Wie gaat dat straks betalen?

Terwijl de IC-units vol coronapatiënten liggen, blikken economen vooruit op de gevolgen van deze crisis. In mijn honger naar voorspellende signalen kijk ik met hen mee. Beleggers uit de hele wereld doen uitspraken in Corona Crash, een ingelaste aflevering van VPRO Tegenlicht. Zij interpreteren de fluctuaties op de beurzen, evenals het overheidsbeleid in diverse landen en de verschuivingen in de wereldwijde economische interafhankelijkheid. Wat betekent dit alles straks voor ons, gewone mensen?

Ik heb slechts een vaag idee en staar hier al een poosje in het luchtledige. De lucht is schoon. Dat is een voordeel.

De waterscheiding in het leiderschap

Hoe toepasselijk in deze tijd. Werd ik daarom onlangs naar een waterval toe geleid? Een waterscheiding is een grenslijn tussen twee stroomgebieden. Figuurlijk betekent deze term: een omslag of keerpunt. Een wezenlijk verschil in handelwijze, cultuur of mentaliteit. Ik nam foto’s bij de waterval vanuit verschillende posities. Nu vindt er een waterscheiding plaats tussen de leiders en de charlatans.

Wellicht bevinden we ons op een keerpunt, hier en wereldwijd. De regels zijn aangescherpt. Omdat de waterval door mensen is ontworpen, stroomt het water beheerst en gecontroleerd. Controle voelt als veiligheid. Alsof we de zaak in de hand hebben. Is dat waar alles nu om draait?

En is dit dan het definitieve moment van de omslag? Voortdurend heb ik het gevoel dat ik cruciale informatie mis. Het is alsof ik hier in slaap wordt gesust. Net als Mack zoek ik naar duiding, naar relativering, naar een verklaring. De krant en het NOS Journaal missen de dieperliggende motivatoren voor onze keuzes en handelswijze.

Waarom zijn de maatregelen bij deze virus nu zo veel drastischer dan anders? Ik zoek mijn heil bij CNN en bij het BBC world news. Maar in Engeland, India en de Verenigde Staten is het helemaal een chaos.

Draaien de draconische maatregelen vooral om verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? Dan overheerst mogelijk de angst voor verkeerde keuzes, zowel bij politici als in ons eigen persoonlijke leiderschap. We willen koste wat het kost een situatie voorkomen waarin we later moeten zeggen: ‘Had ik maar …’

Zoals bij deze praktische keuze, die om mijn persoonlijke leiderschap vraagt. Ga ik naar mijn 86-jarige moeder toe? Dat betekent reizen met drie treinen, tweemaal overstappen in Wageningen en op Utrecht Centraal, plus een ritje met de bus. Bij uitstel duurt het tot 2 juni voordat we elkaar weer zien. (Is het werkelijk?) Deze keuze maak ik niet alleen voor mijzelf, maar ook voor haar en onze naasten om haar heen.

Of speelt er nog iets anders mee bij de huidige crisismaatregelen? Zijn wij zo van natuurlijke processen vervreemd, dat we de consequenties daarvan niet meer kunnen accepteren? Sommigen beweren dat epidemieën bij het leven horen. Volgens hen moeten we het lage percentage doden gewoon op de koop toe nemen. Het zijn voornamelijk de ouderen en de zwakkeren die sterven. Zij zien het coronavirus als onderdeel van het zelfreinigend vermogen van het menselijk ras. Survival of the fittest, dat idee.

Dit leidt mij naar een conclusie van Charles Darwin. ‘It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change.’

Wereldwijd zijn de veranderingen in economische en geopolitieke machtsverhoudingen al jaren gaande. Vooralsnog verschuift het zwaartepunt geleidelijk van West naar Oost. Maar mogelijk zijn we nu getuige van een abrupte waterscheiding in het leiderschap. Dan is het voortaan China dat de toon zet en daarmee ons beleid bepaalt.

Werp een blik op CNN. (Is it 9/11 again?) Het na-ijleffect van deze coronacrisis zal nog lang na 1 juni 2020 voortduren.

Buiten schijnt de zon. We leven hier in een cocon.

De lichtpuntjes van deze tijd

Er duiken bij deze coronacrisis opvallend veel ‘lichtpuntjes’ op. In kranten, logjes en gesprekken … en nu weer hier bij Raam Open.

Claudia de Breij zegt het in Trouw vandaag zo: ‘Het blijft een opdracht om zo licht mogelijk in het leven te staan. […] Maar dat gaat niet door te doen alsof het donker er niet is, of doen alsof de wereld heel lief en licht is. Het gaat alleen maar zo: door zelf zo veel mogelijk licht te geven.’

Dat laatste is nogal een opdracht. Toch ontwaar ik, naast schoonheid, een heel duidelijk lichtpunt in deze tijd. Namelijk schonere lucht dan we in jaren hebben gehad.

Zuivere lucht zorgt voor helder licht, wat prettig is bij het fotograferen. Maar vooral mensen met luchtwegproblemen hebben er baat bij. Toevallig betreft dit ook degenen die door het coronavirus getroffen zijn.

Groen leven is ook: groen beleggen

Sommige mensen gaan ver in hun streven om zo milieubewust mogelijk te leven. Ze zijn veganistisch, weigeren plastic en kopen alleen artikelen die herbruikbaar zijn. Zelf ben ik een middenmoter. Want je kan als individu ervoor kiezen om veel kleine dingen goed te doen. Of je kan een ‘grote stappen snel thuis’-methode hanteren. In dat opzicht is groen beleggen de invloedrijkste en effectiefste manier.

Beleggen kan direct en indirect. Direct door zelf fondsen uit te kiezen. En indirect via verzekeringen en je pensioen. Kijk eens wat je verzekerings- maatschappij doet op het terrein van milieu en samenleving. Is dit een maatschappij waar je achter staat? Pensioenfondsen beheren enorme sommen. Meestal ben je aan een bepaalde sector gebonden en is je keuzevrijheid beperkt. Maar kritische vragen stellen over de belegging van jouw premie kan altijd.

Graag zou ik meer willen beleggen in groene fondsen. Mijn hele financiële reserve is ondergebracht bij de ASN Bank. Van deze bank ben ik tamelijk zeker dat die er goede investeringen mee doet. Goed voor mens, milieu en een duurzame opbrengst. Het meeste staat op een spaarrekening (Ideaalsparen), wat nog nauwelijks rente oplevert. De verleiding is dan ook groot om extra geld naar een beleggingsfonds over te hevelen. Circa vijf procent van mijn financiële reserve zit nu in het ASN Milieu & Waterfonds.

Ben je geen deskundige, dan is beleggen een blinde gok. Je hoopt dat je slimme keuzes maakt en kan slechts volgen hoe het verder gaat. Daalt de waarde, dan moet je rustig blijven. Stijgt de waarde, dan is dat meer geluk dan wijsheid. Ik beleg al jaren in dergelijke fondsen en heb de waarde flink zien schommelen. Globaal volgt de waarde de wereldwijde ontwikkelingen op de beurzen. Het gaat mij vooral om het dividend. Dat is nu een stuk hoger dan de rente op spaargeld.

Als ik geld genoeg had, zou ik er direct een veel groter bedrag in steken. Maar zonder inkomen is die reserve (samen met mijn huis) mijn enige financiële zekerheid. En beleggingen worden niet door de staat veilig gesteld, zoals spaargeld tot € 100.000. Het lijkt mij overigens heerlijk om als fondsbeheerder voor BlackRock te werken. Deze mega-investeerder wil groener investeren. Tot die tijd moet ik zelf keuzes maken over mijn eigen bescheiden middelen.

Maar bij welk percentage van een portefeuille ligt de verstandige grens tussen risico en veiligheid? Hmm, dilemma, dilemma.

Een paar kapotte wandelschoenen

De zolen van mijn wandelschoenen laten los. Oorspronkelijk waren deze schoenen waterdicht. Nu dringt er vocht naar binnen. Verder verkeren ze wel in redelijke staat en bovendien lopen ze lekker. Maar ze komen uit de uitverkoop (aanschaf  slechts € 60) en ik heb nog twee andere paren. Zijn ze een reparatie dan toch waard? Even later kijkt de schoenmaker er naar. Hij ontdekt een scheurtje in het bovenleer en wil de zolen vervangen. Ik hou het bij vastlijmen en een kleine reparatie. Kosten: samen € 24,50.

Het was te verwachten dat mijn spullen nu kapotgaan. In 2009 eindigde mijn laatste vaste contract en daarmee begon de financiële onzekerheid. Tot dan toe kocht ik altijd gewoon wat ik mooi vond en/of nodig had. Maar sindsdien koop ik vooral strategisch. Zo kocht ik in dat jaar een klassiek model winterjas van goede kwaliteit. Ik zou geen kou hoeven lijden uit armoede. En stevige wandelschoenen gaan lang mee. Nu, tien jaar later, zijn de vaakst gedragen aankopen van toen wel versleten.

Het geeft vaak voldoening om de gebruiksduur van spullen te verlengen. Bij de zolderverbouwing konden we een vrijgekomen stuk vloerbedekking benutten. Dat is ook prettig voor het milieu. Verder bewaar ik sinds de keukenverbouwing enkele plinten. Die komen van nu pas op de zolderwanden. Daarbij scheelt dit een rit naar de bouwmarkt en onhandig gesleep met spullen. Vandaag heb ik een restje beits opgemaakt. Er was precies genoeg voor enkele slijtageplekken. En een oude toiletdeur krijgt straks een tweede leven in de woonkamer.

Dinsdag zijn de wandelschoenen klaar. Dan heb ik voor elk seizoen weer een goed paar. Later zal wel blijken of deze reparatie leidt tot een besparing. In elk geval gaan deze schoenen langer mee.

Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.

Training geduld in limbo

Bestaan er mensen die graag in limbo verkeren? In limbo, dat is zoiets als in de wachtkamer zitten zonder dat je weet of aan de beurt komt. Ooit. Het is belangrijk, maar je hebt zelf geen invloed. Je bent van anderen afhankelijk en kan slechts hopen dat het goed afloopt. De meesten van ons zitten liever zelf achter het stuur en dóen iets. Maakt niet uit wat, als er maar vooruitgang is. Geduld is een aangeleerde eigenschap. Weinig maakt ons zo ongedurig, of bezorgt ons zo’n machteloos gevoel, als langdurig in limbo verkeren.

Zit je lang in de wachtkamer, dan wisselen geduld en ongedurigheid elkaar af. Geduld bestaat uit je verstand gebruiken en je hoofd koel houden. Rationeel zijn. Ongedurigheid ontstaat wanneer je je laat meeslepen en frustratie de overhand krijgt. Meestal ben je dan niet meer rationeel. Op zo’n moment kunnen je gedachten flink met je aan de haal gaan. Voordat je het weet, beeld je je zaken in die er niet zijn. In zo’n fase verkeert je geduld zelf ook in limbo.

Ik ken mezelf. Ik weet heel goed wanneer ik vooral niet moet bellen om te vragen hoe het ermee staat. Of er al voortgang is. (‘Al’? Hoezo: ‘al’? Moeten ze nu nog overleggen? Het besluit had toch allang gevallen moeten zijn?!!)

Rustig nou. Komt goed.