Een vreemd-vertrouwd geluid in streektaal

Als inwoners van een klein land hoeven we nooit ver te reizen voor een bezoek aan het buitenland. Maar ook binnen de landsgrenzen en ons taalgebied kunnen we ons in het buitenland wanen. Ik luister vaak naar het programma Alles Plat op Radio Gelderland. Daarin draaien ze muziek met streektalen uit Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Het is wonderlijk hoe vreemd en vertrouwd tegelijk die streektalen klinken. Dat zeg ik als in Gelderland wonende ex-Randstedeling.

Bij sommige liedjes herken ik losse woorden, hoewel ik geen touw kan vastknopen aan de volledige zinnen. De taal lijkt wel op het Nederlands, maar er zitten ook Duitse elementen in. Of misschien zijn die Deens. Wat meespeelt, is dat het programma alleen uit muziek bestaat. Er is geen dj voor de aankondiging van nummers of artiesten.

Daarom bleef één zangeres voor mij lang onbekend. Zij zingt heerlijk rustig en haar melodieuze liedjes hebben iets raadselachtigs. Meestal kan ik snel de naam van een artiest achterhalen. Gewoon door een stukje songtekst in het zoekveld van Google te typen. Maar nu miste ik de juiste woorden. Zelfs met mijn oor aan de speaker gekluisterd, kon ik nog geen zinsnede herkennen voor een bruikbaar fragment.

Toch is het gelukt. Ik heb haar muziek gevonden door klanken na te bootsen in diverse spellingvarianten. De zangeres heet Marlene Bakker en ze zingt in het Gronings. Voor wie wil weten waarover: de tekst staat op YouTube onder haar videoclip.

‘Niemand luistert’, zegt zij

We wandelen in de Millingerwaard en zij is wat jonger dan de rest. Aanvankelijk loopt ze op met andere mensen in de groep. Vervolgens blijft ze als een zwaan-kleef-aan bij mij. Ze houdt halt terwijl ik een aantal foto’s maak. En ze wacht als ik een stukje achterop raak. Overal waar we tijdens de pauzes stoppen, duikt zij aan dezelfde tafel op. Oh, ze is best vriendelijk, maar wel graag aan het woord. Wanneer ik zelf ergens over begin, praat zij al gauw door mij heen.

Zou het liggen aan mijn zachte stem? Sommige mensen horen nu eenmaal slecht. Dat kan komen door het vele rumoer waaraan stadsbewoners worden blootgesteld.

‘Veel mensen in deze groep luisteren niet.’, zegt ze op een gegeven moment. Opmerkelijk, maar terecht.

Wat hier gebeurt, is inderdaad extreem. Deze keer heeft zeker de helft van de wandelaars een ‘gehoorprobleem’. Alsof niemand de ander nog hoort, waardoor iedereen in het luchtledige praat. In het buitenland ervaar ik dit zelden zo, hoe rumoerig het daar ook kan zijn.

Hallo hallo …

Zo druk je die plannen er wel door

Vergaderen lijkt zo eenvoudig. Je zit met wat mensen om tafel en bespreekt een aantal zaken. Daarbij volg je een agenda. Om de beurt vertel je wat je doet en lever je professionele input. Wanneer iemand spreekt, luisteren de anderen. Daarna neem je gezamenlijk besluiten. Je verdeelt nieuwe taken en noteert belangrijke afspraken. Dat is alles. De vergaderingen van ons vrijwilligersclubje echter, verlopen een beetje anders. Wat zeg ik? Het is totale chaos!

Persoonlijk vind ik dat je eerst een opleiding psychologie moet doen, voordat je aan vergaderingen begint. Want je denkt misschien dat het over de agendapunten gaat, maar dat is niet altijd zo. Het draait evenzeer om belangen, om gevoelens en om onuitgesproken verwachtingen. Bovendien brengt iedere deelnemer zijn eigenaardigheden mee. In dat opzicht helpt de Belbin test, en het bestuderen van de Roos van Leary.

Daarnaast vind ik dat een studie politicologie vereist is. Tenminste, wanneer je met door de wol geverfde types in een vergadering zit. Je zou het bij onze gemoedelijke vergadering niet verwachten, maar hier speelt de hogere kunst van het plannen erdoor duwen. En het gaat er soms behoorlijk slinks aan toe.

Wat bijvoorbeeld goed werkt, is een onrustige sfeer creëren. Sta midden in de bespreking van een agendapunt op om voor iedereen koffie te gaan halen. Of beter: hou met een of twee deelnemers onderonsjes, terwijl de vergadering gaande is. Dat leidt af en zorgt later voor twijfel. Dan kan je de volgende keer zeggen: ‘Oh, maar dat hebben we de vorige keer al besproken.’ Hoe chaotischer, hoe beter. Met wat geluk mist de notulist dan precies de besluiten die jou minder goed uitkomen.

Beter nog is om zaken voor te bespreken met een invloedrijk persoon. Je merkt snel genoeg wie dat is. En verwacht je van iemand een tegenstem, zorg dan dat de dwarsligger pas tijdens de vergadering informatie krijgt, terwijl de rest al op de hoogte is. Moffel kritieke punten diep weg in een tekst. Wellicht lukt het om je document meteen al in stemming te brengen.

Wat ook helpt, is dit. Benader een enthousiaste trainer en hou die een wortel voor. Beloof bijvoorbeeld ruimte voor exposure, ook al ga jij daar niet over. Vervolgens laat je de trainer met verve een workshopvoorstel presenteren. Dat vergroot de gunfactor. Degene die dan bezwaren uit, wordt vanzelf gezien als spelbreker.

Maar de beste manier is structureel elk tegengeluid negeren, en steeds opnieuw hetzelfde oude voorstel indienen. Desnoods drie keer. Stuur het gauw per ongeluk ongewijzigd naar een fonds voor subsidie. Dan kan je achteraf zeggen: ‘Oeps, het stond nog in het plan. En ze hebben het al goedgekeurd. Nu moeten we het wel zo uitvoeren.’

Weer terug onder de mensen

De afgelopen periode heb ik een teruggetrokken leven geleid. Het begon met de lockdown. Die haalde een dikke streep door bijna alle afspraken in mijn agenda. Er kwamen alleen nog ‘noodzakelijke’ dienstverleners langs. Verder waren er ontmoetingen met buurtgenoten, een netwerkgesprek en drie sporturen in een park. Steeds keurig op anderhalve meter afstand. Maar dat was alles.

Voor een poosje vond ik deze afzondering wel prettig. Ik begon er zelfs aan te wennen. Er is zo veel ruis en zo veel eenrichtingsverkeer in het normale leven. Dat kan ik goed missen.

Misschien moeten we selectiever worden in onze ontmoetingen en in onze handelingen. Dan ontstaat er vanzelf meer ruimte voor wat we belangrijk vinden.

Als de zoon van de buurman

Hoe zou het zijn, als je kind bent van ouders die zich niet geliefd maken bij de buren? Je moeder is inmiddels overleden. Zij stond bekend als een moeilijke vrouw. Dat was ze al voordat ze steeds meer ging mankeren. En je vader is nu hoog bejaard. Hij kan botte uitspraken doen en star reageren. Dat zeg je zelf.

Hoe zou het zijn, als zoon van ouders die met jou en je zussen nauwelijks contact onderhouden? Je vader belt enkel wanneer hij je nodig heeft. Je spreekt hem verder alleen indien je hem zelf belt. Nooit zal hij uit zichzelf vragen hoe het met je gaat. Het lijkt hem niet te interesseren. Een van je zussen ziet hij nooit. Wel kwam je jongste zus enige tijd wat vaker bij hem logeren. Maar dat was omdat zij hier tijdelijk studeerde.

Je bent een man van begin vijftig. Samen met je zoon werk je in je vaders’ tuin wanneer de buurvrouw naar je toe komt. Je kent haar niet en ze vraagt of je familie bent van haar buurman. Want in de vijf jaar dat zij hier woont, heeft zij jullie hier nog nooit gezien. Je bevestigt de onderlinge verwantschap.

Waarna de buurvrouw vraagt of je vader over haar verteld heeft. Je hebt inderdaad iets vernomen over problemen met de riolering. Je ziet hoe gespannen zij is, maar ook dat ze met je wil praten. Ze begint over de erfgrens en over wat er volgens haar mis is.

Zou je zo vaker worden benaderd, als je ouders het bij anderen verpest hebben? Zouden sommigen je er persoonlijk op aankijken? Zou je je er opgelaten door voelen, in het bijzijn van je zoon? Zou je koel blijven? Zou je tegen opmerkingen ingaan? Of zou je ze bevestigen, mits zaken kloppen en er rustig over wordt gesproken?

Zou je je voor je ouders schamen? [‘Is mijn vader lastig?’, vroeg hij later aan mij, toen de spanning eenmaal was verdwenen.]

Of ervaar je opluchting, als je eindelijk met de buurvrouw over de situatie kan praten? Omdat je als enige van de kinderen verantwoordelijkheid voelt voor je vader. En omdat er direct herkenning ontstaat, wanneer je open en eerlijk bent.

Jij en je zussen hadden gehoopt dat vader zich als weduwnaar vrijer zou gedragen. Want de laatste jaren van haar leven moest hij vooral voor moeder zorgen. Maar hij onderneemt niets. De wil is er niet meer.

[‘Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren.’, zegt de zoon zachtjes, zodat de vader het binnen niet kan horen.]

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Het schilderwerk van de dakkapel

De dakkapel vraagt om een nieuwe verflaag en dat klusje besteed ik graag aan een schilder uit. Toevallig woont er een twee huizen verderop. Deze buurman ken ik oppervlakkig, al hebben wij elkaar een keer uitgebreid gesproken. We zijn namelijk lotgenoten. De beruchte buurman van het riool woont tussen ons in en met die man hebben wij allebei beroerde ervaringen opgedaan. Zoiets schept een band.

Voor een offerte benader ik uit loyaliteit als eerste mijn schilderende buurman. Toch is er een moment van twijfel. Want wat als er iets onverhoopt mis gaat? Ik heb al bij herhaling gedoe met bouwvakkers gehad. Het gebeurt regelmatig dat zij afspraken anders interpreteren, zelfs al staan die zwart op wit. (‘Twee waterafvoeren, dus niet één.) Of dat er iets vergeten wordt. (‘Oh, moest daarachter nog een elektriciteitskabel komen?’) Lang niet iedere bouwvakker wil een fout of vergissing onder ogen zien. Maar het is wel makkelijk als de buurman het werk uitvoert, dus hij wordt het.

Op de afgesproken dag brengt hij onverwachts versterking mee. Hij heeft er namelijk ‘een project’ van gemaakt. Bij de overburen heeft hij ook een klus. Daarom staan er ineens twee schilders voor mijn deur. Binnen no time wordt de rolverdeling duidelijk. Buurman is de baas c.q. meewerkend voorman; de andere man is de braaf luisterende goedsul.

Buurman is trouwens best een praatjesmaker en een druk baasje. Hij weet dit goed te etaleren met een ladder. Die ladder wordt als eerste daad tegen de dakrand geplaatst. Vervolgens gaan ze bij de buren verder. De achtergelaten ladder wekt intussen mooi de indruk dat er hard gewerkt wordt. Ook wanneer er urenlang niemand op staat.

Verder delegeert buurman op een manier die ik sinds de jaren zeventig niet meer heb meegemaakt. (Behalve in Frankrijk en in Afrika. Daar slijten traditionele omgangsvormen minder snel.) Het is een waar staaltje patron versus gezel.

Ondertussen voel ik mij vanwege hun nadrukkelijke aanwezigheid wel ietwat opgelaten. De ladder staat in de voortuin en je kijkt zo door het raam de woonkamer in. Dus kunnen ze de hele dag mijn bezigheden zien. Het ene moment zit ik aan de eettafel op mijn computer dingen te doen. (Zij kunnen op het scherm meekijken, wanneer ze de ladder op klimmen.) Het andere moment zit ik op de bank de krant te lezen. Het moet een indruk wekken alsof ik de hele dag niets beters heb te doen. Maar dat komt omdat zij er steeds niet zijn wanneer ik juist heel actief ben.

Strikt genomen kan ik gewoon weggaan. De overburen hebben de schilder/buurman al hun sleutels gegeven. Hij toont ze mij, wanneer ik vraag tot hoe laat zij bezig zullen zijn. (Omdat ik boodschappen wil doen. Omdat ik uit hun zicht wil verdwijnen. Omdat, als zij telkens naar de overburen gaan, die onbespiede ladder in mijn voortuin naar mijn openstaande raam toe leidt. Nou ja, eigenlijk omdat ik alle onrust in mijn voortuin zat ben.) Hoeveel werk kan je nou helemaal maken van zo’n pietepeuterig dakkapelletje?

Uiteindelijk zijn ze af en aan 2 ½ dag bezig, samen met een timmerman. Aan het eind van dag 2 zie ik dat een stukje houtrot onbehandeld is gelaten. Toevallig staat de schilder/buurman net buiten met een andere buurman te praten. (Ook zoiets, hebben jullie enig idee hoeveel mensen er in een dorp voor je huis blijven dralen wanneer er een buurtgenoot op de ladder staat? Er komt gewoon geen eind aan de parade.)

In elk geval loop ik naar de schilderende buurman toe en vraag: ‘Dat plekje met houtrot, dat ga je morgen nog doen, toch?’ Jazeker, dan zal hij ‘het spul’ er op smeren. Prima. Alleen besef ik dat hij zich niet realiseert dat het vermolmde hout nog niet is weggehakt. Daar wijs ik hem de volgende ochtend alsnog op. Overigens had de timmerman er net een trespa-plaat tegenaan bevestigd …

Even later gaan de mannen twee deuren verder thuis bij de buurvrouw koffie drinken en hoor ik vanuit hun achtertuin hoe de patron zijn gezel een uitbrander geeft. Die had dat klusje de vorige dag moeten uitvoeren.

Nu heeft de patron in hoogst eigen persoon na het reinigen, schuren, plamuren, twee lagen grondverf aanbrengen en tussendoor weer schuren, de buitenste verflaag aangebracht. Nadat de ladder was weggehaald en de verf een uurtje had kunnen drogen, ben ik naar buiten gelopen om een foto te maken. En toen zag ik het. Groene verf, in plaats van het donkerblauw wat er op moest.