Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Een zwak voor gedateerde horeca

Ineens vallen ze op tijdens een wandeling van Borculo naar Ruurlo met in Goor een noodstop. (Lang verhaal.) Van die horecagelegenheden die een beetje verouderd zijn. Oh, ze zijn aangenaam genoeg. Je kan er allerlei soorten koffies krijgen en verschillende smaakjes thee. De aankleding is gezellig en sfeervol, en het is er lekker warm. Maar toch. Het kan allemaal nog net. Het is al bijna oubollig. Of, als je beter kijkt, misschien al helemaal.

Dergelijke cafés en restaurants tref je overal aan. Wel zie je ze in de Randstad steeds minder. Daar is er vaak al een bezem door gehaald. Dan heeft zo’n zaak een complete restyling achter de rug. Als bezoeker betreed je geen strakgetrokken interieur, maar een uitgekiend concept. Ofwel een inrichting die marketingtechnisch gezien goed werkt. Want daar gaat het om. Kiezen eigenaren soms een interieur uit de catalogus van de dominante brouwerij?

Vandaag belandden we in zo’n nagebouwd bruin café in Goor. Ze hadden Heineken op de tap, plus enkele andere brands. Het etablissement was nagenoeg identiek aan twee cafés in Haarlem en Deventer. Dezelfde ‘oude’ tafels en stoelen, dezelfde verhoogde zithoekjes achter hekjes en hetzelfde soort versieringen.

Die versieringen bestaan bijvoorbeeld uit sepiakleurige foto’s van mensen en straattaferelen. Of er hangt een verzameling opvallend gladde buitenlandse nummerplaten aan de muur. (Hm, waar heb ik dat ook alweer eerder gezien? Oh ja, in een Kockengense patatzaak. Al waren de nummerborden daar wel gebruikt en origineel.) Eerlijk gezegd, doe mij het oorspronkelijke werk maar. Zelfs als de koffie iets minder smaakt.

We eindigden bij De Keizerskroon in het centrum van Ruurlo. Die zaak draait zo te zien al een poosje mee. Er zal in Ruurlo vast een hippere eetgelegenheid zijn, met een trendy keuken bovendien. Maar ik heb een zwak voor authenticiteit en dat mag best wat gewoontjes zijn. Hoewel gewoon … Waar krijg je nu een specialiteit als de huisgemaakte Reurlse kroket? Oké, de website is wat gedateerd. Nou en? Hun jachtkamer hierboven op de foto is tenminste origineel. Die zie ik liever dan zo’n inwisselbaar concept nep bruin café.

Een schoteltje van de rommelmarkt

Zaterdag. Wanneer we tegen het eind van de middag Maartensdijk binnen lopen, wordt daar net een rommelmarkt opgebroken. Het is op een pleintje bij een buurtgebouw of school. Mij ontgaat dat. Ik wordt afgeleid door het delicate geluid van brekend glas. Het komt van bij de eerste kraam aan linkerzijde. De planken kreunen onder stapels serviesgoed uit diverse perioden. Er loopt een grote, verveelde man bij. Zonder blikken of blozen gooit hij achteloos handen vol van het spul in een blauwe container. Die is kennelijk met voorbedachten rade bij de servieskraam opgesteld.

Met elke worp hoor je drinkglazen en borden en schalen en koppen en schotels breken. Het heeft wel wat, dat geluid. Vooral voor wie tweedehands aardewerk toch maar als ouwe zooi beschouwt. Snel scan ik de opgetaste waar en zie dan een glazen schoteltje met handgeschilderd bloemmotief. De stijl herken ik. Mijn moeder heeft een groter exemplaar in gebruik als fruitschaal. Waarschijnlijk was dat een van haar vondsten op een andere rommelmarkt elders in het land. Al kan haar schaal evengoed een familiestuk zijn. Dat zal ik navragen, want verder heb ik nergens zoiets gezien.

De markt is gesloten.’, bast de man wanneer ik het schoteltje pak. Ik vraag hem of ik het mag redden van de ondergang. De man is alles behalve enthousiast. Waarschijnlijk heeft hij een lange dag achter de rug. Vroeg opgestaan, gevolgd door gezeul met al die rotzooi. Dan het opbouwen van de kraam. En daarna de godganse dag mensen voor je neus die zeuren of het ook voor minder weg kan. Terwijl alles al bijna gratis is en de opbrengst voor een goed doel bestemd is. Ik weet ervan.

’50 cent’, is zijn antwoord. Wanneer ik een euro geef, bromt hij dat hij geen wisselgeld heeft. Het zal wel, laat die 50 cent maar zitten. Mijn wandel-genoten spreken daar schande van. Maar ik heb het schoteltje gered van de ondergang.

Eigenlijk is het nogal een oude dametjes ding. Normaal gesproken zou ik het nooit kopen. Soms ben ik echt bang dat ik toch op mijn moeder lijk.

Zondag. Omroep Gelderland houdt een sessie Schatgraven bij Musis in Arnhem. Net als bij Kunst en Kitsch kan je daar spullen laten taxeren. Twintig jaar geleden kreeg ik als afscheidscadeau een oud parfumflesje uit China. Mijn werkgever bracht het mee van zijn zakenreis naar Hong Kong of Singapore. ‘Het is echt oud, volgens de verkoper.’, vertelde hij na een bezoek aan een winkel vol snuisterijen. Ik weet het niet. Zulke mannen laten zich in dergelijke situaties van alles in handen duwen. Voor mijn werkgever in de offshore-industrie waren antieke damesflesjes geen bekend terrein.

Dus wil ik eindelijk weten of het flesje antiek is. Ook neem ik een foto van het schoteltje mee. Het kan gewoon een toeristen ding zijn, uit de jaren vijftig of zo. Wellicht gemaakt in Duitsland of de Balkan, of in Portugal. Op internet is het onvindbaar, welk trefwoord ik ook intyp.

Nu weet ik hoe het zit met dat Chinese flesje. Maar het glazen schoteltje herkende de taxateur niet. Het leven zit vol raadsels.

Kijken naar een Nederlandse film

Met Nederlandse films heb ik moeite. Films moeten mij namelijk naar een andere wereld voeren en iets magisch uitstralen. In praktijk beland je dan al gauw over de grens. Speelt het verhaal zich af in een ver oord, dan kan je mij om de tuin leiden. Maar Nederlandse films toets ik te makkelijk aan de realiteit.

Nederlandse films hebben meestal iets weg van een bonte verkleedpartij. Vooral voor komische films rukken ze graag een anachronistische garderobe uit de kast. Vaak zie je de oranje/bruine seventies terug, in combinatie met gebruik van mobiele telefoons.

En dan de locaties. Is het verhaal gesitueerd in Amsterdam, dan zit er een meisje in de klas dat op een boerderij woont. Tuurlijk. Even komt een wagen van de hoofdstedelijke gemeentereiniging in beeld. Ja hoor, echt Amsterdam. Waarna je rokende schoorstenen ziet, die alleen zo in IJmuiden staan. Populair zijn ook shots van het geijkte verlaten industrieterrein. Hier proef ik een vlaag van rauwe nostalgie en een heimelijke hunkering naar verrommeling. Voor dergelijke beelden moet je in Oost-Europa zijn.

Verder vormen dialogen een groot afbreukrisico. De uitspraak alleen al. In films zeggen ze vaak dingen die ik nou nooit zou zeggen. Al kan dat aan mij liggen. En ze kijken er ook anders bij. Sterker, ze bewegen zelfs anders dan de meesten van ons doen.

Kortom, Nederlandse films weten mij zelden in vervoering te brengen. Gewoon omdat ik er te veel of te weinig in herken. Maar vanmiddag was De sterkste man van Nederland op tv; een jeugdfilm uit 2011, die ik ondanks weeffoutjes toch erg leuk vond.

Fotobespreking: de IJsselkade bij Deventer

Met mijn mobiele telefoon heb ik nu steeds een camera bij de hand. Zoals afgelopen zondag tijdens een bezoek aan Deventer. De decemberzon scheen laag over de IJssel. Door het strijklicht op het water en de statige panden kreeg de kade een welhaast Franse uitstraling. Ik wilde de sfeer vangen en nam foto’s in alle windrichtingen. Later werd pas goed duidelijk wat het zonlicht had gedaan.

Bovenstaande foto vind ik geslaagd. (Klik er desgewenst op voor een scherpere vergroting.) Hij is recht tegen de zon in genomen, met half afgewend gezicht. Ik stond precies in de slagschaduw van een boom en ontweek zo de stralen. Bijna alle kleur is uit het beeld verdwenen. De bomen doemen zwart op tegen de zachtblauwe lucht. De weg en de rivier schitteren als zilver. Slechts het gras voegt wat groen toe.

Het mooiste effect zit in de samensmelting van de boom en de lantaarnpaal op de voorgrond. De boom versmalt in het glas van de lantaarn, maar loopt door. En de lantaarnpaal staat precies binnen de schaduw van de boom. Zo lijkt het alsof de stam ter hoogte van de weg deels doorzichtig is.

Qua compositie is de foto wellicht matig. Maar hij bevat nog enkele frappante details. De bomen op de kade reiken met vrijwel identieke vertakkingen naar de rivier. Links van de eerste boom zie je nog net twee mensen. Ze lopen hand in hand en geven meteen de verhoudingen aan. Ook staan er historische hekjes, bankjes en lantaarns op. Plus een oude molen aan de overkant. Alsof de tijd hier een eeuw heeft stilgestaan.

PS: Voor het idee van deze fotobespreking ben ik schatplichtig aan Jan Jaap.

‘Je was de eerste voor mij’

De bijeenkomsten voor en door werkzoekenden in ons dorp stoppen. Daardoor ontaardt de laatste bijeenkomst in een vrolijke reünie. Veel deelnemers heb ik al een jaar niet gezien. We zijn allemaal nieuwsgierig naar hoe het met de anderen gaat. Hebben ze werk? Wat doen ze nu? Het is fijn om te kunnen vertellen dat ik momenteel een opdracht heb.

Sommigen hebben nu een baan. Iemand houdt zich groot. Ja, hij heeft weer een opdracht. En verzwijgt hoeveel tijd er tussen deze en de vorige zat. Een vrouw is dankbaar voor wat het leven haar nog biedt. Er is opluchting, omdat ze met haar Parkinson eindelijk volledig is afgekeurd.

Er stapt iemand binnen, waarvan ik al hoopte dat hij zou komen. Omdat hij me aan iemand doet denken, en omdat hij zelf gewoon leuk is. Hij verloor vorig jaar zijn marketingbaan en zocht moedig naar wat anders. Voor hem geen coaching praatjes over verwerking, acceptatie en luisteren naar je innerlijke zelf. Hij had meteen al de eerste stap gezet. Deze voormalige kantoortijger haalde zijn groot rijbewijs. Dan kon hij voorlopig mooie ritjes maken naar het buitenland.

Ik wil hem spreken en hij mij. Maar in het gekrioel blokkeren allerlei mensen steeds onze toenadering. Als we eindelijk tegenover elkaar staan, zegt hij: ‘Jij was de eerste voor mij.’ Wauw, dat krijg ik niet vaak te horen. Hij herinnert zich onze ontmoeting goed en ik ben kennelijk voor hem bijzonder. Oh, hij bedoelt: de eerste met wie hij hier vorig jaar sprak en die zijn verhaal aanhoorde. Ik was degene die hem in de wondere wereld van werkzoekenden inwijdde.

Nou ja, dat is toch evengoed speciaal. Nu heb ik zijn kaartje en hij dat van mij. Want hij wil ook zzp’er worden. Tijdens die bijeenkomst willen nog twee mensen beslist met mij praten. En eenmaal thuis krijg ik een bedankje voor ons fijne gesprek van die ernstig zieke vrouw.

Een paar toevallige ontmoetingen hebben ooit de koers van mijn leven drastisch veranderd. Geen van die mensen beseft dat. Misschien moeten we vaker uitspreken wat iemand voor ons heeft betekend.

Vrouwelijk + Mannelijk = Aantrekkelijk

‘Hoge hakken staan bovendien vrouwelijker dan platte stappers.’, schreef ik in het vorige logje. Het is zo’n stelling waarover je beter eerst goed nadenkt voordat je typt. Want er kan zomaar een reactie komen met een vraag bovendien. En ja hoor. Of het erg is, als je er met platte schoenen minder vrouwelijk uitziet? En of dat betekent, dat je dan minder aantrekkelijk bent? Hm.

Om met dat laatste te beginnen: aantrekkelijk voor wie? Draag je schoenen met (hoge) hakken op het werk, dan is dat bewust of onbewust een strategie. Het is gewoon een feit. Wanneer je er ‘leuk’ uitziet, krijg je meer gedaan. Door schoenen met hakken verandert je houding. Je spant vanzelf je buik-, been- en rugspieren en gaat rechterop staan. Voor zowel mannen als vrouwen werkt dat uiterlijk in hun voordeel.

Op kantoor dragen schoenen met hakken bij aan een professionele uitstraling. Met hakken kom je binnen. Iedereen hoort je letterlijk aankomen. Hoe onzeker je je ook voelt, wanneer je hakken draagt, verwacht niemand dat je timide bent. Schoenen met hakken zijn dus soms onderdeel van een façade. Omgekeerd ga je je op hoge schoenen ook naar je uitstraling gedragen.

Het ‘vrouwelijke’ van hoge hakken zit ‘m in die aangespannen spieren. En in de optische verlenging van benen, waardoor je figuur een ideaal benadert. Frappant genoeg geldt hetzelfde voor mannen. Hoewel bij hen bescheiden hakken gangbaarder zijn. Misschien zouden kleine mannen ook wel hoge hakken willen dragen. Zoals Prince deed, bijvoorbeeld.

In de jaren zeventig liepen veel jongens rond met soulstappers en plateauzolen. Tot ze weer uit het straatbeeld verdwenen. Omdat het zo rottig gasgeven was in een auto, misschien? Of omdat vrouwen vinden dat mannen met hakken als hulpmiddel vals spelen? Laten mannen zich makkelijk en gewillig optisch misleiden, terwijl vrouwen alleen voor het echte werk gaan?

Kleine mannen vinden het doorgaans pijnlijk als hun vrouwelijke partner langer is dan zijzelf. Al scheelt het maar een centimeter. Zelf heb ik er geen bezwaar tegen als een man laarzen met (oké, maximaal vijf centimeter) hoge hakken draagt. Mits ze zwart, bruin, donkergroen of -blauw zijn. Én stoer. En alleen als hij ze overtuigend met bravoure draagt. Want een bijpassend karakter maakt wel het verschil.