Een vorm van vrouwenhaat

Qua kennis en kunde worden vrouwen standaard lager ingeschat dan mannen; zowel door mannen als door vrouwen. Een gevolg hiervan is dat vrouwen zich veel nadrukkelijker moeten bewijzen om serieus genomen te worden. Dat blijkt uit een onderzoek waarnaar eind vorig jaar werd verwezen in een krantenartikel over de positie van Nederlandse vrouwen. Het artikel heb ik niet bewaard. Wel herinner ik mij, dat er elders in die tekst het woord ‘vrouwenhaat’ staat.

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is bij mij het kwartje gevallen. Dat artikel werd een openbaring en het werd een verlate gewaarwording. Want sinds dat artikel besef ik pas, dat het stelselmatig minder serieus nemen van vrouwen feitelijk één van de subtielere gedaanten vormt van vrouwenhaat. Daar moest ik dan bijna 58 jaar oud voor worden.

Vrouwenhaat heb ik altijd geassocieerd met de extremere uitwassen, zoals ik die voornamelijk ‘ken’ uit een aantal ontwikkelingslanden. Het woord riep bij mij ook beelden op van zwaar gefrustreerde blanke Amerikaanse mannen. Bepaalde ultra-conservatieve Trump-stemmers, bijvoorbeeld. Maar vrouwenhaat als fenomeen in Nederland? Daar had ik zelf geen ervaring mee, dus daar kon ik mij minder makkelijk iets bij voorstellen.

Tot dat artikel. Ineens vielen diverse raadselachtige puzzelstukjes op hun plek. En ineens verscheen daar die rode draad tussen de losse voorvallen.

De cadeautjes van vorig jaar

Wat je in het ene jaar niet afkrijgt, mag je beschouwen als een cadeautje voor het volgende jaar. In 2020 kon ik niet alles afronden, dus kreeg ik voor 2021 een paar geschenken mee. Dat is fijn, zou je denken. Alleen is dat buiten mijn extreme gevoeligheid voor jaarwisselingen gerekend. Wat ik naar 2021 heb meegenomen, moet wel van grote betekenis zijn.

Mijn eerste afspraak in 2021 bestaat uit twee onderzoeken en een gesprek in het Radboud UMC. Er zullen daar meerdere ontmoetingen plaatsvinden. Die ontmoetingen draaien om mijn gezichtsvermogen, dus om niets minder dan mijn persoonlijke vrijheid. En dat in een Nijmeegs ziekenhuis. Toevallig heb ik ook al een uitermate gevoelige band met die stad. Die band is volkomen imaginair, dat weet ik wel. Maar de combinatie van jaarwisseling, vrijheid en locatie maakt deze eerste afspraak zeer precair.

Want als dit cadeautje op die locatie een van de meest fundamentele zaken in mijn leven raakt … dan kan het niet anders: deze afspraak wordt zeer speciaal. Dit gaat de rest van mijn leven beïnvloeden. Echt, dit kan wel eens de ontmoeting met de man van mijn leven worden.

Het is behoorlijk spannend om ze uit te pakken; die cadeautjes van vorig jaar.

Gewenst: total recall ervaring

Soms verlang ik toch zo naar een fotografisch geheugen. Of beter: doe mij maar een total recall ervaring. Neem die rondreis in Madagaskar, waar ik gisteren over schreef. Het woord zegt het al: bij een rondreis ben je bijna dagelijks van A naar B onderweg. Je doet een korte indruk op en hup, daar gaan we weer naar de volgende locatie. Busje in, busje uit; snel even wat eten voordat het avondprogramma begint. Van zo’n reis blijven slechts flarden hangen in je herinnering. Terwijl informatie beter beklijft als we handelingen met aandacht verrichten en herhalen.

Het was prachtige rondreis in 2004, maar in mijn geheugen ontbreken nu hele stukken. Er resten verder alleen nog een onvolledig fotoalbum en een fragmentarisch reisverslag.

Stel dat het mogelijk wordt om je eigen ervaringen te herinneren alsof je de hoofdpersoon bent in een film. En dat je zelf mag bepalen welke scenes je daarin opneemt. Dan kan je de prettige ervaringen tot in detail bewaren en weer herbeleven. En van de mindere is een korte samenvatting van de belangrijkste lessen genoeg.

Dus beste AI-ontwikkelaars, waar wachten jullie op?

Behoefte aan wijsheid

Het is nog vers en het voelt onwennig. Maar ik merk dat diverse mensen mij de rol van ‘wijze’ vrouw toekennen.

Wellicht komt dit door de woelige tijd waarin we leven. Er is behoefte aan duiding door iemand die stabiliteit uitstraalt. En tegenwoordig is het al een verdienste wanneer je niet met de waan van de dag meewaait.

Bij anderen kom ik in beeld door de foto-expositie die ik heb georganiseerd. Hierdoor zien buren en bibliotheekmedewerkers wat ik kan bedenken en heb gepresteerd. Vaak bouw je pas krediet op wanneer je iets doet wat voor anderen betekenis heeft.

En sommige mensen willen gewoon weer even kind zijn. Zodat een ervaren persoon de leiding neemt en de richting aangeeft.

‘Wijsheid’ is vaak gebaseerd op werk- en levenservaring. Dat bouw je op door vallen en opstaan. Zoek je een handzame leidraad? Leef je in, stel vragen en denk zelf na.

De minder zichtbare scheidslijn

Bij de voorbereiding van de expositie stel je je voor hoe het zal lopen na de opening. Je denkt na over de inhoud en de vorm van de presentatie. En je schrijft teksten die van de collages een samenhangend geheel maken. Maandenlang bekijk je foto’s door de ogen van denkbeeldige bezoekers. Je ziet hen voor je. Hoe ze halt houden bij elke collage. Hoe ze daar naar wijzen en zeggen: ‘Goh, kijk, daar staat Marietje.’ Of: ‘Weet je nog …?’

Je verwacht trouwens dat er verschillende belangstellenden zullen verschijnen. Huidige en vroegere buurtbewoners. Evenals mensen van wie hier familie heeft gewoond. Zij zijn benieuwd naar hoe hun straat zal worden getoond. Daarnaast verwacht je andere dorpsbewoners en bezoekers die in geschiedenis geïnteresseerd zijn. En je hebt mensen uitgenodigd van wie je foto’s hebt gekregen, zoals makelaars en archiefmedewerkers.

Je weet dat bepaalde zaken onzichtbaar zullen blijven. De dieper liggende onderlinge relaties en de onbenoemde situaties. Dus kleur je zorgvuldig binnen de lijntjes om overal buiten te blijven.

Je creëert voldoende publiciteit en het resultaat mag er zijn.

Toch blijft het op de eerste dagen rustig. Heel rustig. Geleidelijk aan begin je het onzichtbare te zien. Ouderen durven niet langs te komen uit angst voor corona. En de ‘arbeiders’ uit de oorspronkelijke bevolking moeten de kost verdienen. Zij hebben meer te doen. Diverse buren zijn schuchter of verlegen. Zij komen zelden buiten hun vertrouwde kring. Sommigen van hen moet je persoonlijk uitnodigen, anders komen ze niet.

Maar er speelt nog iets. Vandaag sprak ik iemand van de sportclub, die hier geboren en getogen is. Zij woont aan de overzijde van de weg die het dorp door midden snijdt. Zij woont in het welvarende deel.

De weg is een N-zoveel, met zebrapaden en stoplichten. Je kan er makkelijk oversteken. Alleen niet als je bent opgegroeid in het welvarende deel. Want dan blijft de overzijde een gebied waar je niets te zoeken hebt. Te rauw. Althans, dat is nog steeds het heersende idee.

‘Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan jullie straat?’, vroeg zij aan mij. Nou, precies dit: ‘Dat er van oudsher arbeiders wonen en die komen hier nooit in beeld.’

Leven en weer opstaan in Beiroet

Vissers aan de Corniche.

Hij vertelde dat Beiroet vroeger het Parijs was van het Midden-Oosten. Een bruisende en mondaine uitgaansstad. Het was er goed toeven, tot aan het begin van de oorlog. De sporen uit de oude glorietijd zag ik in 2004 terug in de zorgvuldig herstelde panden. Dat herstel vond plaats in de periode waarin er vrede was. Alleen weet ik niet wat daar nu nog van over is. Van die vrede en van die gebouwen.

Er wordt gelééfd in Beiroet. Er wordt gewerkt, gelachen en hartstochtelijk genoten. Er worden vriendschappen voor het leven gesloten. En er wordt gehaat en gewroken. De stad staat op scherp. Is tegelijk passievol en  ontvlambaar, ongedwongen en chaotisch. Het een gaat in het ander over.

Ik weet niet of we deze week de totale implosie hebben gezien, als gevolg van het vele wat er mis was. Dan kan Libanon ten prooi vallen aan geopolitieke aasgieren. Er kunnen ook oude tijden herleven, compleet met vroegere grandeur. Misschien droomt president Macron van een soort gemoderniseerde Franse prefectuur 2.0. (Bedoeld als overgangsmaatregel, mag ik hopen.) Gegeven de huidige politieke, sociale, economische en financiële toestand is dit wellicht nog de beste optie. Mits dat gebeurt met volwaardige medezeggenschap van de Libanezen.

*****

Sursock museum in de wijk Achrafieh, met Libanese vlag.

Ik maak van dit logje een mini-plakboek met vakantiefoto’s van Beiroet uit april 2004. Beschouw dit maar als een eerbetoon aan de veerkracht van de bewoners. Ik weet niet wat er over is van deze gebouwen en hoe het gaat met de mensen die ik daar toen heb ontmoet.

Ze zeggen dat Libanezen ondernemend zijn. Ze zeggen ook dat de stad steeds weer als een feniks uit de as herrijst. Het zijn clichés. En toch hoop ik het.

Hiernaast een doorsnee straat met appartementen en balkons in de wijk Hamra.

De gordijnen voor het balkon linksonder houden de hitte buiten. Dit is bij mijn weten typerend voor Libanon.

 

 

Chique gebouw uit de Franse periode in de wijk Manara.

Gebouw op een kruispunt van de oude demarcatielijn Avenue du General Fouad Chebab. Dit gebouw is bewust slechts gedeeltelijk hersteld als herinnering aan de hevige gevechten in het verleden.

Het winkel- en uitgaanscentrum nabij de kust wordt hier nog opgeknapt en is gedeeltelijk weer in oude luister hersteld.

Archeologische resten in de oude stad naast nieuwbouw en kerk.

Zondagmiddag drukte op de Corniche. Wandelaars bij restaurant aan zee. Veel restaurants zijn ingesteld op feesten en diners van grote families en gezelschappen. Want ondanks, of juist door alles, weten Libanezen wel hoe het leven te vieren.