Brokstukken van een burn-out (2)

‘En toen, maakte je keuzes (of werden ze gemaakt) waardoor het beter werd voor jou? Wat was daarin het belangrijkste, ander werk, andere omgeving?’, vraagt Petronella onder het voorgaande logje over de brokstukken van een burn-out. (Bedankt hiervoor.) Jouw reactie komt binnen wanneer ik besef dat het laatste woord nog niet is gezegd. Want er zijn positieve en negatieve gevolgen: financieel en mentaal, voor mijn relaties, carrière en persoonlijke perspectieven. Al moet ik zelfs nu, tien jaar later, nog afwachten waar de nasleep van die burn-out uiteindelijk toe zal leiden.

Dat het inderdaad een burn-out was, is nu wel aannemelijk. In mijn geval waren de klachten direct gerelateerd aan een werksituatie vol stressfactoren. Dan lijkt de oplossing eenvoudig. Een andere functie binnen de organisatie of baan daarbuiten zoeken en weer fris verder. Want aan die stressfactoren zelf viel weinig te doen. Maar een alternatieve interne functie was niet aan de orde. En vooraf was duidelijk dat elders een baan vinden, ook heel lastig zou worden.

Mijn leeftijd en ongebruikelijke loopbaan, de crisis en de weinige vacatures binnen de sector speelden rond 2009 elk een rol. Daardoor kwam ik voor het blok te staan. Want ziek melden was geen optie. Dan had ik een zwaar frustrerend traject in gemoeten, waaraan de gedachte alleen al mij alle energie ontnam. Over de vervolgstappen heb ik zwijgplicht.

Een eigen bedrijf, waarmee ik naast mijn baan al was gestart, is niet goed van de grond gekomen. Later, toen ik na diverse tijdelijke contracten tussen alle regels in viel en geen enkel inkomen meer had, kwam de twijfel. Had ik mij toch gewoon ziek moeten melden? Dat doet tenslotte iedereen. Was ik dan beter af geweest? Op de praktische consequenties schrijf ik een beschouwing in een volgend log.

Persoonlijk vind ik de vraag of je blijvende klachten aan een burn-out overhoudt belangrijk. Wat doet het mentaal met je? En met je lichaam: hoeveel langdurige spanning door negatieve stress kan dat aan?

Volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Wilmar Schaufeli zijn werk gerelateerde stressklachten ‘een van de belangrijkste redenen waarom mensen door het UWV worden afgekeurd.’* Hieruit blijkt al dat je jarenlang uitgerangeerd kan blijven. Periodiek krijgen uitkeringsgerechtigden een herkeuring. Dan kan een verzekeringsarts een eerdere afkeuring herzien of verlengen. Na een burn-out kan je ook gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard. Daarna verricht je met een gedeeltelijke uitkering aangepast werk of maak je minder uren. Toch zijn er evengoed mensen die er weer helemaal bovenop komen.

Wat ik bij mezelf leek te bespeuren, was dat ik achteraf mentaal minder aan kon, in allerlei opzichten. Eenmaal weg bij die organisatie zocht ik naar ander werk. Thuis ebden de spanning en de stress grotendeels weg. En daarmee verdwenen de fysieke klachten ook al snel. Maar er hoefde maar dít te gebeuren of de spanning kwam in volle omvang terug. Het minste bracht mij al uit balans en zorgde voor stress.

Terwijl ik vroeger redelijk nonchalant telefonisch naar een vacature kon informeren [gewoon even inbeelden dat je het kan], schoot ik nu bij voorbaat al compleet in een kramp. Het idee dat er weer iets van mij werd verwacht. Dat ik moest presteren. Dat mijn stem helder moest klinken. Dat ik geen enkele fout mocht maken. Dat ik moest voldoen aan het beeld dat men had van een ideale kandidaat. Whatever dat beeld ook was. Ik ging er zowat van hyperventileren. Of eigenlijk deed ik dat al.

Faalangst, echt verlammende faalangst. Terwijl ik dacht dat ik daar toch aardig overheen was. Maar er zat inmiddels een nieuwe generatie aan de andere kant van de lijn. Ineens waren de taal en voorwaarden op de arbeidsmarkt gewijzigd. Zomaar, terwijl ik even met wat andere zaken bezig was geweest. Alsof heel mijn CV plotseling waardeloos was.

Het leek ook wel alsof de prikkels van buitenaf heftiger binnenkwamen. En het leven in een studentenstad midden in de Randstad is woelig. Ik had behoefte aan echte stilte, en die was nergens meer te vinden. Zodra ik buiten kwam, ontstond er een sluimerend gevoel van onrust. Alsof je permanent alert moet zijn. Het vermoeide mij steeds meer. Daarom ben ik later verhuisd naar een dorp in een andere provincie.

Toen ik weer tijdelijk werk kreeg, bespeurde ik een ander opvallend verschil met voorheen. Want waar ik gaandeweg had geleerd om soepel met ad-hoc situaties om te gaan, leken mijn improvisatievermogen en flexibiliteit ineens deels verdwenen. Was er tijdens die burn-out iets beschadigd geraakt? Was mentaal de rek eruit? Kon ik niet langer snel genoeg denken? Waar waren mijn mentale elasticiteit en wendbaarheid gebleven?

Nu heb ik onder normale omstandigheden nergens last van. Zet mij in een hoekje, laat mij zelfstandig onderzoek doen, websites bijhouden, gegevens ordenen of teksten schrijven en alles loopt op rolletjes. Om informatie te vergaren bel ik zonder schroom met Jan en alleman. Maar zodra ik te veel druk ervaar of met complexe vragen worstel, duiken de symptomen weer op. Hoofdpijn, moeilijk in slaap komen. Tot op zekere hoogte leer je met mentale druk omgaan. Bijvoorbeeld door tijd te winnen om na te denken.

Toch heb ik uiteindelijk iets van mijn veerkracht verloren. Er valt nog wel wat aan te doen via bewuste keuzes, ontspanning en mindfulness. Maar heb je eenmaal een burn-out gehad, dan ben je vatbaarder voor een volgende. Dat is een gegeven. Daarom valt voor mij nu een aantal hectische functies af die ik eerder wel aan kon. Wordt er met reden ‘stressbestendig’ of ‘tien ballen tegelijk in de lucht houden’ vermeld in een vacature, dan pas ik. Want das war einmal. En ik moet er niet meer aan denken ook.

Voor * zie Ianthe Sahadat en Margreet Vermeulen, beschouwing Opgebrand, de Volkskrant, Sir Edmund, 5 januari 2019.

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.

Gezichtscorrectie voor selfies

Sinds kort verschijnt er een knopje op mijn smartphone als ik de camerafunctie gebruik. ‘Gezichtscorrectie’ heet het. Ik heb geen idee hoe het er op komt. Evenmin weet hoe ik het er af krijg. Het biedt drie mogelijkheden: 1. ‘Huidskleur’, 2. ‘Slank gez.’, en 3 ‘Grote ogen’. Voor elke optie is er een schaal van 0 tot 8.

Ik moet zeggen dat mijn gezicht er niet best op komt. Daar spelen die opties geen rol bij. Voor mooie selfies moet je gewoon een selfiestick hebben. Toch vraag ik me af hoe het met dat knopje zit. Is het meegekomen met de laatste software update? Of is mijn gezicht soms gescand en geregistreerd?  Zo ja, dan heeft Samsung wel wat uit te leggen. Want vinden ze dan dat er iets mís is met mijn gezicht? Nou?

Het kan best dat deze mogelijkheid voorziet in een behoefte. Misschien hebben veel klanten om digitale plastische chirurgie gevraagd. Wellicht kwamen voor deze drie opties de meeste verzoeken binnen. Maar van wie precies? Waren het mannen of vrouwen? Als er mannen bij zaten, waarom is er dan geen optie voor een strakke kaaklijn? Dat zou toch een logisch verzoek zijn. En voor de vrouwen mis ik de nose job. Wanneer een meisje 18 wordt, hoort dat er in bepaalde kringen bij.

Trouwens, welke rol spelen de verschillende cultureel bepaalde schoonheidsidealen? Vinden Aziaten een slank gezicht belangrijk? Of zien Chinezen liever een vollemaansgezicht? Oh wacht, nu wordt het mij duidelijk. Dat ‘Slank gez.’ zit alleen op toestellen die voor de Europese markt zijn bestemd. En voor het Midden-Oosten is de optie ‘Grote ogen’ vervangen door ‘Nose job’. Helder.

Maar wie zegt er dat ik een slank gezicht wil? Moet ik daar naar verlangen; is dat wat er van mij wordt verwacht? Hoe breed hoort een vrouwengezicht dan precies te zijn? Anders kan ik nog niks met de schaalverdeling. Jammer dat ze tegenwoordig geen handleiding meer bijleveren. Dan had ik de voorgeschreven maten en vereisten zelf kunnen nakijken.

Human Resources in de prestatiemaatschappij

Wanneer een medewerker van een klantenservice mij helpt, zegt hij aan het eind: ‘Hierna volgt een bandje voor een klanttevredenheidsonderzoek. Daar hangt mijn beoordeling van af. Het systeem werkt zo dat een ‘8’ onvoldoende is, want een ‘8’ is minder dan een ‘10’. Zou u mij, als u mijn dienstverlening goed vond, meer dan een ‘8’ willen geven? Veel dank alvast.’ Ik voel mij sinds de aanloop naar de reorganisatie van 12 jaar geleden nogal vervreemd van onze prestatiemaatschappij.

Prima om onze dienstverlening en resultaten op peil te houden. Maar nu is het allemaal een beetje doorgeslagen. De menselijke maat is weg. Vroeger, in die goeie ouwe jaren tachtig, keek een HR-manager gewoon naar wat je in je mars had. Daarvoor maakte hij of zij een leuk babbeltje met je en daarna was je aangenomen. Nu werkt het niet meer zo.

Bij de groep voor werkzoekenden geeft een gasttrainer een workshop. Het is een geboren Rotterdammer. Ik heb meteen een beeld bij die stad en die man. ‘Niet lullen maar poetsen.’, is daar het populaire imago. Je wordt beïnvloed door je omgeving. Als je het maar vaak genoeg roept met zijn allen, wordt het een self fulfilling prophecy. Nou ja, voor de meesten dan. Niet iedereen is zo.

Ik hoef ook geen gedoe en ben voor doorwerken. Het probleem is dat ik daarnaast nog nadenk. Een collega omschreef mij eens als ‘een kritische volger van de leider’. Dat is raak. Ik volg en ben zelfs zeer loyaal, maar ik moet dan wel overtuigd zijn van de goede zaak.

De trainer is jarenlang HR-manager geweest. We gaan een elevator pitch leren formuleren en presenteren. De camera staat al klaar. Hij reageert op ons zoals dat in het echte bedrijfsleven gaat. Wie ben je? Wat heb je te bieden? Waarom moet ik jou nemen? Wat zijn je USP’s? Geef voorbeelden. Wat waren de resultaten? En wat was het voordeel voor de zaak?

Af en toe stelt hij een onverwachte vraag. Degene die gefilmd wordt, moet even nadenken en je ziet haar ogen afdwalen. Tijdens de nabespreking met de groep zegt hij dat zij hem had moeten blijven aankijken. Wegkijken is een teken van onzekerheid, vindt hij. Ik ken dat argument, het is ook tegen mij al vaker gezegd. Maar als ik iemand aan moet blijven staren, kan ik niet nadenken. Daarom adviseert hij om in een gesprek met een potentiële klant duidelijk aan te geven dat als mijn ogen afdwalen, dat is omdat ik nadenk.

Ik weet het niet, hoor. Mijn ervaring van de laatste jaren is dat je geen enkel mankementje meer mag hebben. En nadenken is daar een van.

Wat zie jij eruit!

We wandelen in een klein groepje de ‘Mooiste Route’ vanaf kasteel Rozendaal. De ergste bulten in mijn gezicht en hals zijn nu verdwenen. Hier en daar zitten nog wat korstjes en kleine rode plekjes. Deze week heb ik na het opstaan steeds hoopvol in de spiegel gekeken. Om te zien of er al verbetering was. Vanmorgen was ik redelijk tevreden. We belanden op de hei, waar het vrij warm is. Maar het is er ook stil en prachtig. Geen teken van menselijk ingrijpen, zo ver het oog reikt.

Wanneer we pauzeren na een klim in de volle zon, komt er een vrouw uit de groep naar mij toe. Ik ken haar en mijd haar doorgaans enigszins. Zij is zo iemand die enkel in zichzelf is geïnteresseerd. Maak je per ongeluk oogcontact, dan begint ze gelijk te ratelen over haar favoriete onderwerp. Maar deze keer loopt het verrassend anders.

Ze komt vlak voor me staan en zegt: ‘Wat zie jij eruit!’ Haar opmerking is zo tactloos, dat ik niet eens blik of bloos. Ik vertel rustig dat ik last heb van een allergische reactie. En dat het veel erger was de afgelopen week. Momenteel valt het eigenlijk best mee. ‘Heb je jezelf al bekeken?’, vraagt ze vervolgens. Wat ik zeg, dringt niet door. Zij is alweer aan het woord. En herhaalt die laatste vraag nog eens.

Gedurende een honderdste seconde vraag ik mij nu toch af of ik wat heb gemist. Heb ik ergens met mijn handen aan gezeten en vuil in mijn gezicht gesmeerd? Ben ik door een beest gestoken? Is mijn gezicht wellicht vuurrood? Resoluut wimpel ik elke gedachte af. Er ís niets aan de hand.

Achterlijk mens.

Onbetrouwbare hersenen

Een deel van mijn onzekerheid komt voort uit mijn onbetrouwbare hersenen. Dat ik daarvan niet op aan kan, weet ik al jaren. Dat scheelt. Onlangs ging ik de mist in met mijn Gravatar. Of met één ervan, want ik heb er meer. Bij het plaatsen van een ‘likeje’ op een blog ging ik heel bewust het rijtje af. Bij deze reactie hoorde dat plaatje. Ik zag het juiste icoontje onder het bericht verschijnen. Mooi. Dacht ik.

Tot ik – uiterst verwarrend – een reactie ontving op een e-mailadres dat aan een andere website is gekoppeld. Niet de website die ik in gedachten had bij het plaatsen van dat ‘likeje’.

Het voelde vreemd. Want die icoontjes horen bij twee verschillende websites die twee strikt gescheiden werelden vertegenwoordigen. Zo strikt, dat je gerust over verschillende persoonlijkheden kan spreken. We hebben het hier over internet.

Het voelde ook een beetje unheimisch. Alsof iemand mijn gangen was nagegaan. Wat vrijwel zeker echt is gedaan, bijvoorbeeld via LinkedIn. Was die persoon zo aan dat specifieke e-mailadres gekomen? Daarvoor moet je best moeite doen. Want aan dat Gravatar-icoon is geen website of zichtbaar e-mailadres gekoppeld. Maar wel een naam.

Ik kon het niet uitstaan. Daarom bekeek ik opnieuw het bericht waaronder ik dat Gravatar had gezet. En verdorie, er stond een ander plaatje onder dan gedacht. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had nog zo goed opgelet! Toch? Maar computers maken geen fouten, dus zal ik het zelf wel hebben gedaan.

Het zal in de toekomst erger worden. Inmiddels kan men in filmpjes met software je gezichtsuitdrukking levensecht veranderen. En gesproken tekst kunnen slimmeriken ook zo aanpassen. Nog even en je moet tegen je eigen beelden getuigen. Dan krijgt die Trump toch gelijk met zijn nepfeiten.

Besef je dat wanneer je je pootafdruk onder dit logje zet, ik de tekst achteraf helemaal kan veranderen? Je weet eigenlijk nooit waar je een ‘likeje’ voor geeft. Wie durft?

Oefening baart kunst

Solliciteren kan je behoorlijk ontmoedigen. Je wordt onzeker van alle afwijzingen, gaat aan jezelf twijfelen en voelt je energie dalen. Om je hiertegen te wapenen, helpt oefenen. Met name wanneer iets moeilijk blijft. Bijvoorbeeld: werkgevers bellen, goede teksten schrijven of het woord nemen in een groep.

Vorige week werd ik nog door spreekangst overvallen tijdens een workshop. Te midden van de deelnemers wachtte ik een gunstig moment af om iets te vragen. Ik voelde mijn hart bonzen, het bloed naar mijn wangen kruipen en mijn stembanden zich schrap zetten. Uiteindelijk kon ik slechts met een benepen stemmetje een vraag stellen. Maar. Ik heb hem wel gesteld. Daarna benaderde ik een aanwezige HR manager om mijn CV te beoordelen. Zo ben ik in beide gevallen een stapje verder gekomen.

Natuurlijk heeft dit alles te maken met weten dat je bekeken en beoordeeld wordt. Zelfs mensen die vaak op een podium staan, kunnen daar last van houden. Iedereen observeert hoe je staat, hoe je kijkt, hoe je praat, wat je vraagt en hoe je op een antwoord reageert. Dat is precies wat er tijdens een sollicitatiegesprek gebeurt. Een vorige werkgever wilde van zijn spreekangst af en werd dankzij oefening en wedstrijddeelname een expert in debatteren. Hij heeft er zijn beroep van gemaakt.

Een goede tekst schrijven is ook een kunst. Vorige week ontving ik een afwijzing met daarin de volgende zin: ‘Helaas moeten wij u mededelen dat wij van mening zijn dat er in de reacties die wij hebben ontvangen op deze vacature andere kandidaten zijn waarvan hun kennis en vaardigheden, met name op het gebied van redigeren, meer aansluiten op het profiel van bovengenoemde functie.’ Maar ik blijf het proberen, op allerlei manieren. Deze week heeft mijn inzending toch mooi weer een landelijke krant gehaald. Tadaaa!