De tropen komen naar je toe deze zomer (met tips)

Nog één zo’n zinderend hete dag doorstaan en dan hebben we het weer even gehad. Gisteren werden alle records verbroken: meer dan 40 graden Celsius in Nederland. Dat is in geen tijden vertoond. Ik zag het nieuwste statistiekje van een grootschalig onderzoek naar de opwarming van de aarde. In 2.000 jaar is het wereldwijd niet zo heet geweest als in de laatste honderd jaar. De tropen komen naar ons toe deze zomer en dat zal vaker gaan gebeuren. Heb ik daarvoor al die vlieguren gemaakt, vroeger? Sorry, foute opmerking. Maar ik kan nu wel een aantal geleerde lessen uit de tropen doorgeven.

Tuin en planten
De tuinplanten hebben het heel zwaar. Voor dorstige hortensia’s heb ik halfronde walletjes gemaakt van vijf centimeter hoog. Die vangen het water op van de schuin aflopende grond. Over de planten liggen doeken, maar de bloemen zijn toch verbrand. Daarom wil ik met schaduwdoek en vier stokken een tijdelijk afdakje maken voor de heetste dagen. (En voortaan snij ik tijdig wat bloemen af. Binnen blijven ze in een vaas langer goed.)

Het is sowieso slim om op de zonnigste plekken Mediterrane planten te plaatsen. In Macedonië en Libanon laten mensen druiven, kiwi’s en ander fruit over meterslange pergola’s groeien. Daaronder kun je lekker koel in de schaduw zitten of je auto parkeren. Plant bomen aan de zuidkant van de tuin en het huis.

Huis koel houden
Een huis hou je zonder airconditioning koeler met een paar eenvoudige maatregelen. Neem luiken of schermen aan de buitenkant voor de ramen. Hang desnoods een laken over een geopend dakraam. Laat een hedera of andere klimplant tegen een stenen muur aan de zonzijde groeien. Dan neemt de muur minder warmte op. Sedum op een plat dak helpt ook.

Zelf ’s nachts koel blijven
Afgelopen nacht deed mij terugdenken aan de nachten in een strandhuisje op het Frans-Polynesische eiland Moorea. Het stond tussen wuivende palmbomen. Op de achtergrond klonk het zachte geruis van de oceaan. De airconditioning bestond uit panelen van horizontale louvre glasplaatjes als ramen. Zette je er twee tegenover elkaar open, dan waaide de wind er doorheen. Traditionele huizen in Samoa zijn zelfs helemaal open. Die hebben alleen een vast dak en een vloer. De muren bestaan uit gevlochten matten die als luxaflex omhoog en omlaag gaan.

Net als nu, koelde het binnen niet verder af dan tot 26 graden. Een laken voelt dan al snel plakkerig aan. Ik sliep vannacht op een badstof doek. Ter verdere afkoeling kan je je lichaam bedekken met een natte handdoek. Of maak je huid nat met een washandje en laat je lijf daarna aan de lucht drogen. Dat werkt ook goed.

Heb jij nog andere handige tips uit de tropen?

Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Ik schreef er gisteren over. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

Mijn grote liefdes

In de film Bridges of Madison County zegt de man van het liefdeskoppel tegen de vrouw zoiets als: ‘Our dreams never came true. But it was good that we had them.’ Gisteren had ik een ontmoeting met vriendin E. in Utrecht. Wij kennen elkaar al 18 jaar en delen een grote liefde. Na zoveel jaar is wel duidelijk dat het geen bevlieging is. In alle turbulentie en maatschappelijke veranderingen blijft deze bestendig. Dan is het echt.

Meestal begint zij erover met een terloopse opmerking. ‘Ik ben zo aan Dubai toe.’ Of: ‘Wanneer gaan we weer naar Istanbul?’ En anders vraagt ze wel naar mijn reisplannen. Nu ik al jaren af en aan zonder werk zit, weet ze dat ik voorlopig geen vakantie in het buitenland vier. Daarom vroeg ze gisteren of ik nog wel naar het Midden-Oosten terug wil.

Er zijn weinig zekerheden in het leven. Maar mijn gevoelens voor bepaalde gebieden zijn zeer stabiel: Polynesië, Australië, het Midden-Oosten en een vleug Afrika. Die blijven, wat er ook gebeurt.

Onlangs liep ik op een druilerige ochtend door een achterafstraatje van de Arnhemse binnenstad. Een Syriër had er een eetgelegenheid en door de deuropening klonk warme, gepassioneerde Oosterse muziek.

Naar Nederland heb ik nooit heimwee. Wel mis ik tijdens een lang verblijf elders vrienden en familie. En natuurlijk kan ik in een Afrikaanse chaos verlangen naar de ordelijkheid van ons landje. Heimwee, echt hartverscheurende heimwee, krijg ik pas wanneer ik een Arabische variant van een smartlap hoor. Bijvoorbeeld in een achterafstraatje in het centrum van Arnhem.

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

Worteltaart in de tropen

Door het bericht van gisteren over tijdsbesef in Samoa, belandde ik in gedachten bij worteltaart en Ronnie’s Bar & Grill in Avarua. Avarua is de hoofdstad op Rarotonga, het hoofdeiland van de Cook Islands. David Stanley beschrijft het als volgt in zijn South Pacific Handbook (1993):

‘This attractive town of around 5.000 inhabitants is strung along the north coast beneath the green, misty slopes of Maungatea. Avarua retains the air of a 19th-century South Seas trading post. Outrigger canoes are pulled up under the old ironwood trees along the beach between the two harbors. Across from the traffic circle near Avarua Harbor is the Seven-in-One Coconut Tree (planted 1906.)’ Dat is één van de weinige attracties en ik hoop dat dit nog lang zo blijft.

In mijn herinnering at ik voor het eerst worteltaart bij Ronnie’s. Daar zat je aan tafeltjes bij het witte houten hek van zijn veranda, met uitzicht op de tropische tuin en de weg tussen zijn restaurant en de Stille Zuidzee. Slechts af en toe kwam er een auto voorbij. Sindsdien denk ik altijd aan Ronnie’s wanneer ik worteltaart zie. Ook al klopt dit niet, want worteltaart serveerden ze op de veranda van een café verderop. Mijn eerste worteltaart-beleving was vermoedelijk Australisch.

Worteltaart past bij de tropen. Engelsen zijn er dol op en veel exotische oorden zijn nog lid van het Britse Gemenebest. De Cook Islands hebben een vrijwillige associatie met Nieuw-Zeeland. In talloze landen zie je beïnvloeding over en weer. Vandaar dat je ook in Kenia worteltaart vindt. Dit stukje schrijf ik onder het genot van koffie met Coolmore’s carrot cake, uit West Cork, Ierland. Eén van de beschreven ingrediënten is een exportproduct uit Polynesië: kokos.

Tip van de dag: palusami uit Samoa en ika mata (een visgerecht op het menu van Ronnie’s) zijn verrukkelijke inheemse gerechten waar ook kokos in zit. De recepten staan op internet en de meeste ingrediënten zijn in een toko te koop. Maar is er iemand die weet waar je verse tarobladeren kan krijgen?