Oud-Hollands winterlandschap

Sommige mensen fotograferen zichzelf terwijl ze figureren als een persoon in een beroemd schilderij. Bijvoorbeeld als de Mona Lisa of als het melkmeisje van Vermeer. Er zijn ook mensen die hedendaagse landschappen fotograferen die sprekend lijken op een landschapje in een zeventiende-eeuws schilderij. Zoals bekend, pruts ik maar wat aan met de camera van mijn oude Samsung. Daarom zal ik niet beweren dat ik iets dergelijks bewust heb gedaan. Maar zeg nu zelf: dit is toch precies een Oud-Hollands schilderij!?

Op deze foto zie je de ondergelopen uiterwaard bij Oosterbeek met links op de achtergrond het oude kerkje en rechts de spoorbrug over de Nederrijn.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

De mooiste kleine huisjes in de sneeuw

Bijna had ik een serie kapitale panden op Raam Open gezet. Allemaal in chaletstijl, die fin de siècle bouwstijl waar ik in het vorige logje over schreef. Deze villa’s zien er nu extra mooi uit in de sneeuw. Ik bedacht mij echter toen ik de sneeuwfoto’s van andere bloggers zag. Zij toonden hoekige schuurtjes, straten en zelfs flatgebouwen uit de jaren zestig. Ongetwijfeld waren ook die sneeuwtaferelen met trots vastgelegd. ‘Mijn’ villa’s staken daar echter nogal opschepperig bij af. Bovendien woon ik zelf liever knus en klein. Daarom presenteer ik vandaag de kleintjes tussen de groten, want die mogen er ook zijn.

Relatief eenvoudig chaletje in een grote tuin.

Klein huisje (of kantoor) schurkt gezellig aan tegen een grote broer.

Klein huisje (of is het een schuurtje) in het dal.

Klein (nou ja, klein …) huisje met hout gestookte kachel aan de rand van een landgoed.

Needless to say dat ik meteen voor de deur sta zodra ik win in de loterij.

Waar heb ik nu dat oude kerkje neergezet?

Als dit oude kerkje je bekend voor komt, dan kan dat kloppen. Er verschenen in de afgelopen jaren al diverse foto’s van op Raam Open. Via de mediabibliotheek in WP-admin heb ik de titels van de bijbehorende logjes opgezocht. Voor de insiders: dat werkt vooralsnog beter dan via de mediabibliotheek in de block-editor. Want daarin ontbreken bij geüploade foto’s de logtitels.

De WordPress mediabibliotheek heeft een handige zoekfunctie. Maar aanvankelijk heb ik foto’s nogal slordig geüpload. Bij de oudste foto’s staat als bestandsnaam (en foto-url) een nietszeggend nummer dat mijn camera eraan heeft toegekend. Bij latere foto’s vermeldde ik de logtitel, terwijl die vaak weinig over de afbeelding zelf zegt. En bij de nieuwste foto’s heb ik soms zeer raadselachtige omschrijvingen gezet. Wat te denken van ‘cropped-het-pad-naar-trouw-zijn-aan-jezelf.jpg’? Zie je het voor je?

Afijn, het oude kerkje. Hier staan de andere foto’s:

Klik desgewenst op de foto’s voor een vergroting.

In het spoor van de loopgraven

Het is nogal een caleidoscopische ervaring, dat onderzoek naar die loopgraven. Op mijn zoektocht naar informatie lees ik het ene na het andere aangrijpende ooggetuigenverhaal. Die gaan over een wirwar aan gebeurtenissen en locaties. En alles grijpt in elkaar. Samen vormen ze een relaas over mankracht en logistieke planning; over vluchtelingen en gevechtssituaties, over inventiviteit en oorlog strategieën. Ik zit met mijn neus in documenten en kaarten gelabeld: ‘top secret’. Toen, in 1944/’45, nu niet meer.

Sommige teksten zijn verwarrend. Neem dit fragment uit een krantenbericht van de Nieuwe Amsterdamsche Courant. Algemeen Handelsblad, vrijdag 8 december 1944. ‘Hoofdkwartier van den führer, 7 Dec. Het opperbevel van de Weermacht deelt mede: “De overstroomingen ten Zuidwesten van Arnhem hebben een zoodanige omvang aangenomen, dat de vijand gedwongen is steeds nieuwe deelen van zijn stellingen op den zuidelijken oever van den Beneden-Rijn ten spoedigste te ontruimen.’

Ik bedoel, dit is een Nederlandse krant, dus wie is hier de vijand? Daarna valt mijn oog op de sub-kop boven het artikel: Geallieerde stellingen nabij Arnhem door overstroomingen bedreigd.’ Daarbij moet je weten dat de Lekdijk op 2 december 1944 werd opgeblazen. Hierdoor was de Betuwe drassig geworden en half ondergelopen. Zo kon ‘de vijand’ moeilijk de Duitse frontlinie bereiken met zwaar materieel. En dat front was de rand van de stuwwal aan de overzijde van de Nederrijn.

Afijn, zo’n oorlog oude stijl was een strategische en logistieke operatie van formaat. Ik vind dat aspect nuchter beschouwd zeer interessant. Aangrijpend wordt het pas bij het lezen van de uit het leven gegrepen verhalen. Zoals in dagboeken van bewoners, die negen dagen lang midden in de gevechten zaten en daarna met 150.000 anderen hals over kop hun huis moesten verlaten. Of herinneringen van Nederlandse dwangarbeiders, die de stellingen op de frontlinie moesten bouwen en graven, terwijl ze onder ‘vijandig’ vuur lagen.

Die vijandschap blijft verwarrend. Niet alleen nu voor mij, maar ook toen voor de strijdende partijen. Ik zal een stukje citeren uit een interview met Obersturmbannführer Walther Harzer, een pas 32 jaar oude Luitenant-Kolonel van de 9 S.S. Panzer Division ‘Hohenstaufen’ tijdens de Slag om Arnhem.

‘When the British paratroopers first arrived in Arnhem there was a great deal of confusion. They did not meet with much resistance either. In the [German] soldier’s recreation centre about 80 soldiers were sitting around, drinking coffee and playing cards. Their weapons were leaning against the wall. In walked a handful of British paratroopers and ordered the German soldiers to put up their hands. Then they had a cup of coffee and went away again.’

En, midden in het ergste slagveld dat Oosterbeek toen was: ‘I spoke to Warrack [een Britse kolonel] who requested that the British wounded be evacuated from the perimeter since they no longer had the room or the supplies to take care of them. This meant calling a truce for a couple of hours. I agreed because… I liked the English. I had been in England before the war as a student and had good memories of this time. I told Warrack that I was sorry that our two countries should be fighting. Why should we fight, after all? Warrack looked very haggard and worn. He was offered some cognac but refused because he said it would make him ill. He had not eaten for some time. He was given some sandwiches.’ (Bron: Pegasusarchive.)

Trouwens, in het Arnhemse Elisabeth Gasthuis lagen de gewonde Duitse en Engelse soldaten vrijwel zij aan zij. Ze deelden gewoon hun sigaretten met elkaar.

Over de loopgraaf in onze straat kan ik weinig vinden. Daarom heb ik mijn onderzoeksgebied verruimd naar Arnhem en directe omgeving. Dat valt goed te overzien. Bovendien hoef ik slechts een korte periode door te nemen. Onze loopgraaf stamt uit de periode 17 september – 23 december 1944. En ergens tussen 15 april en 30 juni 1945 zal het naburige mijnenveldje wel zijn schoongeveegd.

Wat mij mateloos fascineert, is die tussenliggende periode, daar in dat door God en iedereen vergeten stukje niemandsland. Het hele gebied was ontruimd, maar er waren wel dwangarbeiders en soldaten. Vooralsnog is dit stukje straathistorie een mysterieus zwart gat, uniek voor de recente geschiedenis van Nederland.

Oh, en het volgende is ook wel weer frappant. 4 December 2020, Westervoortsedijk in Arnhem. Vanaf de bushalte nabij het Gelders Archief wandel ik naar de weg. Op de tweede helft staan auto’s stationair bij het stoplicht. Op de voorste lees ik: ‘… ruimingsdienst’, en: ‘Defensie’. In het voorbijgaan volgt de volledige tekst: ‘Explosievenopruimingsdienst’.

(Op de foto de Nederrijn en rechts het voormalige front ten westen van Arnhem.)