Pas op! Geverfd

Doe het zelf verven

Vandaag is het zover. Eindelijk ga ik aan de slag met de verf. Volgens het etiket wacht die verf daar al op sinds 21 maart 2019. Toen werd de inhoud van dat blik gemengd. Sindsdien had ik last van uitstelgedrag. Daar waren goede redenen voor.

Eerst wilde ik net beginnen toen de mannen kwamen voor de dakkapel van de buurvrouw. Die gingen bij haar in de tuin planken zagen en daardoor vloog het zaagsel in het rond. Ik dacht: ‘Laat ik nog maar even wachten met die verf.’  Het staat ook zo uitsloverig wanneer je als vrouw toevallig in de tuin gaat werken als die mannen daar bezig zijn. Plausibele reden voor uitstel, toch?

Daarna zou het gaan regenen, daarna scheen de zon te fel, daarna zou er een buitje vallen, en daarna was er te veel wind. Bij wind verven is onhandig. Dat zorgt voor opwaaiend stof. En stoffig is het hier, want het regent al twee jaar veel te weinig. Afijn. Op een gegeven moment waren de condities ideaal, maar toen had ik even geen zin. Kan gebeuren, toch?

Wat er daarna was, weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kwam het er steeds niet van. Daar stonden die blikken dan. Elke week moest ik er omheen stoffen, terwijl ze op de eettafel stonden. Ik ben niet zo ver gegaan dat ik de blikken en het schuurpapier bij het afstoffen meenam. Maar dat scheelde weinig. Belachelijke situatie, toch?

Nou ja, vandaag had ik in de ochtend al gewandeld en ’s middags wilde ik nog wat doen. Dat was dus een mooie gelegenheid en een perfect moment om eindelijk met verven te beginnen. En het rare is dat ik verven ontzettend leuk vind. Echt waar. Alleen vergeet ik dat steeds weer. Maf, toch?

Maar nu even wat anders. Hebben jullie enig idee hoeveel insecten er momenteel rondvliegen en op een pas geverfde vensterbank kunnen landen?

Volgers weren van je blog

Beginnende bloggers hopen vaak op veel volgers. Zodra het aantal ergens op lijkt, zie je de teller trots prijken op hun site. Ook geven (succesvolle?) bloggers tips over hoe je zo veel mogelijk volgers krijgt. Want veel = succes, blijkbaar. Vandaag ga ik tegen deze gangbare stroom in. Want hoe leuk is het eigenlijk om veel volgers te hebben? En is reacties ontvangen altijd wel zo fijn?

Sinds de lancering van Raam Open komen er regelmatig nieuwe volgers bij. Na twee weken schreef ik in Jubileum van mijn weblog over mijn eerste ervaringen daarmee. Een half jaar later volgde Diepgang op een blog, onder meer over hoe onvoorspelbaar volgers kunnen zijn. En in Wanhopig op zoek naar aandacht? klinkt het eerste geluid over de keerzijde van ‘populair’ zijn. Want door sommige mensen wil je niet worden gevonden.

Het kan erger dan een volger krijgen die zich mooier voordoet dan hij is. Enkele bloggers hebben last van spammers, zo weet ik. Dat zijn mensen die doorlopend reageren en hen achtervolgen op ieder forum. Anderen krijgen een lading bagger over zich heen, omdat hun mening afwijkt van ‘de norm’.

Zelf heb ik een paar volgers gehad met tamelijk extreme opvattingen. Ik wilde niet met hen worden geassocieerd en daarvoor heeft WordPress een oplossing. Achter elke naam op de volgerslijst staat een rode knop met ‘verwijderen’. Dat die knop bestaat, zegt al genoeg.

Volgers hebben hun eigen motieven om je blog te lezen en daar op te reageren. Sommigen gedragen zich als een vriendin of deskundige, terwijl ze jou niet kennen. Dat kan flink gaan schuren. Zie Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen. Ook in Bloggen over gevoelige onderwerpen benoem ik minder leuke kanten, zoals agressieve reacties ontvangen. Gelukkig komen die zelden voor.

Volgers kunnen zich echter onbedoeld hinderlijk gedragen en juist daar worstel ik mee. Ik schrijf onder meer over persoonlijke zaken. Het is dan tamelijk storend wanneer iemand zomaar wat roept dat er niet toe doet. Of erger: als iemand steevast met zijn eigen verhaal reageert en verder mijn bestaan negeert. Ik wil mij als blogger prettig voelen bij mensen die meelezen.

Overigens besef ik dat zulke reacties kunnen voortkomen uit eenzaamheid. Uit sociale onhandigheid, autisme, of gewoon onbewust gedrag. Maar als dezelfde volger herhaaldelijk zo reageert, krijg ik daar onherroepelijk moeite mee. En dan verlies ik de lust om nog langer te bloggen.

Als blogger moet je soms keuzes maken. Zie je lijdzaam toe hoe een volger het reactieveld van jouw blog steeds gebruikt op een manier die jou stoort? Of grijp je in?

Privé-onderwerpen op internet

‘Ik heb me ook weleens afgevraagd waar het goed voor is dat ik al die persoonlijke dingen deel. Stond ik nou mijn verleden uit te venten? Uiteindelijk vond ik van niet. Je kunt alleen maar iets op een podium vertellen als het al is verwerkt. Het blijken vaak je mooiste stukken te zijn. Daarnaast vind ik het een sport om met een botte bijl op mijn zwaktes in te hakken, waarbij ik zo eerlijk mogelijk probeer te zijn. Dat voelt al veel minder privé. Hoe meer privé iets is, hoe meer het voor iedereen geldt. Tijdens het schrijven aan een voorstelling verkeerde ik vaak in de veronderstelling dat mijn gevoel uniek was en dan kwamen er na de voorstelling allemaal mensen naar me toe die zeiden dat ze het zo herkenden.’

Ingekort citaat van cabaretier Emilio Guzman in een interview met Susan Smit in Happinez, nummer 8, 2017.

Als blogger herken ik vrijwel alles van wat Emilio zegt. Jij ook?
En zo ja: lukt het je om privé-kwesties voor jezelf te verhelderen en te verwerken doordat je erover blogt?

Voorsorteren op je volgende baan

‘Eén van de nuttigste tips die ik ooit kreeg, veel belangrijker dan je kleding of hoe je praat, was: je moet voorsorteren binnen je baan, door de ingrediënten uit te zoeken die je interesseren en extra taken naar je toe te trekken. Dan … zorg je wel dat je al aan de kant zit die jou interesseert, zodat, als de kans dan komt, iedereen denkt: zij is de beste kandidaat!’ Dit zegt Judith Kamalski, directeur academische zaken bij de Universiteit Maastricht, in een interview over het boek Nice girls don’t get the corner office. (Volkskrant Magazine, 9 februari 2019.)

Voor een sollicitatiegesprek blijft het goed om je kleding op de werkgever af te stemmen. En vrouwen met een hoog stemmetje kunnen inderdaad beter op een lagere toon praten, willen ze door sommige mannen serieus worden genomen. Maar kleine ‘tekortkomingen’ worden vanzelf ondergeschikt als je aantoont dat je de juiste expertise hebt.

Dat is precies waarop ik hoop. Onlangs heb ik visitekaartjes c.q. business cards laten drukken. Gewoon op mijn eigen naam, zonder dat ik een bedrijf heb of voor een organisatie werk. Want als passieve werkzoekende voelde ik mij een beetje niksig, zo zonder business card. Bij vorige banen had ik tenslotte ook kaartjes met mijn naam en functie erop. Ik bleef ze maar missen. Vooral als ik iemand sprak die zakelijke interesse had voor wat ik te bieden heb.

Natuurlijk is er LinkedIn, maar vorig jaar heb ik welbewust mijn account gewist. Als alternatief verwees ik sindsdien naar mijn website met familiegeschiedenis. Want daarop komt alles samen: mijn vaardigheden, expertise en interessegebieden. What you see is what you get; indachtig aan het idee uit bovenstaand citaat. En er staat een tekst op over mezelf. Toch was het niet ideaal.

Daarom heb ik maatregelen getroffen. Mijn familiewebsite is nu reclamevrij. Verder heb ik de url ingekort, zodat je hem goed kan onthouden. En voor geïnteresseerden zijn er nu die visitekaartjes. Behalve mijn naam en contactgegevens, staan daar de werkzaamheden op die ik het liefste verricht. Namelijk: onderzoek, gegevensbeheer, informatieve teksten schrijven en projectadministratie.

Dus als het zo uitkomt, kan ik kort vertellen wat ik doe, voor voorbeelden naar de website verwijzen en gelijk een kaartje overhandigen. Bij de kring voor werkzoekenden vonden ze dit een goed en origineel idee.

Even een bestelling in de winkel afhalen

De laatste fles lenzenvloeistof is bijna op en er moeten nieuwe flessen komen. Vorige keer stond ik tevergeefs in de winkel, omdat ze weinig voorraad aanhouden. Maar bestellen kan ook. Dat lijkt handig via internet, alleen ging dat eerder mis. Alle lenzen hadden een andere verpakking gekregen en de flessen vloeistof eveneens. Zelfs de artikelnamen en –nummers waren veranderd. Na een lang gesprek met de klantenservice werd toen duidelijk wat ik voortaan nodig had.

Deze keer verschijnen de flessen met herkenbare foto en naam in beeld. Desgewenst worden ze thuisbezorgd. Ook dat lijkt handig, maar regelmatig ben ik net weg als de bestelbus voorrijdt. Daarom kies ik de optie ‘ophalen in een winkel naar keuze’. Ik was toch al van plan om naar de stad te gaan, dus dat komt mooi uit. Zodra het bericht over de gearriveerde flessen verschijnt, ga ik eropuit.

In de winkel is het druk. Er zit een vrouw in een elektrische rolstoel alsof ze er al tijden zit. Een andere vrouw zit naast de ruimte voor lenzencontrole. Ook zij lijkt al een poos te wachten. Drie andere bezoeksters zoeken brillen uit. Eén medewerker is in de winkel bezig met een klant. Wanneer hij opstaat, loopt hij een achterkamertje binnen. Vermoedelijk om iets te pakken. Ruim vijf minuten later is hij echter nog niet terug. Verder is er geen medewerker te bekennen.

Dan begint de telefoon te rinkelen op de balie voor mij. Het deurtje van de andere oogmeetruimte gaat nu open en daar komt een tweede medewerker uit. Hij loopt naar de telefoon en neemt hem aan. Daarna loopt hij de winkel in om een montuur te pakken en doet dat in een plastic zakje. Er moet een papiertje bij. Vervolgens haalt hij het montuur en het papiertje weer uit het zakje en kruist twee teksten op het papiertje door. Tot besluit stopt hij het montuur met het papiertje in een ander, gebruikt, plastic zakje en legt dat op een andere balie neer.

Eindelijk kijkt hij mij aan en zegt: ‘Hallo’. Ik zeg ‘Hallo’ terug, maar aan zijn hele houding zie ik dat hij beslist niet wil dat ik nu iets vraag. Hij loopt direct weer terug naar de oogmeetruimte en komt er even later uit met een moeilijk lopende klant. Aha, vast de eigenaresse van de scootmobiel die buiten voor de winkel staat. Intussen neemt er nog een klant achter mij plaats in de zojuist gevormde rij.

Na een gevoelsmatige tien minuten komt ook de eerste medewerker weer naar buiten met een klant die kennelijk al een kwartier in het lenzen-controlehokje zat. Ze gaan met de bij het hokje wachtende vrouw aan een tafel zitten. Daar ontspint zich een heel gesprek over de ziektekosten-verzekering. Ach ja, wat stom van mij, om uitgerekend nu die flessen in de winkel af te halen! Want voor het eind van het jaar moet iedereen natuurlijk hoognodig een nieuwe bril. Daar hebben we tenslotte premie voor betaald.

Op dit punt begint enige rusteloosheid in mij op te spelen. Wachten is niet zo mijn ding. Dit is zo’n moment waarop ik echt krachtig op mezelf in moet praten. Zo van: ‘Rustig blijven, die medewerker kan er ook niets aan doen dat het nu druk is, en als je zelf aan de beurt bent, wil je toch ook dat hij alle tijd voor je neemt, en hij zit nu wel over zichzelf te praten, wat ik professioneel gezien een zonde vind, maar hij mag toch ook even aan wat anders denken dan aan al die klanten, en die mensen zijn op leeftijd, daarom duurt het allemaal lang.’

Al vind ik dat ik met mijn brave afwachtende houding suf bezig ben. Want ik kan toch gewoon even tussendoor vragen of ik een klein vraagje mag stellen? Ik hoef toch alleen maar die lenzenvloeistof af te halen en dat is toch zo gedaan, nietwaar? Trouwens, waarom zie ik mijn naam nergens in de kast met klaargezette bestellingen staan? Het zal toch niet…

‘Voordat ik van huis ging, bedacht ik nog dat het misschien handig was om een printje van het bezorgbericht mee te nemen. Maar dat heb ik niet gedaan. Als het nu maar goed gaat. Ik heb hier al lang genoeg gestaan.’

Nu begin ik echt ongedurig te draaien en zucht eens diep. Goed hoorbaar, maar toch nog enigszins beheerst. Ja, ik weet heus wel dat dit passief-agressief gedrag is. Maar de spanning loopt ook wel erg op, inmiddels.

Achter mij zie ik een andere kast met onder andere de flessen die ik nodig heb. Dus bedenk ik een plan voor het geval het alsnog mis dreigt te gaan.

Wanneer de begeleidster van degene die een bril wil bij de tweede medewerker ook nog een vraag over haar eigen bril stelt, en de medewerker daar uitgebreid op in gaat, hou ik het bijna niet meer. Ik moet iets doen. Een daad stellen. Alles beter dan deze passieve houding en die oplopende frustratie.

Dus interrumpeer ik redelijk kalm hun bezigheden en stel ik mijn vraag. Of ik een vraagje mag stellen en dat ik alleen maar mijn bestelde vloeistof kom halen. Het is al betaald.

Dat mag. En ja hoor, mijn pakketje ontbreekt. …

Gelukkig heeft de medewerker mij eerder in de winkel gezien. Zodra ik naar de kast met flessen wijs en zeg dat het ‘die rooie’ zijn, geeft hij er zomaar drie mee. Ik hoef zelfs geen naam of adres achter te laten. Dat bied ik nog aan. ‘Het zal wel goed zijn’, zegt hij.

Eenmaal terug in de frisse buitenlucht voel ik opkomende hoofdpijn. Daarom maak ik een relaxed ommetje door het leukste deel van de binnenstad. Dat helpt. Bovendien haal ik de bus nog net. Mijn geluk is terug.

Hoewel. Zodra de bus wegrijdt, bekruipt mij de twijfel of ik nu de juiste flessen heb. Het zál toch niet? Want er was onlangs toch iets gewijzigd en ik moest toch speciale vloeistof hebben? Iets met sensitive, terwijl ik nu comfort bij me heb?

Toiletjuffrouw

Soms doe of laat ik iets waar ik achteraf spijt van heb. Zo deed ik vorig jaar een mooie broek weg die te strak werd. Nu ben ik afgevallen en zou hij weer prima passen. Erger is dat ik niet heb doorgezet toen ik een carrière switch overwoog. Ik wilde namelijk gaan voor het beroep van toiletjuffrouw. Want als rondreizende juffrouw op een mobiel toiletblok kom je nog eens ergens. Bijvoorbeeld tijdens 3 oktober op de Leidse kermis.

Vier jaar geleden schreef ik al dat ik dit beroep overwoog. Waarom heb ik er toen toch geen werk van gemaakt? Je kan het net zo leuk organiseren als je zelf wil. Kijk maar naar de Pipiwagen. Elke keer als ik die huifkar zie, voel ik een steek van jaloezie. Nu loopt daar een andere vrouw bij. Op elk festival kom ik haar tegen. Dan word ik weer op pijnlijke wijze aan mijn keuze herinnerd.

Ík had daar moeten staan, en niet zij.

Mijn fotoarchief is een puinhoop

Er is een gezegde waar ik nu even niet op kan komen. Maar de strekking is als volgt: topkoks bakken er thuis niets van. Zo blink ik beroepsmatig uit in het uitzoeken, ordenen en rubriceren van zaken. Je kan gerust een digitaal archief aan mij overlaten wanneer dat een rommeltje is. Ik ga uit van waar je behoefte aan hebt en zorg dat alles weer vindbaar wordt. Alleen geldt dat nu even niet voor mijn eigen fotoarchief.

Ze zeggen verder dat een professionele fotograaf alle foto’s moet bewaren. Want misschien komt het detail in de rechterbovenhoek van een verder onbelangrijk plaatje ooit van pas. Dan moet je wel een logisch systeem hanteren om dat detail terug te vinden. Een fotografisch geheugen is ook handig. Maar dat heb ik zeker niet.

Sinds ik vaak op pad ga met smartphone inclusief camera, groeit mijn fotoarchief schrikbarend. Na elke sessie schrap ik alle minder goed gelukte foto’s. Maar er blijven er nog genoeg over.

Mijn archiveringssysteem werkt als volgt. In het begin doe ik maar wat. Foto’s van een besneeuwde uiterwaard zitten bijvoorbeeld in  > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > [Naam woonplaats] > Omgeving > Witte uiterwaard 2017. Dat lijkt logisch, maar ik heb daar ook nog een map Uiterwaard 2018 e v. Verder zijn er de mappen Nederrijn tegenover Driel en Wolfheze Ede Wageningen e o (echt een praktische combinatie). In laatstgenoemde zit de submap Wageningen uiterwaard. Al die naburige uiterwaarden grenzen aan dezelfde rivier.

Bovendien heb ik op een hoger archiefniveau de map Arnhem e o vanaf 2017. (Er zitten trouwens ook oudere foto’s in.) Deze map valt onder > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > Uitstapjes vanaf 2015, en bevat onder meer de map Rijn bij Arnhem hoog water jan 2018. Dat is dus weer diezelfde rivier.

Over hoog water gesproken. Ik heb ook een map Deventer IJssel Zutphen va 2017 met daarin Deventer IJssel hoog water dec 2017. Idem Nijmegen. Oh ja, en nog een map Doesburg met een submap Doesburg hoogwater IJssel va 2018. Plus een map Oosterbeek hoog water jan 2018, wat geografisch in de buurt komt van die Witte uiterwaard 2017, die dus in een andere map zit. Volgt u het nog?

Nu zou je zeggen: smijt alles per rivier bij elkaar. Alleen moet ik dan routes uiteen gaan rukken, want die mappen zijn op wandelingen gebaseerd. Vaak kom je op een wandeling zowel in het bos, op een specifiek landgoed, in een stad, als bij een rivier.

Dus denk je misschien: zet alles per wandeltraject bijeen. Maar wat doe ik dan met foto’s van bijvoorbeeld Huis de Voorst in Eefde? Daar ben ik al op zeker vijf verschillende wandelingen geweest. Ik heb daar bovendien foto’s in diverse seizoenen genomen: in de winter, tijdens de extreem droge zomer, en gisteren met paddenstoelen langs de beukenlanen. Dan hebben we de recente zwammen uit vijf afzonderlijk gebieden nog niet gehad.

Ik moet bekennen dat het nogal een bende wordt op mijn computer.