Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

De biecht van de bankier

Zondag bracht VPRO’s Tegenlicht een topper met ‘De biecht van de bankier.’ In één woord ontluisterend, maar ik begin met een toepasselijk citaat. Metal roofs have replaced palm thatch, but Laudromats have yet to appear in the Marquesas, French Polynesia’s most remote and disadvantaged archipelago. Material expectations will rise, however, now that islanders have a new window on the world: satellite television. ‘Now our young people want the same things as young people everywhere’, complains a local official. ‘So, they leave.’ In juni 1997 staat dit met foto in de National Geographic.

Financiële constructies
Bankiers bedenken ingewikkelde financiële constructies met hulp van advocaten. Volgens het programma staat ons nog wat te wachten. Banken hebben welbewust gemeenten en semipublieke instellingen opgezadeld met producten waarvan zij wisten dat hun klanten ze onvoldoende konden doorgronden. Zoals interest rate swaps. Plus vastgoedleningen en grondaankopen met leningen die gemeenten niet kunnen terugbetalen. Dit is in heel Europa gebeurd. Bijna iedereen wil steeds meer. Een opmerking zet de zaak op scherp. Sommige mensen kunnen enorme winsten maken door het destabiliseren van de euro.

Alternatieve ontsnappingsroute
We hoeven geen financiële en ecologische Apocalyps af te wachten. Volgens sprekers in het programma zijn er alternatieven. In ons land zijn innovatieve bedrijven actief. Zij richten zich op recycling en hergebruik van diverse grondstoffen. Maar zij krijgen hun financiering nauwelijks rond. Terwijl juist in die branche een belangrijk deel van onze toekomst ligt. Amerika heeft, anders dan Europa, de banken in 2008 gedwongen om gelijk schoon schip te maken. Dan kan bij ons nog steeds. Meerdere mensen wijzen op het belang van een parallel monetair systeem. Een voorbeeld is de WIR Bank in Zwitserland. Dit systeem vangt schommelingen van andere munteenheden op.

Zekerheid en status via sociale cohesie
Andere alternatieven zijn gebaseerd op versterking van sociale cohesie. Als we hieraan zekerheid en status kunnen ontlenen, hebben we dan nog zo’n behoefte aan materieel bezit? Een aantal kleine Duitse gemeenschappen kent een systeem dat draait op tijdeenheden. Iemand doet een boodschap voor een oudere, een ander vangt de kinderen na schooltijd op. Beiden krijgen een tijdeenheid als munt. Duitsland is toch al een land dat sterk is in kleinschalig ondernemerschap. Dat gezamenlijk tegenwicht kan bieden aan grote spelers.

Bankiers en consorten
Het huisje op de foto is eenvoudig, maar het is er goed toeven. Al moet je het op een tropisch eiland kunnen uithouden. Want ook met internet is het leven daar eentonig. En ook daar is status geconcentreerd bij een elite. Deze mensen hebben nauwelijks invloed op klimaatverandering door winstbejag elders. Terwijl zij er als eerste last van krijgen. Ik heb weinig begrip voor inhalige bankiers, advocaten, aandeelhouders, marketeers en vervuilers. Het wordt tijd dat zij de schade ongedaan maken en hun kennis inzetten voor de samenleving, in plaats van ertegen.

Vliegtuig gemist

Gisteren hoorde ik op het radionieuws dat de Solomonseilanden waren gesloten voor vliegverkeer. Een vrachtvliegtuig was door zijn landingsgestel gezakt. Daardoor blokkeerde het de enige landingsbaan. Gezien vanuit Nederland, is zoiets bijna niet voor te stellen. Maar de Solomons liggen aan de rand van de Stille Zuidzee. Op veel eilanden in de oceaan is de luchthaven weinig meer dan een houten keet met een lap asfalt op een grasstrook tussen palmbomen. Voor vertrek in kleine vliegtuigjes moet je samen met je koffer op de weegschaal.

Het nieuwsbericht roept herinneringen op. Op 6 september 1995 was ik in Rarotonga op de Cookeilanden. De luchthaven van Papeete in Frans-Polynesië stond in brand. Tahitianen waren woedend omdat Frankrijk een kernproef op Moruroa had uitgevoerd. Dit ondanks felle protesten uit de hele wereld. Daar had ik zelf aan meegedaan.

Ik zou die dag met Air New Zealand vliegen van Rarotonga via Nandi in Fiji naar Apia, de hoofdstad van Western Samoa. Het vliegtuig pendelde heen en weer tussen Los Angeles en Auckland. Onderweg maakte het tussenlandingen op eilanden in de Stille Zuidzee. De meeste landen daar bestaan uit tientallen tropische Bounty-eilandjes in een onmetelijk grote oceaan.

Het vliegtuig stond vast op de luchthaven van Papeete. Daarom vloog Air New Zealand een leeg toestel vanuit Auckland naar het eerstvolgende eiland op de oorspronkelijke route. Dit om alle gestrande reizigers verder te brengen. Het werd een latertje, maar om 01:00 uur stonden we dan in Nandi. In de vorige tijdzone was het 03:00 uur. Op de luchthaven koos ik een hotel uit en reed met het klaarstaande busje mee. Zo belandde ik met mijn slaperige kop bij de hotelreceptie. En daar hing een kalender. Waarop stond 8 september. Uh … Ik wreef mijn ogen uit en keek nog eens goed. Het stond er echt. Ik pakte mijn ticket erbij. Foute boel!

Door alle consternatie was ik helemaal vergeten dat we de datumgrens onderweg zouden passeren. Ik had op het vliegveld gelijk een transfer moeten maken naar het volgende klaarstaande vliegtuig. Jee, vliegtuig gemist! Een enigszins onrustige nacht volgde. In de ochtend reed ik meteen terug naar de luchthaven. Maar ik had mij geen zorgen hoeven maken. Er werd totaal niet moeilijk gedaan. Zo gaat dat in de Stille Zuidzee.

Er ligt ook weleens een kapotte tweedehands veerboot in de haven. Afrika-gangers herkennen dit vast. Zo’n boot met uitsluitend Chinese tekens. Zodat je geen flauw idee hebt waar de nooduitgang is. Terwijl de reserveboot op de bodem van de oceaan verblijft. Iedereen weet dat je dan gewoon een beetje langer moet wachten. Maar niemand op die eilanden heeft last van haast of stress.

In mijn geval kwam het volgende vliegtuig een week later. Ik kon mijn route omzetten en ging eerst naar Tonga in plaats van Western Samoa. Als je vier maanden lang van ultieme vrijheid kan genieten, wordt alles vanzelf een feest. Zeker in de Stille Zuidzee. Het enige nadeel is dat ik ruim achttien jaar later nog dagelijks bezig ben met afkicken.

Tip van de dag: Fly Air New Zealand. Het is een sympathieke maatschappij.

McDonalds als protestmiddel

McDonalds is leuk bezig. De fastfoodketen adviseert zijn personeel geen fast food te eten, omdat het ongezond is. Ooit speelde dit bedrijf de hoofdrol in mijn eenpersoons protestactie. Het was 1995 en meneer de president Chirac ging kernproeven doen in Frans Polynesië, zijn territoire d’outre-mer. Precies aan de vooravond van mijn reis naar de Stille Zuidzee. Vooraf was ik in Zuid-Frankrijk.

Ik moest iets verzinnen om mijn pure walging kenbaar te maken. Het moest natuurlijk wel origineler zijn dan die afgezaagde blokkades waar ze in Frankrijk altijd mee aankomen. Nou, ik heb die grenouilles een poepie laten ruiken. In een stad vol restaurants met haute cuisine keerde ik ze allemaal de rug toe. En ging demonstratief eten bij het door hen zo verfoeide McDonalds. Ha.