Een grote zwarte posterlijst van IKEA

Het is bepaald geen kleintje, mijn Once were warriors filmposter. Hij meet 70 x 100 centimeter en er moet een lijst omheen. Zwart en qua uitvoering eenvoudig zal het zijn. Verder heb ik geen wensen. Om mezelf moeizaam gesleep met een onhandelbaar gevaarte te besparen, zoek ik op internet naar een passende lijst. En jawel, IKEA heeft er een naar mijn smaak.

Misschien weet jij beter, maar ik vergeet altijd dat IKEA van de pruts-het-zelf-in-elkaar-pakketten is. Dat komt omdat ik daar slechts eens in de zoveel jaar wat koop. Voor mijn geheugen is de interval dan te groot.

Afijn, zaterdag verheugde ik mij op de komst van een enorm pakket. Daarom keek ik toch wel wat beteuterd toen de bezorgster mij een smal en langwerpig ding bracht. Was dat alles?

En was dit wel voor mij bestemd? Stond mijn naam wel op het etiket? Eer ik op de gedachte kwam om dat te checken, reed mevrouw al weg. Maar ja: dit was mijn pakket. Meteen schoot mij te binnen dat de website nogal nadrukkelijk had verwezen naar een bijpassend product. Een fotodoek van canvas. Ik dacht nog tijdens het bestelproces: ‘Het is niet en en. Je kan ze dus los van elkaar kopen.’ 

Ik had vast een frame gekocht met verder niets erbij. Zo zijn ze bij IKEA.  Super zuinig en super uitgekiend. Je moet daar zelf aan alles denken. ‘Of zou de achterwand er heel strak omheen gevouwen zitten?’, dacht ik nog hoopvol. Want waar moest ik de poster aan vastmaken, als er geen hardboard achterwand bij zat? Helaas, dat zwarte frame was alles.

Nou ja, plus de zestien schroefjes zonder kop, de vier hoekjes waar de zestien schroefjes in moeten, twee ringetjes, twee hangertjes, zestien stripjes waarmee je het canvas vastklemt, een winkelhaakvormig gereedschap, én een plastic dingetje. De schroeven voor in de muur zaten er niet bij. Dit staat expliciet vermeld in het boekje.

Afgelopen weekend heb ik mijn hersens gepijnigd over een oplossing. Ik kan er een eigen doek in doen, maar welk? Zwart past het best en ik heb een mooie fluwelen lap. Die is echter te dik. Verder heb ik nog een zwarte doek met een klein printje erop. Past niet bij de poster en is te slap. Mijn crèmekleurige marktkleed dan? Of zal ik een stuk afknippen van een overcompleet beige gordijn?

Het alternatief is in de stad een grote hardboard achterwand kopen (dat wordt dan alsnog een gezeul); die exact op maat zagen en vervolgens de plaat in een heel smal geultje van het frame proppen. Zucht, ik zie het al voor me.

Naschrift 24 oktober 2019: de lijst is prima voor een stevige doek waarop je een poster kan spelden.

Mijn hele identiteit op een poster

Een bezoek aan iemand thuis geeft direct een kijkje in het karakter van de persoon zelf. Hij kan slordig zijn of ordentelijk, gemoedelijk of afstandelijk, een verzamelaar of niet gehecht aan materiële zaken. Daarnaast ontdek je snel of iemand kinderen heeft (foto’s aan de muur) of voor specifieke hobby’s leeft. Mijn huis onthult evengoed het nodige over mij. Toch ontbreekt er iets wezenlijks aan de inrichting van mijn woning.

De meubels zijn weinig speciaal. Het meeste komt gewoon van IKEA en de meubelboulevard. Verder hangen overal foto’s van plaatsen in andere landen. Aangezien half Nederland naar verre bestemmingen reist, is ook dat niets bijzonders. Het geheel heeft een klassiek-landelijke en wat brave uitstraling. Toch is dit niet helemaal hoe ik mezelf zie. Want ooit reisde ik veel. Ooit nam ik risico’s. En ooit koos ik mijn eigen pad. Dit is niet zomaar verdwenen. Die keuzes beïnvloeden de rest van mijn leven.

Volgende week hangt de klusser mijn filmposter van Once were warriors aan de muur. Ik kreeg hem in 1995 van Jan Boer in het Leidse Kijkhuis. De film stond toen symbool voor de actualiteit in Nieuw-Zeeland. Straks voegt het affiche een scherp kantje toe aan mijn interieur. Geef een wending aan de betekenis, dan zegt dat ene zinnetje alles.

Wie wat bewaart … slibt dicht

selectie van gemaakte fotos paddenstoelen

Wat bezielt een mens toch om van alles te bewaren? Als het om tastbare zaken gaat, kan ik rücksichtslos opruimen. Dat ligt anders met digitale bestanden. Die nemen weinig fysieke ruimte in. Om te zien hoe veel ik bewaar, moet ik eerst een heleboel mappen stuk voor stuk openen. Daarin zitten mijn documenten, foto’s en enkele filmpjes. Ik heb alles behoorlijk geordend. Hierdoor lijkt het alsof ik weinig bewaar. Tot het tijd wordt voor een back-up. Dan is mijn computer genadeloos: 5.933 foto’s! Belachelijk.

De afgelopen dagen heb ik mijn uiterste best gedaan om die fotobestanden op te schonen. Matige foto’s van bepaalde paddenstoelen heb ik vervangen door mooiere. Soms helpt het om een jaartje te wachten. Als je handiger wordt in fotograferen, kijk je automatisch kritischer naar oude bestanden. En één geslaagde foto per soort is wel voldoende. Althans, dat probeer ik mezelf wijs te maken. Maar ja, op bovenstaande foto staat de vangst van vandaag. Of datgene wat overbleef na een (echt waar) zeer strenge selectie.

Een hobby-fotograaf is in feite een jager-verzamelaar. Een jager is voortdurend op zoek naar bruikbare dieren en planten. En vergelijkbaar met wat een vogelaar doet, wil ik van elke soort paddenstoel er minimaal één verzamelen. De vraag is waarom een hedendaagse jager-verzamelaar zo veel moeite doet. Een fotoboek uit de winkel biedt fraaiere foto’s plus een completer overzicht.

Zaterdag wandelde ik in een groep. Onderweg zagen we allemaal dezelfde paddenstoel. Ik had op dat moment mijn handen vol en kon even geen foto maken. Als iemand mij dan achteraf een foto stuurt, telt dat niet. Ik moet de foto zelf hebben gemaakt. Zodra ik een foto van eenzelfde soort paddenstoel kan nemen, gaat de gekregen foto weg. Tenzij die echt heel bijzonder is. Maar dan blijf ik proberen om een foto te maken die nog bijzonderder is.

Om schijfruimte te besparen en het aantal foto’s in te perken, overweeg ik nu om mijn vakantiefoto’s te dumpen. Die zijn met mijn twee-na-laatste toestel genomen. Dus van belabberde kwaliteit, volgens huidige normen. Ik kan beter een koffietafelboek van Tasschen met Balinese tempels kopen. Bovendien kan ik mij diverse mensen op die vakantiefoto’s amper herinneren. Al behoorden ze tot het reisgezelschap.

Over Boy – October – War en U2

U2 nagetekende hoezen Boy en War

De eerste dag van oktober, de regen en twee van mijn tekeningen uit 1985 leiden mij naar de vroege jaren van U2. Ik moet zoeken naar woorden en hou het daarom bij hun muziek. Een selectie van drie nummers die je bijna nooit meer hoort. Onterecht, vind ik.

Van het album Boy (tekening links) het mysterieuze The Ocean.

Van het album October het titelnummer.

And kingdoms rise / And kingdoms fall / But you go on …

En van War (tekening rechts) het nummer Drowning man, waarin Ierse muziek doorklinkt.

Een heel weekend lang kiespijn

Heb je Tom Hanks in de film Cast Away bezig gezien met zijn rotte kies? Dan weet je dat je niet moet doorlopen met kiespijn. Maar net zoals hij, geef ik daar geen prioriteit aan wanneer ik een zeurende pijn voel. De pijn verdwijnt af en toe weer, dus misschien valt het mee. Tot donderdagavond lukt het om mezelf dit wijs te maken. Dan bijt ik in een stuk chocola. Een scherpe pijnscheut trekt – letterlijk – door het merg en been van een kies en mijn kaak heen. Na flink spoelen gaat het een beetje beter.

Ik wil geen kiespijn. Het komt nu niet goed uit. De klusser is net weer begonnen en ik wil dat hij door kan gaan. Daarom geef ik er geen prioriteit aan, hoewel het weekend voor de deur staat. Maar als het misgaat, verrek ik straks het hele weekend lang van de pijn. Toch laat ik het er bij. Even voor alle duidelijkheid: ik ben niet de enige die zulke stomme beslissingen neemt. Tom Hanks deed dat ook.

Het betreft de achterste kies linksonder. Daarop zit een kroon. Vier maanden geleden werd de verstandskies ernaast getrokken. Dat was nogal een drama, dus alle mogelijke oorzaken spoken door mijn hoofd: kaakontsteking, wortelinfectie, rotte kies, zenuwpijn, beschadigd tandvlees, een breuk, etc.

In het weekend slik ik meer pijnstillers dan ooit. Vooral ’s nachts. Ik val al moeilijk in slaap en word steeds wakker van de pijn. De paracetamol in mijn toiletkastje smaakt naar vergif. Daarvan verliep de uiterste houdbaarheids-datum in mei 2016. Een doosje ibuprofen is wel tot september 2020 bruikbaar, maar dat ligt er onaangetast bij. Bang als ik ben voor de waslijst aan ernstige bijwerkingen. Toch moet ik eraan geloven.

Op zaterdag vertelt een wandelgenootje dat je van ibuprofen maagkanker kan krijgen. Zij heeft net zo’n vermogen aan tandartsrekeningen uitgegeven als ik. ‘Ik heb een hele auto in mijn mond’, is hoe zij het verwoordt. Daar krijg ik een wat vreemde gedachte bij. Zelf meet ik dit soort dingen af aan prijzen voor reisbestemmingen. Zes weken Australië, bijvoorbeeld. Of: genoeg om een half jaar van te leven. Dat komt aardig in de buurt van mijn realiteit.

Op zondag spreek ik de buurvrouw over de herdenking van Operatie Market Garden, die op een steenworp afstand plaatsvindt. Thuis kunnen we de muziek horen. We praten over de mannen, vaak jongens nog, die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. En we beseffen hoe goed we het hier nu hebben; dat we onszelf gelukkig mogen prijzen. Dus: ‘Dank u, God, voor deze kiespijn, want daardoor voel ik dat ik tenminste leef.’

Op maandag bel ik om 08:01 uur de tandarts. Tegen die tijd straalt de pijn uit van halverwege mijn onderkaak naar mijn oor tot bij mijn oog. Waarschijnlijk ben ik de eerste klant aan de lijn. De assistente hoort mij aan, voert overleg en spreekt dan de verlossende formule uit. Om 11:15 uur mag ik komen.

Bij de tandarts. Ze kijkt eens goed naar mijn beet, voelt het scharnieren van mijn kaak, en trekt dan haar conclusie: een overbelaste kies. Wie verzint er nou zoiets?

Soms heb je van die dagen

boeideel met sierrand

Ik heb een idee voor een logje. Alleen moet daar een foto bij van vroeger. Die foto zit in een album over een reis naar Australië en dat album ligt in het witte kastje. Dat witte kastje staat op de zolder die nu wordt verbouwd en daar ligt een stapel houtafval voor. Dat kan ik wel allemaal overhoop gaan halen, maar dat is niet handig. Dus denk ik: ‘wacht nou maar.’

Al mijn hele ochtend is gevuld met dit soort voornemens, obstakels en conclusies. Ik wil wel. Ik sta zelfs te trappelen. Als ik in de juiste stemming ben om door te pakken, moet ik dat vooral doen. Want het kan ook zo weer overwaaien. Maar ja.

Gisteren had de klusser net zo’n dag. De afgelopen dagen was hij speciaal vroeg opgestaan. Hij belde zelfs eerder aan dan afgesproken, want hij was er ook helemaal klaar voor. Maar eenmaal goed op dreef, ontdekte hij dat er een geaard stopcontact ontbrak. En dat hij nog andere materialen nodig had. Daarvoor moest hij eerst naar de winkel en die bleek wegens omstandigheden gesloten. Stond hij dan met zijn goeie gedrag.

Nou ja. Er wachten nog vijftien klussen, variërend van groot naar klein. Voor een aantal daarvan zijn de benodigdheden binnen. Daarmee kan hij beginnen, alleen niet vandaag. Andere klussen zijn tot halverwege gevorderd en de rest is bijna af.

We begonnen vorige maand met het boeideel en dat is eindelijk klaar. De klusser heeft zelfs een sierrandje toegevoegd. Straks komen er vast weer dagen waarop hij vlot door kan werken. En hier staat nu toch een nieuw logje.

Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.