsnog beland in een universitaire collegebank. Een baan in de internationale ontwikkelingssector. En het assessment waardoor bekend werd dat ik HBO werk- en denkniveau heb. Dat laatste lijkt zo gewoon, maar het heeft mijn zelfbeeld als laatbloeier wel compleet gekanteld.
  • Mensen. J. vanzelfsprekend; ondanks alles. Met hem heb ik iets gehad wat lang niet iedereen is gegeven. En tegen alle verwachtingen in was daar ineens die kans om hem in 2006 na twaalf jaar weer te ontmoeten. Ook F. uit Adelaide, voor de droom die hij aanreikte. Van een heel andere orde M. Verder E. & L. en M. Voor de opening naar een andere werkwereld: G., W., I., en A., En voor de grootste lol: I. en G. En opvoeden valt niet mee. Al met al hebben mijn ouders mij ook heel wat meegegeven.
  • Bijzondere ontmoetingen. Via associatieve gedachten wordt mijn geest af en toe getriggerd en dan schieten ze mij weer te binnen. Zoals met die behulpzame Nieuw-Zeelander in 1995, toen ik op een straathoek een plattegrond raadpleegde. En dan die verkeersagent in het Libanese Tripoli, die het razende verkeer tegenhield toen ik wilde oversteken. Hun samenlevingen zijn kwetsbaar.

Ik weet niet waar het naartoe gaat met de wereld en of Australië nog wel zo zal zijn als ik mij nu voorstel tegen de tijd dat ik stop met werken. Ik weet niet of ik er dan naartoe kan om voor langere tijd te wonen, en of ik dat dan nog wil. […] Wat eerst een vast gegeven leek, is nu in een heel ander perspectief komen te staan. Ooit was het politiek correct om pro Israël te zijn. Nu zijn het de Palestijnen die als underdog op begrip mogen rekenen.

Ik weet niet of we de huidige comfortabele werkvoorwaarden behouden als China en andere landen steeds harder gaan concurreren met Europa. Misschien is onze gouden tijd werkelijk voorbij. Qua werk, qua natuurschoon, qua beschaving, als ik even een geromantiseerde versie van Engelse omgangsvormen voor ogen hou. In de afgelopen twintig tot dertig jaar is veel al enorm veranderd.

Wellicht heb ik daarom de tastbare herinneringen aan het verleden zo lang vastgehouden. En waarschijnlijk zoek ik daarom steeds weer herkenning in westerse samenlevingen en andere ‘vertrouwde’ gebieden. Zoals het Midden-Oosten en een land als Indonesië.

Toch zie ik regelmatig mooie nieuwe dingen: kunstuitingen, muziek, een uitvinding als het internet, toegankelijkheid van kennis. Ontwikkeling is verandering, daarvoor moet je ook kunnen loslaten. Jongeren van twintig leven in een heel andere, zeer dynamische wereld met veel kansen. Meer dan mijn generatie in de jaren tachtig had.

Soms ben ik daar verbitterd over en ik voel natuurlijk dat een aantal stadia voorgoed zijn gepasseerd. Ik ben 45 jaar oud, dus van middelbare leeftijd. Het zij zo. Ik ga verder en blijf uitkijken naar nieuwe kansen. Op werkgebied, qua reisbestemmingen en wie weet toch nog op relatiegebied. Oude ballast kan je maar beter kwijt zijn wanneer je de toekomst in stapt. Vandaar.’

Het leven gaat door

Even ben ik terug in een huis dat ik al sinds mijn jonge jaren ken. Minus 25 jaar, want zo lang bleef ik er weg. Toen, in de vorige eeuw, was alles nieuw, strak en modern. Er staan nog spullen uit jeugdherinneringen. Het nieuwe is ouder nu. Evenals de bewoners. Vier min een, dat wel. Die ene kijkt me lachend aan vanaf een foto.

Een andere foto. Genomen in dit huis. Op een avond voor zijn zus en ik gingen stappen. Rode baret, strakke trui en soulbroek met wijde pijpen. Die episode. Jong en onverschrokken. Een paar jaar later veranderde alles.

Althans. Ik ging op reis en mijn leven ging verder. Terwijl zij een turbulente tijd doormaakten. Onomkeerbare zaken. Live Fast, Die Young, dat soort werk. En toen de rust weerkeerde (of iets wat daarop leek), werd alles weer hetzelfde. Uiteindelijk kon niets in dat huis verandering brengen. Jammer genoeg.

Uitvaart in Brabant

Op een uitgesproken stormachtige dag in het uitvaartcentrum van Made. Een plaatsnaam uit een grijs verleden. Google Maps toont andere illustere namen die horen bij lang geleden: Raamsdonksveer, Stampersgat en Lage Zwaluwe. Vlak onder de grote rivieren in het Brabantse land. Het water is er altijd nabij.

Hoe begint zoiets? Een vakantie in Italië. Gevolgd door logeerpartijen in de huizen van onze ouders. Hooguit twee keer per jaar; het was zo ver reizen. Dat vonden we toen, tenminste, zo’n 35 jaar geleden. We waren bijna volwassen. Tussendoor schreven we talloze brieven, vaak van wel drie kantjes of meer. Over uitgaan, vriendjes en vriendschappen. Over rijlessen, werk en hobby’s. Over de hilarische dingen die we meemaakten. En over de volgende vakanties. Daar draaide het om in ons leven.

En dan zit je naast een collega-vrijwilliger van haar overleden vader. Achter rijen grijze hoofden. Wachtend op wat komen gaat. Buiten woedt de zware westerstorm. Kale takken zwiepen naast het raam. Het omringende land ligt onaangeroerd op de achtergrond en trekt zich niets aan van de emoties binnen. Op de radio zegt de nieuwslezer achteraf: ‘In de Biesbosch staat het water zo hoog dat de dieren er last van ondervinden.’ Als ware het een echo. Want haar vader heeft dat andere hoge water daar nog meegemaakt, in 1953.

Drie kinderen van in de vijftig volgen de kist. Maar ik zie de jonge volwassenen van toen. En alsof we niet allemaal een hele levensreis hebben gemaakt, verschijnen nu ook hun ouders. In verhalen en op celluloid. Precies zoals ik me hen kan herinneren, 35 jaar geleden.

Hoge hakken, voorbije liefde

Soms weet je wel dat iets slecht voor je is, maar doe je het toch. Omdat je er een goede reden voor hebt. Of omdat het moet. Dat geloof je zelf. Tot voor kort meende ik dat hakjes horen bij een kantoortenue. Hoge hakken staan bovendien vrouwelijker dan platte stappers. Vroeger kon ik overweg met stilettohakken van tien centimeter. Wel zat ik er liever mee te pronken, dan dat ik er op liep. Want na een avond dansen had ik steevast zere voeten. Maar als je jong bent, trek je ze toch weer aan. Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, nietwaar?

Onlangs droeg ik mijn elegante hoge laarsjes weer eens naar kantoor. En na afloop maakte ik een wandelingetje door de stad. Dat had ik beter kunnen laten. Want ik heb een holvoet. Door een hoge wreef staat er dan veel druk op de voorkant van een voet. En hoge hakken verergeren dat. Jarenlang had ik weinig problemen. Kreeg ik pijn, dan kwam het met wat spieroefeningen weer goed. Tot nu, want ik loop al dagen met een zeurende, pijnlijke voet.

Kennelijk is dit het dan: het einde van een tijdperk. Van hakken naar steunzolen. Wat een overgang.

Na rouw volgt berusting

Het lijkt erg snel, zo vlak na het overlijden van mijn vader. Maar op de dag van zijn uitvaart ontstond al het begin van berusting. De gebruikelijke fasen van rouw heb ik feitelijk al eerder doorgemaakt. Die begonnen drie jaar geleden, toen bleek dat hij longkanker had. En die ziekte kwam niet onverwacht.

Mijn hele leven heb ik geweten dat mijn vader een minder goede conditie had dan de meeste andere mannen. Hij komt uit een gezin dat in de jaren veertig en vijftig zeer zwaar door TBC getroffen werd. Zes van de negen kinderen kregen die ziekte. Hij ook, tot drie keer toe. Uiteindelijk moest hij een in die tijd riskante operatie ondergaan. Na jaren tobben werd een longkwab verwijderd en genas hij. Maar zwaar fysiek werk kon hij nooit aan. Terwijl hij toch best sterk was.

Zoals veel mannen van zijn generatie, heeft hij jarenlang gerookt als een ketter. Zware Van Nelle shag doordeweeks en dikke sigaren op zondag. Dan kon je blokken hakken uit het rookgordijn dat in onze woonkamer hing. Bij het accountantskantoor waar ik in 1981 mijn eerste baan kreeg, wat dat trouwens net zo. Dat was toen heel gewoon.

Op verjaardagen bij ooms en tantes stonden er vaak glazen met rookwaren op tafel. Niet bij ons. Mijn moeder heeft gedurende haar hele huwelijk bezwaar gemaakt tegen roken. Niet dat het hielp. Al moest mijn vader buiten staan of in zijn schuurtje paffen, hij deed het toch. Ach, ik heb zelf gerookt. Je stopt alleen wanneer je er 100% achter staat.

Na de longkanker en -operatie van drie jaar geleden was hij wel gestopt (voor zover ik weet). Maar voor die tijd was hij al mager en daarna kreeg hij zijn eten nog minder goed weg. Zijn maag was nog een ander verhaal.

Kortom, al drie jaar lang zagen we hem heel geleidelijk achteruit gaan. En hij had dat zelf feilloos in de gaten. Want hij moest steeds meer dingen loslaten. Een e-bike hielp nog wel om lange fietstochten te kunnen blijven maken. Maar zijn reactievermogen ging achteruit. En hoewel hij technisch perfect reed in zijn auto, werd autorijden toch wat gevaarlijk. Zijn laatste auto wegdoen, dat is een proces geweest van jaren. En zijn rouwproces, na die definitieve stap, was ook een beetje het mijne.

Ik had namelijk een soort Pipi-Langkousvader. In mijn ogen dan. Want mijn vader kon alles. Het heeft ook bij mij wel even geduurd voordat ik accepteren kon dat dat niet langer het geval was.