Etymologie peekaboo – kiekeboe

Flower says ‘peekaboo!

Soms weet ik het absoluut beter dan degenen die ervoor hebben doorgeleerd. Neem nu het Nederlandse ‘kiekeboe’ en het Engelse ‘peekaboo’. Je kent het wel. Dat spelletje, waarbij je plotseling je gezicht toont of ergens achter tevoorschijn komt en ‘boe’ roept. Kleine kinderen zijn er dol op. Op etymonline.com staat bij peekaboo: ‘as a children’s game attested from 1590s; as an adjective meaning ‘see-through, open,’ it dates from 1895. From peek + boo.’ Attested from 1590s! Kijk, dan heb je mij.

Al jaren geleden stelden taalkundigen zich de vraag of er verwantschap was. Niet alleen de klanken komen overeen. Ook de woorden ‘kiek’ en ‘peek’ hebben een vergelijkbare betekenis. En ‘boe’ in het Nederlands komt overeen met ‘boo’ in het Engels.

De Leidse wetenschappelijke uitgeverij Brill wijdde er in gewichtige taal een hoofdstukje aan. (Zie deze tekst uit 1942 in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde op pagina 215-216 ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’.)

Ik geloof het wel. Maar er wordt met geen woord gerept over die ontstaansperiode: de jaren negentig van de zestiende eeuw. Nu wil het geval dat ik mijn familiegeschiedenis ken. En toevallig heb ik een paar voorouders uit Engeland. Tenminste, daar zijn ze op de boot gestapt toen ze naar Holland kwamen. Maar voordat ze in Engeland woonden, kwamen ze uit Vlaanderen. Zij vertrokken daar ongeveer tussen 1565 en 1580. En in Vlaanderen spreekt men een soort Nederlands. Vul de rest maar in.

Ik durf te wedden dat de exacte oorsprong van ‘peekaboo’ in het pittoreske ‘Dutch Quarter’ van Colchester ligt. En anders wel in Norwich of Hastings. Met dank aan mijn voorouders.

(Dit logje verscheen oorspronkelijk op 29 juli 2018 en verdween onlangs bij de sloop van mijn blog. De inhoud blijft relevant. Daarom publiceer ik het opnieuw.)

Vergankelijk of van blijvende betekenis

Eeuwenoude terrassenbouw op La Gomera

‘Geld is belangrijk voor werknemers, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.’ zegt socioloog Richard Sennett in verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven. Iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen.’ (De Volkskrant, 1 juli 2017.)

Met de imposante uitvaartceremonie van koningin Elizabeth II vers in het geheugen, maak ik de balans op van wat ik zelf heb bereikt tussen 1981 en 2021. Professioneel gezien en voor mijn niet bestaande kinderen.

Qua werk bestond het overgrote deel van mijn bijdrage uit ervoor zorgen dat de juiste gegevens tijdig en compleet beschikbaar waren. Financiële administraties, afspraken in agenda’s en contracten, notulen van vergaderingen, urenstaten en voorraadbestanden. Ik verschafte anderen inzicht, zodat zij gefundeerde besluiten konden nemen. Al mijn werk is inmiddels door de shredder gehaald. Voor de belastingdienst geldt een bewaarplicht van zeven jaar.

Het studiemateriaal, waaraan ik heb gewerkt, is dezelfde weg gegaan. Naar huidige maatstaven zag onze vormgeving er niet uit. Maar in 1990 bracht mijn werk een verbetering. Hoeveel mensen hun diploma hebben gehaald dankzij mijn bijdrage, weet ik niet. Het is lastig na te gaan. En het bedrijf waarvoor ik werkte, is in een conglomeraat opgegaan. Misschien hebben ze uit nostalgische overwegingen nog een syllabus bewaard.

En dan die internationale ontwikkelingsorganisatie. Mijn bijdrage was een schakeltje in een proces waaraan vele mensen samenwerkten. Een proces dat bovendien door tal van factoren beïnvloed werd. Er zijn genoeg evaluatierapporten geschreven met resultaten en effecten. Jaren zijn voorbijgegaan. Hoe het nu met de betrokkenen gaat? Wat de lange-termijneffecten van bepaalde programma’s zijn? Ik zou het graag willen weten.

Wat is er echt blijvend? In mijn geval boven alles het genealogische onderzoek naar mijn voorouders. Duizenden in vergetelheid geraakte mensen zagen hierdoor opnieuw het daglicht. Op mijn familiewebsite zullen ze nog wel even voortleven. En in een volgend bericht onthul ik hoe zij zich digitaal blijvend verspreiden.

Opmerkelijk, dat vrijwilligerswerk zoveel duurzamer lijkt te zijn dan betaald werk. Bovendien kreeg ik de belangrijkste inzichten voor mijn latere werk in de ontwikkelingssector dankzij verdieping in de leefomstandigheden van mijn voorouders. Wat ik daarna op de universiteit leerde, was hiervan een bevestiging.

Je zou denken dat ik mijn welvaart en vermogen heb te danken aan mijn werk. Maar ook mijn (voor)ouders hebben direct of indirect bijgedragen. De banen zorgden vanaf 1981 voor brood op de plank en voldoende geld om te reizen. Vervolgens zorgden die reizen en het familieonderzoek voor nieuwe kennis en inzichten. De inzichten deel ik sinds 2013 op mijn blog. Maar wat daarvan nu het effect is?

(De basistekst van dit logje uit juli 2017 is onlangs gewist bij de sloop van mijn blog. Het blijft relevant en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Old man look at my life

Tijdens een wandeling nader ik een glasbak bij een studentenflat. Vlakbij heeft een man zijn auto op de stoep geparkeerd. De laadbak wijd open, in de laadruimte wijndozen vol lege flessen. Een liefhebber, kennelijk.

Het is een slanke man met een gebreid mutsje op. Niet in reggaekleuren, maar in minder felle tinten. Toch doet iets mij gelijk aan een rasta denken. Komt het door zijn relaxte houding en rustige manier van doen? Hij heeft een wat verouderd, slobberend vest aan. En hij draagt een beige outdoor broek met veel zakken. Ik passeer hem en zie een blank, doorleefd gezicht. De man is ongeveer 65 jaar oud, schat ik.

Het bestuurdersportier van zijn kleine auto is eveneens geopend. In het voorbijlopen zie ik stoelen vol kruimels en stof op de bekleding. Naar buiten waait een flard muziek uit de nadagen van de hippietijd. Old man look at my life

En ineens zie ik het hele plaatje voor me. Hoe hij heeft geleefd. Waar en wanneer het begon. Hoe hij in een omgebouwd VW-busje door heel Europa heeft gereisd. In regenboogkleuren en regelmatig in enigszins bedwelmde staat. Door Turkije, Syrië, Irak, Iran en Afghanistan, tot aan India toe. Toen dat nog goed kon. In de hele regio liepen volken in lokale klederdracht rond. Het was een boeiende tijd voor iemand die weinig hecht aan een westerse leefstijl.

Het is nu allemaal zo lang geleden. Een voorgoed vervlogen tijd. Maar in al die jaren is hij trouw gebleven aan zichzelf. Hoe had hij anders kunnen leven? Hij. Een relikwie uit een recent, oneindig verleden. Een anachronisme. Wellicht is het geen toeval dat hij bij deze glasbak staat. Die studentenflat is waarschijnlijk het laatste bolwerk waar nog een zweem van die flowerpowerjaren rondwaart.

Old man look at my life. Ik ken het goed, maar weet even niet wie het zingt. Het lied ademt de sfeer van een hard en eenvoudig bestaan op het dunbevolkte platteland van Noord-Amerika. Onze ontmoeting duurt slechts seconden. Daarna houdt de zanger mij gezelschap op de rest van de wandelroute.

(Dit logje uit april 2014 is onlangs bij de sloop van mijn blog gewist. Voor mij heeft het eeuwigheidswaarde en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Geboortebeperking als redding

Voedsel voor de toekomst

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het ook wel best zo.

Teruggeplaatste inzichten uit een grotendeels gesloopt blog

Op 4 juni 2014 opende ik het log Geboortebeperking als redding met bovenstaande alinea. Gisteren heb ik per ongeluk vrijwel mijn hele blog gewist. Dit plaatst mij voor de vraag welke oude berichten een herplaatsing waard zijn. Raam open bestaat bijna negen jaar en Geboortebeperking als redding staat al bijna even lang hierboven in de Pronkkamer.

Geboortebeperking beschouw ik namelijk als cruciaal voor de oplossing van tal van wereldproblemen. Wanneer, zoals nu, meisjes en vrouwen stelselmatig worden achtergesteld in alle landen waar mannen het politieke, juridische en economische overwicht hebben (dus vrijwel overal), dan kun je wachten op oorlog, hongersnood, vluchtelingenstromen en klimaatverandering.

Het logje waar ik gisteren naar zocht, ging over manieren om asielzoekersstromen in goede banen te leiden. Zodanig dat ook vluchtelingen een eerlijke kans krijgen, zonder dat bepaalde landen met buitenproportioneel veel asielzoekers worden belast.

Daarom begin ik met een kernachtige beschrijving uit een rapport van wat die asielzoekersstromen (mede) veroorzaakt. Natuurlijk stond er in dat rapport uit 2014 iets over zekerstelling van de gas- en olieaanvoer. Hoe actueel wil je het hebben?

Daarna volgt de tekst van Geboortebeperking als redding; het log waar die samenvatting toen onder stond.

The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War (2003)

De Amerikaanse organisatie Population Action International verrichtte in 180 landen academisch onderzoek en publiceerde in 2003 het rapport ‘The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War’. De resultaten draaien vooral rond de zogenaamde ‘demografische revolutie’. Dat is het proces waarbij gezinnen steeds kleiner worden en mensen gemiddeld steeds langer gaan leven.

Gedeeltelijk hebben ontwikkelingslanden waar de demografische transitie blijft steken, dat aan zichzelf te wijten. Meestal heeft de bevolking er onvoldoende toegang tot voorbehoedsmiddelen, informatie over gezinsplanning en tot gezondheidszorg. Vrouwen worden er vaak gediscrimineerd of kunnen nauwelijks naar school gaan. De vruchtbare landbouwgrond is slecht verdeeld of het ontbreekt kleine boeren aan middelen en kennis om goede oogsten binnen te halen. En/of er heerst schaarste aan water.

Landen met hoge geboortecijfers hebben acht keer vaker te maken met ernstige sociale onlusten dan landen waar gezinnen kleiner zijn. Landen waar de bevolkingsgroei in de steden meer dan vier procent bedraagt, glijden dubbel zo vaak af in burgeroorlogen dan landen waar de verstedelijking minder snel gaat. De meeste landen met een hoog conflictrisico liggen in West- en Oost-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

De industrielanden besteden aandacht aan de regio’s, maar dan vooral in het kader van de oorlog tegen het terrorisme en om de aanvoer van olie en aardgas te verzekeren. Veel rijke landen geven ontwikkelingsgeld uit aan gezinsplanning en initiatieven om meisjes en vrouwen een betere toegang tot onderwijs te bieden. Maar onder druk van de anti-abortusbeweging heeft de Amerikaanse regering de kraan dichtgedraaid voor hulporganisaties en gezondheidsinstellingen die zich onvoldoende distantiëren van vruchtafdrijving. Daardoor zijn programma’s voor gezinsplanning in veel Afrikaanse en Aziatische landen in problemen gekomen.

En dan de landbouwsubsidies. Japan, de EU en de VS pompen massa’s geld in hun landbouwsector. Wat de wereldmarktprijzen doet dalen en miljoenen kleine boeren in de ontwikkelingslanden dwingt hun akkers te verlaten en naar de steden te trekken. [Waar al een groot, gefrustreerd leger aan jongvolwassenen met onvoldoende werk rondhangt.]

Geboortebeperking als redding

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het zo ook wel best.

Diverse vrouwelijke Keniaanse collega’s knikken en hummen instemmend. En lachen met veelbetekenende blikken. Zij weten waar Esther het over heeft. Ook zij hebben keihard gewerkt om de positie te bereiken die zij nu hebben. Toch, zie je maar eens te onttrekken aan de dwang van tradities van familie die is achtergebleven op het platteland.

Geboortebeperking, of beter gezegd familieplanning, is vaak een ondergeschoven kindje in landen waar men met armoede kampt. Dit speelt in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Het vergt een grote omschakeling in denken, vooral op het platteland. Eeuwenlang werd een grote kinderschare als weelde gezien. In traditionele gemeenschappen is dat nog steeds zo, terwijl de wereld eromheen niet stilstaat. Maar een grote kinderschare leidt tegenwoordig vaker tot armoede en conflicten.

In alle werelddelen heb je vooruitstrevende mensen en groepen die minder snel vooruit komen. Om welke reden dan ook. Overal leven mensen die iets van huwelijk willen maken en om hun kinderen geven. Zolang alles goed gaat, is er misschien weinig aan de hand. Maar bij problemen zijn vrouwen gewoonlijk slechter af dan mannen.

De gebruiken verschillen per stam, maar hier volgt een concrete situatie uit ruraal Oost-Afrika. Wanneer je vader bent van een paar kinderen, heb je goedkope werklieden voor op het veld, herders om je kudde te weiden, hulpjes om de oogst te verwerken en vertrouwelingen die voor je zorgen op je oude dag. Ben je vader van veel kinderen, dan is je status bij je maten gegarandeerd. Heb je als vrouw veel kinderen, dan geven zij ook jou status, maar draag je eveneens een flinke last. Want in veel plattelandsgemeenschappen ben jij degene die ze moet voeden, kleden en hun schoolgeld betaalt. Dat zijn niet de taken van pa.

De vader brengt bij zijn huwelijk een stukje land in dat jij als vrouw de rest van je huwelijk mag bewerken. Dat huwelijk geeft jou toegang tot land en een middel van bestaan. Zorg jij voor een goede oogst, dan kan je daar mooi de schooluniformen van betalen. Maar heb je toevallig de verkeerde echtgenoot getroffen? Dan heeft je man het volste recht om met de oogst naar de markt te gaan en al het geld voor zichzelf te houden.

Het wijkt nauwelijks af van Europa honderd jaar geleden. Toen moesten arme vrouwen van fabrieksarbeiders op betaaldag hun man onderscheppen voordat hij het café indook en al het geld opzoop. Excusez le mot. Het stemrecht voor vrouwen kwam bij ons pas in 1917.

Terug naar Afrika. Word jij in een patriarchale samenleving weduwe, dan ontstaat er een lastige situatie. Je mag hopen dat je een zoon hebt die de grond van zijn vader erft. Zo niet, dan gaat het eigendom waarschijnlijk naar de broer van je overleden man. Dit kan nogal vervelend uitpakken. Want als de zoon of de broer die grond volledig voor zijn eigen gezin opeist, zal jij als berooide weduwe moeten opkrassen. Ik verzin dit niet. Het is de realiteit anno 2014 op het platteland in Kenia.

Wat ik maar wil zeggen: een grote kinderschare is van oudsher in het voordeel van vaders in patriarchale samenlevingen. De moeders zijn afhankelijk van de welwillendheid van hun zonen. Mede daarom voeden Marokkaanse moeders hun zonen tot prinsjes op. Deze uitspraak komt van Ayaan Hirsi Ali. Zij komt zelf uit een traditionele samenleving. Ook het volgende zal ik niet licht vergeten. Een vrouw uit het Midden-Oosten vertelt trots hoeveel kinderen zij heeft. Wel zes. (Zonen. Plus vier dochters, maar die zijn het vermelden niet waard.)

Kinderen en vrouwen zijn een soort productiemiddelen in rurale patriarchale samenlevingen. Vraag je wat vrouwen zelf willen, dan ontstaat er een ander beeld. Ja, ook zij zijn trots om moeder te worden en zij houden van hun kinderen. Maar als ze de keuze hebben, vinden ze vier of vijf kinderen meestal wel genoeg. Slechts een enkeling kiest bewust voor een kinderschare van tien of twaalf. Dat is in hedendaags Barneveld net zo.

Hoge kindersterfte en verzekering van de eigen oude dag spelen een rol bij de wens om voldoende kinderen te krijgen. Economische ontwikkeling, scholing, hygiëne, voorlichting, beschikbare gezondheidszorg, overheidsbeleid en wetgeving zijn hierop van invloed. Inmiddels loopt de kindersterfte wereldwijd terug. Al gaat dat in sub Sahara Afrika aanzienlijk langzamer dan in andere regio’s. Toch zijn er meerdere uitzonderingen. Zoals Saoedi-Arabië, waar ondanks welvaart en medische zorg het geboortecijfer zeer hoog blijft. Niet geheel toevallig is de positie van vrouwen daar bijzonder zwak. Even schrijnend is de situatie in Pakistaan en Afghanistan, waar mannen niet altijd bereid zijn om geld aan zorg of scholing voor vrouwen te besteden.

Vrouwen uit de laagste klassen weten welke last er op hun schouders drukt. Ze moeten die kinderen zelf ter wereld brengen. Door huwelijken op zeer jonge leeftijd en door zwaar werk ontstaan complicaties bij zwangerschappen en bevallingen. In Holland trouwden arme vrouwen eeuwenlang wel boven hun twintigste. Vergeleken met Afrikaanse en Arabische kindbruidjes scheelde dat al gauw vier zwangerschappen. Zonder medische voorzieningen lopen meisjes en vrouwen een reëel risico bij elke bevalling. Met fistels en incontinentie, handicaps of sterfte tot gevolg. Of mogelijk verstoting door hun man. De mannen van kindbruidjes zijn gewoonlijk veel ouder, en vaak is zij zijn tweede of derde vrouw.

Hebben ze in ontwikkelingslanden dan geen liefdevolle relaties? Natuurlijk zijn die er genoeg. Maar het punt is dat vrouwen in veel patriarchale samenlevingen zijn overgeleverd aan de willekeur van mannen. Wetgeving is er zelden in het voordeel van vrouwen. Het maakt weinig uit of wetten zijn gebaseerd op stamrecht, religie of nationale jurisprudentie. De meest dramatische toestanden ontstaan bij scheidingen (vrouwen verliezen bijvoorbeeld zeggenschap over hun kinderen), verdeling van bezit en erfrecht (verlies van inkomen en bestaanszekerheid).

Het is trouwens een dooddoener om te stellen dat de Islam voor overbevolking zorgt. Kijk naar het grootste Islamitische land ter wereld. In Indonesië promoot de overheid wel degelijk familieplanning. Op billboards langs de weg staat overal het ideaal: papa, mama en een paar kinderen. Het is maar net welke leider er aan de macht is. Anderzijds is geboorteplanning versus gezinsuitbreiding inzet van politieke machthebbers om tegenwicht te bieden aan groeiende minderheden. En dan was er nog een paus die het gebruik van condooms verbood. Lekker handig nu half zuidelijk Afrika HIV is geïnfecteerd.

Dit alles heeft weinig te maken met specifieke wensen van vrouwen. Politieke machthebbers, rechters, stamoudsten, geestelijke leiders en legeraanvoerders zijn overwegend mannen. Zij maken de dienst uit en hebben meestal een belang bij behoud van de status quo.

Wereldwijd wil vermoedelijk wel degelijk een groeiende groep mannen minder kinderen. Dat blijkt al uit landen waar het geboortecijfer is gedaald. Evenals in Europa zijn hoogopgeleide paren voorlopers op dat gebied. De middenklasse ziet dat ze een betere toekomst aan kroost kan bieden, wanneer ze het aantal kinderen beperkt. Wat armere mannen vaak in de weg staat, valt te lezen op ipsnouvelles.be.   

Oeps, ik heb mijn blog gesloopt

Iemand schreef dat hij niet wist hoe een bepaalde kwestie moest worden opgelost. Ik dacht: ‘Daar heb ik iets over geschreven op mijn blog.’ Maar toen ik ernaar ging zoeken, kon ik het niet vinden.

Wat ik wel vond, waren enkele logjes over hetzelfde onderwerp, met pingbacks onderaan. Toen ik daarop klikte, bleken die logjes niet meer te bestaan. Ik had ze gewist, tijdens een van de vorige opruimsessies. Dat betekende dat dit blog vol gebroken linkjes stond.

Tja. Wat wilde ik doen met al die oude logjes? Want ik kon het niet meer herstellen. En wat was nu mijn toekomstige doel met dit blog?

Lang verhaal kort. Ik besloot er flink de bezem door te halen. (Eerst alles doorlopen en kijken wat je wilt bewaren.) Dat schoot niet op. Vervolgens bracht ik alles over naar de prullenbak. (En daar op ‘herstel’ klikken bij de logjes die je alsnog wilt houden. Lijst na lijst na lijst.) Al doende dwaalden mijn gedachten af en klikte ik per ongeluk op ‘Prullenbak legen’. En zo verdween alles ineens. Alles behalve het oudste openingslog en een handjevol concepten van teruggezette logs. Zoals het logje over mooie streekmuziek.

Dus dat was het dan. Bijna negen jaar bloggeschiedenis down the drain.

Dag oude logjes. Het was blijkbaar jullie tijd om te gaan.

Vandaar nogmaals Bé Schmaal met Nou is de tied.

PS: Voor wie nieuwsgierig is naar ouder werk: in de zijbalk rechts op de website staat een deel van de bewaard gebleven logjes.

Onbetrouwbaar geheugen

Twintig jaar geleden ontmoette ik een journalist die geen enkele foto meer nam. Het was tijdens een groepsreis en we toerden door een zeer bezienswaardig land. Zijn keuze verbaasde mij. Vroeger fotografeerde hij wel. Tot hij ontdekte dat foto’s nemen te veel afleidde van het ‘leven in het moment zelf’. In plaats van bezig zijn met foto’s, sloeg hij bijzondere taferelen en momenten goed op in zijn geheugen.

In die periode leek het mij verstandig om al vroeg in het leven zo veel mogelijk te reizen. Er kan tenslotte van alles gebeuren en dan heb je dat alvast ‘binnen’. Ik stelde mij voor hoe ik, eenmaal hoogbejaard en in een verzorgingstehuis, nog lang en genoeglijk zou teren op mijn herinneringen. Nu zijn we twintig jaar verder en merk ik dat er weinig van die herinneringen over is.

Neem de datum van vandaag: 10 augustus 2020. Voor veel mensen is deze dag er één als alle andere. Maar voor mij is deze dag zeer speciaal. Ieder jaar weer sta ik er uitgebreid bij stil, en dat al 25 jaar lang. Want vandaag, precies 25 jaar geleden, was de dag waarop ik vertrok voor een reis van vier maanden naar de Stille Zuidzee.

Even wachten nu, ik weet het. Hier verveel ik mijn vaste volgers mee. Ik schreef er namelijk al vaker over. Dus ja, daar heb je háár weer met haar memorabele datum.

Om het te vieren heb ik traditiegetrouw gebak gehaald. Twee gebakjes maar liefst. Heerlijke mokkataartjes. Een daarvan heb ik al op en het andere bewaar ik voor morgen.

En weet je wat nu grappig is? Zojuist ontdekte ik dat de datum niet klopt. Volgens mijn oude vliegticket vertrok ik op 11 augustus. Komt dat tweede gebakje even goed van pas!

Hoe zou het nu gaan met Gary?

Via Xiwel’s Bijzondere Bloglijst beland ik per toeval bij Suskeblogt en daarna bij Are Friends Electric? van Tubeway Army. Dit nummer staat voor eeuwig op de muziektijdlijn van mijn geheugen gegrift. Are Friends Electric? zong Gary Numan in 1979, ik was toen 16. Maar in mijn herinnering is het 1984. In dat jaar reisde ik voor het eerst alleen naar de Verenigde Staten. Het was nacht bij aankomst in Los Angeles. Nog verdwaasd van de lange vlucht zette ik de tv aan in mijn hotelkamer. En daar [even schakelen] was Cars van Gary Numan.

Here in my car
I feel safest of all
I can lock all my doors
It’s the only way to live
In cars

1984, Los Angeles. Overal out there waren gang wars aan de gang. In die grote, gevaarlijke miljoenenstad moest ik één dag zien te overleven. Daarna kon ik veilig voor een groepsreis in een tourbus stappen en wegrijden.

Het grootste deel van die eerste dag heb ik op mijn hotelkamer doorgebracht. Slechts even ben ik naar buiten gegaan voor een wandeling naar het Chinese Theatre. Maar niemand liep daar buiten op de stoep. Iedereen zat in auto’s. Ik werd al binnen vijf minuten door een louche man aangesproken en maakte dat ik weg kwam.

Die dag ben ik niet eens naar het restaurant van het hotel gegaan. Dus daar zat ik, alleen op mijn kamer, in een land waar werkelijk alles draait om geld, met roomservice en met Gary Numan. Are Friends Electric? Dat vraag je je misschien wel af.

Het is zo lang geleden en dan nu dit weerzien in een oude videoclip van Tubeway Army. Als tiener ben je onder de indruk van artiesten. Niet dat ik speciaal veel had met Gary Numan of met elektronische muziek. Maar toch. Artiesten waren iemand. Zij hadden het gemaakt. Zij stonden op dat podium. En onbewust denk je dan dat zij wijzer zijn dan jij. Dat ze weten wat er speelt in de wereld en dat ze het allemaal al hebben gezien. Misschien is dat wel onderdeel van fan zijn. De idolatrie van een projectie van de verbeelding.

Nu zie ik weer die oude kledingstijl, die kapsels en die houdinkjes. Eigenlijk is Gary Numan best verlegen. Are Friends Electric? Dat zal hij ook weleens hebben gedacht, zittend in zijn eentje op een hotelkamer in een grote en bevreemdende stad. Na het zoveelste interview waarin de stompzinnigste vragen aan hem als beroemdheid werden gesteld.

Hoe zou het nu met hem gaan?, vraag ik mij ineens af. Fast forward naar 2020 met dank aan Google zie ik hem weer staan. Hij heeft een draak en een kasteel waarin hij woont met zijn vrouw en drie dochters. In Los Angeles, of all places. En het gaat prima. Gary Numan is inmiddels begin zestig en hij maakt nog altijd nieuwe muziek.

Weer terug bij Are Friends Electric? stuit ik op een veel recentere videoclip. En hé, wat klinkt dit nummer nu ineens … uhm … ja … hip! Swingend bijna. Er zit een soort Afrikaans ritme in. Dat tktktktktk-geluid. Leuk. Dat voegt iets vrolijks toe. Onderkoeld weliswaar. Het blijft tenslotte een Engelsman.

De bandleden doen denken aan de hippies die je ’s winters ziet op Tenerife, bij Cabo de Gata en in Montpellier. Ik ontwaar zelfs een zweem van the Road Warrior, Mad Max deel 2. Dat zit ’m in de haardracht, de lappen stof en in de tuniek van Gary. Toch weer die filosofie achter Cars?

Afijn, hier is de alternatieve live versie van Are ‘Friends’ Electric?
(Sorry Gary, ondanks al je andere werk plaats ik toch dit bekende lied.)