Plog – Denk aan omdenken

Denk aan omdenken, denk ik wanneer ik verstar voor de drempel. Wederom. Denk aan wat je wél kan. Daar gaat het om. Omdenken is denken in termen van mogelijkheden in plaats van problemen. De vijftien strategieën zijn absoluut zinvol. Ik kan ze iedereen aanbevelen. De hele rataplan.

Alleen blijf ik zelf eindeloos rondtollen door deze twee:

  • Strategie nummer 5. Doorzetten: door te volharden, creëer je nieuwe mogelijkheden.
  • Strategie nummer 8. Elimineren: stop met wat niet (meer) werkt.

Tja.

Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.

Gezichtscorrectie voor selfies

Sinds kort verschijnt er een knopje op mijn smartphone als ik de camerafunctie gebruik. ‘Gezichtscorrectie’ heet het. Ik heb geen idee hoe het er op komt. Evenmin weet hoe ik het er af krijg. Het biedt drie mogelijkheden: 1. ‘Huidskleur’, 2. ‘Slank gez.’, en 3 ‘Grote ogen’. Voor elke optie is er een schaal van 0 tot 8.

Ik moet zeggen dat mijn gezicht er niet best op komt. Daar spelen die opties geen rol bij. Voor mooie selfies moet je gewoon een selfiestick hebben. Toch vraag ik me af hoe het met dat knopje zit. Is het meegekomen met de laatste software update? Of is mijn gezicht soms gescand en geregistreerd?  Zo ja, dan heeft Samsung wel wat uit te leggen. Want vinden ze dan dat er iets mís is met mijn gezicht? Nou?

Het kan best dat deze mogelijkheid voorziet in een behoefte. Misschien hebben veel klanten om digitale plastische chirurgie gevraagd. Wellicht kwamen voor deze drie opties de meeste verzoeken binnen. Maar van wie precies? Waren het mannen of vrouwen? Als er mannen bij zaten, waarom is er dan geen optie voor een strakke kaaklijn? Dat zou toch een logisch verzoek zijn. En voor de vrouwen mis ik de nose job. Wanneer een meisje 18 wordt, hoort dat er in bepaalde kringen bij.

Trouwens, welke rol spelen de verschillende cultureel bepaalde schoonheidsidealen? Vinden Aziaten een slank gezicht belangrijk? Of zien Chinezen liever een vollemaansgezicht? Oh wacht, nu wordt het mij duidelijk. Dat ‘Slank gez.’ zit alleen op toestellen die voor de Europese markt zijn bestemd. En voor het Midden-Oosten is de optie ‘Grote ogen’ vervangen door ‘Nose job’. Helder.

Maar wie zegt er dat ik een slank gezicht wil? Moet ik daar naar verlangen; is dat wat er van mij wordt verwacht? Hoe breed hoort een vrouwengezicht dan precies te zijn? Anders kan ik nog niks met de schaalverdeling. Jammer dat ze tegenwoordig geen handleiding meer bijleveren. Dan had ik de voorgeschreven maten en vereisten zelf kunnen nakijken.

Lezen is goed voor je hersenen

Leer je evenveel van reizen als je zelf het avontuur beleeft of als je over de reiservaringen van anderen leest? Reizen heb ik altijd beschouwd als persoonlijke ontwikkeling in sneltreinvaart. Vooral als je alleen reist, alles zelf regelt en continu van plaats naar plaats trekt. Je komt om de haverklap in een nieuwe omgeving aan. Je ontmoet voortdurend vreemden. Je moet met onverwachte situaties omgaan en je aan lokale omstandigheden aanpassen. Daarom komen nogal wat mensen zichzelf tegen op reis.

Niettemin kan een couch potato ver komen door goede reisverhalen te lezen. Want, stelt neuropsycholoog Jelle Jolles van de Vrije Universiteit in het artikel ‘Hongerige hersenen’ (Sir Edmund, 7 juli 2018): ‘Door kennis van vroeger te gebruiken voor situaties van nu kan een persoon zich aanpassen aan nieuwe situaties, en in dat proces is lezen van groot belang. Omdat het een effectieve methode is om ervaringen en kennis van anderen te kunnen gebruiken; van vroeger maar ook uit andere werelden, of van mensen met andere normen en waarden. Door lezen leer je denken.’

In dat artikel legt hij ook uit hoe hersenstructuren door een soort snelwegen, landweggetjes en paden met elkaar in verbinding staan. Dankzij die netwerken wordt informatie uitgewisseld. ‘Bij iemand die veel leest, zijn de netwerken verder ontwikkeld. Daardoor worden er gemakkelijker associaties gevormd en verbanden gelegd tussen zaken die niet per se bij elkaar horen.’ Je ziet de ragfijne draadjes groeien en hun uitlopers elkaar aanraken. Volgens mij gebeurt precies dat wanneer je op reis van alles meemaakt en ervaart.

Het stemt mij gelukkig. Want stel je voor dat je de boel niet onderhoudt. Dan kunnen de uiteinden verdorren, zich terugtrekken en afsterven. Zoals bij planten tijdens deze droogte ook gebeurt. Althans, dat vermoed ik. Nu ik weinig reis, heb ik weer behoefte aan reisverhalen. Verhalen die wezenlijk ergens over gaan. Zoals Zuiderkruis van Pauline Slot, dat zich afspeelt in landen waar ik ben geweest. Landen als decor. Landen in de hoofdrol. Een half woord is genoeg om herinneringen terug te halen.

Momenteel is er op Raam Open iets heel bijzonders gaande. Een onbekende leest sinds donderdag bijna alles. Het gebeurt rustig en kennelijk aandachtig. Van het heden terug naar het verleden heeft deze persoon al circa 550 berichten gelezen. Ik hoop dat hij of zij vandaag verder gaat. Er zijn van 13 februari 2014 tot 4 november 2013 nog 94 berichten te gaan. Juist daar staat genoeg stof tot nadenken bij. Zou er een nieuwe verbinding ontstaan?

Passie als innerlijke drijfveer

Is het verveling of een existentieel dipje? Momenteel kijk ik uit naar de volgende vlaag van bevlogenheid. Want een passie is een sterke innerlijke drijfveer. Nu gaat alles zijn gangetje. Maar er is weinig waarvoor ik echt warm loop. Dan mis je toch wat. Bovendien is het prettig om met bevlogenheid een inkomen te verdienen. Soms biedt het verleden aanknopingen voor de toekomst. Daarom ga ik eens kijken wat ik vroeger vol passie heb gedaan.

Bepaalde passies ontdek je al in je kindertijd. Verhalen lezen, de natuur en aardrijkskunde. Ook herinner ik me spelletjes waarbij ik wilde winnen. Zoals wie het langst en sierlijkst in de cirkel van een ronddraaiend touw kon springen. Ik weet nog precies op welk moment je met het aanloopje moest beginnen. Daarbij kwam het aan op timing en behendigheid. Overigens won ik zelden. Jaren later werd zo snel mogelijk kunnen typen een uitdaging. Daar ben ik wel goed in.

Passie en persoonlijke interesses gaan samen. Hierbij is nieuwsgierigheid een enorme drijfveer. Mijn leven draaide jarenlang om de wereld ontdekken en daar moest zo ongeveer alles voor wijken. Vooral van Australië was ik helemaal bezeten. Er zijn tijden geweest dat ik over bijna niets anders kon praten. (Arme vrienden en familie.)

Idealiter ben je ook bevlogen in je werk. Het duurde een poos voordat ik ontdekte waar mijn passie precies lag. Of liever: ik zag geen passende mogelijkheid om daarmee geld te verdienen. Maar per toeval kreeg ik een baan waardoor een andere sluimerende passie ontwaakte. Namelijk werken met taal.

Hier is een onderscheid tussen bevlogenheid en bevlieging op zijn plaats. Je kan talen boeiend vinden; dat wil nog niet zeggen dat je ze ook makkelijk kan leren. Ik ben aan heel wat taalcursussen begonnen. Soms omdat zo’n taal van pas kwam (Engels, Frans, Duits, Spaans). En soms omdat ik overmoedig was. Neem nu Chinees en Arabisch. Daar is bijna geen beginnen aan. Toch heb ik met Arabisch drie (weliswaar halfslachtige) pogingen gedaan. Helaas zakt aangeleerde kennis snel weg. Nu ben ik al blij als ik een Franse tekst nog begrijp.

Soms loopt de ene passie door in de andere. Dankzij een reis naar Polynesië, waar men voorouders vereert, werd ik zelf nieuwsgierig naar mijn afkomst. Bij die zoektocht raakte ik enorm bevlogen door alle vondsten. Daarom bleef ik verder spitten en leerde ik veel over de leefwereld van mijn voorouders. Zo’n onderzoek is een lange ontdekkingsreis. Trouwens, onze eigen cultuur was vroeger best vreemd.

Hoe bevlogen je in je werk ook bent, er kan altijd een fusie of reorganisatie doorheen denderen. Dan mag je overnieuw beginnen. En sommige kansen komen maar een keer. Toch, ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’ Op een gegeven moment kwam voor mij wel degelijk alles samen in een baan. Goed kunnen typen, nieuwsgierigheid naar vreemde culturen bevredigen, reizen, onderzoek doen én andere talen spreken.

Bevlogenheid kan je leven totaal beheersen. Zoals bij verliefdheid. Bevlogenheid geeft je energie, daadkracht en (over)moed. Soms doe je hierdoor dingen waartoe je jezelf niet in staat acht. Vooraf niet, en niet achteraf. Zodat je ergens na je midlifecrisis terugkijkt en denkt: ‘Echt? Heb ik dat toen allemaal gedaan?’

Misschien is het wel prettig dat veel daarvan niet meer zo nodig hoeft. En dat je weet dat als je echt nog wat wil, het vanzelf weer komt. Vroeg of laat. En zo niet, dan is het ook goed. Toch?

Resterende sporen van religie

Wanneer ik voor een wandeling op de afgesproken plaats kom, blijkt het om twee samengevoegde groepen te gaan. De gids vertelt enthousiast dat er liefst 38 deelnemers meelopen. Ik slik. Even overweeg ik om rechtsomkeer te maken. Nu het nog kan. Er zitten al mensen te wachten en veel daarvan hebben hetzelfde T-shirtje aan. Een man in zo’n shirt richt zijn telelens en begint driftig foto’s te maken. Van mij en van anderen die zich bij de gids melden. Ik was het even vergeten, maar deze wandeling gaat over Santiago de Compostella.

‘Nou ja, vooruit’, denk ik, ‘laten we toch maar blijven. Je weet tenslotte nooit wie je op zo’n dag ontmoet en het kan weer een stukje voor je blog opleveren.’ Veel mensen kennen elkaar. Als ik aan een tafeltje ga zitten, neemt er een vrouw naast mij plaats. Zij heeft het pelgrimspad gelopen en het gesprek gaat al gauw over bezinning. Feitelijk praat ze aan een stuk door. Het is een gevalletje eenrichtingsverkeer.

Ik vertel dat ik mijn leven zo heb ingericht dat bezinning daar al vanzelf een natuurlijk onderdeel van is. Mijn woorden dringen niet door. Terwijl je toch zou denken dat een echte pelgrimage voor een mentale verandering zorgt.
Even later zie ik een bekende die ik bij een andere wandeling heb ontmoet. En het is tijd om te gaan.

De gids loopt voorop met een opgeheven stok vol kleurrijke banieren. Daardoor roept onze optocht ineens diep weggezakte herinneringen bij me op. Van de avondvierdaagse, toen ik op de lagere school zat. Van de fanfare, die ik als kind volgde in ons dorp. En van een zomerkamp op een boerderij in Brabant, waar we ’s avonds liedjes zongen rond het vuur.
Wanneer we na het bos en de hei een drukke weg kruisen, niet ver bij mijn woonplaats vandaan, vraag ik mij af wat de buren zouden denken als ze me hier zouden zien lopen, zo in deze groep achter de stok aan.

Sommige deelnemers dragen een echte Jacobsschelp aan hun tas. Anderen hebben er emblemen of oorhangers van. Het zijn trouwens best rustige een vriendelijke mensen. Er hangt ook een aangename sfeer van saamhorigheid in deze groep.

Na een kronkelroute door Heelsum en Renkum houden we halt bij een kerk en het parochiehuis van Don Bosco. We worden er verwelkomt met cake en koffie. Daarna kunnen we een kijkje nemen in de kerk, waar een heel bijzonder Mariabeeld wordt bewonderd. Mensen komen er van heinde en verre naartoe, bij wijze van pelgrimage.

Het is stom. Maar pas als ik de kerk in loop, waar die o zo vertrouwde geur rondwaart van achtergebleven wierrook, een geur uit mijn lang vervlogen kindertijd, dringt het eindelijk vol tot mij door. Sint Jacob, dat is het katholieke geloof ten top. Nu komen er helemaal veel caleidoscopische herinneringen los.

Wat later lopen we door de tuin achter de kerk, waar iemand vertelt over religieuze kunstwerken. Voor mij is het verhaal welbekend. Maar de vrouw die ik bij een andere wandeling heb ontmoet, is niet kerkelijk opgevoed. Ze vertelt dat ze ook weleens een pelgrimspad helemaal zou willen volgen. Gewoon voor de wandelervaring. Wat haar weerhoudt, is de lengte van die paden. ‘Nou’, zeg ik, ‘je zou kunnen beginnen met een tocht naar Kevelaer. Dat ligt tenslotte dichtbij, net over de grens in Duitsland.’

Vlakbij staat de fotograaf. Hij heeft ons gesprek gehoord. Meteen richt hij weer zijn telelens op mij. Ik hoor het apparaat continu klikken. ‘Rustig blijven’, denk ik, ‘ga nou niet meteen over die privacywet beginnen.’ Toch ben ik benieuwd waar hij die foto’s straks plaatst, en met welk bijschrift. Want ik heb net een perfecte wervende tekst hardop gezegd.