De mooiste kleine huisjes in de sneeuw

Bijna had ik een serie kapitale panden op Raam Open gezet. Allemaal in chaletstijl, die fin de siècle bouwstijl waar ik in het vorige logje over schreef. Deze villa’s zien er nu extra mooi uit in de sneeuw. Ik bedacht mij echter toen ik de sneeuwfoto’s van andere bloggers zag. Zij toonden hoekige schuurtjes, straten en zelfs flatgebouwen uit de jaren zestig. Ongetwijfeld waren ook die sneeuwtaferelen met trots vastgelegd. ‘Mijn’ villa’s staken daar echter nogal opschepperig bij af. Bovendien woon ik zelf liever knus en klein. Daarom presenteer ik vandaag de kleintjes tussen de groten, want die mogen er ook zijn.

Relatief eenvoudig chaletje in een grote tuin.

Klein huisje (of kantoor) schurkt gezellig aan tegen een grote broer.

Klein huisje (of is het een schuurtje) in het dal.

Klein (nou ja, klein …) huisje met hout gestookte kachel aan de rand van een landgoed.

Needless to say dat ik meteen voor de deur sta zodra ik win in de loterij.

Zon licht sneeuw berk bast

Zon, licht, sneeuw, berk, bast. Dat is wat je hier ziet.
Zoom in op de details en ontdek wat daarin besloten ligt.
Selecteer wat je mooi of intrigerend vindt.
En creëer zo je eigen wereld.
Dat is al wat ik doe, zei de autodidact in de fotografie.
Misschien bestaat hier wel een term voor,
maar ik blijf liever onwetend op dit gebied.

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.

Sneeuwwit met goud (4)

Alsof er een golf via blogs op mij afkwam, zag ik de sneeuw vanuit het zuidwesten naderen. De eerste foto’s verschenen in Frankrijk. Daarna volgde België en toen waren wij aan de beurt. Ook hier viel pas het eerste dunne laagje sneeuw in twee jaar. Daarom duurde het even voor ik een nieuwe aflevering kon toevoegen aan de serie Sneeuwwit met goud. Dit is hem geworden en de titel luidt: Mooie dooi is niet lelijk.

Druppels en bellen

Sinds de oogoperatie ontdek ik allerlei verrassende verschijningsvormen van druppels en bellen. Met geïnjecteerde gasbellen is het alsof je van binnenuit door een donker glas heen kijkt. Zolang ze vrij rondzweven, doen ze ook wel denken aan luchtbelletjes in natuurijs. Nu is mijn oog wederom gevuld en deze gasbel is van een heel andere dimensie. Kijk ik recht omhoog, dan zie ik het oppervlak aan de bovenkant verschijnen. Dat ziet eruit als het onderwateroppervlak van een bad, waarin je na een duik weer boven komt drijven.

Nog mooier vind ik de vergelijking met het afweerschild dat Hermelien Griffel en Harry Potter kunnen oproepen. Als ik het goed heb, luidt de volledige spreuk protego totalum salvio hexia repello muggletum. Met een zwaai van hun staf toveren ze het koepelvormige, zilverkleurige vlies tevoorschijn om zich tegen alle duistere krachten van buiten te beschermen. Zo ongeveer ziet het er in mijn oog uit. Misschien heeft zo’n gasbel wel tot inspiratie voor dat magische beeld geleid.

Nu vertrouw ik erop dat die bezwering mijn oog tijdens het herstelproces zal beschermen. Al gebruik ik voor de zekerheid ook maar oogdruppels voor een goede genezing.

Spinrag en hangende paddenstoelen

Op een stormachtige herfstdag passeer ik deze dakrand vol spinrag. ‘Halloween!’, denk ik meteen. Volgens Wikipedia werd Halloween vooral door de Kelten gevierd. ‘Die geloofden dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terugkwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar. De geesten die uit dode mensen op zouden rijzen, werden aangetrokken door voedsel voor hen neer te leggen voor de deuren.’

Even verderop richten roze hangende paddenstoelen zich op naar het licht. En dat in het bos op de Hemelse Berg. Nu kan je wel zeggen dat Halloween hier naartoe is overgewaaid, maar ik vind het behoorlijk mysterieus allemaal.

Slijmspoor of slijmspook?

Het is wonderbaarlijk hoe je jarenlang dezelfde rondwandeling kan maken en toch steeds weer iets nieuws kan ontdekken. Zoals dit slijmspoor op een beuk. Waar komt dat slijm vandaan? Heeft een slak dit zo achtergelaten? Of hebben we hier met een slijmspook te maken?

Sorry, beste volgers. Al mijn ernst en energie gaat momenteel naar de foto-expositie, dus meer dan dit soort onzin verschijnt hier even niet. 😉