Toiletjuffrouw

Soms doe of laat ik iets en dan heb ik daar achteraf spijt van. Zo deed ik vorig jaar een mooie broek weg die te strak werd. Nu ben ik afgevallen en zou hij weer prima passen. Erger is dat ik niet heb doorgezet toen ik een carrière switch overwoog. Ik wilde namelijk gaan voor het beroep van toiletjuffrouw. Want als rondreizende juffrouw op een mobiel toiletblok kom je nog eens ergens. Bijvoorbeeld tijdens 3 oktober op de Leidse kermis.

Vier jaar geleden schreef ik al dat ik dit beroep overwoog. Waarom heb ik er toen toch geen werk van gemaakt? Je kan het net zo leuk organiseren als je zelf wil. Kijk maar naar de Pipiwagen. Elke keer als ik die huifkar zie, voel ik een steek van jaloezie. Nu loopt daar een andere vrouw bij. Op elk festival kom ik haar tegen. Dan word ik weer op pijnlijke wijze aan mijn keuze herinnerd.

Ík had daar moeten staan, en niet zij.

Mijn fotoarchief is een puinhoop

Er is een gezegde waar ik nu even niet op kan komen. Maar de strekking is als volgt: topkoks bakken er thuis niets van. Zo blink ik beroepsmatig uit in het uitzoeken, ordenen en rubriceren van zaken. Je kan gerust een digitaal archief aan mij overlaten wanneer dat een rommeltje is. Ik ga uit van waar je behoefte aan hebt en zorg dat alles weer vindbaar wordt. Alleen geldt dat nu even niet voor mijn eigen fotoarchief.

Ze zeggen verder dat een professionele fotograaf alle foto’s moet bewaren. Want misschien komt het detail in de rechterbovenhoek van een verder onbelangrijk plaatje ooit van pas. Dan moet je wel een logisch systeem hanteren om dat detail terug te vinden. Een fotografisch geheugen is ook handig. Maar dat heb ik zeker niet.

Sinds ik vaak op pad ga met smartphone inclusief camera, groeit mijn fotoarchief schrikbarend. Na elke sessie schrap ik alle minder goed gelukte foto’s. Maar er blijven er nog genoeg over.

Mijn archiveringssysteem werkt als volgt. In het begin doe ik maar wat. Foto’s van een besneeuwde uiterwaard zitten bijvoorbeeld in  > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > [Naam woonplaats] > Omgeving > Witte uiterwaard 2017. Dat lijkt logisch, maar ik heb daar ook nog een map Uiterwaard 2018 e v. Verder zijn er de mappen Nederrijn tegenover Driel en Wolfheze Ede Wageningen e o (echt een praktische combinatie). In laatstgenoemde zit de submap Wageningen uiterwaard. Al die naburige uiterwaarden grenzen aan dezelfde rivier.

Bovendien heb ik op een hoger archiefniveau de map Arnhem e o vanaf 2017. (Er zitten trouwens ook oudere foto’s in.) Deze map valt onder > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > Uitstapjes vanaf 2015, en bevat onder meer de map Rijn bij Arnhem hoog water jan 2018. Dat is dus weer diezelfde rivier.

Over hoog water gesproken. Ik heb ook een map Deventer IJssel Zutphen va 2017 met daarin Deventer IJssel hoog water dec 2017. Idem Nijmegen. Oh ja, en nog een map Doesburg met een submap Doesburg hoogwater IJssel va 2018. Plus een map Oosterbeek hoog water jan 2018, wat geografisch in de buurt komt van die Witte uiterwaard 2017, die dus in een andere map zit. Volgt u het nog?

Nu zou je zeggen: smijt alles per rivier bij elkaar. Alleen moet ik dan routes uiteen gaan rukken, want die mappen zijn op wandelingen gebaseerd. Vaak kom je op een wandeling zowel in het bos, op een specifiek landgoed, in een stad, als bij een rivier.

Dus denk je misschien: zet alles per wandeltraject bijeen. Maar wat doe ik dan met foto’s van bijvoorbeeld Huis de Voorst in Eefde? Daar ben ik al op zeker vijf verschillende wandelingen geweest. Ik heb daar bovendien foto’s in diverse seizoenen genomen: in de winter, tijdens de extreem droge zomer, en gisteren met paddenstoelen langs de beukenlanen. Dan hebben we de recente zwammen uit vijf afzonderlijk gebieden nog niet gehad.

Ik moet bekennen dat het nogal een bende wordt op mijn computer.

LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)

Déjà vu in de mode

Als je maar lang genoeg rondloopt, zie je dat alles vanzelf terugkomt. Zeker in de mode. Neem nu deze twee riemen. Ze zijn allebei ongeveer twintig jaar oud. De bovenste droeg ik jaren geleden, en daarna nooit meer. Niet omdat ik zo was uitgedijd. Nee, omdat de band van modieuze broeken naar heupniveau was gezakt. En voor mijn heupomvang was hij ontoereikend. Dus bleef die riem in de kast.

De onderste riem is nooit gedragen en was ik helemaal vergeten. Ik kreeg hem cadeau toen broeken op taillehoogte mode waren. Toen was hij mij te lang. Nu komen broeken ergens tussen heup- en taillehoogte. Ik kan hem nog even dragen. Want de taillebroeken met wijde pijpen zijn alweer in aantocht. Net als rond 1975 en rond 1995. Er is slechts een trendvertraging van drie jaar.

Even terug op Leidse geboortegrond

Ondanks alle wetenschappelijke kennis blijven sommige zaken onverklaarbaar. Eind jaren tachtig kreeg ik een huurwoning op de Leidse Uiterstegracht. Het was bij de Groenesteeg in het hart van de wijk Pancras Oost. Deze middeleeuwse wijk uit 1346-1355 ligt tussen de Oude en de Nieuwe Rijn, de Hooigracht en de Herengracht. Hier werd eeuwenlang het befaamde Leidse laken gemaakt. Eenmaal daar, bekroop mij het vreemde gevoel dat ik al een veel oudere band had met die wijk. Alsof mijn voorouders er hadden rondgelopen.

Het is zo’n buurt waar vroeger wevers thuis werkten op een groot getouw in de krappe voorkamer van hun ‘wevershuis’. In de negentiende eeuw verschenen de machines en fabrieken. Veel verkrotte pandjes maakten in die tijd plaats voor de vooruitgang. Na nog een periode van verval werden de resterende oude huisjes en gebouwen opgelapt. Inmiddels zijn ze zeer geliefd en worden ze gekoesterd als erfgoed.

Een paar jaar na mijn komst verhuisde ik weer en eind 1995 dook ik in mijn geschiedenis. Sindsdien begrijp ik iets beter waar dat gevoel vandaan kwam. Want inderdaad: de afgelopen eeuwen hebben nergens anders zoveel voorouders van mij op een kluitje gewerkt, geleefd en rondgelopen.

De bevolkingssamenstelling van deze buurt is intussen flink veranderd. Dat proces gaat continu door. Waarschijnlijk is ruim de helft sinds mijn vertrek nieuwkomer. Op mijn geboortegrond – een straat verder – wonen nu studenten en immigranten. Elk jaar arriveren en vertrekken mensen. Een deel blijft hangen en sommigen keren na jaren terug. Het is nooit anders geweest daar.

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.

Van Elvis naar Siouxsie dankzij onze Tom

Op Radio Gelderland komt ‘ie regelmatig voorbij: A little less conversation van Elvis Presley uit 1968. Het is zo’n plaat met een heerlijk ritme, volle klanken, grappige geluidjes en de uit duizenden herkenbare stem van Elvis himself. Helaas voor de diehard fans betreft dit niet de originele versie. Die klinkt wat minder krachtig dan de versie van Junkie XL. Die van Junkie XL is monumentaal. Daarmee bedoel ik een plaat die staat voor een heel tijdperk. Fenomenaal.

YouTube, Vevo en Wikipedia zijn goudmijnen voor video’s, informatie en onverwachte links. Wist ik veel dat Nederlander Tom Holkenborg, (jawel, afkomstig uit de Achterhoek), eeuwigheidswaarde aan Elvis’ A little less conversation heeft toegevoegd. Want zijn versie is bij jongeren wereldberoemd op YouTube.

Via Elvis kom ik op de versie van Junkie XL en zo beland ik op zijn pagina op Wikipedia, waar staat dat ‘onze’ Tom heeft meegewerkt aan Mad Max: Fury Road. (Over tijdloze iconen gesproken. Ik moet nog steeds van Mad Max II bijkomen.) Én dat hij heeft samengewerkt met iemand die weer iets heeft gedaan met iemand anders, die haar stem verleende aan een cover van Cities in Dust van Siouxsie and the Banshees uit 1986. Volgt u het nog? Nou ja, hoeft ook niet.

Wat een heerlijk associatieve tijdreis. En dit allemaal dankzij Radio Gelderland. Zet hem op maximaal volume, want hier is ‘ie dan: the one and only! uit 2002.