Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt mij daarover niets gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.

Ingesnoerd door paternalisme

door stikstof woekerende braam ingesnoerde paddenstoel

Op twee wandelingen vertellen vier mensen mij onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde over hun werk. Regels hebben hun eigen inbreng, en daarmee hun bevlogenheid, steeds verder ingeperkt. Twee van hen werken al jaren in de zorg en in het onderwijs. Een ander, een gepensioneerde man, was theoretisch fysicus. Hij had nog de tijd meegemaakt waarin ‘er van alles mogelijk was’. En iemands dochter liep stage bij mijn vroegere werkgever in de internationale ontwikkelingssector. Zij was onaangenaam verrast door het ‘paternalisme’.

Paternalisme. Dat hadden we toch achter ons gelaten in mijn tijd, toen ik daar werkte? Er was gezamenlijk een benadering ontwikkeld, gebaseerd op decennia van lessons learned. Hierdoor werd zo veel mogelijk ruimte voor eigen inbreng gelaten aan de mensen dáár: in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar er kwam een reorganisatie, en nog een daarna. Toen moest er meer EU-financiering worden binnengehaald. Dat was het nieuwe streven. En daarmee kwam kennelijk ook het paard van Troje.

Is het paternalisme? Ik ben geen insider meer, maar kan wel raden hoezeer de formaliteiten zijn toegenomen. Formaliteiten om te standaardiseren en om alles meetbaar te maken. En vooral: om risico’s uit te sluiten. Daarbij: hoe vooruitstrevend is de Europese Unie werkelijk?

En toch. Wellicht is het paternalisme ook bij ons terug van nooit weggeweest. Voor ons aller bestwil, volgens degenen die de regels bepalen. Dan is dat waar al die systemen voor dienen. Dan moeten we daarom de hoogste diploma’s halen, aan ISO-normen voldoen, en tot wel 30% van onze werktijd besteden aan het invullen van formulieren. Terwijl wij denken dat het gaat om verbetering van dienstverlening en meer klanttevredenheid.

PS: De afgebeelde paddenstoel groeit vlakbij akkers in de vrije natuur, maar wordt in zijn groei beperkt door een braam. Dat komt er nu van al die stikstof hier.

Over afronden, cultuur, engagement en vooruitzien

Moe maar tevreden zit ik achter mijn laptop. Vandaag heb ik zeven lagen verf van de oude toiletdeur gekrabd en andere onderhoudsklusjes gedaan. Het einde van een lange lijst komt in zicht. Daarom schakelen mijn hersenen alweer om. Die zijn altijd bezig met vooruitdenken en verruimen nu hun focus. Concreet: wat gaan we deze herfst doen?

Ik heb slechts twee voornemens. Geëngageerd blijven is daar één van. De laatste tijd verscheen er op Raam Open weinig over politiek en maatschappelijke kwesties. Dat komt deels door mijn overstap van de Volkskrant naar Trouw. Ik moet nog steeds afkicken van de Volkskrant. Trouw is gematigder, eigenlijk iets gezapiger, terwijl de Volkskrant naar mijn idee dieper graaft. Nu blijf ik soms zitten met vragen. Daarom wil ik verschillende media gaan lezen. Mogelijk levert dat nieuwe opinie-achtige logjes op.

Toch zal het nog lastig worden. Qua gedrag hebben mensen een beperkt repertoire, zodat gebeurtenissen vaak een vorm van herhaling zijn. Op Raam Open wil ik herhaling juist vermijden. Er valt al voldoende te lezen over de Syrische Koerden, Trump en zijn Turkse makker. Wat is het toch schrijnend dat ik kan genieten van mijn opgeknapte huis, terwijl Koerden in hun woningen worden gebombardeerd. Zij zijn nooit helemaal veilig in die regio.

Mijn andere voornemen is weer vaker cultuur opsnuiven. (Naast Leidens Ontzet.) Ik ben in geen tijden naar een lezing of concert geweest. Ook heb ik sporadisch musea en evenementen bezocht. Cultuur schuilt onder meer in ontmoetingen met mensen die anders leven dan ik. Misschien moet ik mezelf gewoon uitdagingen opleggen. Zo van: vandaag knoop je een praatje aan met een skateboardende puber. Daarvoor hoef ik slechts naar station Arnhem Centraal te gaan.

Hopelijk zullen beide voornemens leiden tot nieuwe inspiratie. Maar eerst ga ik morgen wandelen in het bos, want dit is een paddenstoelentopjaar!

Prayer in C – De tekst losgezongen van de melodie

Leiden, 3 oktober, een jaar of vijf geleden. Mijn zus en ik lopen te midden van het feestgedruis een rondje over de kermis. In al het tumult ontwaar ik een specifiek geluid. Het zijn de catchy deuntjes van een enorme dance hit. Ik word er naar toe getrokken, ik móet er naar luisteren. ‘Dit vind ik echt een heerlijk nummer.’, zeg ik genietend tegen mijn zus. ‘Maar,’ brengt zij ertegen in, ‘eigenlijk is dit een heel triest nummer.’ Dat heb ik dan compleet gemist.

Misschien ben jij zo iemand die vooral luistert naar de songtekst. Ikzelf val hoofdzakelijk voor de klank, het ritme en de melodie. De woorden van een songtekst hoor ik wel, maar registreer ik niet. Toch is er met dit nummer, Prayer in C van Lilly Wood & The Prick, iets bijzonders aan de hand. De tekst lijkt wel helemaal losgezongen geraakt van de melodie.

Wat is er gebeurd? Dit is een lied uit 2010 van een Franse folk-pop band. Oorspronkelijk klonk het ingetogen, mysterieus en melancholiek. De tekst slaat op alle misstanden in de wereld. Het is zelfs een klaagzang, gericht aan God. Want waarom grijpt Hij niet in? Waarom laat Hij niets van Zich horen? De mensen denken dat Hij hen verlaten heeft. Kan Hij Zichzelf nog wel vergeven? Het is me nogal wat. Over de betekenis wordt trouwens nog altijd gediscussieerd. Somber en omineus zijn de korte zinnen zeker.

See, our world is slowly dying. Don’t think I could forgive you.

Maar dan komt het. In 2014 remixt Robin Schulz dit nummer tot een dance lied. Er verschijnt een carnavaleske video bij op YouTube. In uitgelaten stemming maken de bandleden Berlijn onveilig. Precies zoals feestende vrienden dit doen wanneer ze voor het eerst in het buitenland zijn op stedentrip. Een doodskop is echter alom aanwezig.

En het nummer explodeert. Momenteel staat de teller op 555.118.652 weergaven van alleen al de officiële clip. (Binnen een kwartier zijn er alweer 7.000 bijgekomen.) Ook staan er diverse concertregistraties in Frankrijk op internet. Zoals deze in La Citadelle, Arras, uit 2015, met 10.093.112 weergaven. Vergelijk hiermee eens de schamele 887.276 van het Rendez-vous de la Lune Eglise Saint-Eustache uit 2010. Dat is de ingetogen versie. Het is nogal een verschil.

Wat moeten we hier nu uit concluderen? Stopt iedereen met luisteren naar een tekst, zodra je er een catchy dance melodietje onder zet? Of feesten we zo lang het nog kan, omdat we de boodschap kennen? Carnaval en dance-evenementen vormen sowieso de momenten waarop we helemaal los gaan. Los gaan van onze zorgen. We wéten dat we dansen op een vulkaan. Daarom past de dance versie van dit lied op feesten, en zeker op een kermis. Vind ik, althans.

Een blik op Latijns-Amerika

Zondagavond. Latijns-Amerikacorrespondent Nina Jurna toont als Zomergast een recent en ontluisterend fragment. Te zien is een groepje Braziliaanse indianen met hoofdtooien, blote basten en traditionele tatoeages op hun gezichten en lichamen. Ze komen uit dorpen ver weg en diep in de Amazone, het oerwoud. Vermoedelijk hebben ze een lange en uitputtende rit over modderwegen achter de rug. Nu demonstreren ze in de hoofdstad tegen een wetswijziging die hun leefgebied zal verwoesten.

Het zijn representanten van de oorspronkelijke bevolking. Of beter, de representanten van het restant. Zij die hebben weten te overleven na 1492. De wet zal het ontoegankelijke oerwoud ontsluiten. Er zullen wegen worden aangelegd, en dan komen al snel de goudzoekers. Goud- en andere gelukszoekers vormen steevast de voorhoede.

Met de goudzoekers komen ook de chemicaliën, de wapens, de hoeren, de gewelddaden, de ontbossing, de belangen van de echte grote spelers en daarbij de regels die de oorspronkelijke bevolking zeker niet zullen bevoordelen. Zo gaat het namelijk altijd, waar ook ter wereld, wanneer er voornamelijk macho’s rondlopen.

In het fragment zie je een ontmoeting tussen de oorspronkelijke bevolking en de moderne, ‘ontwikkelde’ mens. Het is niet de allereerste ontmoeting, in 1492. Het is als die latere ontmoeting, een paar jaar daarna. Wanneer de moderne mens al een tijdje vaste voet aan de grond heeft gehad in hun leefgebied.

Het is de confrontatie die er overal ter wereld is geweest. Tussen ons en de indianen, de Zoeloes, de Maori, de Australische Aboriginals. Niet te verwarren met de ‘aborigines’ in Papoea-Nieuw-Guinea. Het verschil? Deze keer filmt een camera het tafereel. Het is een flash back uit de geschiedenis van eeuwen geleden, maar dan anno nu, live op tv. Zo ging het er toen dus aan toe.

Er is nog zo’n recent en onthutsend fragment. Venezuela, het parlement. Schreeuwende mannen. Een vrouwelijke politicus die even rauw en hard brult als een vent. Dat moet daar zo, kennelijk. Niemand luistert. Sommige politici spelen verveeld onderuitgezakt met hun smartphone. Ze zijn het tumult gewend.

Hoog op de publieke tribune roept een bevlogen, jonge arts in een witte doktersjas om medemenselijkheid. Er is geen geld voor medicijnen in zijn ziekenhuis. Mensen sterven, omdat hij de middelen ontbeert om ze te helpen. Doe er wat aan, smeekt hij. Een doodzieke en lijkbleke vrouwelijke kankerpatiënt ziet de debatterende politici beneden aan. Het geschreeuw gaat nergens over. Zij staat te wankelen, ze moet gaan zitten. De politici gaan door.

Als het in Europa ook misgaat, dan is dit ons voorland.

Ik heb vrijwel niets met Latijns-Amerika. Dat is vreemd, want er is daar toch genoeg mooie natuur. Misschien ben ik te veel beïnvloed door beelden op ons acht uur journaal. Beelden van guerrillastrijders, dictators, gevaarlijke beesten en drugsbendes in favela’s. Je kent het wel. Terwijl, zoals Nina Jurna zegt: gewone mensen leiden hun leven in die favela’s.  En dat wéét ik toch? Want ik bén in Keniaanse sloppenwijken geweest. Ook daar is het leven van mensen best wel alledaags.

Zuid-Amerika is een door mij zwaar miskent continent. Ik herinner mij nog de bijeenkomsten met vertegenwoordigers van organisaties uit die regio bij mijn vroegere werkgever. Die mensen bleken zeer creatieve ideeën te hebben. Sterker: hun maatschappelijke organisaties waren vaak al verder dan vergelijkbare organisaties op andere continenten. Van hen kon je echt nog wat leren. Ze kwamen onder meer voor kennisuitwisseling.

Ik heb vrijwel niets met Latijns-Amerika. Waarschijnlijk omdat ik het continent van oudsher associeer met de La Bamba. Dit lied heb ik lang gehaat. Als er wat meer Santana was geweest, was het tussen mij en Latijns-Amerika vast beter gelopen. Ik kan zelfs geen gerecht uit die regio bedenken dat ik lekker vind.

Maar in Nina, met haar deels Latijnse passie en liefde voor een continent, haar betrokkenheid, haar zoektocht naar haar afkomst en haar eigen strijd tegen onrecht, herken ik alles.

Mijn wereldbeeld is ontstaan in Europa en gevoed met films uit Noord-Amerika. Reis-technisch ben ik volwassen geworden in de Britse Commonwealth. Engels is mijn linqua franca. Dat heeft veel van mijn visie en keuzes bepaald. En niet alleen die van mij. Venezuela is ons buurland, maar hoeveel Nederlanders zien dat?

Onverwachte kosten woning is maatschappelijk probleem

Woningeigenaren merken nu dat hun bezit een last kan worden. Zij staan voor onverwacht hoge kosten of zijn slecht op de toekomst voorbereid. Alle daken moeten eind 2024 asbestvrij zijn. Daarnaast moeten we van het gas af. Een asbestdak vervangen kan zomaar € 25.000 kosten. En een oud huis voor een alternatieve warmtebron aanpassen, vergt circa € 30.000. Bovendien wonen ouderen langer thuis. Hebben zij aan een potje voor het onderhoud gedacht?

‘De Vereniging Eigen Huis is kritisch over het asbestverbod. ‘Dit is een voorbeeld van ondoordacht beleid. Er is geen rekening gehouden met de gevolgen.’’ Zo oordeelt woordvoerder Hans André de la Porte in een Volkskrant-artikel op 26 maart 2019. Ook naar mijn idee schuift de overheid de verantwoordelijkheid voor oplossingen te makkelijk door naar individuele huiseigenaren.

Woningeigenaren kunnen zich groeperen en de vervanging van asbest-daken gezamenlijk aanpakken. Bijvoorbeeld in samenwerking met een woningbouwvereniging. Dat scheelt geld en individueel regelwerk. Een andere in het artikel genoemde optie is een overheidsfonds voor zachte leningen ten behoeve van woningeigenaren.

Dit geldt eveneens voor alternatieve warmtebronnen. Zet bijvoorbeeld één grote warmtepomp op een industrieterrein neer, die warmte levert aan diverse wijken. Dat lijkt mij beter dan veel kleine lawaaiige pompen op afzonderlijke woningen. En is verwarming met waterstof al voldoende onderzocht? Er zijn vast meer alternatieven. Dit raakt bijna alle woningbezitters. Daarom mogen we toch wel een nationaal plan verwachten? Denk aan verschillende opties en financieringsmogelijkheden.

Dan de geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Dit is een groeiende groep en mijn buurman is een passend voorbeeld. Oude weduwnaar, ziek en slecht ter been, krijgt thuishulp en heeft geen spaargeld. In huis is alles verouderd en het onderhoud aan zijn woning is zwaar verwaarloosd. Zijn acute probleem is dat hij vroeger welbewust bouwvoorschriften heeft genegeerd, waardoor de riolering kapot is gegaan. Dit riool deelt hij met twee buren. Nu is hij volledig aansprakelijk voor alle kosten. Hij wil een lening proberen te krijgen, maar de vraag is of dit lukt.

Zo niet, moet hij dan de consequenties dragen en zijn huis verkopen? Moeten zijn buren het maar uitzoeken en de kosten zelf betalen? Of moet de gemeenschap hiervoor opdraaien?

Voorbereid op vergankelijkheid

Heb je een druk leven, dan sta je zelden stil bij vergankelijkheid. Je hebt nog een toekomst voor je. Je maakt plannen voor de volgende vakantie. Maar je doet ook aan sport voor een goede conditie, want je weet dat gezondheid niet vanzelfsprekend is. Voor de zekerheid tref je maatregelen om je eigen vergankelijkheid zo lang mogelijk uit te stellen. Toch, deze persoonlijke stapjes zijn druppels op een gloeiende plaat.

Vergankelijkheid is overal. Denk aan het leven zelf: van geboorte naar groei en volle wasdom tot aan ouderdom en overlijden. Of denk aan koninkrijken en ideologieën, die opkomen en weer gaan. De wereld is al miljarden jaren aan het vergaan. Het hoort erbij. De aarde heeft al veel veranderingen doorstaan. Kijk naar het ontstaan van continenten, gevolgd door erosie en de verdwijning van complete bergen. En hoe anders was het leven 1.000 jaar geleden op al die continenten? Welke sporen zijn daarvan in de huidige culturen blijven bestaan?

De versnelling van klimaatopwarming en geopolitieke ontwikkelingen bezorgen mij een gevoel van urgentie. Alsof de laatste twee minuten voor middernacht zijn ingegaan. Wat wil ik nog zien? Wat moet ik doen? Wat is echt belangrijk? Deze gedachten zijn betrekkelijk en egoïstisch. Maar bekijk het eens breder; wat is dan haalbaar?

In de westerse wereld beleven we een hoogtepunt, zowel qua welvaart als maatschappelijk gezien. Kennis wordt alom gedeeld en we leven in vrijheid. Ook bedenken we slimme oplossingen en produceren we duurzame energie. Tegelijkertijd gaan recente ontwikkelingen in tegengestelde richting.

Bevolkingstoename, verlies van natuur en leefgebied, geopolitiek, vervuiling, et cetera. Wie redt de oeroude kennis van medicinale planten onder indianen in de Amazone? Hoe ver moet je reizen voor echte rust en stilte? Maar wacht, het ijs smelt al. Ook boven de bunker waar miljoenen zaden uit de hele wereld worden bewaard, voor het geval dat de halve wereld vergaat.

Het gaat er in deze eeuw om spannen wie of wat de overhand krijgt. Een machthebber, een groepje rijken, een ideologie, een mensenmassa, het klimaat? We moeten ons mentaal voorbereiden op wat er tijdens ons eigen bestaan al zal vergaan.