De cadeautjes van het voorgaande jaar

Gevoelig als ik ben voor jaarwisselingen en voor goede afrondingen, wil ik elk nieuw jaar beginnen met een schone lei. Dat is onbegonnen werk. Toch blijf ik het proberen, want ik geloof oprecht dat dit belangrijk is. Onopgeloste problemen zijn cadeautjes voor het nieuwe jaar, meent een andere blogster. Zij is nogal van de mindfulness.

Op weg naar 2021 kon ik bitter weinig waardering opbrengen voor haar ‘wijsheid’. Naast het gedoe van enkele al langer lopende kwesties, was in december ook een serieus oogprobleem begonnen. Op de eerste gewone werkdag in januari moest ik meteen naar de oogarts toe. Zelden ben ik zo beroerd en ongerust een nieuw jaar ingegaan als 2021. 2021, dat zou wat gaan worden. En jawel: op mijn intuïtie kan ik blindvaren.

Dus ben ik afgelopen december weer keihard bezig geweest met opruimen. Met afhandelen. Met in gang zetten. Met keuzes maken, onverbiddelijk als het moest. Met afronden, en deze keer goed. Zonder enige scrupules en rücksichtslos, als de situatie daarom vroeg. Alles, maar dan ook alles om geen herhaling van 2021 te krijgen. En dat is gelukt. Ik kan het nu al voelen. Never underestimate datgene wat je gevoel zegt dat je doen moet.

Na de recente opschoonacties keer ik terug naar de basis. Voor 2022 wens ik de hele wereld de wijsheid toe van Max Ehrmann. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Bekijk het eens vanuit een andere positie

In mijn duffe hoofd zit ik nog na te tollen van gisteren, toen er iets losschoot in een spaak gelopen kwestie. De buurman. Het toewerken naar een doorbraak en een oplossing vergt al mijn denkkracht, fysieke energie, creativiteit en strategische kennis. Daarom moet ik dit stap voor stap doen. Maar. Draai een kwart slag en bekijk de zaak dan opnieuw.

Want waarom denkt de buurman al 35 jaar lang dat hij het zich kan permitteren om maling te hebben aan zijn naast wonende buren? Kennelijk komt hij altijd weg met wat hij doet. Ik dacht eerst dat dit kwam, omdat hij zijn imago mee heeft. Het is nu tenslotte een oude en fysiek kwetsbare man.

Flarden van gesprekken met vorige eigenaren en oude buren komen weer boven. Uitspraken, die ogenschijnlijk weinig verband met elkaar houden, vallen samen met mijn eigen ervaringen in de afgelopen jaren. En dan de laatste woorden, die buurman tegen mij heeft uitgesproken: ‘Als je nog één keer over het onderhoud begint, dan gebeurt er wat!’ Ik dacht toen bij mezelf: Wie breng je daarvoor mee dan?

Ja, bekijk de zaak eens vanuit een andere positie. Kijk ook naar welke andere partijen erbij betrokken waren. Oorspronkelijk, in de jaren tachtig. En beschouw hoe bepaalde instanties zich naar mij toe hebben opgesteld. Ik ben degene die hier pas veel later is komen wonen, maar nog altijd met de nasleep van toen geconfronteerd wordt. Tot besluit: de Vraag der Vragen. Hoe zit het met de financieringsstromen?

Dus had ik opnieuw een e-mail verzonden naar een van de betrokken partijen. Een partij die de buurman bijstond en mijn bericht al een jaar lang niet had beantwoord. Ik had daarin een vergelijking gemaakt met de toeslagenaffaire. Gewoon, omdat ik in precies zo’n zelfde nachtmerrie-scenario ben beland. En verder had ik bij een andere betrokken partij een gesprek aangevraagd, met vermelding dat de kwestie mij na twee jaar nog bijzonder hoog zit. Omdat er voor mij niets is opgelost, terwijl er een compleet hulpverlenerscircus om mijn arme ‘kwetsbare’ buurman heen draait.

Die buurman heeft zijn dreigement inderdaad korte tijd later waargemaakt. Hij heeft zijn buurvrouw met alle mogelijke verzinsels en onbekende ‘vertrouwelijke informatie’ bij een officiële instantie zwart gemaakt.

Ja. Kijk naar een Engelse detectiveserie en het is immer hetzelfde verhaal. Je wordt steeds tot het eind toe op een dwaalspoor gezet door de vele zijdelings spelende en minder relevante schandalen, die door het onderzoek naar de moordenaar worden opgerakeld. Iedereen heeft wat te verbergen. Niemand, inclusief meerdere betrokken partijen, uitgezonderd.

Dat gesprek heeft een openingetje opgeleverd en nu beginnen de radertjes opnieuw te draaien.

Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open (2)

Sterke wortels, stevige houvast.

Bij het opschonen van logjes op Raam Open kom ik ze weer tegen: rake observaties en citaten die het vermelden waard blijven. Als de rest van een tekst kan verdwijnen, bewaar ik de relevante delen. Meestal zijn dat inzichten en conclusies om even te laten bezinken. Hieronder staat een bescheiden bloemlezing uit overpeinzingen van filosofische aard.

Uit Gebruik van fietspaden en de stiltecoupé: ‘We schromen om iemand terecht te wijzen. Je krijgt al gauw een kwade reactie, in plaats van een welgemeend excuus. Bovendien voel je je ongemakkelijk wanneer je iets zegt van andermans gedrag. Dan lijkt het alsof je zelf degene bent die moeilijk doet. Terwijl de rest zich zwijgend verbijt, komen rauwdouwers al snel overal mee weg. Steeds wanneer zo iemand zijn zin krijgt, sterft er een stukje bindweefsel af.

Uit Een mooie spreuk uit de bijbel: ‘Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.’ (Spreuken 26-4)

Uit Focus in, focus uit voor zingeving: ‘Verlangen naar veiligheid en gewild willen zijn, kan gekke dingen met ons doen. … We gaan heel ver voor onze wezenlijke en denkbeeldige behoeften. Daarbij verliezen we de zin van het leven uit het oog, wat dat ook moge zijn. Vriendschap misschien? Verbinding met alles om ons heen? Focus in, focus uit.’

Uit Onze behoefte aan houvast: ‘Houvast zit vooral in jezelf.’

Uit Relatiedeskundige: ‘La beauté commence au moment où vous décidez d’être vous-même.’ (Coco Chanel)

Dan de spreuk die een vaste plaats heeft in de rechterbalk van dit blog. Het is een in 2018 geciteerd citaat, dat oorspronkelijk stond in Op de barricade? (2015): ‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat daarvan.’

Uit Dromen van de Achterhoek: ‘Soms is de situatie er gewoon niet naar. Ach, wat geeft dat. Een droom is mijn beste vriend. Hij steunt mij altijd, biedt perspectief en zal mij nooit verlaten. Wat wil je nog meer?’

Uit Aanvaarding in Brabant: ‘Aanvaarding is het mooist wanneer je er helemaal zelf voor kiest. Dan is het een soort voorstadium van tevredenheid. En tevredenheid is één van de hoogst haalbare mentale staten die ik ken.’

Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Naar een andere dimensie

‘Sorry voor het ongemak.’, zegt ze. Ze heeft zojuist vertelt dat er iets mis is gegaan met de afspraak. Daardoor vervalt de helft van de beschikbare tijd. Over ongemak gesproken. ‘Er gaan al zo veel dingen mis in mijn leven.’ Het is er ineens uit. Het was niet mijn bedoeling om het daar hardop te zeggen. Dat doe ik alleen thuis.

En als ze daarna vraagt of ik erover wil praten, zeg ik dat ik toch niet terecht kan bij haar. Het woordje ‘nu’ in deze zin valt weg. Nu, bedoel ik, want tijd is weer schaars. Door al het gepraat resteert er nog minder van. Dat is wat ik denk. Ik voel mij opgejaagd; er is kennelijk haast, en wat ik bedoel, komt er beroerd uit.

Escaleren. Werkwoord. Stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit. Uit de hand lopen.

Functionele escalatie. Overdragen van een incident, probleem, of toewijzing aan een technisch team met meer expertise om bij de escalatie te assisteren.

Binnenkort heb ik een gesprek. Frappant genoeg heeft dat vooruitzicht direct effect. Want zo’n gesprek met een professional wil ik voorbereiden. Hierdoor ontstaat een breuk in een vast gedachtepatroon. Zelfs is er even de herkenning van een oudere mentale staat. Eentje die naar het era van de Grote Reizen teruggaat. Een periode vol nieuwe ervaringen, die enkele momenten van luciditeit veroorzaakten. Dan is het alsof je een opening naar een andere dimensie ontwaart.

Deze ervaring vormt een mooi bruggetje naar de 2Doc documentaire Blue Monday. Daarin komen drie jonge mensen aan het woord, die psychoses hebben meegemaakt. Bij een persoon leidde zijn psychoses hem uiteindelijk naar zijn biologische vader. Bij een ander wordt vooral inzichtelijk hoe hij worstelt met zijn positie en de verwachtingen van onze maatschappij. De derde persoon is het meest aards. Zij mist haar psychoses weleens. De meeste mensen zien enkel de waanzin of de ziekte als probleem. Maar: ‘in andere culturen wordt een psychose als bron van wijsheid en inzichten gezien.’

Overigens, een vroegere ervaring met een coach leerde mij dat je mentaal stevig in je schoenen moet staan om goed met sommige hulpverleners om te gaan.

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Beste Lilianne Ploumen

Stem met je hart en met je verstand

Beste Lilianne,

Als zwevende kiezer zag ik je gisteren in de finale van het lijsttrekkersdebat. Wij kennen elkaar, we hebben voor dezelfde organisatie gewerkt. Ik onder meer als programmamedewerker en jij als directeur. We spraken elkaar soms bij de koffieautomaat in de hal. Nadat ik vlak bij ons kantoor door een auto op een zebrapad was geschept, informeerde je oprecht bezorgd hoe het nu ging met mijn hand. Diezelfde oprechte betrokkenheid zag ik gisteren bij je terug in het debat. Die is er dus nog. Ik heb even getwijfeld of ik toch weer zou stemmen op jouw partij.

Veertig jaar geleden mocht ik als achttienjarige voor het eerst stemmen en toen koos ik voor de PvdA. Het was 1981 en de tijd van de massale jeugdwerkeloosheid. Joop den Uyl was lijsttrekker en beloofde dat hij daar wat aan ging doen. Ik geloofde hem, maar werd door hem teleurgesteld. In mijn ogen maakte hij zijn belofte onvoldoende waar. Ik nam mij toen heilig voor om nooit meer te stemmen op de PvdA. Dat heb ik al die jaren ook niet meer gedaan.

Natuurlijk ben ik sindsdien wel wat wijzer geworden. Politiek bedrijven is een onderhandelingsspel. Je moet als kiezer zelf realistisch zijn. Tijdens verkiezingen worden er droomplannen voorgelegd. Met de beste bedoelingen weliswaar, maar pas daarna volgt in de Tweede Kamer het echte gevecht.

Kiezers die geloven dat politici doen wat ze tijdens de verkiezingen beloven, zijn gewoon naïef. Want hoezeer zo’n politicus ook voor zijn standpunt opkomt, hij heeft het nooit alleen voor het zeggen. Dat proces, dat zouden ze weleens wat beter aan beginnende stemmers mogen uitleggen. Maar ja, ik kwam in 1980 van de lagere huishoudschool en betwijfel ten zeerste of we het daar überhaupt over het politieke systeem hebben gehad.

Lilianne, ik zag je daar staan, gisteren. Ik bedoel: ik zag jou, als collega, als mens. Ik zag je terug in je oude rol, die mij zo vertrouwd was. De rol die je had binnen de internationale ontwikkelingssector. Ik zag het woord ‘VERBINDING’ in hoofdletters voor me.

Ik moest terugdenken aan alles wat we bij die organisatie heb mogen doen en leren. Ik herinner mij nog zo goed hoe we met ‘partnerorganisaties’ wilden omgaan. Respectvol. De ander in zijn waarde latend. Zoekend naar gedeelde belangen en werkend vanuit vertrouwen. Ook al hadden wij de grote zak met geld in handen; wij waren evengoed van hen afhankelijk voor de lokale kennis en goede uitvoering van plannen.

Lilianne, ik zag je gisteren terug in je nieuwe rol. Daarbij viel mij ineens de positie op, die je nu hebt ten opzichte van de anderen. De lijsttrekkers van de grootste partijen, bedoel ik. Je hebt absoluut lef, want het is me nogal een slangenkuil. Maar ik denk dat je hiervoor hebt gekozen uit volle overtuiging. Omdat er nog zulke scheve verhoudingen zijn en je wilt opkomen voor de zwakkeren. Omdat we niet mogen weglopen voor de grote en urgente vraagstukken. Omdat er nog veel valt te verbeteren en jij in deze positie echt wat kan betekenen.

En ik geloof in jou. In het debat zocht je toenadering en hield je op een sympathieke manier aan je standpunten vast. Ik kon aan de gezichts-uitdrukkingen van de andere lijsttrekkers zien dat je ontwapenend bezig was. Dat is zo belangrijk.

Want, mijn God zeg, wat ben je toch op een apenrots beland. Neem nu die zelfingenomen VVD’ers, vertegenwoordigd door zo’n gladde prater als Mark Rutte. De arrogàntie van iemand die meent dat hij toch wel wint. Ik werd er onpasselijk van. Hij nam niet eens de moeite om wat rustiger te praten, zodat de gewone man hem ook kan verstaan. Maar ja, hij is voor de middenklasse en de ondernemers. De rest en de natuur kunnen verrekken. Hij zal de verdeeldheid alleen maar groter maken.

Lilianne, misschien ervaar jij je huidige positie nu net zo als ik mijn positie bij mijn laatste werkgever heb ervaren. Daar werkte ik te midden van een stel super intelligente jonge honden. Ik was aangenomen op basis van mijn kennis en uitgebreide werkervaring. Ze hadden er waardering voor, maar ik kon onmogelijk aan hen tippen. En ik kon ze niet meer bijbenen. Het werd mij pijnlijk duidelijk dat ik links en rechts was ingehaald. Dat mijn jarenlange bijscholing weinig meer uitmaakte.

Hier stond een nieuwe generatie. Bovendien waren mijn werkgevers strategisch zo veel gehaaider dan ik. Wat wil je ook: zij behoren tot de absolute top in de debatwereld. Maar toch. Ik kon er niet meer tegenop en ik zie dat het nu ook jou enige moeite kost.

Als ik het mij goed herinner, was jij al weg bij onze werkgever toen de reorganisatie werd doorgevoerd. Je hebt niet meegekregen hoe het mij daarna is vergaan. Over ons werk heb ik tientallen logjes geschreven op Raam Open. Omdat ik de kennis en inzichten die ik bij onze organisatie heb opgedaan, wilde blijven delen en gebruiken. Ik wilde ze inzetten om verandering te bewerkstelligen, hoe gering ook. In het onrecht dat mensen en de natuur overal ter wereld wordt aangedaan.

Heel even heb ik getwijfeld of ik toch weer zal stemmen op de PvdA. Niet voor die partij, nee, voor jou. Omdat ik in je geloof en je ook wil steunen. Maar ik heb toch te veel moeite met jouw partij. Ik ben oud genoeg om te beseffen dat je niet eindeloos vast moet houden aan een bezwering van veertig jaar geleden. Maar ik heb recent wel weer een zeer schofferende ervaring opgedaan. Als vrijwilliger, nota bene, wiens maandenlange inzet niet als waarde werd gezien.

Ik heb het over de foto-expositie, waarvan de penningmeester publiekelijk verkondigde dat de donor met zijn paar honderd euro een grotere bijdrage had geleverd dan ik. We hebben er drie maal over gesproken. Hij is onvermurwbaar in zijn standpunt. In zijn e-mail noemde hij mijn wens en voorstel ‘onfatsoenlijk’. Is het onfatsoenlijk, als ik het materiaal aan het provinciale archief wil doneren, in plaats van aan de financier van het printwerk en een paar lijsten? Deze meneer woont in het grootste huis van onze straat en voor zijn raam hangt een poster van jouw partij.

Maar als een voormalige lokale representant van de PvdA uitsluitend oog heeft voor het geld, en mijn vrijwillige arbeid voor lief neemt, dan is en blijft het voor mij een waardeloze partij.

Dus stem ik op een andere vrouw. Iemand achter wiens partij ik evenmin volledig sta. Zij heeft, net als jij en ik, ervaring opgedaan in een aan de ontwikkelingssector gerelateerde werkkring. Wat ik van haar in een documentaire over haar diplomatieke werk in moeilijke omstandigheden heb gezien, boezemt mij ontzag in. Ze lijkt mij wat harder dan jij bent, en dat zal nodig zijn. Strategisch gezien lijkt zij nu de beste keuze voor mij.

Wel overweeg ik om haar persoonlijk te schrijven, aangezien mensen in mijn positie niet worden genoemd in haar programma. Oh, wacht, ik zal je nog kort vertellen over mijn huidige situatie: geen werk, geen uitkering en geen inkomen. En dit, op een zzp-klus van drie maanden na, duurt al ruim vier jaar. Maar de onzichtbaarheid van mensen zoals ik speelt bij letterlijk iedere partij.

Lilianne, ik wens je alle succes. En als het niet leuk meer is, stop er dan mee. Je gezondheid is veel belangrijker dan die partij met de hele apenrots er bij.

Hartelijke groet,

Karin