Levenslessen: (3) Het steentje in de rivier

Waar te beginnen? In de tijd, in de ruimte? Bij mens, plant of dier? Bij het ontstaan van het heelal, misschien? Dit is namelijk de volgende in mijn persoonlijke serie belangrijke levenslessen:

Levensles 3. Alles hangt met alles samen

Alles heeft een oorsprong en een gevolg. Ons eigen handelen bijvoorbeeld. We baseren onze normen en waarden onder meer op wat onze (voor-) ouders hebben meegemaakt. Daar gedragen we ons naar en vervolgens reageert onze omgeving hier weer op. Zo doen wij zelf ook ervaringen op. Waarop we onze eigen meningen vormen. Vervolgens dragen wij ons ideeëngoed over aan onze kinderen, die … enzovoort.

En alles hangt met alles samen. Dit heb ik vooral geleerd in mijn werk voor armoedebestrijding en ontwikkelingssamenwerking. Veel mensen denken dat het wel goed komt, als er maar een schooltje wordt gebouwd, of een ziekenhuis. En als er dan ook nog een fabriek opent, is de armoede zo voorbij. Helaas.

Neem het spreekwoordelijke steentje in de rivier. Een buurland bouwt een grote dam. Vanaf dat moment wijzigt de rivier haar koers. Waar eerst water stroomde, valt de grond langzaamaan droog. En waar het land voorheen dor was, wordt het nu rijkelijk bevloeid. De gevolgen voor de bevolking aan weerszijden van de grens zijn enorm.

Bij armoedebestrijding grijpt alles in elkaar: klimaat, geografie, milieu, geschiedenis, politiek, rechtspraak, veiligheid, religie, onderwijs, gezondheid, cultuur, bevolkingssamenstelling, et cetera. Je kan niet één enkel element aanpakken en de rest bij het oude laten.

Kortom: als je vindt dat er wat moet veranderen in de wereld, dan kan je zelf beginnen.

Smakelijk eten uit lang vervlogen tijden

Lezing Christianne Muusers oude gerechten in Leids Wevershuis

Anno nu ligt het voedsel uit de hele wereld voor het grijpen in de supermarkt. Vruchten uit Azië, groenten uit Latijns Amerika en knollen uit Afrika. Je moet bijna zoeken naar wat er van oorsprong in de Hollandse pot zat. Fushion-gerechten vieren hoogtij. Maar is dit fenomeen wel zo nieuw? Gisteren bezocht ik een boeiende lezing door culinair historica Christianne Muusers in Museum het Leids Wevershuis. Zij vertelde dat men in de middeleeuwen al een grote variëteit aan ingrediënten kon kopen.

Ons idee is dat er vroeger weinig variatie was. Dat klopt slechts ten dele. Arme mensen aten vooral wat lokaal werd geproduceerd. Zij konden weinig exotische ingrediënten betalen. Maar de rijken hadden al vroeg een ruime keuze. Tal van ingrediënten raakten echter in onbruik na de middeleeuwen. Denk aan de zogenaamde ‘vergeten groenten’. Ook het huidige aanbod op de afdeling vleeswaren is in die zin een teken van verschraling. Waar zijn de zwaan en de varkenspootjes gebleven?

Exotische kruiden en specerijen waren van oudsher zeer duur. Tot de glorietijd van de VOC moest elk onsje over land worden vervoerd via de zijderoute. Daarna bracht de VOC onder meer kaneel en kruidnagel in grotere hoeveelheden op de markt voor een kleiner prijsje. Mede hierdoor verdrongen dergelijke specerijen de oorspronkelijke en vergelijkbare ingrediënten. Exotisch pittig (peper) verving inheems pittig (mosterd). Toch waren ook de oudst bekende smaakmakers vaak al eerder van elders ingevoerd.

Smakelijke verhalen en eeuwenoude recepten staan op Christianne’s website Coquinaria. Na de lezing was er een kleine proeverij van vlees-met-vis pasteitjes, hutspot zoals die in 1574 waarschijnlijk werd samengesteld (Leidens Ontzet!), marsepeinen egeltjes en hypocras (‘godendrank’ ofwel gekruide wijn). Die wijn smaakt zowel lekker als naar medicijn. Dat laatste is niet vreemd, wanneer je bedenkt dat er medicinale krachten aan kruiden werden ontleend.

Zoek je inspiratie voor een origineel kerstdiner, dan kan je op haar website je hart ophalen. Begin vroeg met de voorbereiding, want het kost tijd om de minder bekende ingrediënten bijeen te brengen.

NB: Bovenstaande foto is genomen in de huiskamer van Museum het Leids Wevershuis (gebouwd rond 1560), met rechts de spreekster en achter het scherm de oude bedstede.

Hoe de omgeving je gemoed beïnvloedt

Het is buiten donker, koud en nat. Je loopt als vrouw op straat en kent de weg niet in dit deel van een drukke stad. Google Maps stuurt je een smalle steeg in. Harde hoge muren; een paar vuilcontainers staan tegen een wand. Er zitten hier allerlei schimmige coffeeshops en besloten clubs zonder ramen aan de buitenkant. Voor de deur hangen twee potige Oost-Europese types rond. Sowieso zie je vrijwel uitsluitend mannen. Dan komt een luidruchtige groep vrijgezellen je lallend tegemoet. Wat een achenebbisj toestand. Je wil hier zo snel mogelijk weg.

Zet daar het volgende beeld tegenover. Je bent op vakantie in Griekenland. Het is voorjaar en het zonnetje schijnt aangenaam warm. In het oude stadje staan overal bloembakken op balkons. Je slentert op straat en ziet in een pittoresk steegje een uithangbord. Een koffiezaakje! Daar moet je zijn. Het is de perfecte plek voor een pauze met wat lekkers erbij. Heerlijk toch?

De fysieke omgeving heeft invloed op je gemoed. De ene keer meer dan de andere en het zal voor iedereen verschillend zijn. Hoe je een omgeving ervaart, hangt mede af van je stemming. Als je je goed en zelfverzekerd voelt, roept een steegje eerder nieuwsgierigheid op dan angst.

Naar mijn idee gaat de invloed van een omgeving nog dieper. Neem een bezoek aan een verouderd winkelcentrum. Daar zitten vooral discounters, kappers zonder klanten en winkels vol prullaria uit China. Verder zie je veel lege panden. De weinige bezoekers verkondigen luidkeels dat ze geen cent te makken hebben. Zo’n plek maakt dat ik mij zelf armoedig voel.

Sterker: waar wij komen, heeft invloed op hoe anderen ons zien. Als je tegen iemand zegt dat je boodschappen doet in zo’n verouderd winkelcentrum, kan je in zijn achting dalen. We hebben tenslotte ongemerkt al snel een oordeel klaar.

Omgekeerd voel je je mooier en rijker wanneer je omringd wordt door knappe mensen en kostbare, kwalitatief goede spullen. Zo kan een chique omgeving doorwerken op je zelfbeeld en je gevoel van eigenwaarde.

Zelf eet ik van twee walletjes. In het ‘armoedige’ winkelcentrum haal ik bij een Chinese toko Indonesische lekkernijen. En in de chique omgeving kijk ik gewoon graag rond.

Meer geld uitgeven en toch besparen

De afgelopen maanden heb ik mijn spaarpot flink geplunderd. Toch heb ik dankzij uitgaven ook duizenden euro’s bespaard. Misschien heb ik zelfs ‘winst’ gemaakt. Je kan denken dat je armer wordt wanneer je geld uitgeeft, maar mijn gevoel van rijkdom is juist toegenomen. Ik zal vertellen hoe dat is gelukt.

Dit jaar was ik helemaal niet van plan om veel aan mijn koophuis te doen. Ik wilde slechts de dakbedekking van een dakkapel vervangen. Hiervoor lag er al een overeenkomst met een dakdekker. Er viel alleen geen datum af te spreken met die man. Toen ik er na drie maanden wat van zei, werd meneer bijzonder nijdig. Exit dakdekker. Tussendoor ontstond er wel een kleine lekkage, maar die kon ik eenvoudig zelf verhelpen.

Bleef over: het boeideel dat tijdens de winter ineens hard achteruitging. Er kwam water in een kiertje en dan houdt MDF het niet meer. Ook waren er nog wat kleine klusjes. Het is best lastig om een goede en betaalbare klusser te vinden. Feitelijk lag er inmiddels een wáslijst aan klussen en toen vond ik eindelijk iemand. Vervolgens liet ik hem alles doen wat hij maar kon. Nu, na ruim twee maanden, is hij bijna klaar.

Zo komen we bij de winst en de besparingen. De financieel grootste besparing zit in de uren. Vanwege zijn schappelijke tarief scheelt zijn inzet mij zo’n € 2.500. Ik ben een proefklant en sommige werkzaamheden zijn nog vrijwel nieuw voor hem. Dit vergt extra aansturing van mijn kant en het is een risico, maar ik ben er zelf bij. Daarnaast rekenen we materialen af op basis van werkelijke inkoopkosten. Dus zonder verborgen opslag.

Andere besparingen zitten in beschikbaar materiaal en eigen inzet. Een deel van het materiaal had ik nog liggen en vrijgekomen laminaat is op een andere plek hergebruikt. Verder doe ik het meeste schuren en verven zelf. Dat scheelt een flink aantal betaalde uren. Tot besluit help ik, waar mogelijk, een beetje mee. Een moker aangeven wanneer hij bovenop de trap staat, bijvoorbeeld. Een veel glaasjes cola brengen.

Ik zie ook winst in andere opzichten. Bij de zolderverbouwing is 7 m2 verborgen ruimte vrij toegankelijk geworden. Dit kan je opvatten als woninguitbreiding. Ook de isolatie is iets verbeterd. En er zit nu meer apparatuur in de keuken. Daarbij: met twee oorspronkelijke paneeldeuren terug in oude stijl, heeft mijn woning een luxere uitstraling gekregen. De gedane investeringen beschouw ik als een waardevermeerdering die zich wellicht in de toekomst uitbetaalt.

Los van het financiële plaatje bezorgen alle verbeteringen mij vooral woonplezier. Er is meer comfort; alles ziet er beter verzorgd uit, én ik heb extra bewegingsruimte. Geld kan je evengoed aan een reis besteden, maar daarna kom je weer thuis. Van woningverbetering kan je jarenlang iedere dag genieten. Tot besluit geeft het mij veel gemoedsrust dat er een prima klusser beschikbaar is.

Nieuwe serre in de voortuin

Serre in de voortuin

‘Kom’, dacht ik, ‘laten we eens makkelijk doen.’ Normaal gesproken duurt een verbouwing of woningrenovatie maanden. Maar dat hoeft niet. Heb je geld in overvloed, dan huur je daar een speciaal bedrijf voor in. Dat tovert je huis en tuin volledig om. Binnen een handomdraai. Ik zie het in de buurt weleens gebeuren.

Dorpsgenoten laten landelijke stulpjes optrekken met een uitstraling alsof die er al honderd jaar staan. Denk aan de in bepaalde kringen populaire notariswoning. Zo’n pand wordt kant-en-klaar opgeleverd. Desgewenst compleet met prachtig bewerkte houten daklijst, glas-in-loodramen en Oudhollandse luiken. En met bijbehorende oprijlaan waarlangs binnen een dag volgroeide bomen staan. Echt waar, alles is mogelijk. Zulke bedrijven kunnen de algehele inrichting van tuinen en woningen verzorgen.

Een rustiek ingerichte serre in de voortuin, dat leek mij wel wat. Vandaag kwam het totaalconcept voorrijden. Kijk, zo is het geworden.

Grenzen aan een mensenleven

Hoe oud zou je willen worden? Gisteren was Last Days op tv; de nieuwe reportageserie van Lieve Blancquaert. Zij onderzoekt hoe mensen wereldwijd omgaan met de eindigheid van het leven. In de eerste aflevering zien we topfitte tachtigplussers in een Disney-achtige Amerikaanse enclave. Zij lijken gezonder dan menige veertiger met een jachtig 9-tot-5-bestaan. Ik vraag mij af of ik als vijftiger even gezond oud zal worden. En hoe ziet de wereld er dan uit?

Het is bekend hoe we zo lang mogelijk kunnen leven. Dagelijks minimaal een uur bewegen en je spieren blijven trainen. Verder veel vers voedsel eten: vis, groenten, fruit en volkorenproducten. En vooral ook aan het sociale leven deelnemen. Volgens hersenwetenschapper Erik Scherder vergroot je juist de kans op ouderdomskwalen wanneer je elke dag een dutje doet. Hij is vast een calvinist. Toch is de boodschap duidelijk: we kunnen het beste actief blijven.

Statistisch gezien worden we echt steeds ouder, wereldwijd. Volgens de Wereldbank is de gemiddelde levensverwachting al gestegen van 52,6 jaar in 1960 naar 72 jaar in 2016. Die dansende Amerikanen in hun suikerspin-roze enclave doen mij echter denken aan welgestelde feestvierders op de Titanic.

Want eens komt toch het keerpunt door vervuiling en klimaatverandering. Zo is het opmerkelijk dat Nederlanders relatief weinig roken, maar wel in de Europese top 3 zitten qua longkankerdoden. (Bronnen: RIVM en Trimbos.) Vermoedelijk is er een verband met de aanzienlijke luchtverontreiniging boven ons land. Tegelijk neemt wereldwijd de kans toe op oorlogen om grondstoffen en leefbare gebieden. Syrië is daar een voorbeeld van. In Afrika is al veel langer het nodige aan de hand.

We worden dus voorlopig gemiddeld nog ouder, maar in wat voor wereld? Hoe oud we willen worden, hangt af van onze gezondheid, de beschikbare middelen én leefomstandigheden. Over de Inuït wordt verteld dat ouderen zich in tijden van grote voedselschaarste vroeger van het leven beroofden om de jongere generaties te sparen. Wie weet welke maatregelen onze generatie over een jaar of dertig treft. Of gaan anderen die maatregelen dan voor ons bepalen?

Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.