De kleuren van de herfst: bruin

herfst beuk takken met bruin blad

Misschien is bruin wel de meest voorkomende kleur in de herfst. Welke tint bladeren oorspronkelijk ook hebben, eenmaal neergedwarreld zijn ze veelal bruin. Daarnaast groeien er paddenstoelen in een heel scala aan tinten. Sinds ik regelmatig foto’s neem, zoek ik naar de bijbehorende namen. Soms lukt dat, maar vaker is het giswerk. Er groeien namelijk wel 6.000 soorten zwammen in ons land.

Op mijn boswandelingen speur ik voor deze serie naar fotogenieke plaatjes. Een overhangende tak, het zonlicht op een blad, een vergezicht of een paddenstoel in het gras. Zo ontdek je nog eens wat. Bijvoorbeeld dat beuken per soort anders verkleuren. En dat maar weinig paddenstoelen alleen in de herfst groeien. Daarom plaats ik hier weer een foto van verkleurde blaadjes. Die geven de herfst toch het beste weer.

Of nou ja, vooruit dan, nog één paddenstoel, in ruitvorm.

bruine paddenstoel verm boleet ruitvorm

De kleuren van de herfst: roze en rood

vermoedelijk roze pronkridder zwam

In deze miniserie over de herfst ga ik op zoek naar alle kleuren die in dit seizoen voorkomen. Bij herfst past rood, maar verwacht je misschien geen roze. Toch komt roze sporadisch voor. Zie de roze pronkridders hierboven. Gisteren zag ik nog een gevlekte dovenetel met roze bloemen. Die bloeit van april tot november, zoals ook zwammen buiten de herfst groeien. Daarom vind ik van groen naar rood verkleurende bomen kenmerkender voor dit seizoen.

Zeg je herfst rood, dan is de vliegenzwam het ultieme cliché. Die rode paddenstoel met witte stippen. Daarvan staan al diverse foto’s op Raam Open. Wat is er nog meer? Rood is het bloed van wild, dat traditiegetrouw in de herfst wordt geschoten. En de laatste vruchten aan de bramenstruik kleuren eveneens rood, net als hun bladeren.

herfst zilveren stam lijsterbes met bramen roodDe foto hiernaast (een kwartslag gedraaid) zou op het eerste gezicht in de zomer kunnen zijn genomen. In werkelijkheid is dit juist een typisch herfsttafereel. Want als je goed kijkt, zie je tussen de rode bramen enkele verschrompelde vruchten hangen. Dat duidt op het najaar. Verder staan er op de achtergrond een paar geel verkleurde bomen. Iets minder goed zichtbaar zijn de bruin geworden varens. Ook begint een van de bramenbladeren te verkleuren.
Maar het bewijs dat dit geen zomerfoto is, zit hem in de knop van de lijsterbes, boven aan de zilverkleurige tak. Die staat al startklaar voor de volgende lente. Vandaar.

Taalkunde in Gelderland

De caissière achter de pas geopende kassa ziet dat het poortje de doorgang nog verspert. Verschrikt zegt ze dat ze vergeten is het te ontgrendelen. Ze drukt op een knopje en vraagt of ik het poortje wil ‘opbeuren’. Opbeuren? Dat woord ken ik alleen in de betekenis van ‘opvrolijken’ of ‘troosten’. Bijvoorbeeld wanneer iemand verdrietig is of pech heeft gehad. Ze maakt er een gebaar bij, zodat ik haar begrijp. Daarom til ik het poortje een stukje op, waarna het open gaat.

Vier jaar na de verhuizing van Zuid-Holland naar Gelderland hoor ik nog regelmatig nieuwe uitdrukkingen. Nieuw althans voor mij. Het inburgeren gaat overigens voorspoedig. Onlangs betrapte ik mezelf op de gedachte dat ik de voordeur moest ‘losmaken’. Alsof hij klemde of vast zat. Dit zou ik in Leiden nooit zo hebben gedacht. De deur zat namelijk gewoon op slot en moest ‘van het slot af worden gehaald’.

Het zal nog wel een paar jaar duren, maar dan weet ik op Gelders taalgebied echt alles van de hoed en de rand.

de rand van de geschubde parasolzwam

Welke typisch Gelderse uitdrukkingen (als ik het zo mag noemen) ken jij?

Wie wat bewaart … slibt dicht

selectie van gemaakte fotos paddenstoelen

Wat bezielt een mens toch om van alles te bewaren? Als het om tastbare zaken gaat, kan ik rücksichtslos opruimen. Dat ligt anders met digitale bestanden. Die nemen weinig fysieke ruimte in. Om te zien hoe veel ik bewaar, moet ik eerst een heleboel mappen stuk voor stuk openen. Daarin zitten mijn documenten, foto’s en enkele filmpjes. Ik heb alles behoorlijk geordend. Hierdoor lijkt het alsof ik weinig bewaar. Tot het tijd wordt voor een back-up. Dan is mijn computer genadeloos: 5.933 foto’s! Belachelijk.

De afgelopen dagen heb ik mijn uiterste best gedaan om die fotobestanden op te schonen. Matige foto’s van bepaalde paddenstoelen heb ik vervangen door mooiere. Soms helpt het om een jaartje te wachten. Als je handiger wordt in fotograferen, kijk je automatisch kritischer naar oude bestanden. En één geslaagde foto per soort is wel voldoende. Althans, dat probeer ik mezelf wijs te maken. Maar ja, op bovenstaande foto staat de vangst van vandaag. Of datgene wat overbleef na een (echt waar) zeer strenge selectie.

Een hobby-fotograaf is in feite een jager-verzamelaar. Een jager is voortdurend op zoek naar bruikbare dieren en planten. En vergelijkbaar met wat een vogelaar doet, wil ik van elke soort paddenstoel er minimaal één verzamelen. De vraag is waarom een hedendaagse jager-verzamelaar zo veel moeite doet. Een fotoboek uit de winkel biedt fraaiere foto’s plus een completer overzicht.

Zaterdag wandelde ik in een groep. Onderweg zagen we allemaal dezelfde paddenstoel. Ik had op dat moment mijn handen vol en kon even geen foto maken. Als iemand mij dan achteraf een foto stuurt, telt dat niet. Ik moet de foto zelf hebben gemaakt. Zodra ik een foto van eenzelfde soort paddenstoel kan nemen, gaat de gekregen foto weg. Tenzij die echt heel bijzonder is. Maar dan blijf ik proberen om een foto te maken die nog bijzonderder is.

Om schijfruimte te besparen en het aantal foto’s in te perken, overweeg ik nu om mijn vakantiefoto’s te dumpen. Die zijn met mijn twee-na-laatste toestel genomen. Dus van belabberde kwaliteit, volgens huidige normen. Ik kan beter een koffietafelboek van Tasschen met Balinese tempels kopen. Bovendien kan ik mij diverse mensen op die vakantiefoto’s amper herinneren. Al behoorden ze tot het reisgezelschap.

Als een landvrouwe

Lichtenbeek oranje koraalzwam

Waarom is er een mannelijk woord voor de eigenaar van een landgoed (‘landheer’) en komt ‘landvrouwe’ niet voor? Vrouwen kunnen toch al eeuwen landgoederen bezitten? ‘Landfreule’ bestaat wel. Dit woord staat voor een freule die op het platteland woont. Dat maakt toch wat minder indruk dan de eigenaresse van een landgoed zijn.

‘Landjonker’ komt eveneens voor. Dat is een landedelman. Een ‘landjuffer’, echter, is wederom een juffer die slechts op het land woont. En is zij wel edel? Verder heb je een ‘landarbeider’ (mannelijk woord), een ‘landbouwer’ (hij die voor zijn bestaan de akker bebouwt), een ‘landdrost’ (dat waren vroeger altijd mannen), en een ‘landmeisje’ (een meisje op het platteland). Ja, duh.

Ik vind het maar belachelijk. Op sommige landgoederen hier in de buurt ken ik elk paadje en ieder weggetje. Zelfs weet ik tot op de vierkante meter precies waar de paddenstoelen groeien. Als ze groeien, tenminste.

Het jonge koraalzwammetje hierboven, bijvoorbeeld, zou geen ‘landheer’ weten te vinden. Want zo’n ‘landheer’ inspecteert zijn landgoed natuurlijk uitsluitend te paard. Terwijl ik als ‘landvrouwe’ gewoon mijn laag-bij-de-grondse wandelingetjes zou maken. Dan zie je zo’n één centimeter groot koraalzwammetje wel staan. Als je goed oplet, tenminste. Dus vind ik dat die titel mij veel meer toekomt.

Camouflagezwammen

Van nature willen we bij een groep horen. Als je afwijkt, heb je wat uit te leggen. Andersom bevindt je je soms in kringen waarvan je denkt: ‘Wat doe ik hier? Die anderen zijn allemaal raar. Ik ben de enige normale hier. Tussen deze mensen wil ik helemaal niet worden gezien.’ Deze camouflagezwammen denken er net zo over.