De zoete geur van nectar op de hei

Het is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden om in augustus naar de Posbank te gaan. Bij voorkeur op een doordeweekse dag, met iemand die de mooiste achteraf paadjes kent in de directe omgeving. De drukte valt niet meer te vermijden (denk: molens in Kinderdijk), maar zolang de groepen motorrijders afwezig zijn, kun je er volop genieten van een heuse natuurbeleving. Want als je even stil bent, hoor je de bijenvolken zoemen, terwijl de schapen van de Rhedense kudde het gras maaien, en de lome wind je zongewarmde zoete vleugjes nectar toewaait.

Afgeleid door de kerk

Soms loop je naar een andere kamer toe en ben je daar vergeten wat je er ook alweer kwam doen. Deze week overkwam mij iets dergelijks in een overtreffende vorm.

Ik wil een bezoek brengen aan Groessen om daar een bepaald gebouw te zien. Dus neem ik met de trein naar Duiven en wandel via een fietspad verder. Bij de afslag naar het dorp tref ik een ANWB-informatiebordje aan. Laat daar nu juist een nostalgische afbeelding van het betreffende gebouw op staan. Links van het bordje loopt de spoorlijn Arnhem – Winterswijk. Rechts liggen velden en akkers te dommelen in de zon. Verderop tekent het silhouet van het dorp zich af tegen de felblauwe lucht. Het is een klassieker: zo’n verzameling huizen en bomen met prominent in het midden een kerkgebouw met spitse toren.

In Groessen zelf trekt de kerk van de Heilige Andreas direct mijn aandacht. Het gebouw is eeuwenoud en voorzien van prachtige deuren. Het staat centraal aan het dorpsplein in een ruime tuin.

Daarna wandel ik langs kwekerijen naar de Loowaard toe en verder over de dijk bij de uiterwaard tot voorbij het plaatsje Loo. Met het pontje over de Rijn eindigt de tocht in Huissen en dan wordt het tijd om naar huis te gaan.

Pas thuis dringt tot mij door wat ik heb gedaan. Ik ben helemaal aan het te bezichtigen pand voorbij gegaan!

Een zoethoudertje over begrenzing

Wanneer het op een blog wat stiller wordt, weet je nooit of dat voor even is, of dat het een teken is van het begin van het eind. Zowel als volger als als blogger vraag je je dat soms af.

De reden voor de stilte hier, is dat ik lekker met het onderzoek bezig ben. Al is het veel meer omvattend dan dat. Toen ik vorig jaar samen met een buurman naar een kenner ging bij het Erfgoedcentrum, vertelde de buurman aan die medewerker waar het mij om ging. De man was professioneel genoeg om zijn persoonlijke gedachten te verbloemen. Maar toch meende ik een zweempje van meewarigheid op zijn gezicht te bespeuren.

Misschien is het typisch mannen eigen om zo’n onderwerp gelijk groots aan te pakken. Hij liet dan ook meteen de naam van een megabouwwerk vallen. De Duitse versie van de Chinese Muur, zeg maar. ‘Nee, nee’, zei ik toen, ‘voorlopig gaat het mij alleen om die loopgraven bij ons in de achtertuinen.’ Daarop reikte hij mij een artikel aan uit een plaatselijk historisch tijdschrift, waarin ik wellicht een paar aanknopingspunten kon vinden. Eerlijk gezegd denk ik dat hij dacht dat het daar wel bij zou blijven.

Grappig.

Hij zou eens moeten weten.

Dus toen ik een paar maanden later voor nadere informatie terug kwam, begon er op zijn gelaat al wat meer besef door te schemeren. Nog steeds was het mij vooral om de plaatselijke linie te doen. Plus nog wat graafwerk in de omgeving. Want ja, dat megaproject uit die oorlogsperiode, zo kenmerkend voor een evenzeer nogal megalomane man, was toch wel een beetje veel van het goede. Dat vond ik ook. Daar moest ik mij dus maar niet aan wagen. Dacht ik toen.

Toch is dat moeilijk te doen. Ik bedoel, hoe strak ik het ook afbaken en hoe zeer ik het ook binnen de perken wil houden; sluipenderwijs komt er steeds weer een stukje bij. Alleen die ene gebeurtenis nog. Alleen dat opmerkelijke zijspoortje nog. Alleen die ene plaats er nog bij. Al die deelonderwerpjes zijn relevant en ze dragen bij aan een completer verhaal.

Maar echt, het gaat alleen om dat traject langs de Rijn. Daar blijft het bij.

Nou ja, nu ben ik dus toch over een grens heen gegaan. De Duitse wel te verstaan. Maar verder ga ik niet. Echt niet. Alleen dat ene gebiedje mag er nog bij. Gewoon, omdat het zo toepasselijk is en omdat aan het de Liemers grenst. Oh, had ik dat al verteld: de Liemers valt nu ook binnen mijn onderzoeksterrein. En niet alleen het stukje langs de Rijn …

Afijn, u begrijpt dat het hier voorlopig nog wat stiller dan normaal zal zijn. Van fotografie komt evenmin veel terecht. Maar een plaatje van een ontluikend beukenlaantje kan altijd tussendoor.

De mooiste kleine huisjes in de sneeuw

Bijna had ik een serie kapitale panden op Raam Open gezet. Allemaal in chaletstijl, die fin de siècle bouwstijl waar ik in het vorige logje over schreef. Deze villa’s zien er nu extra mooi uit in de sneeuw. Ik bedacht mij echter toen ik de sneeuwfoto’s van andere bloggers zag. Zij toonden hoekige schuurtjes, straten en zelfs flatgebouwen uit de jaren zestig. Ongetwijfeld waren ook die sneeuwtaferelen met trots vastgelegd. ‘Mijn’ villa’s staken daar echter nogal opschepperig bij af. Bovendien woon ik zelf liever knus en klein. Daarom presenteer ik vandaag de kleintjes tussen de groten, want die mogen er ook zijn.

Relatief eenvoudig chaletje in een grote tuin.

Klein huisje (of kantoor) schurkt gezellig aan tegen een grote broer.

Klein huisje (of is het een schuurtje) in het dal.

Klein (nou ja, klein …) huisje met hout gestookte kachel aan de rand van een landgoed.

Needless to say dat ik meteen voor de deur sta zodra ik win in de loterij.

Zon licht sneeuw berk bast

Zon, licht, sneeuw, berk, bast. Dat is wat je hier ziet.
Zoom in op de details en ontdek wat daarin besloten ligt.
Selecteer wat je mooi of intrigerend vindt.
En creëer zo je eigen wereld.
Dat is al wat ik doe, zei de autodidact in de fotografie.
Misschien bestaat hier wel een term voor,
maar ik blijf liever onwetend op dit gebied.

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.