Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Duel op het spoor

Langzaam nadert hij de rivier. In de verte komt de spoorbrug in beeld. Het is een riskante oversteek en misschien wacht hem een hinderlaag. Hier stoppen is ook gevaarlijk. Aarzelend komt hij tot stilstand. Een langgerekte sis ontsnapt hem.

Turend naar de overkant voorbij de brug ontwaart hij iets geels. Dus toch!
Is zijn tegenstander langer en zwaarder dan hijzelf? Het is van hieraf niet te zien.

Wat nu? Terug gaan of vooruit? Wie beweegt het eerst?

Seconden lang gebeurt er niets; dan neemt hij een besluit.
Traag tilt hij een voorwiel op, buigt zijn kop en schraapt met zijn stalen hoef over de rail.

Zijn tegenstander ontgaat het gebaar, maar voelt de trilling wel in het metaal. Een siddering gaat door hem heen.

Dan vermant hij zich, zet zich schrap en komt geruisloos in beweging …

 

(Geïnspireerd door ‘Duel’, blockbuster graffiti onderop de brugpijler.)

Glooiingen en rechte spoorlijnen

Denkend aan het Nederlandse landschap zie ik al snel strakke lijnen voor me. In de groene polders van mijn jeugd werden de kaarsrechte sloten tussen de weilanden al in de zestiende eeuw gegraven. Daar hoefde bij de ruilverkaveling weinig meer aan te worden gedaan. Zelfs het nabijgelegen kustgebied is nogal rechttoe rechtaan. Alleen tussen de duinen met hun zachte glooiingen waan je je in een natuurgebied. Al zijn ook die duinen gedeeltelijk het resultaat van menselijk ingrijpen.

De Veluwe kende ik als een bosgebied waar kaarsrechte spoorwegen doorheen liepen. Pas toen ik vijftien jaar geleden vaker ging wandelen, ontdekte ik dat ons land meer variatie biedt. Limburg, Twente en de Achterhoek staan om hun afwisselende landschap bekend.

Waar je minder gauw aan denkt, zijn de overloopgebieden langs de grote rivieren. Op verschillende plaatsen heeft het water sinds 1995 weer ruimte teruggekregen. Daar zie je een redelijk geslaagde nabootsing van het oorspronkelijke rivierlandschap.

Bij de Oosterbeekse spoorbrug over de Nederrijn lijkt het een strakke boel. Toch hadden de spoorbouwers hier iets extra’s aan hun hoofd. Vlak voor de brug daalt de spoorlijn vanuit Arnhem naar Nijmegen met een bocht af op een stuwwal. Hiervoor is een diepe geul in de helling uitgegraven. En om te voorkomen dat de treinen vervolgens door een ondergelopen uiterwaard moeten waden, zijn er honderden meters aan de brug vastgeknoopt. Wel 336, om precies te zijn, verdeeld over zes zogeheten aanbruggen. En dat terwijl de boogbrug over de rivier ‘slechts’ 132 meter lang is.

Zo, dan weet u dit ook weer. Ik heb het even opgezocht naar aanleiding van bovenstaande foto. Een winters plaatje van dezelfde brug staat hier.

Het Tolhuys in het land van Cleef

Circa 25 jaar geleden stuitte ik in Leiden op een voorouder die afkomstig was van ‘het Tolhuys in het land van Cleef’. Dat klonk best mysterieus. Zijn herkomst sprak dan ook meteen tot mijn verbeelding. De jongeman in kwestie was een bakkersknecht, geboren rond 1700. Van lieverlee werd duidelijk waar hij precies vandaan kwam. Want zijn zus vond eveneens een partner in Leiden en zij kwam uit ‘Lobith aan ’t Tolhuijs onder Pruijsen’. Lobith dus, waar vroeger een tolhuis stond.

Sinds die eerste vondst heeft een bezoek aan Lobith altijd op mijn verlanglijst gestaan. Maar ja, hoe gaat zoiets? Je maakt eens een reis rond de wereld. Daarna overwinter je een keer in Zuid-Frankrijk. Vervolgens ga je een halfjaar voor werk naar Kenia. En tussendoor bezoek je landen in Azië en Europa. Voordat je het weet, is er een kwart eeuw voorbij gegaan. Maar Lobith? Ach nou ja, dat is vlakbij en dat blijft daar nog wel even staan.

Na mijn verhuizing in 2015 naar een dorp bij Arnhem kwam ik al dichter in de buurt. Zo waren er een boottocht naar Fort Pannerden en een wandeling in de Millingerwaard. Dat zijn twee locaties in de buurt van Lobith aan de overzijde van de rivier. Ook kwam ik net over de grens in Elten en bij Aerdt  onder Oud-Zevenaar. Maar Lobith bleef een plaats die vooral in mijn gedachten bestond en dan verandert zo’n plaats uit de geschiedenis al snel in een mythologisch oord.

Afijn, Lobith dus, op 2 maart 2021. Ik trof er welgeteld twee bouwwerken aan die daar al in de tijd van mijn voorouders stonden: het gereformeerde kerkje en de schipperspoort. Dat poortje is het allerlaatste overgebleven restje Tolhuis. Gelukkig hebben we het schilderij uit 1672 nog.

Oud-Hollands winterlandschap

Sommige mensen fotograferen zichzelf terwijl ze figureren als een persoon in een beroemd schilderij. Bijvoorbeeld als de Mona Lisa of als het melkmeisje van Vermeer. Er zijn ook mensen die hedendaagse landschappen fotograferen die sprekend lijken op een landschapje in een zeventiende-eeuws schilderij. Zoals bekend, pruts ik maar wat aan met de camera van mijn oude Samsung. Daarom zal ik niet beweren dat ik iets dergelijks bewust heb gedaan. Maar zeg nu zelf: dit is toch precies een Oud-Hollands schilderij!?

Op deze foto zie je de ondergelopen uiterwaard bij Oosterbeek met links op de achtergrond het oude kerkje en rechts de spoorbrug over de Nederrijn.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Schilderachtig winters riviertafereel

Dit is een week vol zeldzame fenomenen. Het water in de Nederrijn staat nu drie meter hoger dan normaal, waardoor de uiterwaarden onder het wassende water zijn verdwenen. Ook is er veel sneeuw gevallen en beleven we een barre koudeperiode. Daarbij is de buitenlucht sinds corona relatief schoon. Voeg deze vier fenomenen samen en er ontstaat een schilderachtig winters riviertafereel. Op deze foto zie je de uiterwaard nabij het Drielse veer. Het pontje is vanwege omstandigheden uit de vaart genomen, maar naar verwachting vaart het volgende week weer.

Mijn tip voor wie de gelegenheid heeft: grijp je kans en ga naar de rivier!

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sneeuwfoto in de herkansing

Vinden jullie de weersverwachting voor het komende weekend ook zo spannend? Al dagen roepen meteorologen dat er een enorm sneeuwfront op ons af komt. Ons dorp raakt gegarandeerd volledig afgesloten van de wereld. De treinen raken allemaal ingesneeuwd en de wegen worden spekglad. Daarom is iedereen hier weer aan het hamsteren geslagen. In de supermarkt was vanmiddag geen pak melk meer te krijgen en er lag bijna geen magnetronmaaltijd meer in het schap.

Het zal mij benieuwen; tegenwoordig zijn de weersvoorspellingen nogal aan inflatie onderhevig. Ze roepen bijvoorbeeld ook al dagen dat het water in de rivieren stijgt. Nou, ik ben deze week driemaal wezen kijken, maar de uiterwaard staat nog niet eens half blank.

Maar áls het gaat sneeuwen, dan aas ik op een herkansing. Want bovenstaande foto heb ik vier jaar geleden bij het opslaan grandioos verknald. Veel te lage resolutie. Ik beloof beterschap.