Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.

Zo zonde van de tijd

Uiterwaard Ewijk wandeltocht

We ontmoeten elkaar in 2015 voor het eerst tijdens een wandeling. Ik woon hier dan zes maanden. Haar huis staat op dat moment al jaren te koop. De woningmarkt zit op slot en de verkoop schiet niet op. Deze situatie beheerst haar. Want de verkoop hangt samen met haar scheiding. Ze wil weg daar. Weg van die plek met al die herinneringen.

Daarna zien we elkaar regelmatig en praten we steevast over onze woonsituaties. Ik ben blij dat ik hier terecht ben gekomen. Zij wacht nog steeds. Jaren later volgt de doorbraak en verhuist ook zij eindelijk.

Onlangs sprak ik haar weer. Het was tijdens die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk. Daar woonde zij tot voor kort vlakbij. Nu blikt ze terug. 7 ½ jaar. Zéven-en-een-half-jaar. Zo lang heeft haar leven gevoelsmatig stilgestaan. Zo lang heeft het geduurd voordat zij weer verder kon gaan, dankzij de verkoop van haar woning.

Ik ken dergelijke fases. Wachttoestanden of voortslepende situaties waarin maar geen verbetering komt. Intussen verstrijkt de tijd. Leef-tijd. Wat kan je er aan doen? Soms is er geen ontkomen aan.

Misschien valt het tegen

Af en toe ervaar ik een sociaal ongemak. Neem als voorbeeld dat logje van gisteren. De titel luidt: ‘Trouwfeest op het strand’. Er zijn vast lezers die een uitgebreide trouwreportage verwachten. Dus foto’s van het echtpaar, de ceremonie met de trouwambtenaar en de gasten in hun mooie kleding. Plus sfeerfoto’s van de locatie en het feest in volle gang. Kijk je echter, gelokt door die titel, naar de inhoud van het logje, dan valt dit waarschijnlijk tegen. Vermoedelijk val ik zelf ook weleens tegen in het echte leven. Omgekeerd gebeurt dat evengoed.

Er kleeft een risico aan het weerzien met iemand waarmee je eerder een leuke kennismaking hebt gehad. Dat schept namelijk verwachtingen. Hoe leuker het was de eerste keer, hoe beter het wordt in je herinnering. Maar misschien liep het toevallig zo goed door een gunstig moment of een bepaalde omstandigheid.

Bijvoorbeeld omdat jullie er allebei voor in de juiste stemming waren. Of je was in een jolige bui en vond alles grappig bij de eerste ontmoeting. Terwijl je later inziet hoe flauw het toen was en de volgende keer denkt: ‘Oh, nee hè?’ Het kan ook gebeuren dat alles wat jullie delen, al gelijk tijdens de eerste keer is gezegd. Dan heb je elkaar daarna weinig meer te vertellen.

Het kan pijnlijker. Soms betreft het iemand die je jarenlang uit het oog hebt verloren, maar heel graag nog wil zien. Als je die persoon dan weer ontmoet, is dat geweldig. In sneltreinvaart praten jullie bij over wat jullie in de tussentijd hebben gedaan en meegemaakt. Mogelijk ontdek je daarbij wel dat jullie uit elkaar zijn gegroeid, een ander pad zijn ingeslagen, en hooguit for old times’ sake nog wat samen hebben. Komen jullie elkaar vervolgens weer tegen … tja, dan is dat best ongemakkelijk.

Maar goed, ik vrees dat ik soms ook een beetje tegenval. Zo ben ik niet altijd even energiek. Tref je mij op een minder gunstig moment, dan kan het gebeuren dat ik weinig oprechte interesse opbreng. Terwijl ik een vorige keer nog met zoveel belangstelling geluisterd heb. Daarnaast sluit mijn imago (of datgene wat iemand in mij wil zien) niet helemaal aan bij wie ik ben. Dat wordt dan duidelijk bij een volgende ontmoeting. Ach ja.

De man achter de tatoeages

De man van de rioolservice fascineert me, omdat zijn leefwereld zo afwijkt van de mijne. Maar ik deel met hem een liefde voor tatoeages. Bij zijn eerste bezoek vielen ze direct op, hoewel hij ze verborg. Dikke zwarte punten in zijn hals piepten tevoorschijn vanonder zijn kraag. En zijn mouwen lieten een stukje getatoeëerde huid bloot op zijn pols. Daarbij: zwarte werkkleding en dito bomberjack; zilver gerande gaten in zijn oorlellen en een kaal hoofd. Het plaatje was compleet. Alsof er een skinhead in huis stond die er graag flink op los beukt.

In eerste instantie komt het heftig over. Maar wat weet je van iemand wanneer je alleen zijn uiterlijk ziet? Hij vertelde me onlangs dat hij zijn tatoeages bij eerste klantbezoeken altijd bedekt. Mensen schatten hem vaak anders in dan hoe hij werkelijk is. Dat ontdekken ze pas later.

Mij maakten die stukjes tatoeage vooral nieuwsgierig. Wat ging er nog meer verborgen onder zijn kleren? Wat voor soort tatoeages had hij? Waar stonden die tatoeages voor? Veel mensen laten zich om specifieke redenen tatoeëren en elke afzonderlijke tatoeage heeft voor de drager een eigen betekenis.

Lang werden tatoeages geassocieerd met criminelen en andere lieden van twijfelachtig allooi. Binnen het christendom waren ze verboden. Inmiddels zijn tatoeages een algemeen fenomeen. Circa 10% van alle Nederlanders heeft er een. Op warme dagen is dat goed te zien. Van de Nederlanders tussen de 18 en 50 jaar heeft 24% minimaal één tatoeage en tussen de 18 en 29 jaar is al 31% getatoeëerd. (Bron cijfers: NL tijdschrift voor dermatologie.)

Dit is een revival, want ook Kelten en Germanen droegen tatoeages, evenals menig ander volk. Ik heb jaren geleden onderzoek gedaan naar traditionele tatoeages in Polynesië. Ze vertellen boeiende verhalen over een cultuur en samenleving.

‘Mensen met tatoeages worden nu juist gezien als ambitieuzer, sterker en zelfverzekerder dan mensen zónder tatoeage.’ (Bron: Beautify.) Volgens mij hangt dat sterk af van de drager zelf, van het soort tatoeage, en van aan wie je dit vraagt.

De drager kan een hoogbejaarde joodse man zijn met een nummertatoeage uit een concentratiekamp. Sterk is hij dan zeker, maar ambitieus en zelfverzekerd? De tatoeage kan ook bestaan uit zo’n slordig uitgelopen blauwe vlek, die amateuristisch met een losse naald in de gevangenis is gezet. Ben je ambitieus, dan is het voordeel van een tatoeage afhankelijk van de sector waarin je werkt. In een hippe barber shop gaat dat prima. Maar in een christelijk zorgcentrum voor ouderen is de acceptatiegraad van een arm bedekkende sleeve wat minder.

Ik neem aan dat de meeste Nederlanders uit esthetische overwegingen voor een tatoeage kiezen. Het kunstenaarschap van de tatoeage-artiest was tot in de jaren zeventig beperkt tot standaardplaatjes van ankertjes, roosjes, zwaluwtjes met een sjerp en de naam van een geliefde, en dergelijke. Inmiddels brengt een Tattoo Bob of Tattoo Kim tribale versieringen aan van over de hele wereld. Authentiek of niet. De ware artiesten, volgens mij dan, ontwerpen zelf op basis van wat een klant wenst.

Verder is de tijd van een plaatje op de linker- of rechterschouder wel voorbij. De volgende mode werd een symmetrische tekening midden op de onderrug of direct onder de nek. En nu is alles mogelijk. Full body tattoos, sleeves, pseudo tribal, been bedekkende Moko, et cetera. De man van de rioolservice heeft een hele verzameling. De meesten in motieven uit Azië. Hoe ik dat weet? Hm, tja.

Pas op! Geverfd

Doe het zelf verven

Vandaag is het zover. Eindelijk ga ik aan de slag met de verf. Volgens het etiket wacht die verf daar al op sinds 21 maart 2019. Toen werd de inhoud van dat blik gemengd. Sindsdien had ik last van uitstelgedrag. Daar waren goede redenen voor.

Eerst wilde ik net beginnen toen de mannen kwamen voor de dakkapel van de buurvrouw. Die gingen bij haar in de tuin planken zagen en daardoor vloog het zaagsel in het rond. Ik dacht: ‘Laat ik nog maar even wachten met die verf.’  Het staat ook zo uitsloverig wanneer je als vrouw toevallig in de tuin gaat werken als die mannen daar bezig zijn. Plausibele reden voor uitstel, toch?

Daarna zou het gaan regenen, daarna scheen de zon te fel, daarna zou er een buitje vallen, en daarna was er te veel wind. Bij wind verven is onhandig. Dat zorgt voor opwaaiend stof. En stoffig is het hier, want het regent al twee jaar veel te weinig. Afijn. Op een gegeven moment waren de condities ideaal, maar toen had ik even geen zin. Kan gebeuren, toch?

Wat er daarna was, weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kwam het er steeds niet van. Daar stonden die blikken dan. Elke week moest ik er omheen stoffen, terwijl ze op de eettafel stonden. Ik ben niet zo ver gegaan dat ik de blikken en het schuurpapier bij het afstoffen meenam. Maar dat scheelde weinig. Belachelijke situatie, toch?

Nou ja, vandaag had ik in de ochtend al gewandeld en ’s middags wilde ik nog wat doen. Dat was dus een mooie gelegenheid en een perfect moment om eindelijk met verven te beginnen. En het rare is dat ik verven ontzettend leuk vind. Echt waar. Alleen vergeet ik dat steeds weer. Maf, toch?

Maar nu even wat anders. Hebben jullie enig idee hoeveel insecten er momenteel rondvliegen en op een pas geverfde vensterbank kunnen landen?

Volgers weren van je blog

Beginnende bloggers hopen vaak op veel volgers. Zodra het aantal ergens op lijkt, zie je de teller trots prijken op hun site. Ook geven (succesvolle?) bloggers tips over hoe je zo veel mogelijk volgers krijgt. Want veel = succes, blijkbaar. Vandaag ga ik tegen deze gangbare stroom in. Want hoe leuk is het eigenlijk om veel volgers te hebben? En is reacties ontvangen altijd wel zo fijn?

Sinds de lancering van Raam Open komen er regelmatig nieuwe volgers bij. Na twee weken schreef ik in Jubileum van mijn weblog over mijn eerste ervaringen daarmee. Een half jaar later volgde Diepgang op een blog, onder meer over hoe onvoorspelbaar volgers kunnen zijn. En in Wanhopig op zoek naar aandacht? klinkt het eerste geluid over de keerzijde van ‘populair’ zijn. Want door sommige mensen wil je niet worden gevonden.

Het kan erger dan een volger krijgen die zich mooier voordoet dan hij is. Enkele bloggers hebben last van spammers, zo weet ik. Dat zijn mensen die doorlopend reageren en hen achtervolgen op ieder forum. Anderen krijgen een lading bagger over zich heen, omdat hun mening afwijkt van ‘de norm’.

Zelf heb ik een paar volgers gehad met tamelijk extreme opvattingen. Ik wilde niet met hen worden geassocieerd en daarvoor heeft WordPress een oplossing. Achter elke naam op de volgerslijst staat een rode knop met ‘verwijderen’. Dat die knop bestaat, zegt al genoeg.

Volgers hebben hun eigen motieven om je blog te lezen en daar op te reageren. Sommigen gedragen zich als een vriendin of deskundige, terwijl ze jou niet kennen. Dat kan flink gaan schuren. Zie Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen. Ook in Bloggen over gevoelige onderwerpen benoem ik minder leuke kanten, zoals agressieve reacties ontvangen. Gelukkig komen die zelden voor.

Volgers kunnen zich echter onbedoeld hinderlijk gedragen en juist daar worstel ik mee. Ik schrijf onder meer over persoonlijke zaken. Het is dan tamelijk storend wanneer iemand zomaar wat roept dat er niet toe doet. Of erger: als iemand steevast met zijn eigen verhaal reageert en verder mijn bestaan negeert. Ik wil mij als blogger prettig voelen bij mensen die meelezen.

Overigens besef ik dat zulke reacties kunnen voortkomen uit eenzaamheid. Uit sociale onhandigheid, autisme, of gewoon onbewust gedrag. Maar als dezelfde volger herhaaldelijk zo reageert, krijg ik daar onherroepelijk moeite mee. En dan verlies ik de lust om nog langer te bloggen.

Als blogger moet je soms keuzes maken. Zie je lijdzaam toe hoe een volger het reactieveld van jouw blog steeds gebruikt op een manier die jou stoort? Of grijp je in?

Privé-onderwerpen op internet

‘Ik heb me ook weleens afgevraagd waar het goed voor is dat ik al die persoonlijke dingen deel. Stond ik nou mijn verleden uit te venten? Uiteindelijk vond ik van niet. Je kunt alleen maar iets op een podium vertellen als het al is verwerkt. Het blijken vaak je mooiste stukken te zijn. Daarnaast vind ik het een sport om met een botte bijl op mijn zwaktes in te hakken, waarbij ik zo eerlijk mogelijk probeer te zijn. Dat voelt al veel minder privé. Hoe meer privé iets is, hoe meer het voor iedereen geldt. Tijdens het schrijven aan een voorstelling verkeerde ik vaak in de veronderstelling dat mijn gevoel uniek was en dan kwamen er na de voorstelling allemaal mensen naar me toe die zeiden dat ze het zo herkenden.’

Ingekort citaat van cabaretier Emilio Guzman in een interview met Susan Smit in Happinez, nummer 8, 2017.

Als blogger herken ik vrijwel alles van wat Emilio zegt. Jij ook?
En zo ja: lukt het je om privé-kwesties voor jezelf te verhelderen en te verwerken doordat je erover blogt?