Onderweg naar de tandarts

Het regent en ik moet extra vroeg op vanwege een tandartsafspraak.
Reden genoeg voor een baaldag. Maar dat is buiten de route gerekend. Want hoeveel mensen kunnen naar de tandarts via een Lange Afstand Wandelpad? Er loopt bovendien een Streekpad langs de praktijk. Dus mag ik kiezen. Wordt het deze keer het Veluwe Zwerfpad, of het Maarten van Rossumpad?

Uhm, … nou, … weet je wat? Doe ze allebei maar!

De watermolen.

Het pad in het Sonsbeek park.

Langs een vijver met uitzicht op de stadsrand.

En een stukje van de Burgemeesterswijk.

Het Arnhemse park Sonsbeek is een ideaal beginpunt voor uitstapjes. Vandaar dat hier altijd twijfel ontstaat. Want is dit nu een wandeldag, of ben ik op weg naar de tandarts?

Twintig jaar leven met internet

Weet jij nog precies wanneer je met het internet kennis maakte? Voor mij was dat in het jaar 2000, nu twintig jaar geleden. Ik kreeg toen van mijn nieuwe werkgever een eigen e-mailadres en een computer met internetverbinding. De meeste websites waren in die tijd van ‘nerds’, bedrijven en instanties. Die websites zagen er nog vrij technisch uit, met strakke vakken en hoekige computerletters. Foto’s waren meestal klein. Maar je kon in direct contact komen met de hele wereld en dat was een soort ontdekkingsreis.

Een bevriend stel hoorde bij de voorhoede en via hen belandde ik op Ilse, Schoolbank en Hyves. Ik ontmoette hen tijdens een vakantie. Nog zie ik de krakkemikkige, maar oh zo gezellige internetcafeetjes voor me, waar zij op tergend trage computers met veel moeite hun mailtjes naar het thuisfront stuurden. Een jaar later opende ik zelf een hotmail-account, want ik ging weer op reis. Dat account werd de doodsteek voor de romantiek van de poste restante, maar wat was het handig.

Uit die begintijd stamt ook het wachtwoord dat ik nog steeds gebruik, zij het in talrijke varianten. Het bestaat uit een samenstelling van afgekorte woorden die stuk voor stuk aangename herinneringen oproepen. Er zit een koosnaampje in van een land en de naam van een favoriete band. We moeten continu wachtwoorden invullen, dus dan denk ik graag aan iets plezierigs. Dat basiswachtwoord is een vast element geworden in mijn leven.

In 2000 had ik nog veel ontzag voor mensen met een eigen website. Je moest er toch minstens voor kunnen programmeren en dat vergde kennis van wiskunde, dacht ik. Moet je nu eens kijken.

In 2007 opende ik zelf een eenvoudige webshop. Die kon ik zonder noemenswaardig programmeerwerk bouwen met speciale software. Rijk werd ik er niet van, maar de daarmee opgedane kennis vergrootte wel mijn kans op een baan. Sindsdien beheer ik voortdurend websites. Zoals voorheen diverse websites bij werkgevers, en tegenwoordig een website voor vrijwilligers, een familiewebsite en dit blog.

In twintig jaar tijd is er op internet enorm veel veranderd. In technologisch opzicht, commercieel en sociaal. Eerst wilde iedereen vrijwel alles delen. Nu zie je voorzichtig het begin van een terugtrekkende beweging. Tenslotte is de speelse onschuld van sociale media wel verdwenen.

Toch beschouw ik internet als een schier onuitputtelijke bron van gemak, vermaak en informatie. Je kan er elk denkbaar product op vinden. Een bijzonder koffiemerk uit Vietnam? Geen probleem. Wordt thuis afgeleverd. Digitale archieven en talloze videoclips zijn nu voor iedereen toegankelijk gemaakt. Verder is de transparantie van wat er in de wereld gebeurt, enorm vergroot. Dit mede dankzij sociale media, want nepnieuws vertelt ons ook iets. Als je zelf kan nadenken, blijft internet een groot goed.

Gered door de scanner

Vandaag ben ik de hele dag zoet geweest met het digitaliseren van foto’s. Zes foto’s, welgeteld. In de feestcommissie heb ik namelijk geroepen dat ik heel goed ben in het fotograferen van oude foto’s. Eigenlijk wil ik die klus gewoon aan niemand anders toevertrouwen. Tenslotte ben ik de contactpersoon voor de expositieruimte. Dan wil je natuurlijk wel dat je straat er een beetje knap op staat.

De eerste bijdrage bestaat uit zes foto’s van begin jaren negentig. In die tijd werden hele rijen huizen gerenoveerd en dat is een belangrijke gebeurtenis in onze straatgeschiedenis. Daarom is het mooi dat er scherpe foto’s van zijn. Maar wanneer ik er zelf mee aan de slag ga, valt het scherpstellen nogal tegen. Na honderd pogingen, met twee verschillende toestellen, ben ik nog steeds ontevreden.

Kan ik nou werkelijk geen fatsoenlijke, scherpe foto’s meer maken? Moet ik dan echt met hangende pootjes naar de feestcommissie gaan, en vertellen dat het mij niet lukt? Juist dan komt er een verlossend e-mailtje binnen. ‘Je scant ze, neem ik aan?’, schrijft iemand van de commissie.

Oh ja … scannen … da’s waar ook … Er staat al vijf jaar een printer met scan-functie in mijn werkkamer. Nooit gebruikt, die scan-functie, want ik weet niet waar het juiste knopje zit. Er is wel een handleiding van 261 pagina’s, alleen staat die ergens op internet. Dat wordt mij dus te ingewikkeld. Geen zin in. Ik wil per sé een handleiding op papier.

Gelukkig komt er hulp uit onverwachte hoek. Want ik sluit toch maar het kabeltje aan, waarna de printer tegen mijn computer zegt dat die de printer moet toelaten. Dus ga ik naar Windows-instellingen, dan naar apparaten, dan naar printers en scanners, waar staat dat mijn printer offline is, wat niet waar is, maar ergens zie ik ook een knopje ‘Scan maken’. En dat is precies wat ik zoek.

Coronacrisis – lessen uit zes jaar bloggeschiedenis

Thuiswerkplek met apparatuur van een vroegere werkgever.

Het lijkt een raadsel waarom mensen te weinig afstand houden, ondanks het coronavirus. Toch zijn daar verklaringen voor. Per toeval stuit ik op het zes jaar oude log Een beetje afstand houden. Daarin beschrijf ik dat het kan samenhangen met cultuur. Of komt het door een posttraumatische stressstoornis, zoals ik bij vergelijkbaar gedrag in Het is oppassen geblazen concludeer?

Enig spitwerk door de geschiedenis van Raam Open levert meer toepasselijke logjes op. Ze gaan over actuele en praktische zaken. Zoals sociaal ongemak bij verkoudheid, prangende computerperikelen en onze behoefte aan telefonisch contact. Verder zijn er beschouwende teksten over gemoedsrust en over begrenzing van vrijheid. En voordat je situatie onverhoopt kritiek wordt: denk tijdig aan een testament.

Het kleurenspectrum op mijn deurpost

‘Het kleurenspectrum,’ meldt Wikipedia, ‘bestaat uit de kleuren van de regenboog met de kleurenvolgorde rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet.’

Meestal blijft het voor ons menselijk oog onzichtbaar. Maar soms komt het hele spectrum spontaan tevoorschijn. Zoals hier, dankzij de werking van lichtstralen door het glas in mijn raam.

Dit schouwspel duurt maar even. Het is een cadeautje van de zon in tijden van een bijna-lockdown.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)