Reizen op de bonnefooi

Ineens moet ik terugdenken aan hoe ik vroeger vakanties en reizen plande. ‘Plannen’ was een groot woord, begin jaren tachtig. Vaak raakte ik per toeval door een ontmoeting of film in een land geïnteresseerd. Vervolgens bezocht ik de openbare bibliotheek. Daar stond de kast met algemene boeken over landen en volken, per werelddeel gerangschikt. Er zaten ook reisverslagen tussen van vrijgevochten types, die met tent en motor, fiets of auto een heel continent hadden doorkruist. Vooral deze reisboeken spraken enorm tot mijn verbeelding.

Met een beetje geluk bevatte de kast ook een meer toeristisch boek over het gewenste land. Zo’n kleurrijk fotoboek met een gedetailleerde landkaart. En met reistips, vervoersmogelijkheden en adressen van hotels op de laatste drie pagina’s. Steevast maakte ik kopietjes van deze praktische informatie. Die vormden mijn belangrijkste houvast bij de planning en op reis. Ook vroeg ik nationale verkeersbureaus schriftelijk of telefonisch om informatie. Dan was het feest wanneer de dikke envelop met brochures en folders op de deurmat plofte. Later bezocht ik de vakantiebeurs in de Jaarbeurshallen. Daar liep ik als een kind in een snoepwinkel rond. Sommige brochures uit die periode bewaar ik nog.

Na drie georganiseerde vakanties met Club Escolette en een vriendin, begon de opmars naar het echte avontuur. Dat was in 1983. Toen boekte ik voor het eerst alleen een vakantie naar Griekenland. De deal met Holland International betrof een pakket van vliegtuig, transfer en hotel. Ter plaatste ging ik met een lokale busmaatschappij op pad, of ik bleef een dagje luieren op het strand.

Die vakantie werd een heuse test. Want: zou zelfstandig en alleen reizen in een vreemd land mij bevallen: ja of nee? Zo niet, dan betwijfel ik of ik hiermee door zou zijn gegaan. Maar het werd een topvakantie.

Het jaar daarop waagde ik een forsere stap. Op naar Amerika, de eerste vakantie buiten Europa. Alleen al de voorbereidende fase heeft veel indruk gemaakt. Nog zie ik het interieur van het Greyhound kantoor voor me, met het embleem van de zilveren hazewindhond. Voor het ticket moest ik naar de toenmalige vestiging in Amsterdam. Ook herinner ik mij de ingelijste tronie van Ronald Reagan, hoog aan de muur van het Amerikaanse consulaat. Daar regelde ik het visum en kwam er een driekleurig stempel in mijn paspoort. Multiple, for entry until indefinitely.

Vliegtickets kocht ik jarenlang bij de NBBS. Het blijft jammer dat dit Leidse studentenreisbureau in 2001 ten onder ging. Je moest in hun reiswinkel wel geduld hebben, want veel mensen hadden uitgebreide plannen. En het computersysteem was traag. Maar de reisverhalen van andere klanten zorgden voor een heerlijke sfeer. Medewerkers namen er de tijd voor, terwijl ze telefonisch in de wacht stonden bij een vliegmaatschappij.

Vanaf 1985 heb ik jarenlang geheel onafhankelijk gereisd en vakantie gevierd. Dan boekte ik enkel het trein- of vliegticket en een hotelkamer voor de eerste dagen na aankomst. Ter plaatse regelde ik de rest met lokale vervoersmaatschappijen. Globaal stippelde ik voor vertrek een route uit. Maar als een plaats tegenviel, gebeurde het wel dat ik ’s morgens aankwam en ’s middags gelijk met de eerstvolgende bus verder ging.

Regelmatig gooide ik mijn reisschema ter plaatse helemaal om. Op zo’n moment begint het op de bonnefooi reizen echt. Na elke routewijziging moest ik in een vreemde plaats eerst op zoek gaan naar een hotel. Soms was het dan na aankomst al donker. Toch heb ik op vakantie nooit op straat hoeven slapen. Er zijn overal backpackers en hulpvaardige lokale mensen die je de weg willen wijzen. Bovendien werkten in veel landen ronselaars voor taxi’s en budgethotels op stations. Je leert snel genoeg hoe je moet zorgen dat je op een betrouwbaar adres terecht komt.

De ene keer pakt zoiets goed uit en ontdek je een paradijselijk oord, waar je na een maand nóg wil blijven. De andere keer bevalt het minder en zit je met vlooien op een hotelkamer.

Er is een wereld van verschil tussen deze manier van reizen en het ingesleten spoor volgen van Lonely Planet. Om maar te zwijgen van een reisvoorbereiding via internet. Naar mijn idee is de huidige overvloed aan informatie absoluut dodelijk voor de beleving van een waar reisavontuur.

Nee, dan die goeie ouwe tijd. Toen ‘echte’ reizigers nog op pad gingen met weinig meer dan een one way ticket en wat adressen op een kreukelig vodje papier … 😉

Als in een Amerikaans shopping center

Ze zitten aan de overkant van het gangpad, in de bus vanaf station Westervoort. Zij is een donkere vrouw met Mickey Mouse knotjes in haar haar en hij is een jonge man. De vorm van zijn blanke gezicht verraadt sporen van vermenging, maar ik kan hem niet direct thuisbrengen. Ze spreken Engels met elkaar. Zijn Engels klinkt Amerikaans. De bus rijdt naar Duiven Centerpoort Noord; zo’n bedrijventerrein annex meubelboulevard.

Ze zijn op weg naar IKEA en ik moet er uit bij dezelfde bushalte. Dit is een handig bedrijventerrein. Mijn keuken en diverse woonaccessoires komen hier vandaan. Vandaag ga ik naar een beddenzaak toe. Vermoedelijk verdwijnt het laatste aardappelveld tussen Westervoort en Centerpoort Noord spoedig onder een nieuw gebouw.

Eigenlijk is de route saai. Maar dan draait de bus naast Intersport het terrein op. Daar waar de Gouden Bogen van McDonalds overal bovenuit torenen en de grote bedrijfsgebouwen vol in zicht komen. De jonge man raakt helemaal opgewonden. ‘This place looks like an American shopping center!’, exclameert hij verrukt. Hij begint nog net niet te stuiteren wanneer IKEA recht voor ons opdoemt.

Ach, hoe aandoenlijk. Zou hij veel heimwee hebben? Want laten we wel wezen. Deze bedrijfspanden en parkeerterreinen zijn toch miniversies van wat je aantreft in Amerika. Geluk schuilt in kleine dingen, ook al gaat het om megavestigingen op een bedrijventerrein.

Iedereen vindt hier wat herkenbaars. Ondanks heimwee kan je je prima thuis voelen in dit kikkerland. Al is het maar voor even. Ook ik haal reisherinneringen op in shopping malls bij Starbucks en McDonalds.

Mijn hele identiteit op een poster

Een bezoek aan iemand thuis geeft direct een kijkje in het karakter van de persoon zelf. Hij kan slordig zijn of ordentelijk, gemoedelijk of afstandelijk, een verzamelaar of niet gehecht aan materiële zaken. Daarnaast ontdek je snel of iemand kinderen heeft (foto’s aan de muur) of voor specifieke hobby’s leeft. Mijn huis onthult evengoed het nodige over mij. Toch ontbreekt er iets wezenlijks aan de inrichting van mijn woning.

De meubels zijn weinig speciaal. Het meeste komt gewoon van IKEA en de meubelboulevard. Verder hangen overal foto’s van plaatsen in andere landen. Aangezien half Nederland naar verre bestemmingen reist, is ook dat niets bijzonders. Het geheel heeft een klassiek-landelijke en wat brave uitstraling. Toch is dit niet helemaal hoe ik mezelf zie. Want ooit reisde ik veel. Ooit nam ik risico’s. En ooit koos ik mijn eigen pad. Dit is niet zomaar verdwenen. Die keuzes beïnvloeden de rest van mijn leven.

Volgende week hangt de klusser mijn filmposter van Once were warriors aan de muur. Ik kreeg hem in 1995 van Jan Boer in het Leidse Kijkhuis. De film stond toen symbool voor de actualiteit in Nieuw-Zeeland. Straks voegt het affiche een scherp kantje toe aan mijn interieur. Geef een wending aan de betekenis, dan zegt dat ene zinnetje alles.

Van Persepolis naar Elvis, of andersom

Soms besef je pas na een half leven dat je altijd nieuwsgierig bent geweest naar het verhaal achter een muziekstuk dat je associeert met Elvis Presley. Het is volledig instrumentaal en het klinkt alsof het is gecomponeerd voor een film. Ik bedoel dat wereldberoemde intro met paukenslagen en trompetgeschal.

Het begint heel zachtjes, waarna het geluid aanzwelt. Dan ebt het weer weg, maar komt het nog krachtiger terug. Je voelt meteen hoe de spanning wordt opgebouwd. Je wéét gewoon dat er iets groots te gebeuren staat. Iets méga groots. Het ontstaan van een nieuw universum, bijvoorbeeld. Of dat de lang verwachte eindelijk verschijnen zal. Ik krijg er nog steeds kippenvel van.

En nu heb ik ontdekt waar het vandaan komt. Uit Iran. Want in dat land ligt de oorspronkelijke inspiratiebron. Ik heb het over Also sprach Zarathustra, Op. 30, van Richard Strauss dus. (Tekst gaat hieronder verder.)

Wel apart om zoiets te ontdekken door Joanna Lumley’s bezoek aan Persepolis in haar Silk Road aflevering over Iran. Een land waarover ik geen mededelingen doe, maar dat ik als een absolute must see aanraden kan.

And now the one and only Elvis – Also sprach Zarathustra/See See Rider Special Edition.

Kinderen en stilzitten

Op Radio Gelderland vertelt de nieuwslezer over een jeugdzorginstelling. Daar moesten kinderen voor straf lang stilzitten en hun mond houden. Na klachten van ouders wordt deze straf niet meer toegepast. Het is kennelijk niet goed voor kinderen om lang stil te zitten. Dan is het in mijn jeugd wel heel ernstig misgegaan.

Mijn zus en ik moesten als kind aan volwassenen gehoorzamen. Wanneer we naar een familieverjaardag gingen, zaten we in de auto redelijk stil. Na aankomst gingen we weer in een kring op stoelen zitten. De kinderen werden af en toe bij het gesprek betrokken, al spraken de volwassenen meestal. Waarschijnlijk speelden we soms buiten met neefjes en nichtjes. Maar bij mijn weten zaten we vooral langdurig stil.

Verder kan ik mij bezoeken aan de kerk herinneren. Daar moest je héél stil zitten en héél stil zijn. Gelukkig gingen we af en toe staan tijdens het zingen. En ook moesten we knielen (op keiharde planken met van die vilten matjes). Als toppunt van beweging haalden we ergens tussen de preek en het zingen in een hostie. Dan sloot je achter in de rij aan en schuifelde je naar het altaar. Met de hostie op je tong liep je daarna zelfbewust terug naar je plaats. Die hostie kwam wel pas na de Heilige Communie. Toen was ik al een jaar of acht. Stilzitten in de kerk duurde erg lang.

Op school moesten we alweer stilzitten. Per les zeker vijftig minuten lang. Op de kleuterschool mocht je nog spelen in de zandbak. Maar op de lagere school werd het serieus. Dat stilzitten was soms best een uitdaging. Mijn eerste spijbelmoment gaat dan ook terug tot de eerste klas. En toen moesten de pubertijd en middelbare school nog beginnen. Ik heb tussen mijn zesde en zestiende levensjaar bijzonder vaak stilgezeten. Tot vervelens toe.

Bovendien was mijn vader al vroeg de trotse eigenaar van een automobiel. Daarom ben ik een kind van de achterbank. De ritjes naar de stad of familie vielen mee qua afstand. Maar wij gingen ook op vakantie naar het buitenland. Dat begon zo ongeveer toen ik drie was en dat herhaalde zich elk jaar weer. Uren heb ik op de achterbank doorgebracht, van benzinestation naar tolweg, et cetera.

Het komt allemaal terug en weet je wat nu zo sterk is? Dat ik ze ineens weer zo ontzettend mis. Die poortjes en de zware dieselwalmen bij de Franse péages uit mijn jeugd. Want er is weinig waar ik meer van geniet dan van passerend landschap. Gezien vanaf de passagiersstoel of de achterbank.

Mijn grote liefdes

In de film Bridges of Madison County zegt de man van het liefdeskoppel tegen de vrouw zoiets als: ‘Our dreams never came true. But it was good that we had them.’ Gisteren had ik een ontmoeting met vriendin E. in Utrecht. Wij kennen elkaar al 18 jaar en delen een grote liefde. Na zoveel jaar is wel duidelijk dat het geen bevlieging is. In alle turbulentie en maatschappelijke veranderingen blijft deze bestendig. Dan is het echt.

Meestal begint zij erover met een terloopse opmerking. ‘Ik ben zo aan Dubai toe.’ Of: ‘Wanneer gaan we weer naar Istanbul?’ En anders vraagt ze wel naar mijn reisplannen. Nu ik al jaren af en aan zonder werk zit, weet ze dat ik voorlopig geen vakantie in het buitenland vier. Daarom vroeg ze gisteren of ik nog wel naar het Midden-Oosten terug wil.

Er zijn weinig zekerheden in het leven. Maar mijn gevoelens voor bepaalde gebieden zijn zeer stabiel: Polynesië, Australië, het Midden-Oosten en een vleug Afrika. Die blijven, wat er ook gebeurt.

Onlangs liep ik op een druilerige ochtend door een achterafstraatje van de Arnhemse binnenstad. Een Syriër had er een eetgelegenheid en door de deuropening klonk warme, gepassioneerde Oosterse muziek.

Naar Nederland heb ik nooit heimwee. Wel mis ik tijdens een lang verblijf elders vrienden en familie. En natuurlijk kan ik in een Afrikaanse chaos verlangen naar de ordelijkheid van ons landje. Heimwee, echt hartverscheurende heimwee, krijg ik pas wanneer ik een Arabische variant van een smartlap hoor. Bijvoorbeeld in een achterafstraatje in het centrum van Arnhem.

Vakantie in eigen land (met tropentips)

Voor vakanties kan je naar verre oorden reizen, maar zoek het dit jaar eens dichter bij huis. Oké, het is een beetje druk in dit land. Toch zijn er genoeg rustige plekjes te vinden. Bovendien waan je je nu zelfs zonder fantasie in de tropen. Elke dag straalt de zon, dus loop gerust rond in een korte broek of zomerjurk. Bovendien liggen de fotogenieke landschappen om de hoek. Vraag maar eens aan toeristen wat ze hier mooi vinden. Soms zien we de schoonheid ervan pas als een ander ons erop wijst.

Verlang je naar een authentieke vakantiesfeer? Ga dan eten in een goed restaurant met buitenlandse keuken. Kies Afghaans, Eritrees, Keniaans of Perzisch als je het avontuurlijk wenst. Met bijpassende live muziek waan je je vanzelf over de grens. Trouwens, je verwacht de Romeinse brug en Engelse cottages op de foto’s vast niet in Nederland. Toch heb ik ze in hartje Gelderland genomen. En dit alles zonder fileleed of incheckbalies. Ik bedoel maar.

Tot besluit wat tips uit mijn tropentijd, aangezien het vandaag 36 graden wordt.

Tropentips:

  • Zet om 06.00 uur al je ramen open en sluit ze weer voor 09.00 uur. Zorg dat er daarna geen zonnestraaltje meer binnen kan komen.
  • Doe voor 9.00 uur alles wat inspanning vergt en echt moet. Zoals salades, ijsjes en veel leesvoer in huis halen.
  • Doe na 9.00 uur bij voorkeur helemaal niets meer, of doe het lekker rustig aan.
  • Blijf tot 20.00 uur uit de zon!
  • Profiteer van elk beetje schaduw. Al is het maar een streep van tien centimeter breed naast een lantaarnpaal.
  • Hou een zeer lange middagpauze, het liefst met dutje toe.
  • Raak je in een stad toch oververhit, zoek dat de koelste plekken op.
    De vleesafdeling van de supermarkt is ideaal.
  • Sproei de tuin pas zodra alle planten weer in de schaduw staan.