Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Schoonheid in stikstoffixatie

Op een akker in de buurt groeit een plant met rozerode bloemen. Ik vermoed dat het een soort lathyrus is. Lathyrus is een geslacht uit de vlinderbloemfamilie. Van een afstand is niet direct zichtbaar waarom die plantenfamilie zo is genoemd. De bloemetjes zijn tamelijk klein. Maar bekijk je ze van dichtbij, dan zie je de gelijkenis. De bloemblaadjes hebben dezelfde adertjes als de vleugels van een vlinder.

‘De meeste soorten vlinderbloemigen leven in een mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën van het geslacht Rhizobium.’ Dit staat op Wikipedia, gevolgd door een scheikundig proces. Aangezien de akker middenin een natuurgebied ligt, is dit gewas daar vast gezaaid vanwege zijn functie. Hier zie je dat er schoonheid schuilt in stikstoffixatie.

Afgeleid door de kerk

Soms loop je naar een andere kamer toe en ben je daar vergeten wat je er ook alweer kwam doen. Deze week overkwam mij iets dergelijks in een overtreffende vorm.

Ik wil een bezoek brengen aan Groessen om daar een bepaald gebouw te zien. Dus neem ik met de trein naar Duiven en wandel via een fietspad verder. Bij de afslag naar het dorp tref ik een ANWB-informatiebordje aan. Laat daar nu juist een nostalgische afbeelding van het betreffende gebouw op staan. Links van het bordje loopt de spoorlijn Arnhem – Winterswijk. Rechts liggen velden en akkers te dommelen in de zon. Verderop tekent het silhouet van het dorp zich af tegen de felblauwe lucht. Het is een klassieker: zo’n verzameling huizen en bomen met prominent in het midden een kerkgebouw met spitse toren.

In Groessen zelf trekt de kerk van de Heilige Andreas direct mijn aandacht. Het gebouw is eeuwenoud en voorzien van prachtige deuren. Het staat centraal aan het dorpsplein in een ruime tuin.

Daarna wandel ik langs kwekerijen naar de Loowaard toe en verder over de dijk bij de uiterwaard tot voorbij het plaatsje Loo. Met het pontje over de Rijn eindigt de tocht in Huissen en dan wordt het tijd om naar huis te gaan.

Pas thuis dringt tot mij door wat ik heb gedaan. Ik ben helemaal aan het te bezichtigen pand voorbij gegaan!

Wandeldroppings voor het onderzoek

Dit jaar ga ik een aantal wandeldroppings doen. Dat is een prima manier om het nuttige met het aangename te combineren. Bij een wandeldropping reis ik met openbaar vervoer naar een bepaald punt en vervolgens wandel ik weer terug naar huis. Of ik reis naar een halte bij een bezienswaardigheid en loop dan verder naar een andere plaats. Het droppingsgebied ligt ruwweg tussen de Duitse grens en Ede/Wageningen in.

In deze regio heb ik al veel wandeltochten gemaakt. Het gebied is mij wel vertrouwd, maar ken ik de meeste routes slechts fragmentarisch. Ter voorbereiding neem ik detailfoto’s van een VVV-recreatiekaart, maar ik ga proberen om voornamelijk op richtingsgevoel te lopen. De kaart en Google-maps dienen hooguit als back-up. Zo leer je een gebied namelijk veel bewuster kennen dan wanneer je steeds routeaanwijzingen volgt.

Afgelopen zaterdag heb ik zo’n wandeldropping gedaan. Eerst heb ik mijn oude laptop naar het afvalstation gebracht. Daarna ben ik via de Heelsumse Beek en de Wolfhezerbeek terug naar huis gegaan. Deze beken lopen deels parallel aan elkaar door een prachtig natuurgebied heen en de Heelsumse figureert in mijn onderzoeksverhaal. Vandaar.

Je kan het slechter treffen.

Het landje voorbij de achtertuin

Toen ik zeven jaar geleden op zoek ging naar een andere woning, was rondkijken op Funda nog echt leuk. Er stonden huizen op waarin de tijd soms wel een halve eeuw had stilgestaan. Aan de interieurs kon je de interesses en het hele verleden van de bewoners aflezen. Oranje/bruin uit de jaren zeventig. Het witte tv-kastje uit de jaren tachtig. Een zithoek met ingezakte kussens uit de jaren negentig. Boeken uit alle jaren en een complete encyclopedie: nooit gelezen. Zo’n interieur werd dan voor de foto even opgeleukt met een boeketje.

Tegenwoordig krijgt elk huis een complete make-over, want ze moeten Funda-waardig zijn. Dus wordt alles strak getrokken, of juist niet, wanneer iets quasi rommelig moet zijn.

Ook de tuinen moeten er aan geloven. Hier wordt voorafgaand aan de verkoop doorgaans minder aandacht aan besteed. Maar zodra er nieuwe bewoners komen, wordt de tuin flink onderhanden genomen.

Tuincentra spelen handig in op de behoefte om de sfeer van de woonkamer naar buiten te brengen. Daarom verkopen ze vooral stoelen, windschermen, paviljoens en allerhande materialen om de tuin ‘gezellig’ aan te kleden. Het creëert een beeld van luxe. Er zit alleen bijzonder weinig ‘groen’ bij.

Mijn idee van luxe is heel anders. Volgens mij is er sprake van echte weelde wanneer je zoveel ruimte hebt, dat je de grond om je tuin heen kan laten verwilderen. De achtertuin van een huisje aan de rand van landgoed Warnsborn geeft hiervan een mooi voorbeeld.

Het lapje grond voorbij de weggemoffelde afvalbakken is feitelijk de achtertuin van de achtertuin. Hier mogen vergeten narcissen vrijelijk groeien. Hier kan een overtollig hek voorlopig tegen een boom aan blijven leunen. En hier mag het verder gewoon ‘natuurlijk’ rommelig zijn. Ik ken dit soort landjes vooral van de boerderijen uit mijn jeugd. De bijbehorende sfeer is in geen enkel tuincentrum te verkrijgen.

Sneeuwpret op de helling

Dankzij alle sneeuw en vorst is deze week bijna elke wintersport mogelijk. Skiën, langlaufen, schaatsen, snowboarden en sleetje rijden. Of iglo’s bouwen en op een vliegende schotel van een helling af glijden. Ik heb het allemaal gezien. Op het vlakke land van mijn jeugd was een geschikte helling voor een glijbaan ver te zoeken. Een glijbaan moest je zelf vormen met je voeten.

Eerst de sneeuw plat trappen over een lengte van een meter of tien. Daarna een aanloopje nemen en een stukje glijden, tot je struikelend op de stroeve sneeuw tot stilstand komt. Vervolgens het proces vanaf het aanloopje tig keer herhalen, net zo lang tot je een glibberige baan hebt. Meestal deden we dat met buurkinderen samen.

Tegenwoordig woon ik nabij Arnhem en nu heb ik ontdekt wat ik al die jaren heb gemist. Een echte glijbaan!

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Nazomer op landgoed Ampsen

Regen en onweer zouden we krijgen bij Lochem op landgoed Ampsen. Maar het werd fijn wandelweer met wind en zonneschijn. Dit landgoed ligt er in ieder jaargetijde goed bij, dus ook in de nazomer. Daarbij heb ik een grote voorliefde voor landgoederen met statige beukenlanen, stille wateren, mooie paddenstoelen, onverwachte ontmoetingen en veel afwisseling in velden en bosschages. Dat is hier allemaal.

Het kasteel of landhuis.

Het stille water en de beukenlaan.

De bloedrode biefstukzwam.

En de onverwachte ontmoeting met een hazelworm (beetje onscherp weliswaar).