Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Een schoteltje van de rommelmarkt

Zaterdag. Wanneer we tegen het eind van de middag Maartensdijk binnen lopen, wordt daar net een rommelmarkt opgebroken. Het is op een pleintje bij een buurtgebouw of school. Mij ontgaat dat. Ik wordt afgeleid door het delicate geluid van brekend glas. Het komt van bij de eerste kraam aan linkerzijde. De planken kreunen onder stapels serviesgoed uit diverse perioden. Er loopt een grote, verveelde man bij. Zonder blikken of blozen gooit hij achteloos handen vol van het spul in een blauwe container. Die is kennelijk met voorbedachten rade bij de servieskraam opgesteld.

Met elke worp hoor je drinkglazen en borden en schalen en koppen en schotels breken. Het heeft wel wat, dat geluid. Vooral voor wie tweedehands aardewerk toch maar als ouwe zooi beschouwt. Snel scan ik de opgetaste waar en zie dan een glazen schoteltje met handgeschilderd bloemmotief. De stijl herken ik. Mijn moeder heeft een groter exemplaar in gebruik als fruitschaal. Waarschijnlijk was dat een van haar vondsten op een andere rommelmarkt elders in het land. Al kan haar schaal evengoed een familiestuk zijn. Dat zal ik navragen, want verder heb ik nergens zoiets gezien.

De markt is gesloten.’, bast de man wanneer ik het schoteltje pak. Ik vraag hem of ik het mag redden van de ondergang. De man is alles behalve enthousiast. Waarschijnlijk heeft hij een lange dag achter de rug. Vroeg opgestaan, gevolgd door gezeul met al die rotzooi. Dan het opbouwen van de kraam. En daarna de godganse dag mensen voor je neus die zeuren of het ook voor minder weg kan. Terwijl alles al bijna gratis is en de opbrengst voor een goed doel bestemd is. Ik weet ervan.

’50 cent’, is zijn antwoord. Wanneer ik een euro geef, bromt hij dat hij geen wisselgeld heeft. Het zal wel, laat die 50 cent maar zitten. Mijn wandel-genoten spreken daar schande van. Maar ik heb het schoteltje gered van de ondergang.

Eigenlijk is het nogal een oude dametjes ding. Normaal gesproken zou ik het nooit kopen. Soms ben ik echt bang dat ik toch op mijn moeder lijk.

Zondag. Omroep Gelderland houdt een sessie Schatgraven bij Musis in Arnhem. Net als bij Kunst en Kitsch kan je daar spullen laten taxeren. Twintig jaar geleden kreeg ik als afscheidscadeau een oud parfumflesje uit China. Mijn werkgever bracht het mee van zijn zakenreis naar Hong Kong of Singapore. ‘Het is echt oud, volgens de verkoper.’, vertelde hij na een bezoek aan een winkel vol snuisterijen. Ik weet het niet. Zulke mannen laten zich in dergelijke situaties van alles in handen duwen. Voor mijn werkgever in de offshore-industrie waren antieke damesflesjes geen bekend terrein.

Dus wil ik eindelijk weten of het flesje antiek is. Ook neem ik een foto van het schoteltje mee. Het kan gewoon een toeristen ding zijn, uit de jaren vijftig of zo. Wellicht gemaakt in Duitsland of de Balkan, of in Portugal. Op internet is het onvindbaar, welk trefwoord ik ook intyp.

Nu weet ik hoe het zit met dat Chinese flesje. Maar het glazen schoteltje herkende de taxateur niet. Het leven zit vol raadsels.

Nieuw asfalt op de N324 bij Schaijk

Vandaag precies 130 jaar geleden is mijn oma van vaderskant geboren. Daar wilde ik deze week even bij stilstaan. Maar hoe? Teruggaan naar haar geboortedorp? Een bezoek brengen aan haar begraafplaats? Naar het huis gaan waar ze het langst heeft gewoond? Of iets bijzonders doen? Ik besluit om eindelijk terug te keren naar Schaijk.

Schaijk is een dorp in Brabant waar zowel mijn oma als ik ooit per toeval zijn beland. Afzonderlijk van elkaar en met een tussenpose van zo’n 43 jaar. Zij bewaarde er mooie herinneringen aan. Ik ook. Lang verhaal.

Nu, nog eens 43 jaar later, ben ik terug. In het dorp staan nog gebouwen die mijn oma moet hebben gezien. Ook is er veel nieuwbouw. Hiervoor had ik mezelf al gewaarschuwd.

En dáár ligt de weg waar alles om draait. De weg die mijn opa 86 jaar geleden heeft bedekt met de eerste asfaltlaag. Het is ongelofelijk, maar de splinternieuwe laag is net klaar! Zelfs de tijdelijke gele werkborden staan er nog.

De wereld in kleur tot 1918 – Half houten huizen

Geïnspireerd door de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 dook ik in mijn reisfotoalbums. Want bouwwerken zoals op de oude foto hieronder, ken ik van vakanties in Zuid-Europa. Daarom vandaag een laatste drieluik. Deze keer met half houten huizen: oorspronkelijk – vervallen – vernieuwd.

Deze foto in het museum werd in 1913 genomen. Het is een straattafereel in Ohrid, Macedonië. De bovenverdieping van de huizen is gemaakt van donkerbruin hout, terwijl de begane grond met witgepleisterde stenen is gebouwd. Een vergelijkbare bouwstijl zag je vroeger van Spanje en de Balkan tot in Turkije. Daarvoor gebruikte men de materialen die lokaal voorhanden waren. Zoals ruwe brokken uitgehouwen steen.

In 1987 nam ik deze foto van soortgelijke huizen in Ohrid. Op de achtergrond staat een donker houten pand. Het steile paadje ernaartoe is geplaveid met dezelfde soort natuursteen als waarmee muren werden gebouwd. In het pand links zitten flinke kieren, maar het is in gebruik. Was overgrootvader de eerste eigenaar? Dan is het vast nog in handen van dezelfde familie. Vermoedelijk woont men boven en is er beneden een stal of werkplaats.

Dergelijke rustieke huizen vind ik mooi. Ze laten wat aan de fantasie over. Als zo’n pand nog niet is gesloopt, wordt het nu tot boetiekhotel omgetoverd. Meestal met een smaakvol en comfortabel resultaat.

Wel is er verschil tussen een minutieus uitgevoerde restauratie of een renovatie. Een renovatie pakt soms te weldoordacht en gladgestreken uit. Ook in Ohrid gaat de ontwikkeling door. Toeristen bezoeken er nu de zorgvuldig opgepoetste versie van het oude stadshart. Alsof dat een model is geworden van zichzelf.

Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

(Bovenste foto uit Collection Archives de la Planète – Musée Albert-Kahn/Département des Hauts-de-Seine.)

De wereld in kleur tot 1918 – Macedonië

Op de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 hangt dit tafereel met twee zittende vrouwen op een boerenerf. Deze foto is rond 1910 in Macedonië genomen, als ik het goed heb onthouden. De dames moesten onbeweeglijk poseren. Zo kon de fotograaf meerdere identieke foto’s nemen en er daarna een vierkleurenafdruk van maken.

In hun tijd woonden veel meer mensen op het platteland dan in steden. Ze leefden traditioneel en het werk gebeurde voornamelijk met de hand. Overal zag je kleinschalige boeren met wat vee, een akker en een moestuin. Ze waren zelfvoorzienend en bewerkten de oogst op het erf. Zo te zien zijn deze vrouwen bezig met het schoonmaken of sorteren van uien.

Bijna tachtig jaar later bezocht ik Macedonië (toen onderdeel van Joegoslavië). Op de markt in Ohrid liepen mannen met een Turkse fez. En de mevrouw hiernaast trof ik aan op een binnenplaats. Ze brouwt een overheerlijke saus van pepers, ui en tomaten. Vast volgens oma’s recept. Al kon ik dat niet vragen, want we spraken elkaars taal niet. Daarom behielpen we ons met glimlachjes en gebaren.

Ohrid is sinds mijn bezoek in 1987 flink gemoderniseerd. Maar in Macedonië is het verleden nooit ver weg. De foto op de tentoonstelling deed mij aan deze mevrouw terugdenken. De traditionele klederdracht is verdwenen. Wel bleven het eten en de zithouding hetzelfde.

Hooiberg in Macedonië 2013

Trouwens, op het platteland bereiden ze nog graag de saus op een houtvuur in de buitenlucht. Nieuwbouw staat er naast oude stallen en hooibergen, zoals die op de foto uit 1910. En bij oudere dorpelingen groeit het eten nog altijd in de tuin. Je blijft er schakelen tussen jaartallen. Dat maakt Macedonië zo interessant.

De wereld in kleur tot 1918 – Amsterdam

Een fototentoonstelling in het Allard Pierson Museum over mensen en plaatsen in de wereld van voor 1918. Dat moest ik zien. Want er is een grote reis die ik in de verleden tijd had willen maken. Namelijk over land de Zijderoute volgend van Venetië naar China. Maar ik ben te laat geboren voor wat ik onderweg had willen zien. En toch. De kleurenfoto’s roepen wel degelijk herinneringen op aan sporen die er in 1987 nog waren. Toen ik voor het eerst stukjes van de verschillende Zijderoutes passeerde.

Onze wereld is veranderlijk. De foto’s stammen uit een periode waarin een enkeling zich reizen kon veroorloven. De meeste mensen zagen zelden volkeren in andere werelddelen. Daarom werden nog in 1897 ‘negers’ getoond in hun nagebouwde dorp op de wereldtentoonstelling in het Belgische Tervuren. Ga vandaag eens naar het centrum van Amsterdam. Nu lopen er representanten rond van vrijwel elk volk op aarde. Alleen niet in hun originele klederdracht. En hun oorspronkelijke woonomgeving krijg je daar evenmin te zien.

Natuurlijk, die oude foto’s zijn ook een momentopname. Je hoeft maar te denken aan hoe Amsterdam zelf in vijf decennia is veranderd. In de jaren zeventig waren er hippies en Hare Krishna-volgelingen met trommels en oranje gewaden. Studenten bevolkten panden in steegjes die achter de brede grachten verkrotten. Daarna werd Amsterdam de stad van de krakersrellen met punkers in zwarte leren jasjes. Sindsdien is de bevolkingssamenstelling drastisch gewijzigd. En de gebouwen? De meesten herken je pas wanneer je vanaf de eerste verdieping omhoog kijkt.

Terug naar bovenstaande foto uit 1915. Toen ging een Roma- of Sinti-vrouw in Utrecht zo gekleed. Het is onduidelijk wie meer bekijks trok: zij of de fotograaf. Is er wel zo veel veranderd?

Lezen is goed voor je hersenen

Leer je evenveel van reizen als je zelf het avontuur beleeft of als je over de reiservaringen van anderen leest? Reizen heb ik altijd beschouwd als persoonlijke ontwikkeling in sneltreinvaart. Vooral als je alleen reist, alles zelf regelt en continu van plaats naar plaats trekt. Je komt om de haverklap in een nieuwe omgeving aan. Je ontmoet voortdurend vreemden. Je moet met onverwachte situaties omgaan en je aan lokale omstandigheden aanpassen. Daarom komen nogal wat mensen zichzelf tegen op reis.

Niettemin kan een couch potato ver komen door goede reisverhalen te lezen. Want, stelt neuropsycholoog Jelle Jolles van de Vrije Universiteit in het artikel ‘Hongerige hersenen’ (Sir Edmund, 7 juli 2018): ‘Door kennis van vroeger te gebruiken voor situaties van nu kan een persoon zich aanpassen aan nieuwe situaties, en in dat proces is lezen van groot belang. Omdat het een effectieve methode is om ervaringen en kennis van anderen te kunnen gebruiken; van vroeger maar ook uit andere werelden, of van mensen met andere normen en waarden. Door lezen leer je denken.’

In dat artikel legt hij ook uit hoe hersenstructuren door een soort snelwegen, landweggetjes en paden met elkaar in verbinding staan. Dankzij die netwerken wordt informatie uitgewisseld. ‘Bij iemand die veel leest, zijn de netwerken verder ontwikkeld. Daardoor worden er gemakkelijker associaties gevormd en verbanden gelegd tussen zaken die niet per se bij elkaar horen.’ Je ziet de ragfijne draadjes groeien en hun uitlopers elkaar aanraken. Volgens mij gebeurt precies dat wanneer je op reis van alles meemaakt en ervaart.

Het stemt mij gelukkig. Want stel je voor dat je de boel niet onderhoudt. Dan kunnen de uiteinden verdorren, zich terugtrekken en afsterven. Zoals bij planten tijdens deze droogte ook gebeurt. Althans, dat vermoed ik. Nu ik weinig reis, heb ik weer behoefte aan reisverhalen. Verhalen die wezenlijk ergens over gaan. Zoals Zuiderkruis van Pauline Slot, dat zich afspeelt in landen waar ik ben geweest. Landen als decor. Landen in de hoofdrol. Een half woord is genoeg om herinneringen terug te halen.

Momenteel is er op Raam Open iets heel bijzonders gaande. Een onbekende leest sinds donderdag bijna alles. Het gebeurt rustig en kennelijk aandachtig. Van het heden terug naar het verleden heeft deze persoon al circa 550 berichten gelezen. Ik hoop dat hij of zij vandaag verder gaat. Er zijn van 13 februari 2014 tot 4 november 2013 nog 94 berichten te gaan. Juist daar staat genoeg stof tot nadenken bij. Zou er een nieuwe verbinding ontstaan?