Groen leven is ook: groen beleggen

Sommige mensen gaan ver in hun streven om zo milieubewust mogelijk te leven. Ze zijn veganistisch, weigeren plastic en kopen alleen artikelen die herbruikbaar zijn. Zelf ben ik een middenmoter. Want je kan als individu ervoor kiezen om veel kleine dingen goed te doen. Of je kan een ‘grote stappen snel thuis’-methode hanteren. In dat opzicht is groen beleggen de invloedrijkste en effectiefste manier.

Beleggen kan direct en indirect. Direct door zelf fondsen uit te kiezen. En indirect via verzekeringen en je pensioen. Kijk eens wat je verzekerings- maatschappij doet op het terrein van milieu en samenleving. Is dit een maatschappij waar je achter staat? Pensioenfondsen beheren enorme sommen. Meestal ben je aan een bepaalde sector gebonden en is je keuzevrijheid beperkt. Maar kritische vragen stellen over de belegging van jouw premie kan altijd.

Graag zou ik meer willen beleggen in groene fondsen. Mijn hele financiële reserve is ondergebracht bij de ASN Bank. Van deze bank ben ik tamelijk zeker dat die er goede investeringen mee doet. Goed voor mens, milieu en een duurzame opbrengst. Het meeste staat op een spaarrekening (Ideaalsparen), wat nog nauwelijks rente oplevert. De verleiding is dan ook groot om extra geld naar een beleggingsfonds over te hevelen. Circa vijf procent van mijn financiële reserve zit nu in het ASN Milieu & Waterfonds.

Ben je geen deskundige, dan is beleggen een blinde gok. Je hoopt dat je slimme keuzes maakt en kan slechts volgen hoe het verder gaat. Daalt de waarde, dan moet je rustig blijven. Stijgt de waarde, dan is dat meer geluk dan wijsheid. Ik beleg al jaren in dergelijke fondsen en heb de waarde flink zien schommelen. Globaal volgt de waarde de wereldwijde ontwikkelingen op de beurzen. Het gaat mij vooral om het dividend. Dat is nu een stuk hoger dan de rente op spaargeld.

Als ik geld genoeg had, zou ik er direct een veel groter bedrag in steken. Maar zonder inkomen is die reserve (samen met mijn huis) mijn enige financiële zekerheid. En beleggingen worden niet door de staat veilig gesteld, zoals spaargeld tot € 100.000. Het lijkt mij overigens heerlijk om als fondsbeheerder voor BlackRock te werken. Deze mega-investeerder wil groener investeren. Tot die tijd moet ik zelf keuzes maken over mijn eigen bescheiden middelen.

Maar bij welk percentage van een portefeuille ligt de verstandige grens tussen risico en veiligheid? Hmm, dilemma, dilemma.

Een paar kapotte wandelschoenen

De zolen van mijn wandelschoenen laten los. Oorspronkelijk waren deze schoenen waterdicht. Nu dringt er vocht naar binnen. Verder verkeren ze wel in redelijke staat en bovendien lopen ze lekker. Maar ze komen uit de uitverkoop (aanschaf  slechts € 60) en ik heb nog twee andere paren. Zijn ze een reparatie dan toch waard? Even later kijkt de schoenmaker er naar. Hij ontdekt een scheurtje in het bovenleer en wil de zolen vervangen. Ik hou het bij vastlijmen en een kleine reparatie. Kosten: samen € 24,50.

Het was te verwachten dat mijn spullen nu kapotgaan. In 2009 eindigde mijn laatste vaste contract en daarmee begon de financiële onzekerheid. Tot dan toe kocht ik altijd gewoon wat ik mooi vond en/of nodig had. Maar sindsdien koop ik vooral strategisch. Zo kocht ik in dat jaar een klassiek model winterjas van goede kwaliteit. Ik zou geen kou hoeven lijden uit armoede. En stevige wandelschoenen gaan lang mee. Nu, tien jaar later, zijn de vaakst gedragen aankopen van toen wel versleten.

Het geeft vaak voldoening om de gebruiksduur van spullen te verlengen. Bij de zolderverbouwing konden we een vrijgekomen stuk vloerbedekking benutten. Dat is ook prettig voor het milieu. Verder bewaar ik sinds de keukenverbouwing enkele plinten. Die komen van nu pas op de zolderwanden. Daarbij scheelt dit een rit naar de bouwmarkt en onhandig gesleep met spullen. Vandaag heb ik een restje beits opgemaakt. Er was precies genoeg voor enkele slijtageplekken. En een oude toiletdeur krijgt straks een tweede leven in de woonkamer.

Dinsdag zijn de wandelschoenen klaar. Dan heb ik voor elk seizoen weer een goed paar. Later zal wel blijken of deze reparatie leidt tot een besparing. In elk geval gaan deze schoenen langer mee.

Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.

Training geduld in limbo

Bestaan er mensen die graag in limbo verkeren? In limbo, dat is zoiets als in de wachtkamer zitten zonder dat je weet of aan de beurt komt. Ooit. Het is belangrijk, maar je hebt zelf geen invloed. Je bent van anderen afhankelijk en kan slechts hopen dat het goed afloopt. De meesten van ons zitten liever zelf achter het stuur en dóen iets. Maakt niet uit wat, als er maar vooruitgang is. Geduld is een aangeleerde eigenschap. Weinig maakt ons zo ongedurig, of bezorgt ons zo’n machteloos gevoel, als langdurig in limbo verkeren.

Zit je lang in de wachtkamer, dan wisselen geduld en ongedurigheid elkaar af. Geduld bestaat uit je verstand gebruiken en je hoofd koel houden. Rationeel zijn. Ongedurigheid ontstaat wanneer je je laat meeslepen en frustratie de overhand krijgt. Meestal ben je dan niet meer rationeel. Op zo’n moment kunnen je gedachten flink met je aan de haal gaan. Voordat je het weet, beeld je je zaken in die er niet zijn. In zo’n fase verkeert je geduld zelf ook in limbo.

Ik ken mezelf. Ik weet heel goed wanneer ik vooral niet moet bellen om te vragen hoe het ermee staat. Of er al voortgang is. (‘Al’? Hoezo: ‘al’? Moeten ze nu nog overleggen? Het besluit had toch allang gevallen moeten zijn?!!)

Rustig nou. Komt goed.

De zinnen en de honingboom

Wat een gekke uitdrukking is dit eigenlijk: de zinnen verzetten. Zinnen slaat hier op gedachten en die van mij mogen wel even worden verzet. Ze kronkelen namelijk alle kanten op. De afgelopen dagen heb ik lopen malen over het gedoe met de buurman. (De langslepende kwestie over onderhoud, verantwoordelijkheid en wie wat betaalt.) Soms is het moeilijk om afstand te nemen, maar een praatje met een vriendin lucht op.

Vandaag bezocht ik een boeiende lezing door Cornald Maas over zijn boek ‘Ach kind toch’ en binnenkort volgt een wandeling in de Achterhoek. Zulke uitstapjes doen goed, evenals een ommetje in het dorp. Ik blijf genieten van de oude bomen hier, zoals deze honingboom. Zijn takken verbeelden de wirwar van mijn gedachten. Neem ook eens de tijd voor een beschouwende blik naar boven. Zo’n alternatief perspectief verzet de zinnen.

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.

Raam Open blijft open

Geen blogger wil er aan denken dat zijn of haar blog zomaar in het luchtledige verdwijnt. Vandaag ontving ik een cryptisch bericht van Anne, medewerkster van WordPress. Ze schrijft dat de verlenging van mijn personal abonnement en domein raamopen.blog niet is geslaagd. Dat is vreemd.

// Hier schrap ik de oorspronkelijk gepubliceerde tekst, omdat het vraagstuk al is opgelost. //

Overigens, bij een check of Raam Open nog vindbaar is, vond ik onderstaande vermelding met link op de site van het Rob Scholte Museum. Da’s toch eervol. 😉 Jammer dat dit museum eveneens worstelt met een dreigende sluiting.