Voor boosterprik naar onbekend terrein

Het is weer zover, een belangrijk keuzemoment. En dat zo kort voor de magisch beladen jaarwisseling. Want wat is het geval? Bij het maken van de boosterprikafspraak legt de website mij drie keuzes voor.

  1. Afspraak op zondagavond 2 januari op een bekende locatie met een rond de voorgestelde tijd slechte treinverbinding. Tja.
  2. Afspraak op zondagavond 2 januari op een voor mij onbekende locatie met een onhandige busverbinding. Hm. Ik zou kunnen gaan fietsen, want het is slechts vier kilometer, maar dan loopt de route in het aardedonker over een duister terrein.
  3. Afspraak eind januari in Elst, mijlenver weg in de Betuwe. Waarom sturen ze mij eigenlijk niet meteen over de grens, naar Essen bijvoorbeeld?

Toevallig prijkt Elst wel op mijn lijstje voor toekomstige wandeldroppings. Elst is onontgonnen terrein. De trein naar Nijmegen rijdt door het stadje, maar zelf ben ik nooit in Elst geweest. Er steekt een mooie kerktoren boven de huizen uit. En ze hebben er Heinz. Dat is alles wat ik weet. Dus wordt het de hoogste tijd voor sightseeing Elst.

Nu staat er een boosterafspraak voor eind januari. Alleen weet ik in dergelijke situaties nooit of ik er goed aan heb gedaan. Want, stel dat ik toch voor een van de andere opties was gegaan. Misschien was ik dan wel … [Vul maar in, laat je fantasie de vrije loop, je weet maar nooit, enzovoort, et cetera.] Dit komt door de imminente jaarwisseling. Daar ben ik gevoelig voor.

Ik heb een tipje van de sluier opgelicht en via Google street view gekeken waar de priklocatie zit. Het is op een industrieterrein, dus erg romantisch wordt het niet. Desgewenst kan ik even langsgaan bij Tuna Slachterij en Vleeswaren, bij Lozeman Tuinmachines of bij Gijsberts Garage. Er zit ook een Reconditionering en schadeherstel BV in de nabije omgeving. Dat lijkt mij wel wat. En misschien stap ik even binnen bij de Fietsvakantiewinkel. Niet dat ik fiets of vakantieplannen heb, maar die naam heeft een gezellige uitstraling.

Een half minuutje Wodanseiken magie

Na het zoveelste plaatselijke wandelrondje wil ik op verkenning gaan in onbekend gebied. Daarom besluit ik op een mooie herfstdag een dropping te doen. Met de bus rij ik naar een bosgebied tussen twee dorpen in. Vanaf de halte loopt hier een bospad naar een heideveld dat ik wel ken. En daar ergens in de buurt moeten ook de Wodanseiken zijn. Alleen weet ik niet precies waar de route ligt tussen die twee.

De Wodanseiken staan in een zeer romantisch bosgebied dat al vaak door kunstschilders is vereeuwigd. Romantisch, in de zin van oude bomen op een mosgroen terrein vol heuvels, wallen, geulen en zacht kabbelende beekjes. De paden kronkelen alle kanten op en het zicht is er beperkt. Je waant je er al snel in een andere wereld.

Voor de zekerheid breng ik water, een plattegrond en mijn smartphone mee. Googlemaps geldt als back-up, want je kan er makkelijk gedesoriënteerd raken. Maar eerst wil ik het zonlicht als leidraad nemen.

De idylle van verlatenheid wordt slechts mild verstoord door het komen en gaan van andere wandelaars op de heide. Bij de bosrand aan de overkant staat een vrouw met een telelens en camera. Zoekend kijkt ze om zich heen. ‘Weet u misschien waar de Wodanseiken zijn?’, vraagt ze aan mij. Nou, slechts heel globaal en juist dat vind ik fijn.

Zodra ik het bos betreed, komt mij een koele, vochtige herfstlucht tegemoet van de natte begroeiing op een zompige ondergrond. Eindelijk is het stil. En nu wordt het spannend. Want welke kant moet ik op?

Er staat huisje bij een beek met daarlangs een pad. Ik daal af naar de beek en kijk zoekend naar links voor iets herkenbaars. Maar al wat er is, zijn de bomen, de beek en het pad. Dan draai ik mij om. En jawel, daar staan ze: een hele rij fotografen met toeters van telelenzen recht tegenover de Wodanseiken waar een kunstschilder bezig is.

En weg is de magie.

Een album vol ansichtkaarten van rond 1910

Oude ansichtkaarten rond 1910 album

Op verzamelbeurzen en in kringloopwinkels zie je ze weleens liggen: ansichtkaarten uit vervlogen tijden. Soms staan er bakken vol en zijn ze ingedeeld per plaats of thema. Of er ligt een verkleurd album, waarvan niemand meer weet wie de kaarten verzameld heeft. De namen van de geadresseerden zeggen ons niets en de afzenders kennen we evenmin. Een verweesd album. Ik wordt daar altijd een beetje melancholiek van. Zulke albums waren nooit bedoeld als handelswaar. Die kaarten waren ooit belangrijk.

Misschien wachtte een vrouw met smart op een bericht van haar man, ver weg in een militair kamp. Mogelijk vroeg een verloofde zich vertwijfeld af of zijn geliefde nog wel aan hem dacht. Jonge vrouwen schreven kaartjes aan de familie. Vermoeid, op zaterdagavond, als hun dienstje bij een deftige Mevrouw in Den Haag erop zat. Zusjes stuurden kaartjes naar elkaar, terwijl ze uit logeren waren. En de well to do deden berichtjes op de post vanuit New York.

Misschien was zo’n album van een jongedame en kreeg ze het cadeau voor haar verjaardag. Had ze verkering met een jongeman? Wie weet wat zijn ansichtkaartjes dan teweegbrachten. Wat haar emoties waren. Hoe vaak zullen haar ogen langs zijn woorden zijn gegaan? Zoekend naar betekenis. Nam ze de tekst voor wat die was, of deelden ze een geheimtaal? De kaartjes arriveerden zonder envelop. Zo konden ze elkaar hun gevoelens toevertrouwen zonder dat nieuwsgierige ogen meelazen.

Wij hebben zo’n album vol ansichtkaarten in de familie. Mijn oudtante kreeg het als jonge vrouw in 1908 voor haar achttiende verjaardag. Rond die tijd kreeg ze ook verkering. Wanneer je er in bladert, dwaal je zo af naar een andere wereld.

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Fotobespreking: de IJsselkade bij Deventer

Met mijn mobiele telefoon heb ik nu steeds een camera bij de hand. Zoals afgelopen zondag tijdens een bezoek aan Deventer. De decemberzon scheen laag over de IJssel. Door het strijklicht op het water en de statige panden kreeg de kade een welhaast Franse uitstraling. Ik wilde de sfeer vangen en nam foto’s in alle windrichtingen. Later werd pas goed duidelijk wat het zonlicht had gedaan.

Bovenstaande foto vind ik geslaagd. (Klik er desgewenst op voor een scherpere vergroting.) Hij is recht tegen de zon in genomen, met half afgewend gezicht. Ik stond precies in de slagschaduw van een boom en ontweek zo de stralen. Bijna alle kleur is uit het beeld verdwenen. De bomen doemen zwart op tegen de zachtblauwe lucht. De weg en de rivier schitteren als zilver. Slechts het gras voegt wat groen toe.

Het mooiste effect zit in de samensmelting van de boom en de lantaarnpaal op de voorgrond. De boom versmalt in het glas van de lantaarn, maar loopt door. En de lantaarnpaal staat precies binnen de schaduw van de boom. Zo lijkt het alsof de stam ter hoogte van de weg deels doorzichtig is.

Qua compositie is de foto wellicht matig. Maar hij bevat nog enkele frappante details. De bomen op de kade reiken met vrijwel identieke vertakkingen naar de rivier. Links van de eerste boom zie je nog net twee mensen. Ze lopen hand in hand en geven meteen de verhoudingen aan. Ook staan er historische hekjes, bankjes en lantaarns op. Plus een oude molen aan de overkant. Alsof de tijd hier een eeuw heeft stilgestaan.

Turn a different corner … George Michael

‘Zou de wereld niet beter af zijn als we studenten adviseren te leren genieten van hun directe omgeving, om juist daar met het vreemde of andere in contact te komen, en alleen dan te reizen als dat tot intensief contact met een andere cultuur of andere taal leidt.’, vraagt Marli Huijer, filosoof en Denker des Vaderland, zich af.

Misschien. Je kan naar de mooiste gebieden reizen en de langste vliegroutes afleggen; uiteindelijk zijn het de ontmoetingen die het ‘m doen.

Ik hoorde zojuist op het nieuws dat George Michael is overleden. We waren even oud. Een icoon uit de jaren tachtig. Een periode die zo vormend was in mijn leven. George maakte vrolijke, luchtige discoliedjes met Wham! en daarna werd hij succesvol alleen, met een heel ander genre. Er verschenen schandalen in tabloids, maar daar zat ik nooit mee. Want als geen ander verwoordde George een moment dat cruciaal bleek.

Turn a different corner and we never would have met.

In Glyfada, Griekenland, september 1983. Als een prelude. Voor een once in a lifetime ontmoeting op de luchthaven van Athene in februari 1988. Dankzij een stoelendans, die voortgezet was in een vliegtuig. In Griekenland.

Bron citaat: Human, winter 2016/2017.

In de woestijn, Libië, 29 december 2005

auto in woestijnOm verder te kunnen rijden, vervolgen we de reis in four wheel drives. De bestuurders daarvan zijn vertrouwd met de woestijn. Samen met enkele groepsleden stap ik op goed geluk bij één van hen in. Wat zijn auto betreft, is dat misschien geen beste keus. Het raam naast mij is half geblindeerd met ondoorzichtig zwart plastic. Maar in andere opzichten ben ik heel tevreden. Hamza is duidelijk een slimme, ervaren chauffeur met flair. Over zijn lange broek draagt hij een zwarte wollen djellaba. Het vriest hier ’s nachts flink.

Uit de speakers klinkt erg goede Arabische muziek. Hamza houdt zichtbaar van stevig doorrijden in dit gebied. Wat ik prachtig vind, is dat zijn auto behoorlijk afgeragd is. De voorruit is gebroken. Alles zit los en is versleten. In plaats van glas, is de achterruit een hardboard plaat. En, geheel zoals het hoort, ligt er een bontje op het dashboard. Kortom, die auto is hier helemaal thuis.

(Na zes dagen in de woestijn vertelde degene die meestal naast hem zat, dat de rem al die tijd kapot was. Afremmen deed Hamza op zijn koppeling en met de handrem. Ach, er was toch vaak geen weg en verkeer zagen we amper.)

De hele dag zijn we onderweg naar Ghat. De woestijn is hier vrij eentonig. Slechts af en toe zien we een groene wadi. Eenmaal aangekomen, zetten we eerst onze tenten op. Het blijkt dat we met onze neus in de boter zijn gevallen. Want er is juist nu een groot Toeareg festival in de stad. Toearegs uit alle windstreken en van over de grens komen daarop af. Hele groepen hebben dagenlang op kamelen gereisd. We gaan er ’s avonds heen en deze keer zit ik naast de chauffeur. Die zet gelijk zijn meest smachtende habibi-cassettebandje op. Ha, ha. Ik ben zeker twintig jaar ouder dan hij.

Ik heb al veel islamitische en Arabische landen bezocht, maar in Ghat kijk ik echt nog mijn ogen uit. Overal lopen mannen in lange gewaden met hoofddoeken. Daarvan hebben ze een deel voor hun gezicht omgeslagen. Hun kamelen hebben prachtig bewerkte leren zadels. Ook tassen, zweepjes en zwaarden zijn bijzonder fraai versierd. Veel Toeareg zijn zwart, maar hebben wel scherpere trekken dan sub-Sahara Afrikanen. Vrouwen zijn grotendeels afwezig, behalve op het festivalterrein. Daar dragen ze de felgekleurde glitterjurken die van Iran tot in Marokko geliefd zijn. Sommigen zien er Arabisch uit en hebben een heel lichte huid.

Buiten staat een podium aan de voet van de rots met het kasteel. Onze lokale gids uit Tripoli loopt weer eens gewichtig te doen in zijn beste berberkostuum. Hij weet wel mooi van alles te regelen. Zoals een interview voor de Libische tv met onze Nederlandse gids. Ook krijgen wij plaatsen op de eerste gewone rij toegewezen. Direct achter de leren fauteuils voor de hoogwaardigheidsbekleders. We nemen plaats onder luid protest van een groep Belgen die daardoor hun geprivilegieerde positie verliezen. Na (zoals gewoonlijk) erg lang wachten, arriveren de belangrijkste gasten. Wanneer die eindelijk op hun leren stoelen gaan zitten, barst het festival echt los. De ene na de andere zingende en dansende groep treedt op. Allemaal strikt gescheiden naar geslacht en schitterend uitgedost. Het gaat de hele nacht door.