Sandfire Flat Roadhouse, juni 1988, brief aan mijn ouders

Het zat er in, natuurlijk, na die film. Mentaal ben ik al twee dagen down under. Nu lees ik de brieven aan mijn ouders. Een fragment over mijn ervaringen op het eerste traject van een low-budget motortocht.

‘Inderdaad, ik ben alwéér verhuisd. De rit van Kalgoorlie naar Broome is prima verlopen. Van Northam ben ik naar Geraldton gegaan en daar ben ik een extra dag gebleven. Daar heb ik een nieuwe ketting op mijn motor laten zetten. Geraldton is een kustplaatsje. Niet echt bijzonder, maar ik heb het museum gezocht. Dat staat vol opgedoken goederen van zo’n 300 jaar oud uit voor de kust vergane Nederlandse schepen. Het is best leuk om dat allemaal te zien. In de VOC-tijd was Nederland absoluut de machtigste natie qua zeereizen. [sic]

Van Geraldton naar Carnarvon gereden. Dat is een heel mooi subtropisch plaatsje, maar de accommodatie was duur en daarom ben ik er maar een dag gebleven. Het ligt aan de monding van de Gascoyne rivier en bij het water zitten hele zwermen witte kakatoes in de palmen. Er zijn in die omgeving bananenplantages. Van Carnarvon naar Fortesque Roadhouse gereden, want Karattha was te ver.

Dat verblijf op een roadhouse vond ik heel leuk. Roadhouses bestaan uit een bar, restaurant, winkel, en benzinestation. Er is meestal een camping bij en ze verhuren cabines in bouwketen voor mensen die er de nacht willen doorbrengen. Verder staan er bouwketen of caravans voor het personeel. Het is dus een kleine nederzetting midden in de wildernis. Vaak overnachten er truckchauffeurs met hun wagens voor de deur. Het geheel ligt aan de highway. Omdat roadhouses doorgaans zo’n 150 – 200 kilometer van de eerstvolgende bewoonde plaats liggen, stopt vrijwel iedereen er. Daar zou ik graag willen werken.

De volgende dag ben ik naar Pardoo Roadhouse gereden. (Als je een goede kaart hebt, kun je al deze plaatsen vinden.) Die zaak wordt door een groep christenen gerund en zij waren heel vriendelijk. [Achteraf gezien betrof het vermoedelijk een sekte.] Ik ontmoette er een jongen en meisje die ook ieder op de motor waren. Met hen heb ik de volgende dag een stuk samen gereden. Maar omdat ik liever alleen rijd, zijn zij doorgereden en kwam ik later die middag in Broome aan.

Iedere dag heb ik in ongeveer acht uur tijd zo’n 500 kilometer afgelegd [met pauzes]. Steeds reed ik op vrijwel verlaten wegen door de natuur. Ik heb allerlei dieren gezien, zoals emoes, valkparkieten, kakatoes, zebravinkjes en anderhalve meter hoge heuvels van termieten. Kangaroes zag ik niet, omdat die zich overdag schuil houden.

Ik werd het rijden de laatste dagen wel zat. Het is heel saai. Ik rijd tachtig km/uur [je mag in Australië officieel niet harder het eerste jaar na behalen van rijbewijs] en alle anderen rijden circa 110. Op één dag werd ik slechts door twintig auto’s ingehaald en kwam ik circa zestig tegenliggers tegen. Dat zegt wel wat. De laatste vier dagen had ik steeds schitterend windstil weer.

Van roadtrains had ik eigenlijk weinig last. Je weet op het laatst precies wat je te wachten staat. Als je zelf meewind hebt, is het op de motor net alsof je tegen een muur rijdt als ze je tegemoetkomen. Zo veel wind zuigen ze mee. En als je tegenwind hebt, voel je het verschil niet. Behalve extra lang, vanwege de drie of vier opleggers, zijn ze ook heel hoog. Hier zie je veel dubbeldek veewagens. Eenmaal kneep ik hem wel toen een truck mij inhaalde terwijl er plotseling een tegenligger aankwam. Die truck kwam toen half op mijn weghelft en ik reed helemaal aan de rand. [Ernaast ligt los zand.] …

Mijn motor heeft zich prima gehouden. Het enige nadeel is dat ik een kleine tank heb. Ik kan er 200 kilometer mee halen. Omdat op een bepaald traject de afstand van een roadhouse naar de volgende plaats 300 kilometer was, moest ik een benzineblik voor vijf liter kopen. Behalve mijn gewone bagage, zeul ik ook olieflessen, het benzineblik, een spray voor lekke banden en gereedschap mee. Maar het is te doen. Deze 3.000 kilometer lange rit was weer een hele ervaring.

Broome was niet wat ik ervan verwacht had, maar toch heel aardig. Alleen wel duur. Daarom moest ik kamperen. Ik heb een tent bij me voor noodgevallen, dus ben ik niet echt op kamperen berekend. (Geen luchtbed, geen stoeltje, geen kookgerei.) Het was bloedheet en er was geen schaduw. Alles is heel stoffig. Ik kreeg er gauw de balen van. Wat wel heel leuk was, was dat ik steeds door buren werd uitgenodigd voor ontbijt, een drankje, avondjes uit [wreck car races], etc. Omdat de eerste camping vrij duur was, verhuisde ik later naar een andere en steeds kwamen mensen helpen met opzetten en afbreken.

Ik kreeg ook heel leuke reacties, omdat ze het zo flink vonden dat ik in mijn eentje op de motor rondtoer. Voor Australische vrouwen is dat heel ongebruikelijk. Die stellen zich veel afhankelijker op. [sic] …

Ik was op vrijdag aangekomen en op maandag ging ik naar het arbeidsbureau. Er was een vacature voor een keukenhulp, waar ik op af ging. Nou, ik had mijn registratiekaart nog niet ingevuld of ik moest al aan de telefoon komen. Wat denk je, kon ik direct voor drie weken in een roadhouse werken! …’

Voettocht door de Australische woestijn

Gisteren zag ik op Canvas de film Tracks over Robyn Davidson’s fenomenale tocht door de Australische woestijn. In 1977 wandelde zij met haar hond en vier dromedarissen 2.700 km van Alice Springs naar de Indische Oceaan. Dat is zo’n beetje het droogste en dunst bevolkte deel van de outback. Het gebied is genadeloos. Zonder voorbereiding kan je er binnen een dag dood zijn. Maar ieder heeft zo zijn eigen reden om daarheen te gaan. Robyn zocht vooral de eenzaamheid op om tot zichzelf te komen.

Deze film heeft alle klassieke Australische elementen. De onmetelijke leegte van de overweldigende natuur speelt een hoofdrol. Je voelt de eenzaamheid en verlatenheid, zodra Robyn zich buiten de bewoonde wereld waagt. Het leven is hard, net als het klimaat. Robyn moet en wil alles zelf doen. Zeuren is voor losers, klagen doet ze niet. Woestijnbewoners gebruiken weinig woorden, die verspillen geen energie.

In Australische films krijgt ‘de goede’ het zwaar. Robyn moet inventief zijn en met onverwachtse uitdagingen omgaan. Niet alleen vanwege de dieren en de droogte. Maar ook omdat het onduidelijk is wie ze kan vertrouwen. Juist als het in de woestijn helemaal hopeloos wordt, duiken er vanuit het niets mensen op. Types ruwe bolster, blanke pit. Die bieden hulp en vangen haar op. Tussendoor is er humor. En o ja, uiteindelijk komt het allemaal goed. Ook met Robyn, die haar verdere leven aan reizen en nomaden wijdt.

In deze film herken ik situaties uit mijn eigen motorreis door Australië, dertig jaar geleden. Sommige scenes lijken overtrokken, maar dat hele land is nu eenmaal extreem. Zoals er bij Robyn ineens een motorrijder opduikt, ontmoette ik onderweg een Japanse wandelaar met een filmploeg achter zich aan. Als Robyn weken alleen in stilte is geweest, moet zij wennen aan de drukte van passanten. En dan zo’n lief ouder echtpaar in een knus huis te midden van grote verlatenheid (Glenayle homestead). Ze zijn er. Anno 2018 komen nieuwe woestijnbewoners vooral af op de hoge verdiensten in de mijnen.

Op de website van de Engelse Telegraph staan boeiende extracten uit het boek van Robyn Davidson over haar ervaringen. Petje af.

De film Meetings with remarkable men (1979)

Kort voordat Rusland op 24 december 1979 Afghanistan binnenviel, schoot regisseur Peter Brook Meetings with remarkable men in Afghanistan. Deze film gaat over het leven van de Grieks-Armeense mysticus Gurdjieff (circa 1866-1949). Weinig mensen in het Westen beseffen dat de islamitische wereld anno 2018 nogal anders is dan toen.

Slechts veertig jaar terug was er nog volop diversiteit binnen de islam. En in landen waar moslims nu de overhand hebben, bestond meer tolerantie jegens inwoners met een ander geloof. Ook zag je in grote delen van het Midden-Oosten, Afrika, en Azië een bonte verzameling klederdrachten. Aan iemands broek kon je zien uit welke regio de drager ervan kwam. Of tot welk volk hij behoorde.

Meetings with remarkable men toont beelden van een land en mensen die ik toen graag zelf had willen zien. Al een leven lang heb ik heimwee naar een nooit gemaakte reis langs de Zijderoute. Een reis die ik ook nooit meer zal maken. Omdat veel van wat ik daar had willen aantreffen en ervaren (culturen, omgangsvormen, klederdrachten, muziek, bouwwerken, et cetera), nu voorgoed vernietigd is. In naam van religie. Voor geld, macht en invloed dus.

Op You Tube staat een documentaire van twintig minuten over het leven van Gurdjieff. Je hoeft geen mysticus te zijn om weg te dromen bij dit bijzondere en vroege filmmateriaal.
Daarnaast staat de film Meetings with remarkable men integraal op internet. Het verhaal zal niet ieders cup of tea zijn. Maar alleen al de eerste 15 minuten zijn kenmerkend en de moeite waard.

Deze film toont een klassieke queeste, een road movie. Gebouwen en kleding zijn zo te zien authentiek. Daarom vind ik het heerlijk om hiernaar te kijken. Trouwens, wat waren de omgangsvormen anders. We maken veel meer drukte hier. Want de rust die veel scenes met gesprekken uitstralen, kan je nog altijd aantreffen in een land als Oman.

Tot besluit een gespreksfragment uit de film.

De oudere man: ‘When the dervish left me, the experience vanished. But I knew what I was looking for. For that help was needed. Fortunately I had the means to travel. I went to Africa, India, Afghanistan and Persia. I organized special expeditions to places where I might find an answer. I lived in monasteries and met many people with interests similar to my own.
De jonge Gurdjieff: ‘How can I meet such people. I need to know.’
De oudere man: ‘What do you need to know?’
De jonge Gurdjieff: ‘I want to learn. I want to understand.’
De oudere man: ‘Be careful. What do you call learning? If it means storing up experiences and believes, it will tie you up like a cord and it will prevent you from knowing. Knowing happens directly when not even a thought stands between you and the things you know.’

The Waterboys

Gisteren was de première van Waterboys, de Nederlandse film waarin de gelijknamige jarentachtigband een prominente bijrol speelt. Het verhaal gaat over ‘de onverwachte roadtrip naar Edinburgh van vader en zoon Victor en Zack. De één is een narcistische bon vivant en auteur van overbodige detectiveromans, de ander een broze cellist. De een wil niet volwassen worden, de ander is een tobber die vergeet te leven: twee ongemakkelijke mannen.’, zo schrijft het NRC.nl. De band ging verder terwijl de vader in 1985 bleef hangen.

In dat jaar zag ik The Waterboys optreden. Ze zijn vooral bekend van hun hits The Whole of the Moon en Don’t Bang the Drum. Al vind ik This is the Sea nu mooier. Die periode viel samen met een uitbarsting van creativiteit. Zelf tekende ik de platenhoezen van U2 na met houtskool. En het logo van The Waterboys vereeuwigde ik in een heus breiwerk. Feitelijk heb ik het zelden gedragen, maar toch al die jaren bewaard.

logo The Waterboys

Mad Max: Fury Road, een recensie

De nieuwste Mad Max is als vanouds mind blowing. Ga deze film zien als je van auto’s, roadmovies en fenomenale over the top races houdt. Ook in deel vier denderen de overweldigende scenes in razend tempo voort. Verwacht geen uitgebreid verhaal. Aan de post-apocalyptische wereld van Mad Max maakt regisseur George Miller weinig woorden vuil. En waarom zou hij? Alles draait om actie in deze driedimensionale uitvoering.

En toch. ‘Ook een actiefilm kan kunst zijn. Mad Max is een doorlopende achtervolging, een ballet van vuur en staal.’, volgens NRC-recensent Coen van Zwol. Vertel mij wat.

Gelaagdheid
Mad Max is slechts ogenschijnlijk oppervlakkig vertier. Elk deel heeft diepere lagen en zit vol uitgewerkte details. Die details komen in moordend tempo voorbij, maar kenmerken de hoge kwaliteit. Je ziet dat pas als je de film meerdere malen bekijkt of stilzet. Gelaagdheid zit verscholen in wat deze film representeert: de Australische outback, facetten van menselijke relaties en een afspiegeling van onze maatschappij. Woody Allen filmt een dialoog van twintig minuten waar George Miller dezelfde lading geeft aan een terloops gebaar. Hij biedt kijkers ruimte voor eigen inlevingsvermogen en fantasie. Dat is juist bijzonder subtiel.

Vooruitziende blik
Mad Max films hebben voorspellende waarde. Dat heeft George Miller al bewezen met deel twee: The Road Warrior uit 1982. Daarin zie je wat er kan gebeuren als de strijd om cruciale grondstoffen echt losbarst. Je hoeft slechts te denken aan hoe wij mensen ons bij schaarste gedragen. In dat deel gaat het om olie. De Golfoorlog brak in 1990 uit. Ik zie nog de beelden van zwartgeblakerde, verwrongen en uitgebrande wrakken langs een stoffige woestijnweg in Irak.

Creativiteit
Sommige scenes vind ik ronduit geniaal. Zoals die in Fury Road, waarin de motor van de truck met brandstof wordt ‘beademd’. Maar hoe inventief ook, vaak borduurt George voort op wat al bestaat. In dit deel loopt de truck op een gegeven moment vast in een moeras. Het lijkt de enige plek waar nog een teken van leven is. Vreemde wezens op steltachtige benen en krassende kraaien. Een ongenaakbare dode boom met uitgestrekte takken in een desolaat landschap. Duh. Erfenisje van Salvador Dali.

Rode draden in het verhaal
Geraffineerde details kenmerken de sequentie in Mad Max films. Denk aan zijn jas. Of aan het kleine zilveren muziekdoosje met draaihengsel in deel twee en vier. Ook het fragment one man one bullet is er weer. En kijk eens goed naar die motorrijder met indringende blik en woeste haren uit deel één. Hij, acteur Hugh Keays-Byrne, keert onherkenbaar terug als cultleider Immortan Joe in deel vier.

Een hoop onzin?
In de vroege jaren tachtig hadden Mad Max films nog geen cultstatus. Dat blijkt wel uit het relaas van Australische actrice Joy Smithers. Zij maakt na ruim 35 jaar eindelijk haar entree als een verwante van Imperator Furiosa. In 1979 hadden Joy’s ouders haar als minderjarige verboden om de rol van Max’ vrouw te vertolken. ‘They just thought I might get run over. From a normal working class family who doesn’t have a lot to do with the entertainment industry, they just thought it was a lot of rubbish.’ (http://www.dailytelegraph.com.au)

De beste roadmovie ooit
Voor mij zal The Road Warrior de beste roadmovie ooit blijven. De briljante, zenuwslopende achtervolgingsscènes maken nog altijd een verpletterende indruk. De adrenaline spat eraf en wordt versterkt door opzwepende theatrale muziek. Mad Max’ wereld werd bevolkt door zonderlinge types in bizarre voertuigen. Het was zuurstokroze eighties schoudervullingen meets kinky SM meets outrageously punk. Bovendien was Mel Gibson toen nog woest aantrekkelijk. En dan was er de heerlijk gestoorde rauwe Australische humor. Mad Max was iets nieuws en vreemd origineel.

Een typisch Australische film
Mad Max is onlosmakelijk verbonden met Australië. Alles zit erin. Het magnifieke uitgestrekte landschap als decor. De afgelegen eilandmentaliteit die leidt tot opmerkelijke creativiteit. De moeizame start van een strafkolonie en hoe dat nakomelingen van gevangenen en vroege kolonisten heeft gevormd. Het ruwe bestaan in de desolate Outback vereist onverbiddelijk zelfredzaamheid. Dat zie je in elke film terug. Net als de hilarische situaties bij lokale drag car races. Want het moet wel leuk blijven natuurlijk. (What a lovely day!)

Aanmerkingen
Is er dan niets wat ik minder vind? Ja, toch wel. Mad Max moet het vooral van de spectaculaire achtervolgingen hebben. Deel drie, Mad Max Beyond Thunderdome vond ik te glad Amerikaans. En in Fury Road komt Tom Hardy als de nieuwe Max onvoldoende uit de verf. Zijn metalen masker had veel eerder in het verhaal af gemogen. Ik had meer van de mimiek in zijn gezicht willen zien. Waar Mel onderhuidse humor meekreeg, moet Tom het doen met een zuinig mondje. Jammer, want volgens andere beelden heeft hij de juiste uitstraling wel.

Zoveel jaar later
De eerste Mad Max films verschenen in een ander tijdperk. Begin jaren tachtig heerste nog de zondagsrust in het dorp waar ik woonde. Ik vermoed dat die spectaculaire films uit het onbekende droomland menigeen overrompelde. En vergis je niet, vanwege de Koude Oorlog was een apocalyptische dreiging reëel.

De manier waarop ik nu naar Mad Max kijk, is onvergelijkbaar met 35 jaar geleden. Intussen heb ik zelf 35 jaar roadmovie doorleefd. Ik word al wat grijs. Maar de aantrekkingskracht van deze lone rider blijft.

De beste film ooit

Tijdens een etentje vraagt iemand welke film ik de beste vind die ooit is gemaakt. Hm …, tja …, goh. Mijn geheugen laat mij hopeloos in de steek. Sommige films lieten zeker een verpletterende indruk achter. Toch ben ik in de loop der jaren veel details kwijtgeraakt. Mijn tafelgenoten kunnen zo een analyse geven van hun favoriete films. Ze kennen de naam van elk personage. Daar zit ik dan als echte filmliefhebber, met mijn mond vol tanden.

Er schiet mij overigens wel direct een film te binnen, maar of dat nu de beste is? Wat als je toevallig van roadmovies houdt of ‘iets’ met de filmlocatie hebt? Dan draait het eigenlijk meer om persoonlijke smaak dan om kwaliteit. Natuurlijk ben ik gevoelig voor knappe acteurs, technische hoogstandjes, meeslepende verhalen en fraaie plaatjes. Alleen kijkt de jury voor de Oscars vast met andere ogen naar films dan ik.

Die vraag over de beste film blijft hardnekkig hangen. Dagenlang zoek ik in de krochten van mijn fragmentarische geheugen naar een antwoord. Veel films trek ik uit de vergetelheid dankzij internet. Het voorlopige resultaat is een lijst van zo’n 65 prachtexemplaren. En nog is die niet compleet. Onder meer omdat vrijwel alle titels  van arthouse films uit ‘obscure’ landen ontbreken.

Vervolgens ontstaat er een dilemma wanneer ik de beste film bovenaan wil zetten. Want aan de top is het dringen geblazen. Bovendien zijn bepaalde films zo ontzettend fout, dat ze binnen hun genre absoluut geniaal zijn. (En wie denkt er dat ik niet van trash hou?) Ik kies zeven categorieën en kom tot de volgende indeling: roadmovies, avontuur/historie, intermenselijke relaties, aangrijpend, fijn/humor, uber trash actie, en jeugdfilms.

Maar om één ding kan ik niet heen. Films verbeelden vaak veel meer dan wat ze ons laten zien. Ze stimuleren fantasie en scheppen zo een nieuw verhaal dat voor iedereen anders is. Kan je daar een waardeoordeel aan koppelen?

Ik besluit dat het weinig uitmaakt welke film ‘de beste’ is. Interessanter vind ik wat een film met ons doet. Mijn lijst laat ik vooralsnog aan jullie verbeelding over. Wil je vertellen welke film voor jou een bijzondere betekenis heeft en waarom? Dan hoor ik het graag.

A desert road from Vegas to nowhere
Some place better than where you’ve been
A coffee machine that needs some fixing
In a little cafe …
Calling You, Jevetta Steele, Bagdad Cafe.