Toerist in Giethoorn

Huizen en boerderijen in Giethoorn 03

Het gebeurt zelden dat ik mij een toerist waan in eigen land, maar gisteren was het goed raak. In Giethoorn of all places. Het deed mij terugdenken aan een bezoekje aan Volendam lang geleden. Die plaats beschouw ik nu niet bepaald als schoolvoorbeeld van wat ons land te bieden heeft. Afijn, we gingen wandelen in Giethoorn en een boottochtje was inbegrepen. Het was nog leuk ook.

Toch snap ik iets niet. Want wat is er zo bijzonder aan Giethoorn? Bevangen door de toeristenkoorts ging ik heel veel foto’s nemen. Na thuiskomst heb ik ze eens goed bekeken. En hoe meer ik er zag, hoe vaker ik dacht: ‘Verrek, dit lijkt wel het Groene Hart.’

Oké, in Giethoorn hebben de boerderijen een andere stijl. ‘Camel style’ zei Captain Jack van onze rondvaartboot. ‘You can leave your tip in the wooden clog.’, by the way. Het lag er allemaal nogal dik op, vond ik. Net als in Volendam, overigens.

Maar goed, die boerderijen op een eilandje aan het water hebben we ook bij Leiden. In Zoeterwoude, Koudekerk, Hoogmade en vooral aan de Kaag. Dus wat zat ik daar te doen op die boot, tussen de Chinezen, de Arabieren, de Duitsers, en Captain Jack?

En er was iets bevreemdends. Want heel vaag meen ik mij te herinneren dat ik als klein kleutertje eerder in Giethoorn ben geweest. En wat ik zeker weet, is dat het er toen niet krioelde van de hortensia’s. Die uitsloverige dingen groeien daar echt overal. Zijn ze from the English cottage gardens komen overwaaien, soms? Of is dit de invloed van de Amsterdamse kliek? Vroeger hadden ze toch gewoon geraniums in Giethoorn?

Ik miste ze, die bescheiden bloeiers. Geraniums zijn authentiek.

De tropen komen naar je toe deze zomer (met tips)

Nog één zo’n zinderend hete dag doorstaan en dan hebben we het weer even gehad. Gisteren werden alle records verbroken: meer dan 40 graden Celsius in Nederland. Dat is in geen tijden vertoond. Ik zag het nieuwste statistiekje van een grootschalig onderzoek naar de opwarming van de aarde. In 2.000 jaar is het wereldwijd niet zo heet geweest als in de laatste honderd jaar. De tropen komen naar ons toe deze zomer en dat zal vaker gaan gebeuren. Heb ik daarvoor al die vlieguren gemaakt, vroeger? Sorry, foute opmerking. Maar ik kan nu wel een aantal geleerde lessen uit de tropen doorgeven.

Tuin en planten
De tuinplanten hebben het heel zwaar. Voor dorstige hortensia’s heb ik halfronde walletjes gemaakt van vijf centimeter hoog. Die vangen het water op van de schuin aflopende grond. Over de planten liggen doeken, maar de bloemen zijn toch verbrand. Daarom wil ik met schaduwdoek en vier stokken een tijdelijk afdakje maken voor de heetste dagen. (En voortaan snij ik tijdig wat bloemen af. Binnen blijven ze in een vaas langer goed.)

Het is sowieso slim om op de zonnigste plekken Mediterrane planten te plaatsen. In Macedonië en Libanon laten mensen druiven, kiwi’s en ander fruit over meterslange pergola’s groeien. Daaronder kun je lekker koel in de schaduw zitten of je auto parkeren. Plant bomen aan de zuidkant van de tuin en het huis.

Huis koel houden
Een huis hou je zonder airconditioning koeler met een paar eenvoudige maatregelen. Neem luiken of schermen aan de buitenkant voor de ramen. Hang desnoods een laken over een geopend dakraam. Laat een hedera of andere klimplant tegen een stenen muur aan de zonzijde groeien. Dan neemt de muur minder warmte op. Sedum op een plat dak helpt ook.

Zelf ’s nachts koel blijven
Afgelopen nacht deed mij terugdenken aan de nachten in een strandhuisje op het Frans-Polynesische eiland Moorea. Het stond tussen wuivende palmbomen. Op de achtergrond klonk het zachte geruis van de oceaan. De airconditioning bestond uit panelen van horizontale louvre glasplaatjes als ramen. Zette je er twee tegenover elkaar open, dan waaide de wind er doorheen. Traditionele huizen in Samoa zijn zelfs helemaal open. Die hebben alleen een vast dak en een vloer. De muren bestaan uit gevlochten matten die als luxaflex omhoog en omlaag gaan.

Net als nu, koelde het binnen niet verder af dan tot 26 graden. Een laken voelt dan al snel plakkerig aan. Ik sliep vannacht op een badstof doek. Ter verdere afkoeling kan je je lichaam bedekken met een natte handdoek. Of maak je huid nat met een washandje en laat je lijf daarna aan de lucht drogen. Dat werkt ook goed.

Heb jij nog andere handige tips uit de tropen?

Een route vol stekels

paars bloeiende distels in veld

Wanneer je het ergens naar je zin hebt, dan zie je het vooral positief in. Ik heb mooie herinneringen aan die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk van afgelopen zondag. Wat een beetje buiten beeld blijft, zijn stekels. Die waren overal. Scherpe stekels aan allerlei bloeiende distelsoorten. Stekels aan grote kaardenbollen. Hele venijnige stekels aan overhangende bramentakken. Daar blijf je met je broekspijpen in hangen. En verderop zag ik de enorme stekels van een zilveren onopordum acanthium (wegdistel).

zaadpluizen van distel in de wind

Wat een contrast met de zachte pluizenbollen waaraan de distelzaden uitvliegen. Die hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Kennelijk zijn stekelplanten van het type ruwe bolster blanke pit. De vrucht van een braam is toch ook heerlijk zoet. En de kaardenbol? Die laat kransen van piepkleine lieflijke roze bloemetjes tussen zijn prikkers groeien.

kaardenbol met roze bloemkransen

Een rijkdom aan wilde plantensoorten

Zicht op de Waal bij Ewijk

Die Trage Tocht bij Ewijk van afgelopen zondag is er een om van na te genieten. De cirkelwandeling start bij Slot Doddendael, dat al figureerde in de Tachtigjarige Oorlog. Eerst kom je door een bosje en over een dijk. Daarna volgt een afwisselende struintocht langs de Waal in de uiterwaard. Dit gebied werd in 1989 teruggegeven aan de natuur. En dat is goed te merken. Je wandelt er tussen soms manshoge planten in een rijke variatie aan soorten. De smalle paden zijn uitgestippeld door runderen die hier vrij rondbanjeren.

Een bioloog kan er zijn hart ophalen. Zelf weet ik weinig af van wilde planten. Ik heb geprobeerd een aantal soorten via internet te benoemen, maar laat dit liever aan kenners over. Een kleine greep uit wat er in elk geval groeit: kamille, chicorei, moeraskruiskruid, kruisdistel en kaardenbol, vergeet-mij-nietjes, wollige munt, boerenwormkruid, fluitekruid, weidekervel, akkerhoornbloem, heksenmelk, absintalsem, wilde marjolein, ijzerhard en zuring, plus watergentiaan in een strang.

Wie alles wil weten over de planten, vogels, insecten en vissen in de uiterwaard, kan deze gebiedsrapportage downloaden. Het rapport bevat ook een beschrijving van de recente ontstaansgeschiedenis.

Struinen bij Ewijk over smalle paden

Trage tocht in ruige uiterwaard

Uiterwaard Waal Ewijk trage tocht

Na een paar duizend wandelkilometers in Nederland ben ik aardig verwend geraakt. De landelijkste routes, geheimzinnige bossen met heuvels en dalen, statige beukenlanen, meanderende uiterwaarden, en het meest weidse zeegezicht: ik heb het allemaal gezien. Daarom verrast een gebied mij nog zelden. Maar gisteren was het raak, op de trage tocht bij Ewijk in de ruige uiterwaard langs de Waal.

De Waal, dat is toch die druk bevaren rivier; een soort vrachtsnelweg van en naar Rotterdam? Eh ja, de containerschepen varen af en aan. Maar ik kan intens genieten van het kalme getuf van mammoetschepen op het water. Het geluid is rustgevend en hoort er voor mij bij.

Bij Ewijk is een stukje land ‘teruggegeven aan de natuur’. Hier geen strak gemaaid gras, waar andere gewassen geen kans maken. Een brede strook langs het water is tot heuse wildernis omgetoverd. Er loopt trouwens ook echt groot wild rond. Wat een plantensoortenrijkdom tref je daar aan. Er groeien zo veel geurende kruiden, dat je je bij een warme windvlaag op een weide aan de Middellandse Zee waant.

Ik heb weinig scherpe foto’s kunnen maken, want het waaide en de groep liep door. Misschien een volgende keer. Deze wandeltocht is namelijk een aanrader, maar dan in het juiste tempo: traag.

Echt rode klaver

Rode klaver bij een akker

We worden geboren met een sterk overlevingsinstinct. Alleen zijn we van de meest basale overlevingstechnieken vervreemd geraakt. Neem nu onze kennis van in het wild groeiende eetbare planten. Het is al mooi wanneer we er drie kunnen benoemen. Ik weet bijvoorbeeld dat je brandnetels en het loof van paardenbloemen kan eten. Verder kan je gerust de roze bloemblaadjes van klaver in je mond stoppen. Ze smaken lichtzoet.

Toch is het oppassen geblazen, want soms lijken giftige en eetbare planten op elkaar. En klaver met roze bloemetjes wordt rode klaver genoemd. Dus hoe zit het dan met deze echt rode variant?

(Het is maar weer goed dat de supermarkt morgen open gaat …)