Oh yes! Een food court aan de Rijnkade in Arnhem

Naar bepaalde zaken in het buitenland kan ik gruwelijk heimwee krijgen. Voorzieningen die je daar wel hebt, maar hier niet. Gratis schone toiletten bijvoorbeeld, zoals je in Australië overal aantreft. En overdekte food courts met keukens uit alle windstreken. Da’s ook zoiets. Maar nu heb ik er vlakbij één ontdekt. Sinds maart dit jaar heeft Arnhem een heus food court. Niet zo’n slap aftreksel met filialen van Burger King en Multivlaai. Nee, een echte.

Het is de ondernemers gelukt: deze hal roept onmiddellijk reisherinne-ringen bij mij op. Arabisch, Chinees, Vietnamees, roti, grill of vegan, Thais, Mexicaans, Italiaans. Ze zitten met een bar en een bakker onder één dak bij elkaar. De hal is zo ingericht dat je je soms waant op een exotische avondmarkt. Verder zijn er sfeervolle loungehoekjes met zicht op het terras aan de boulevard. Althans, zo noem ik dit deel van de Rijnkade. Het is een van mijn favoriete plekjes. Met een paar stappen wandel je hier naar Rose’s Beach: het stadsstrand beneden bij het water.

Het gebied rondom de foodhall is volop in ontwikkeling. Een deel is al opgeknapt, maar veel panden staan momenteel leeg. Die worden van binnenuit gerenoveerd en opnieuw ingedeeld. Daardoor heeft dit stadsdeel rauwe randjes. Naar mijn idee past dat helemaal, want in Azië, Afrika en het Midden-Oosten zie je vaak hetzelfde. Op het oog is daar een snelle modernisering gaande, compleet met de komst van hippe restaurants. Maar als je beter kijkt, ontdek je overal losse kabels en ruwe betonplaten, die nog moeten worden weggewerkt. Voor de authentieke beleving vind ik het best als deze hal nog even work in progress blijft.

Stof uit mijn tropische verleden

Zodra de temperatuur boven de 27 graden komt, mogen ze weer naar buiten: mijn souvenirs uit de tropen en andere warme oorden. Klassieke souvenirs zoals beeldjes, glazen en asbakken met ‘Torremolinos’, ‘Parijs’ of ‘Bali’ erop heb ik nooit verzameld. Maar kleding en gebruiksartikelen des te meer. Vooral die kleren en mijn doekenverzameling zijn nu ideaal.

Een deel van de kleding is authentiek. Hiermee bedoel ik dat de plaatselijke bevolking er ook zelf in rondliep. Slechts een deel van dergelijke kleding is voor westerlingen geschikt. Vrouwen in Afrika en Azië hebben nu eenmaal een ander postuur dan de gemiddelde vrouw in Nederland. En populaire bloesjes in die werelddelen wijken nogal af van onze mode. Mijn luchtigste jurkjes uit Azië zijn speciaal gemaakt voor de toeristenmarkt. De stof is viscose en voelt heerlijk koel aan.

Ook doeken en sjaals komen van pas tijdens een hittegolf. In de voortuin staan mijn hortensia’s sinds deze week in bloei. Ze branden echter weg in de zon en dat is niet de bedoeling. Ter bescherming heb ik een azuurblauwe omslagdoek met tropische vissen print over enkele struiken gelegd. Dat is een souvenir uit Samoa, een eilandenrijk in de Stille Zuidzee. En mijn witte Ethiopische sjaal met gouddraad bedekt twee andere struiken.

Doeken op heggen en struiken zijn voor mij een vertrouwd beeld. Het is in sommige landen de gangbare manier om wasgoed te drogen. Vroeger deed men dat hier op bleekvelden eveneens.

Wat de overburen ervan denken, moet ik nog horen. In elk geval zal mijn naaste buurvrouw de doeken wel waarderen. Tenslotte hangen er bij haar nu twee bontgekleurde exemplaren uit Congo. Ze is als kind van expats in dat land opgegroeid en zo houdt ze haar keukenraam uit de zon. Dit gebruik ken ik dan weer uit Libanon, waar gestreepte doeken hangen voor menig balkon.

Toch heb ik nog even snel gewoon vliesdoek voor de hortensia’s besteld. Dat zal nodig zijn vanwege de verwachtte hitte. Hopelijk komt het aan voordat iemand in de verleiding komt om mijn mooie doeken weg te graaien.

Een beetje rusteloos

Zoekend naar muziek die bij mijn stemming past, probeer ik uit alle macht ik de volgorde van de videoclips te veranderen die YouTube mij voorschotelt. Het is vooral ’s avonds laat een gewoonte geworden om via mijn laptop naar muziek te luisteren terwijl ik logjes typ. Als ik rond 23.00 uur nog aan een logje begin, is dat omdat ik niet naar bed wil. Dit heeft te maken met rusteloosheid. Of met niet moe genoeg zijn. Of met juist wel heel moe zijn, maar niet kunnen slapen. Bijvoorbeeld omdat mijn hoofd te vol zit met gebeurtenissen van de afgelopen dag.

Bij rusteloosheid grijp ik altijd terug op muziek. Ook midden in de nacht. Vandaag was het weer een gewone dag en juist dat maakt mij nu rusteloos. Als je maandenlang naar een belangrijk moment hebt toegeleefd, een moment waarvan je niet zeker wist of het wel komen zou, en dat moment is ineens geweest, dan val je in een gat. Spreekwoordelijk dan. Zo van: ‘Wat nu?’

Er zijn ook muzieknummers die vanzelf rusteloosheid opwekken. Cars van Gary Numan, bijvoorbeeld. Dat is onlosmakelijk verbonden met mijn eerste dag in de VS, in 1984, waar ik in Los Angeles aankwam. Een autostad bij uitstek. In die tijd was dat niet bepaald een veilige plek. Je kon maar beter in je auto blijven. De spanning van die eerste reis naar een land buiten Europa … zo welbekend van tv en toch vreemd. De verwachtingen, die dat nummer in mijn fantasie oproepen … Roadmovies.

Vandaag ga ik voor een ander oud nummer: Stupid Girl van Garbage. De melodie van dit lied roept evenzeer een verwachtingsvolle rusteloosheid bij mij op. De tekst doet er niet toe. Of toch?

De levenslessen van Loesje

Loesje Arnhem teksten

Wie kent ze niet: de teksten van Loesje op posters, stickers en scheurkalenders? Loesje kwam eind jaren tachtig in mijn leven. Overal doken haar posters op met levenslessen en gevatte doordenkers. Zelfs in Australië, waar een landgenoot mij in 1990 een doorgeefboek gaf vol wijsheden. Haar woorden zijn vast nog even geliefd bij backpackers, want toepasselijk zijn ze zeker. Het was in die tijd voor iedereen een raadsel wie Loesje was en waar ze vandaan kwam.

Vandaag was ik in Arnhem, haar thuisbasis. Ik wandelde langs de Utrechtseweg tussen Lombok en de Nederrijn in. Vanuit een ooghoek herkende ik de vormgeving van deze sticker. Hij zit op een lantaarnpaal. Ik nam er een foto van terwijl een vrouw met een pitbull mij gadesloeg. Zij werd nieuwsgierig en las de tekst ook. Even was er contact tussen ons. Dat is nu het Loesje-effect.

Tien favoriete geurtjes

Hooiland in de uiterwaard

Op een wandelingetje waait mij een heerlijke geur tegemoet. Het is een natuurlijk parfum dat herinneringen aan de zomers uit mijn jeugd oproept. Ergens op het platteland in Nederland, of op vakantie in Frankrijk. Denk aan zo’n zalige lome dag à la campagne, met leeuweriken in het veld. Wat ik ruik, is de geur van hooi, gedroogd gras. De boer is net klaar met balen verzamelen.

Als ik een lijstje van favoriete geurtjes samenstel, dan wordt dit het wel:

  • Pas gemaaid gras.
  • Vers hooi op het land.
  • Sinaasappelbloesem (lijkt op jasmijn).
  • Frangipani.
  • Swiffer duster met Ambi pur.
  • Wierook.
  • Zojuist gemalen koffie.
  • Soms: een vleug sigarettenrook.
  • Perzik (op de markt in Frankrijk).
  • De aftershave van een ex-vriend.

En het geluid bij die lome zomerse dag klinkt ongeveer zo:

Een album vol ansichtkaarten van rond 1910

Oude ansichtkaarten rond 1910 album

Op verzamelbeurzen en in kringloopwinkels zie je ze weleens liggen: ansichtkaarten uit vervlogen tijden. Soms staan er bakken vol en zijn ze ingedeeld per plaats of thema. Of er ligt een verkleurd album, waarvan niemand meer weet wie de kaarten verzameld heeft. De namen van de geadresseerden zeggen ons niets en de afzenders kennen we evenmin. Een verweesd album. Ik wordt daar altijd een beetje melancholiek van. Zulke albums waren nooit bedoeld als handelswaar. Die kaarten waren ooit belangrijk.

Misschien wachtte een vrouw met smart op een bericht van haar man, ver weg in een militair kamp. Mogelijk vroeg een verloofde zich vertwijfeld af of zijn geliefde nog wel aan hem dacht. Jonge vrouwen schreven kaartjes aan de familie. Vermoeid, op zaterdagavond, als hun dienstje bij een deftige Mevrouw in Den Haag erop zat. Zusjes stuurden kaartjes naar elkaar, terwijl ze uit logeren waren. En de well to do deden berichtjes op de post vanuit New York.

Misschien was zo’n album van een jongedame en kreeg ze het cadeau voor haar verjaardag. Had ze verkering met een jongeman? Wie weet wat zijn ansichtkaartjes dan teweegbrachten. Wat haar emoties waren. Hoe vaak zullen haar ogen langs zijn woorden zijn gegaan? Zoekend naar betekenis. Nam ze de tekst voor wat die was, of deelden ze een geheimtaal? De kaartjes arriveerden zonder envelop. Zo konden ze elkaar hun gevoelens toevertrouwen zonder dat nieuwsgierige ogen meelazen.

Wij hebben zo’n album vol ansichtkaarten in de familie. Mijn oudtante kreeg het als jonge vrouw in 1908 voor haar achttiende verjaardag. Rond die tijd kreeg ze ook verkering. Wanneer je er in bladert, dwaal je zo af naar een andere wereld.

Zo grillig als een vrouw in de overgang

Soms hoor je een woord waarvan je denkt: ‘Hé, dat ken ik nog niet.’ Zo stuitte ik gisteren op het Engelse coddiwomple. Dat betekent: ‘to travel in a purposeful manner towards a vague destination.’ Hoe was het mogelijk dat ik daar nooit van had gehoord, terwijl ik zo veel heb gereisd? Nou, gewoon, omdat het woord pas kort bestaat en door de huidige travellers scene via internet wordt verspreid. ‘Ik word echt oud.’, dacht ik daarbij.

Mijn gedachten zijn af en toe behoorlijk grillig. Misschien omdat ik nu doelbewust toewerk naar een uitkomst die volstrekt onzeker is. Ik weet heel goed wat ik wil bereiken. Maar de weg ernaartoe zit vol kronkels en ik kan niet in de toekomst kijken. Dit speelt in het groot en in het klein. De schors van een pseudoacacia past daar mooi bij. Die zit vol lijnen, groeven, splitsingen en uitbarstingen. En sommige lijnen komen weer bijeen.

‘Zo grillig als de schors van een Robina.’, dacht ik daarbij. Je zou dit zo als Nederlands spreekwoord kunnen invoeren. Maar een of andere voetbalcommentator is mij voor geweest met iets vergelijkbaars: ‘Zo grillig als een vrouw in de overgang.’ Tss, wat een orakel.