Te gênant voor woorden

Tot vandaag kon ik met een wijde bocht om zijn ideologie heen draaien. Ik hoefde niet eens zijn naam te noemen. Toch dacht ik bij elke zoekopdracht op internet: Wat zal Google hiervan vinden? Hoe lang kan ik hiermee doorgaan voordat een algoritme mij op een zwarte lijst zet? Want Google weet vast wel wie ik ben. En wie zullen die lijst dan onder ogen krijgen?

Dit gaat een totaal verkeerde indruk wekken. Dit zal mij in een dubieus licht plaatsen. Terwijl ik niets met die andere foute figuren te maken wil hebben.

Ik heb overwogen om via DuckDuckGo ondergronds te gaan, omdat ik voor het onderzoek een boek moet raadplegen waarvan de titel zeer gênant is. Kijk je naar de gravatars en schuilnamen van de mensen die het aanbevelen, dan denk je: Getver! In dit gezelschap wil ik nog niet dood worden gevonden. Maar het is te belangrijk.

Via een omweg heb ik gekeken of het ergens onopvallend te koop is. Want bij bestelling via internet zal ik toch een naam en adres moeten vermelden. En via de betaling achterhaalt men zo wie het heeft aangeschaft. Ik zou nog kunnen vragen of iemand anders het voor mij wil bestellen. Maar wie? Die ander weet dan ook meteen wiens naam er in koeienletters op de kaft prijkt.

Nu heb ik het besteld en straks moet ik de gifbeker leegdrinken, zodra het boek in de bieb klaar ligt. Betrof het maar een geslachtsziekte of zo. Dan zou ik mij misschien minder generen. Echt, hierna mag ik nooit meer een expositie in de plaatselijke bibliotheek organiseren.

Zucht. Maar ik móet weten of iemand anders over hetzelfde traject heeft geschreven.
De titel? Hitler’s Fortresses.

Krijg die bestanden er maar eens af

Onlangs heb ik een nieuwe laptop gekocht: een ASUS VivoBook met Microsoft 365 personal abonnement. Alles werkt prima en mijn eigen bestanden staan er ook weer op. Toch heb ik een prangende vraag: hoe krijg je tegenwoordig persoonlijke bestanden van een oude laptop af? Vroeger was dit eenvoudig. Je ging naar Verkenner en haalde alle mappen weg. Nu moet je rigoureuzer te werk gaan, anders blijven er persoonlijke bestanden in diverse programma’s staan.

Zo heb ik alle mappen met afbeeldingen verwijderd uit het fotoprogramma. Ook heb ik via schijfruimte opruimen alle miniaturen gewist. En toch blijven ze maar opdoemen. Foto’s van drie en zelfs tien jaar geleden rouleren vrolijk verder in het tegeltje van mijn startmenu.

Is het dan werkelijk nodig om de harde schijf eruit te slopen? Ik breng graag een lege laptop naar het afvalstation. Wat er daarna mee gebeurt, is namelijk moeilijk te volgen. Misschien gaat zo’n apparaat naar de recycling toe en haalt een vreemde je gegevens weer tevoorschijn.

Pasgeleden heb ik twee andere oude apparaten weggebracht. Een heel oud transistorradiootje en een printer die ik amper kon gebruiken. Want al deed die printer het nog wel, hij had één serieus mankement. Om de haverklap moesten er nieuwe cartridges in. Die zijn steeds binnen no-time leeg, of ze drogen razendsnel uit vanwege te weinig gebruik. Dat hoort bij het verdienmodel van de fabrikant: uiteindelijk ben je meer geld aan cartridges kwijt, dan dat zo’n printer heeft gekost.

Oude spullen wegbrengen ruimt lekker op. Al moet ik zeggen dat ik achteraf toch wat minder gemoedsrust had. Onderweg realiseerde ik mij ineens dat die printer een display heeft. Daar deed ik weinig mee. Maar zou dit dan betekenen dat hij alle printopdrachten onthouden heeft? Printjes van belangrijke correspondentie, bankafschriften en mijn belastingaangifte met Burgerservicenummer en zo?

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

Persoonsverwisseling kan niet meer

Deze week heb ik mijn portretfoto van internet gehaald. Maar het is al te laat. Snode lieden trekken overal websites leeg en vullen enorme databases met onze gegevens. Ze verzamelen alles: foto’s, adressen, namen, contacten, locaties, en meer. Met software voor gezichtsherkenning hebben ons zo gevonden. Nou, lekker dan. Daar gaat mijn dekmantel.

Lange tijd maakte ik mezelf wijs dat ik in de massa op kon gaan. En dat persoonsverwisseling heel eenvoudig zou zijn. Er lopen namelijk meer leeftijdgenoten rond met dezelfde combinatie van voor- en achternaam.

Rond mijn geboortejaar was Karin een populaire meisjesnaam. Op de middelbare school zaten we met drie Karins in de klas. En toen mijn ouders bij een buurtcentrum mijn naam eens lieten omroepen, verscheen er een andere Karin met dezelfde achternaam. Jaren later dook zij weer op bij een feest, dus hebben we elkaar zelfs ontmoet.

Stel nu dat ik zou kunnen ruilen. Welke Karin zou dan het aantrekkelijkste leven leiden? Eens kijken. Ik zou een organisatieadviseur kunnen zijn, een secretaresse, juwelier, masseuse, zorgverlener, brouwer, schooljuf, gastvrouw, parkbeheerder of boerin. Daar zit best wat tussen. En hoe is het met de liefde gesteld? Even zien wie hun partners zijn. Hm. Hm. Hm. Wie zijn hun vrienden? Trouwens, waar wonen ze eigenlijk? Ik wil wel in een landelijke omgeving blijven.

Uiteraard is dit onzin. Maar de huidige digitale ontwikkeling geeft serieus te denken.

Al je wachtwoorden aanpassen

Zit je vaak op internet, dan is de kans groot dat het een keer gebeurt. Vandaag ben ik aan de beurt. Er komt een e-mailtje binnen met als onderwerp mijn e-mailadres en mijn voluit geschreven wachtwoord. Slik. Okeeee … Dit is zo’n ‘stay calm and don’t panic’-moment. Al is het bericht bij nader inzien best lachwekkend. Want een zekere Aubrie heeft via de camera van mijn laptop stoute dingen gefilmd.

‘One of the x-rated videos website you watched was infected with my malware which recorded a video of your immoral sexual doings from your webcam and even recorded the clip you were playing! In the video you really are looking exciting. Your current mail and Facebook contacts were at that time sent to me by my malware.’

Grappig zeg, die Facebook contacts. Ik mijd Facebook namelijk al mijn internetleven lang als de pest. Binnen 24 uur moet ik USD 3.000 op een Bitcoin-rekening overmaken. ‘If I don’t get the money,’ dreigt Aubrie, ‘I will send your video to every contact of yours. Consider regarding the disgrace you experience. and likewise if you happen to be in a committed relationship, exactly how it will affect?’ Nou beste Aubrie, dat zal mij een zorg zijn.

Maar goed, mijn wachtwoord dus. Dat is wel een dingetje. Want net als iedereen heb ik tal van accounts bij bedrijven, netwerken en instellingen. En dat specifieke wachtwoord is ook het wachtwoord van mijn laptop. Het stamt nog uit de beginfase van internet. Bovendien is het onderdeel van wachtwoorden voor DigiD en mijn betaalrekening. Het is nu eenmaal lastig om veel verschillende wachtwoorden te onthouden.

Nu ben ik al úren bezig met wachtwoorden checken en aanpassen, want overal moet je een account met wachtwoord hebben. Wil je een prijsvraagje invullen? Hup, wachtwoord aanmaken. Of wil je een poster bij PimpJeDeur bestellen? Fijn, maar wel even een accountje maken. Zo gaat het maar door. Gelukkig heb ik tijdens de vorige alarmfase (toen LinkedIn was gehackt) al veel wachtwoorden veranderd. Maar ongemerkt zwerven er nog diverse bijna vergeten accounts rond. En daar staat dat oude wachtwoord.

Eigenlijk moet ik Aubrie bedanken. Dankzij haar heb ik schoon schip gemaakt en veel accounts opgezegd. Bij sommige organisaties ging dat vlot. Die geven helder aan hoe het moet. Anderen hebben al eerder mijn account verwijderd wegens onbruik of systeemwijziging. Ook goed. Alleen het account van Ticketmaster wil van geen wijken weten. En ik kan het bloed van die lui daar toch al drinken. Grrr.

Hoe ga jij om met accounts en wachtwoorden?

Zij doen niet aan die privacywet

Misschien komt er vandaag nog een stortvloed aan verzoekjes binnen. Maar in mijn inbox ontbreken juist de belangrijkste instanties. Heb jij bericht ontvangen van de belastingdienst over die nieuwe privacywet? Ik niet. Ook het Kadaster geeft geen sjoege. Terwijl Jan en alleman daar de koopakte van een woning kan opvragen. Waarin persoonsgegevens staan, zoals Burgerservicenummer, volledige naam en geboortedatum.

Ik ben voor bewaking van persoonsgegevens, waaronder portretfoto’s. Zoals we de laatste jaren op internet bezig waren, kon het gewoon niet langer. Nu verliezen we onze onschuld door die nieuwe privacywet. Zomaar wat leuke foto’s delen op internet gaat niet meer. Tenzij je juristen wil spekken. (Even wat foto’s van Raam Open schrappen, want soms is ook mij onduidelijk wat kan. Mogen foto’s van mensen met een zonnebril op wel blijven staan?)

Ondanks alle heisa ben ik blij dat deze regelgeving er is. Want de privacywet zorgt hopelijk voor meer bewustwording.

Al herhaaldelijk sprongen anderen veel te nonchalant om met mijn persoonsgegevens. Een prutsende amateur plaatste zonder mijn medeweten mijn genealogische gegevens op internet. Inclusief de volledige namen en geboortedata van mijn ouders.
Tijdens vakanties droegen reisleiders stapels kopieën mee van paspoorten van groepsleden. Zo konden ze de groep versneld inchecken bij hotels. Hebben ze achteraf de overtollige kopietjes vernietigd? In buitenlandse hotels slingeren er misschien nog honderd van mijn paspoort rond. Binnen Europa en in tamelijk schimmige landen.
Die ene man, die opvallend veel foto’s maakte van de vrouwen in een wandelgroep. Wat heeft hij daarmee gedaan? En die website, waarop persoonsgegevens van zo’n duizend mensen en hun wandeltochten staan. Compleet met foto’s, data en namen van alle groepsleden. Zodat een hacker direct kan zien met wie zij omgaan. Hoe goed is die eigenlijk beveiligd?
Trouwens, vorige week nog vroeg een historicus of ik even wat privé-contactgegevens van onderzoekers kon doorgeven. Hij werkt aan een publicatie.

Zij hullen zich op deze D-day allemaal in stilzwijgen.

‘Verbranden’

Intermezzo van de hoofdzonden. – Hoewel? Ik zondig nu tegen mijn eigen regel. Want ik ga toch over mijn moeder schrijven. Ze is halverwege de tachtig en bezig met opruimen. Een meubelstuk, stapels boeken, kleding van mijn overleden vader en meer gaat weg. Dat lijkt me verstandig. Als je behoeften veranderen, heb je weinig aan spullen uit een vorige fase. Wel druk ik haar op het hart om mij oude voorwerpen te tonen voordat zij die wegdoet.

Want wat zij als troep beschouwt, vind ik juist bijzonder. En andersom. Ik heb de afgelopen jaren dan ook al duizend keer gezegd: ‘Neehee, hoef ik niet’, wanneer ze weer met prullaria van een rommelmarkt aankwam. In mijn ogen dan. Haar huis puilt uit. Overal staan plantjes en beeldjes en potjes en frutsels. Als je bij haar iets uit een kast wil pakken, moet je eerst andere spullen opzij schuiven.

Toch heeft ze de afgelopen decennia wel vaker opgeruimd. Alleen merkte ik daar nooit wat van. Alles stond nog even vol. Maar kennelijk ruimt ze deze keer echt grondiger op. En hoe gaat zoiets? Je trekt een schoenendoos open of een plastic tas, en komt oude papieren tegen. Waarna je even gaat zitten en drie uur later nog zit te lezen.

Ik heb dat in het verleden ook gedaan. Zo’n 25 jaar geleden moesten mijn schoolagenda’s eraan geloven. Die uit mijn pubertijd. Wat daarin stond, was gewoon te gênant voor woorden. Ik heb ze vlak voor een verhuizing weggedaan. En op mijn vorige adres dumpte ik mijn dagboek. Want in dat dagboek ging ik mooie levenservaringen opschrijven, maar vaker werd dat stoom afblazen. Stel dat je per ongeluk dood neervalt en je nabestaanden die bladzijden vol drama’s aantreffen? Echt niet.

Afijn, onlangs was ik dus bij mijn moeder. Een vrouw die ik redelijk goed denk te kennen. Maar iedereen mag geheimen hebben. Zij ook. Dus heb ik mij beheerst, toen ze in de keuken bezig was en ik op haar bureau een open envelop zag. Met ongeziene inhoud. En met haar handgeschreven opdracht op de buitenkant: ‘Verbranden’.