Een overhangende slappe plant

Niemand wil op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Maar we kunnen allemaal in een situatie belanden waarin we een keuze moeten maken. Een keuze waarvan we niet kunnen overzien of die goed is. En soms doen we iets onbeduidends, waarvan de gevolgen verstrekkend zijn. Daarvan ben ik me bewust wanneer ik een overhangende slappe plant naar de tuin van mijn buurman duw. Want daar staat die plant met zijn wortels in.

Mijn bejaarde buurman laat zijn tuin opknappen. Dat is echt nodig, want hij verwaarloost de boel. Al jaren bladdert de verf van zijn kozijnen en de mooie tuin wordt overwoekerd. Vorig jaar heb ik geholpen met wieden, maar er is geen beginnen aan. Twee mannen doen het zware werk. Dode boom omzagen, onkruid met wortel en al uitrukken, struiken snoeien. In zijn voortuin resteren nu een paar struiken en die slungelige plant. Waarom ze die hebben laten staan, is mij een raadsel. Het is doorgeschoten onkruid dat scheef zakt.

Eerst stond die plant rechtop. Daarna boog hij richting de voorkant van de tuin van mijn buurman. Maar kennelijk is er iets gebeurd en is ‘ie gedraaid. Zo kwam die plant over mijn lage heggetje te hangen, tot zeker een halve meter mijn tuin in. En hoewel het in mijn achtertuin een ongedwongen bedoening is, ziet mijn voortuin er relatief netjes uit. Daarin is geen plaats voor onkruid.

Dus toen die plant van de buurman mijn kant op kwam, en als een slappe dronkenlap over mijn heggetje ging hangen, duwde ik hem terug. Toen viel hij languit op de grond, in de tuin van de buurman. Ik probeerde hem overeind te zetten, maar hij bleef niet staan. Uiteindelijk heb ik hem parallel aan onze tuingrens gelegd, aan zijn kant. Want daar komt ‘ie tenslotte vandaan.

Toch denk ik nu steeds aan die ene film: De aanslag. Daarin wordt een landverrader tijdens de Tweede Wereldoorlog op straat doodgeschoten. Een zoon van de buren hoort die schoten en ziet daarna het lijk voor het huis van de buren liggen. Dan komen zijn buren naar buiten en zij leggen het lijk neer voor zijn huis.

Een vraagje over de vakantie

Onderweg in Australië, dertig jaar geleden. Ik correspondeer regelmatig met vrienden en familie. Hun brieven worden poste restante bezorgd in plaatsen waar ik kom. In Nederland is het voorjaar. Daarom vraag ik aan X of zij en haar man dat jaar op vakantie gaan.

Doorgaans wil zij graag op pad, hij wat minder. Ze schrijft terug, maar geeft geen antwoord op die vraag. Kort daarna schrijf ik weer en informeer nogmaals naar hun plannen. Ze gaan ieder jaar minimaal een week op pad. Maar in de volgende brief ontbreekt wederom een antwoord.

Het is mij een raadsel waarom ze er niets over rept. Als ze thuis blijven, kan ze dat toch melden? Mij maakt het weinig uit wat ze doen. Maar juist omdat ze over de vakantie zwijgt, blijf ik er nieuwsgierig naar vragen.

Inmiddels is het hartje zomer. Nog heb ik niets over hun plan vernomen. Dan laat ik het er bij. Het is tenslotte een vraagstuk van niets. Toch, omdat het nooit werd opgehelderd, is deze situatie mij altijd blijven verwonderen.

Onlangs las ik die oude brieven opnieuw en toen viel eindelijk het kwartje. Want X liet mijn brieven ook door haar man lezen. Zo werd hij steeds geconfronteerd met haar eigen vraag, zonder dat ze over haar vakantiewens hoefde te beginnen.

Schurende gesprekken

Tien jaar geleden, een eerste groepswandeling op de Utrechtse Heuvelrug.
J is een van de wandelaars en spreekt mij aan. Ik ben nieuw en hij wil van alles weten. Al snel weet hij ons gesprek richting spiritualiteit te buigen. Daar heb ik niet uitgesproken veel mee. Ik geloof wel in iets, heel vaag. Dat de natuur en gebieden bezield kunnen zijn. En in Australië moedigde ik mijn motor soms aan, wanneer de tank bijna leeg was. Alsof hij me kon verstaan.

J weet het zeker: ik ben spiritueel. Hij brandt los. Het is duidelijk zijn favoriete onderwerp. Hij praat erg bevlogen, kijkt daarbij indringend en gaat maar door. We raken steeds verder achter op de groep. Eerlijk gezegd verveelt hij me al gauw. Want zoals ik hem aan het begin duidelijk heb gezegd, ben ik niet zo spiritueel.

Maar J weet het zeker. ‘Neem het nu maar van mij aan; je bent wél spiritueel.’, bezweert hij. Mij bekruipt het unheimische gevoel dat hij me een sekte in wil trekken. Daar maak ik korte metten mee: ‘Je krijgt nog vijf minuten en daarna wil ik geen woord meer horen over spiritualiteit.’ Tegelijk zet ik alvast wat ferme stappen vooruit. Op een holletje volgt hij me, verwoede pogingen doend om me te overtuigen. En hij blijft uitweiden over spiritualiteit. Wanneer de vijf minuten om zijn, snoer ik hem alsnog de mond. Daar is weinig spiritueels aan.

Ik voldoe niet altijd aan verwachtingen die anderen van vrouwen hebben. Want als vrouw schijn je bepaalde onderwerpen interessant te moeten vinden. Ik hoef bijvoorbeeld niet continu over kinderen te praten. Ook met ziektes, psychische klachten, cup cakes en de laatste mode heb ik weinig. Wel leef ik met mijn naasten mee.

De trend is dat we steeds persoonlijkere zaken tot in de kleinste details delen met iedereen. Hoewel ik de heilzame werking van praten en schrijven onderken, heb ik soms moeite met de manier waarop dit gebeurt. Ik vermoed dat sommigen hun identiteit aan hun probleem ontlenen. En het gaat recht ‘in your face’. De ellende wordt je zowat door de strot geduwd. Feitelijk zoals J dat met spiritualiteit doet. Mensen die je niet of nauwelijks kent, confronteren je ermee. Wie leeft zich nu eigenlijk in in wie?

Misschien ligt het aan mij en heb ik wat mannelijke trekjes. Want mannen zijn vaak minder breedsprakig over de dingen waar ze echt mee zitten. Die zeggen gewoon: ‘Het is zwaar klote’ en dat is het dan. Hun maten weten zo precies wat ze bedoelen. Vrouwen niet. Die willen alles tot in detail uitgelegd krijgen. Sterker, je móet het toelichten, anders ontstaat er gedoe.

Ergens in het midden ligt een mooie tussenvorm van communicatie. Wat mij betreft waken we ervoor dat de feminisering van het discours doorslaat.

Relatiedeskundige

Tijdens een groepswandeling spreekt een vrouw die ik nog niet ken mij aan. Zodra we achteraan lopen, begint ze over Boer Zoekt Vrouw. Ze heeft serieus overwogen om te reageren op de oproep van twee boeren. De vooraflevering heb ik gemist. Maar het zijn mannen waarbij ze verborgen problemen vermoedt. Over de een liet het programma weinig los. Zelfs zijn boerderij bleef buiten beeld. Ze denkt dat hij als vijftiger nooit een relatie heeft gehad. De ander is een weduwnaar die mogelijk al jaren in een rouwproces zit.

Ik kijk ervan op dat ze mij in vertrouwen neemt. Weliswaar krijg ik regelmatig hele levensverhalen te horen. Maar zij benadert me alsof ik een relatiedeskundige ben. Wellicht heeft ze me even daarvoor met een ex-marinier horen praten over relaties tussen mannen en vrouwen.

Stilletjes vraag ik me af waarom ze voor de ‘probleemboeren’ wil gaan. Voldoet ze alleen aan hun wensen? Is het een gebrek aan zelfvertrouwen? Er reageren steeds mooiere vrouwen, met steeds aantrekkelijkere foto’s en originelere brieven en cadeautjes. Of verwacht ze dat juist zij voor die mannen van betekenis kan zijn? Ons gesprek wordt onderbroken, ik zal er voorlopig niet achter komen.

Nu is het wachten op de komende afleveringen én op een volgende gezamenlijke wandeling. Ik reken op onverwachte wendingen. Die zijn het leukst.

La beauté commence au moment où vous décidez d’être vous-même, Coco Chanel. Misschien is dat het wel.

 

Raadsels uit de couveuse van mijn vroegste jeugd

Jaren geleden. Een collega geeft een afscheidsfeestje. Het is aan de vooravond van haar vertrek naar Afrika, waar ze al eerder heeft gewerkt. De meeste aanwezigen zijn ook expat geweest. Zoals een andere vrouwelijke collega, die van onze leeftijd is. Alle drie staan we tamelijk onafhankelijk in het leven, hoewel ik niet precies kan aangeven waar dat ‘m in zit. Op het feestje ontdekken we dat we nog iets delen. We zijn alle drie in de vroege jaren zestig couveusekinderen geweest.

Voor mij is het nog altijd een raadsel of, en zo ja, welk effect die periode heeft gehad. Bij mijn geboorte was ik (waarschijnlijk) gezond, maar veel te licht. Daarom moest ik eerst op gewicht komen. In die jaren mochten ouders hun kinderen op de couveuse-afdeling niet vasthouden. Ze konden alleen door glas naar de ruimte kijken waarin de couveuses stonden. Ik heb er bijna twee maanden doorgebracht.

De couveuses waren toen een soort veredelde broedmachines. Er brandden voortdurend warmtelampen. Ook stond er apparatuur te zoemen en de deurtjes gingen met een klap dicht. Zo’n couveuse moet een helverlicht, lawaaiig ding zijn geweest. Ik heb een bloedhekel aan herrie en aan schel licht. Maar in tropische warmte voel ik me juist helemaal geborgen. Dat zal wel uit die periode stammen.

Toch blijf ik met vragen zitten over het verblijf van een pasgeborene in zo’n couveuse. Heeft die periode fysieke en mentale sporen achtergelaten? Kan er later nog een specifieke lichamelijke klacht te voorschijn komen? Wat betekent het voor het hechtingsproces tussen ouders en kind? En werkt het door op andere relaties? Of is het toeval dat mijn vroegere collega’s en ik ons zo vrij en onafhankelijk opstellen?

Kijken naar een Nederlandse film

Met Nederlandse films heb ik moeite. Films moeten mij namelijk naar een andere wereld voeren en iets magisch uitstralen. In praktijk beland je dan al gauw over de grens. Speelt het verhaal zich af in een ver oord, dan kan je mij om de tuin leiden. Maar Nederlandse films toets ik te makkelijk aan de realiteit.

Nederlandse films hebben meestal iets weg van een bonte verkleedpartij. Vooral voor komische films rukken ze graag een anachronistische garderobe uit de kast. Vaak zie je de oranje/bruine seventies terug, in combinatie met gebruik van mobiele telefoons.

En dan de locaties. Is het verhaal gesitueerd in Amsterdam, dan zit er een meisje in de klas dat op een boerderij woont. Tuurlijk. Even komt een wagen van de hoofdstedelijke gemeentereiniging in beeld. Ja hoor, echt Amsterdam. Waarna je rokende schoorstenen ziet, die alleen zo in IJmuiden staan. Populair zijn ook shots van het geijkte verlaten industrieterrein. Hier proef ik een vlaag van rauwe nostalgie en een heimelijke hunkering naar verrommeling. Voor dergelijke beelden moet je in Oost-Europa zijn.

Verder vormen dialogen een groot afbreukrisico. De uitspraak alleen al. In films zeggen ze vaak dingen die ik nou nooit zou zeggen. Al kan dat aan mij liggen. En ze kijken er ook anders bij. Sterker, ze bewegen zelfs anders dan de meesten van ons doen.

Kortom, Nederlandse films weten mij zelden in vervoering te brengen. Gewoon omdat ik er te veel of te weinig in herken. Maar vanmiddag was De sterkste man van Nederland op tv; een jeugdfilm uit 2011, die ik ondanks weeffoutjes toch erg leuk vond.

Het beste gezelschap op het terras

Een dag langs Bossche terrasjes heeft voor helderheid gezorgd. Dat zit zo. Ik hou van terrasjes. Het is altijd leuk om met iemand naar de stad/het bos/het strand/de film of wat dan ook te gaan. Daar verwacht ik dan een terrasje bij. (Als het koud is mag het ook binnen zijn.) Het dilemma zit ‘m in mijn huidige vriendenkring. Die bestaat uit twee soorten mensen. 1. Zij die van de calvinistische soort zijn; en 2. de Bourgondiërs.

De calvinisten zien koffiepauzes als noodzakelijk kwaad. Iets wat op zijn best puur functioneel moet zijn. Dus als we ergens komen, roepen zij alvast ‘Bestel voor mij maar cappuccino (ochtend)/rooibosthee (middag)’, terwijl ze naar het toilet rennen (dan hebben ze dat alvast gehad). En zodra de bestelling wordt gebracht, trekken ze meteen hun portemonnee om af te rekenen, hoewel de ober het bonnetje nog moet brengen.

Tussendoor kieperen ze het gloeiend hete vocht naar binnen, terwijl ze kijken op de kaart hoe de route verder gaat en daarna beginnen ze hun tas alvast weer op orde te maken voor de volgende etappe. Onderwijl met groeiend ongeduld en onverholen frustratie kijkend naar mij. Want ik moet dan nog aan mijn drankje beginnen. Laat staan dat ik al naar het toilet ben geweest.

In het allerergste geval heb ik honger. Dat komt best vaak voor. Tot hun afgrijzen bestel ik er dan een gebakje bij, of een saucijzenbroodje. En ik eet langzaam, hè. Heel langzaam. Ik krijg het namelijk niet snel weg en ik laat het mij goed smaken. Als ze slim zijn, stellen ze me dan geen vragen. Wanneer ik moet praten, eet ik namelijk nog trager.

Het zal duidelijk zijn, ik heb een gróte voorliefde voor Bourgondiërs. De levens-genieters. Degenen die het breed laten hangen als dat ook maar even kan. Zij die van zo’n dag een feestje maken. Alsof het de laatste is. En zo niet, dan hebben ze toch alvast maar weer genoten. Tijdens uitstapjes in elk geval. Juist omdat ze heel goed beseffen dat het niet elke dag feest kan zijn.

Voortaan ga ik na kennismaking met een potentieel nieuwe vriend of vriendin eerst de terrasjestest doen. Is het geen terrasjestype, dan is het meteen einde verhaal. Het leven is te kort om mijn tijd met zulke mensen te verdoen. Overigens staat mijn record op een afspraak in de Foreign Correspondent Club in Phnom Penh. Die begon om 10.00 uur en we vertrokken negen uur later.

Ook met vriendin M. zit het goed. De combinatie van een uur wandelen plus drie uur op drie verschillende terrasjes, is perfect. Nu alleen nog even die Bossche Bol verwerken. 😉