Het landje voorbij de achtertuin

Toen ik zeven jaar geleden op zoek ging naar een andere woning, was rondkijken op Funda nog echt leuk. Er stonden huizen op waarin de tijd soms wel een halve eeuw had stilgestaan. Aan de interieurs kon je de interesses en het hele verleden van de bewoners aflezen. Oranje/bruin uit de jaren zeventig. Het witte tv-kastje uit de jaren tachtig. Een zithoek met ingezakte kussens uit de jaren negentig. Boeken uit alle jaren en een complete encyclopedie: nooit gelezen. Zo’n interieur werd dan voor de foto even opgeleukt met een boeketje.

Tegenwoordig krijgt elk huis een complete make-over, want ze moeten Funda-waardig zijn. Dus wordt alles strak getrokken, of juist niet, wanneer iets quasi rommelig moet zijn.

Ook de tuinen moeten er aan geloven. Hier wordt voorafgaand aan de verkoop doorgaans minder aandacht aan besteed. Maar zodra er nieuwe bewoners komen, wordt de tuin flink onderhanden genomen.

Tuincentra spelen handig in op de behoefte om de sfeer van de woonkamer naar buiten te brengen. Daarom verkopen ze vooral stoelen, windschermen, paviljoens en allerhande materialen om de tuin ‘gezellig’ aan te kleden. Het creëert een beeld van luxe. Er zit alleen bijzonder weinig ‘groen’ bij.

Mijn idee van luxe is heel anders. Volgens mij is er sprake van echte weelde wanneer je zoveel ruimte hebt, dat je de grond om je tuin heen kan laten verwilderen. De achtertuin van een huisje aan de rand van landgoed Warnsborn geeft hiervan een mooi voorbeeld.

Het lapje grond voorbij de weggemoffelde afvalbakken is feitelijk de achtertuin van de achtertuin. Hier mogen vergeten narcissen vrijelijk groeien. Hier kan een overtollig hek voorlopig tegen een boom aan blijven leunen. En hier mag het verder gewoon ‘natuurlijk’ rommelig zijn. Ik ken dit soort landjes vooral van de boerderijen uit mijn jeugd. De bijbehorende sfeer is in geen enkel tuincentrum te verkrijgen.

In het zonnetje achter de schutting

Als ‘ik-pruts-maar-wat-aan’– fotograaf hou ik mij verre van fotoclubs en websites met de beste fototechnieken. Dit uit angst dat die mijn creativiteit en gevoel van originaliteit zullen vernietigen. Maar er is wel een uitzondering, en dat is het blog van Elvira Smit, getiteld Kronkeling.

Nu zal je denken: ‘Oh, dus daar haal jij al die ideeën vandaan.’ Nou, dat is de vraag. Er passeren massa’s beelden in een mensenleven en die laten hun sporen na in ons onderbewustzijn. Hoe meer foto’s je zelf neemt én van anderen ziet, hoe vaker je ontdekt dat je alsmaar nieuwe wielen uitvindt. Elvira schrijft over deze (on)bewuste herhalingen.

Zo vind ik het leuk om blaadjes tegen de zon in te fotograferen, waardoor je alle nerfjes ziet. Vandaag heb ik dat trucje herhaald met de kamperfoelie. Die groeit in de schaduw van de schutting en komt nu met zijn uitlopers precies in het zonlicht. Kamperfoelies zijn nogal rommelige planten en ook deze bestaat uit een wirwar aan takken. Om dat te verhullen heb ik de foto expres donkerder gemaakt.

Rooie krachtpatsers verscheuren grasmat

In het kader van ‘het internet krioelt al van de geijkte paddenstoelenfoto’s en nu wil ik wel eens wat anders zien’, staan hier drie flinke rooie krachtpatsers. Het bladerdek opzij schuiven heeft een vliegenzwam zo gedaan. Maar een grasmat?

Probeer zelf maar eens een graspol met wortel en al uit de grond te rukken. Dat lukt echt niet zomaar. Deze twee hebben zich met vereende krachten naar boven geduwd en zijn zo groot als een eetbord.

Wist je trouwens dat regen de witte stippen van deze paddenstoelen af spoelt?

De Posbank, nu met paarse hei

Wil je de heide in bloei zien staan, dan is dit het juiste moment. De zachtglooiende heuvels van de Posbank liggen er prachtig diep paars bij. Wel zijn de sporen nog zichtbaar van het extreem droge jaar 2018. Toen stierven hele stukken heide af. Die dode heidestruikjes zorgen nu voor een extra kleurschakering: groen, paars en grijs.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Het vogelnestje van de wilde peen

Al jaren wil ik de bloeiwijze fotograferen van de daucus carota, ofwel de wilde peen. Deze plant komt algemeen voor op graslandjes, bermen en dijken. Dus hoe moeilijk kan het zijn. Nou, toevallig zijn dat tamelijk open plekken. De wind heeft er vrij spel. Gisteren was het resultaat onscherp, maar inmiddels heb ik een nieuwe poging gewaagd.

Aan het eind van de bloeitijd krult de schermbloem naar binnen en neemt dan de vorm aan van een vogelnestje. Daarna rijpen de stekelige zaadjes. Op deze foto’s zijn ze nog jong en groen.

Mocht je nu denken: ‘Ik heb hier al iets vergelijkbaars gezien.’, dan kan dat kloppen. Want op Raam Open staan ook foto’s van een roodborstnestje.