Vlucht over Soedan

‘… augustus 2005 dus, een zondag, was de dag van mijn vertrek. … Het begon met bewolking, maar bij Italië (oostelijke kustlijn) vlogen we in stralend weer. Toen volgde de Middellandse Zee en daar doemden de blakerende kust en het achterland van Afrika op. Dat was ter hoogte van Benghazi in Libië. In onze capsule vol goede voorzieningen en allerlei soorten hapjes en drankjes vlogen we over een gebied zonder leven, althans zo leek het. Er was alleen bijna wit geblakerd zand, en kale crèmekleurige rotsen staken er tussenuit. Maar opeens verschenen er cirkels met donkere ondergrond in een spoor van wat op een onderaards watersysteem zoals in Marokko leek. Dat bleken geïrrigeerde stukken grond te zijn. Ook waren er plaatsen waar ogenschijnlijk niets was, maar waar uit alle richtingen autosporen naartoe liepen. Nog verder landinwaarts was, afgezien van een schone asfaltweg met een pijplijn (?) ernaast, echt helemaal geen teken van leven meer. 

Bij de rechter onderhoek in de met liniaal getrokken grens tussen Libië en Soedan vlogen we het luchtruim boven mijn nieuwe ‘concentratie’ land binnen. De aarde werd eerst zachtroze, daarna iets meer oranje en er waren sporen van rivieren, maar nog steeds zag ik niets wat op de aanwezigheid van mensen duidde, en evenmin op begroeiing. Dit was voor mij toch een heel nieuw landschap. Opeens zag ik allemaal stipjes langs de droge wadi’s en ineens drong het door dat dat bomen of struiken waren. Nu kwamen er ook stukken grond in beeld die geheel verlaten leken, maar waar duidelijk akkerbouw had plaatsgevonden. Alsof het restanten van een oude verdwenen beschaving waren.

Gezichtsbedrog, want nog weer verder verschenen de eerste wazig groene stukken gecultiveerde grond en iets wat op een huttendorp leek. We vlogen bijna recht diagonaal naar het rechter puntje van Oeganda en kwamen over puur, ongerept oerwoud. En toen het steeds neveliger en donkerder werd, over een enorm moerasgebied vol kronkelende rivieren. Nog had ik hoegenaamd geen bewoond gebied gezien. Waarom vechten ze toch zo als ze zo’n overvloed aan ruimte hebben? Waarom trekken vluchtelingen niet massaal het oerwoud in? Is het daar nog gevaarlijker of is dat bos vergeven van de spirits? In elk geval kreeg ik letterlijk een dwarsdoorsnede van Soedan te zien. Tegen de tijd dat wij boven Kenia vlogen, was het al donker. Totdat de lichten van Nairobi onder ons verschenen. …’

Zomaar een stukje uit mijn reis- en verblijfsverslag naar en in Kenia-Nederland-Libië-Kenia-Ethiopië-Kenia. De grote ontbrekende was Soedan. And that has made all the difference.

De EU, de vluchteling en de 80 miljard

Echt, ik geniet van het mooie weer dit weekend. Gisteren heerlijk gewandeld en vandaag was het aangenaam toeven in de zon. Daar niet van. Bovendien is er een klus in huis geklaard. Dat geeft een voldaan gevoel. Alleen baal ik een beetje van de EU.

Turkije en de vluchtelingenstroom
Wij zijn afhankelijk van Turkije om de toestroom van vluchtelingen te stoppen, zeggen politici en EU-kopstukken. Ik beschouw dat als onzin. Vermoedelijk kan Europa beter alsnog hotspots bij de vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon opzetten. En dáár zes miljard euro in steken. Of meer als dat nodig is voor een menswaardige opvang. Scheidt daar de echte asielzoekers van de economische vluchtelingen. En doe wat ik bijna 2 ½ jaar geleden suggereerde in Gelukzoekers in een meritocratie.

Voor een tegengeluid is deze tekst op welingelichtekringen ook interessant. Al jaren is er een communicatieprobleem. De EU had in een vroeg stadium de valse verhalen van mensensmokkelaars kunnen ontkrachten. Gewoon via sociale media, tv-spotjes en radioberichten in de landen van herkomst. Verder hoor ik veel te weinig over vluchtelingen die kansen zien in Amerika, Azië, Afrika en het Midden-Oosten.

De ECB en de € 80.000.000.000 per maand
Straks pompt Draghi maandelijks tachtig miljard euro in de banken. Er zijn nu al onvoldoende veilige partijen om dat geld aan uit te lenen. Dus worden risico’s en zeepbellen vergroot. Wat Draghi toont, is een groot gebrek aan creativiteit om de economie op stoom te krijgen. Even een paar cijfers. Er waren eind 2015 508 miljoen EU-burgers. Die 80 miljard is per maand per inwoner een bedrag € 157.080.315. Ruim honderdzevenenvijftig miljoen euro. Dat is totale waanzin.

Volgens de media raakt de beslissing van Draghi ons leven direct via ons pensioen en spaargeld. Maar juist landen met grote staatsschulden profiteren. Dat zijn toevallig Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje, Nederland en België. Draghi zou zijn eigen land voortrekken. Echter, wij staan er ook tussen. Hoe zit het nu? Schrappen ze straks de vorderingen van de ECB tegen de schulden van de landen weg? Gewoon op papier, omdat het slechts Monopoly-geld is?

Beetje boos
Intussen staat daar een ECB-president die ik niet heb gekozen en hem zal het een zorg zijn hoe het mij als Nederlandse vergaat. In de krant las ik een paar maal dat iedereen zo boos is tegenwoordig. Kennelijk mag je niet boos zijn, want het klonk negatief. Alsof je dan een tekortkominkje qua emotionele intelligentie hebt, of sociaal onaangepast bent. Ik durf bijna niet te zeggen dat ik een beetje boos ben, anders word ik als Tokkie weggezet. Maar met de EU heb ik het nu toch behoorlijk gehad.

Laat het maar uiteenspatten
Wat mij betreft mag de hele EU uit elkaar spatten. Ik ben klaar met de euro. Ik zie economische groei niet als heilig doel. Ik ben klaar met politici die het nergens over eens kunnen worden. Ik ben klaar met landen die ik er toch al niet bij wilde hebben (maar wie vroeg mij wat) en die nu constant dwarsliggen. Ik ben klaar met dat krampachtige samenwerken met de hele groep. Alsof ik mij verbonden voel met een Roemeen. Schei toch uit. We delen niet eens elkaars geschiedenis. Laat staan dat ik over Turkije wil nadenken. Met chanterende, nationalistische potentaten doe ik geen zaken. Ik ben er gewoon helemaal klaar mee.

Alternatieven
Volgens mij (en anderen) kunnen we beter werken vanuit gemeenschappelijke doelen in per doel van samenstelling wisselende groepen. Zoals de Noord-Europese landen met een vergelijke monetaire cultuur bij elkaar passen. Of bijvoorbeeld alle Rijn-landen of alle Donau-landen, die watermanagement bundelen. De landen aan de Middellandse Zee mogen hun visquota daar onderling uitvechten. Voor verdediging en beveiliging wil pan-Europa vast wel samenwerken. Dat doel gaat ons allemaal aan. (Maar dan wel met daadwerkelijke controle en verantwoording van hoe het geld wordt besteed.) De mogelijkheden zijn oneindig. Zolang je een groepssamenstelling hebt waarbij de leden de meerwaarde van elkaars deelname zien.

Bovendien zijn er heel andere allianties mogelijk. Holland werd welvarend en al vroeg redelijk democratisch dankzij de macht van de steden. De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber publiceerde in 2013 zijn boek If Mayors Ruled the World. Burgemeesters staan veel dichter bij de inwoners en worden het meest direct met vraagstukken geconfronteerd. Zij kunnen hun krachten bundelen en kennis uitwisselen. Grote maat- schappelijke organisaties doen dat internationaal ook. En ik betaal liever gemeente- belasting dan dat mijn geld verdwijnt in een nationale bodemloze put. (Waar ik, wederom, nauwelijks zeggenschap over heb.)

Mij lijkt onderhand alles beter dan de comateuze staat van de huidige EU-politiek. Ik voel mij absoluut niet vertegenwoordigd door EU-instellingen en heb geen enkele directe inspraak. Naar mijn idee moeten over grote zaken Europese volksreferenda worden gehouden. Of liever, volksreferenda per hierboven voorgesteld samenwerkingsverband. Want die EU heeft zijn langste tijd gehad.

Opvang in de regio: welke regio?

Het lijkt wel alsof Europese politici allemaal in een ander stadium van rouw verkeren. Ontkenning, woede, depressie, berusting. De een blijft steken bij ontkenning, de ander zinkt weg in apathie en een derde accepteert het. Steeds grotere aantallen asielzoekers blijven komen, we kunnen er niet meer omheen. De publieke opinie, gevoed door de media, stevent af op een kentering. Het gaat om mensen, we kunnen ze niet aan hun lot overlaten, het is een gedeeld probleem.

Stel nu dat het niet loopt zoals een deel van de Europese bevolking vreest. Dat niet, zoals bij Somaliërs, 85% in de bijstand verdwijnt. Dat er geen nieuw ‘Marokkanen-probleem’ ontstaat. Ik zou het wel wensen: een regenboognatie volgens het gedachtegoed van Mandela. Maar tot nu toe zijn kinderboeken de enige plekken waarin dat bestaat. Als mens zou ik alle echte vluchtelingen uit Syrië welkom willen heten. Maar als realist zie ik een onbeheersbare toestroom uit allerlei landen op termijn als een serieus probleem.

Stel nu dat technocratische oplossingen ergens goed voor zijn. Dan zou je aan het volgende kunnen denken. We kijken binnen Europa naar de landen die een brain-boost uit Syrië kunnen gebruiken. En sturen elke Syriër met ondernemingszin en talent daarheen. We openen een Europees ontwikkelingsfonds voor kansrijke plannen van huidige en nieuwe inwoners. Een fonds waarop we alle waardevolle lessen toepassen die we ooit hebben geleerd.

Dat kan leiden tot nieuwe energie en ontwikkeling van stilgevallen Oost-Europese industriesteden, bijvoorbeeld. Het kan werken als lokale mensen en nieuwkomers de handen ineenslaan. Dit blijkt wel uit de recente herrijzenis van steden als Manchester en Liverpool. Ja, ik denk aan planmatige toewijzing naar bepaalde regio’s. Want hoe verdrietig de situatie van Syrische vluchtelingen ook is, het is naïef en onredelijk van hen om te eisen dat Duitsland wel even in al hun behoeften voorziet.

En het is waar: hier spreekt het not-in-my-backyard syndroom. Met de foto van dat kleine jongetje op ons aller netvlies, mag ik niet zeggen wat ik al dertig jaar vol overtuiging meen. Dat Nederland al zo vol is. Dat er hier zo weinig natuur is terwijl het zo’n gekrioel is. Het benauwt mij echt. Al die vliegtuigen, die vrachtauto’s, die megavarkensstallen, die uitpuilende vuilnisbakken vol snelle-consumptie plastic en die wanstaltige meubel- boulevards. En economen die maar blíjven roepen dat we nog meer moeten groeien.

We kunnen ons continent uiteindelijk verkwanselen door verkeerd beleid. Er zijn genoeg mensen die nu om het hardst roepen dat we iedereen moeten helpen. Ik vraag mij af of zij ooit een voet op Libanese grond hebben gezet. We kunnen nu nog nadenken over een beleid dat én humaan én verstandig is op de lange termijn. Als we daar binnen Europa tenminste toe in staat zijn.

Polygamie

Sommige mannen dromen van polygamie; anderen beseffen wat een gedoe het kan geven. Het gebeurde tijdens mijn eerste dienstreis naar Oeganda. Daar werden mijn Westerse ideeën mooi op hun nummer gezet.

Met collega’s en iemand van een lokale ontwikkelingsorganisatie bezocht ik vrouwen thuis op het platteland. Zij kwamen van keuterboerderijtjes. Door training, micro-krediet en samenwerking behaalden zij betere oogsten en grotere winstmarges. Een vrouw stond er een beetje achteraf bij. Zij kwam net van haar veldje en had een machete nog in haar hand. Was zij ook blij met de hogere verdiensten? Nou, eigenlijk hoefde het voor haar allemaal niet zo. Want als zij met haar oogst meer geld verdiende, dan moest zij meer geld afstaan aan haar man. En dan kon hij zich uiteindelijk een tweede vrouw veroorloven.

Voilà. Het bleef niet bij deze verrassing. Door haar uitspraak deed ik vervolgens onderzoek naar polygamie. Ik keek naar de sociale, economische en juridische aspecten. De positie van vrouwen in deze huwelijksvorm verschilt sterk per land, cultuur en religie. Soms zijn zij toch echt het beste af met de regels van de Koran.

Bedrijfssluiting en conclusie

Vandaag is officieel de laatste dag. Verwachtingsvol startte ik mijn eenpersoonszaak in 2007. Naast een parttimebaan. Ik paste geleerde lessen toe, daarna kwam de vaart er meer in. Tot een omineus teken eind 2011: een vaste klant en zzp’er kon niet meer rondkomen. De groei sloeg om in daling. Crisis, hand op de knip. Het werd als trekken aan een dood paard. Tot besluit hield ik op de leukste evenementen uitverkoop. Het is goed zo.

Dit is het verhaal
In november 2006 blijkt dat mijn positie penibel is bij de aankomende reorganisatie. Ik verneem dit tijdens een vakantie in Vietnam en trek mijn plan. Mijn idee is om luxe fairtrade handwerk (tassen en modeaccessoires) in Nederland te verkopen. Dat ligt enigszins in het verlengde van mijn werk. Na een zakenreis vind ik een professionele fairtrade organisatie die met producenten samenwerkt. Ze spreken Engels, kunnen bestellingen en export organiseren, en zijn redelijk betrouwbaar. Wel hanteren ze flinke orderhoeveelheden, daarbinnen is ruimte voor diverse producten.

Ik begin op internet, waar de concurrentie snel toeneemt. Later blijkt dat vrouwen mijn artikelen in een opwelling kopen. Ze zoeken er niet naar via Google. Dat wordt duidelijk zodra ik kunstmarkten als tweede verkoopkanaal inzet. Ik ontdek gaandeweg waar ik het beste kan staan. Dan wordt ik benaderd door mensen die een winkel openen. Zo komen er winkels als derde verkoopkanaal bij. Op een gegeven moment liggen de mooiste tassen zelfs bij een museum. Op basis van consignatie, dat wel. Het is allemaal bescheiden, maar er zit groei in. Ik beleef de markten als een groot avontuur. Het lange staan in weer en wind valt mij wel zwaar. Ik overweeg even om zelf een winkel te beginnen.

De minimum bestelhoeveelheid blijft een knelpunt. Hierdoor heb ik relatief veel voorraad en kan ik niet snel op modetrends inspelen. Ik vind geen andere leverancier die een vergelijkbare kwaliteit kan leveren. Als alternatief volg ik een workshop en ga ik zelf sieraden van edelsteen maken. Tegen die tijd speelt de crisis al een rol. In het begin kopen klanten rustig drie tassen en bijpassende accessoires tegelijk. Vanaf 2012 komt dat nog weinig voor. Dat is begrijpelijk, maar toch.

Conclusie
Veel goed bedoelende mensen komen met handgemaakte artikelen niet verder dan liefdewerk voor een onrendabele prijs. Vaak hebben zij er een parttimebaan naast. Achter diverse leuke, knusse winkeltjes gaat een echtgenoot schuil met een vet salaris. Degenen die nu zelfstandig slagen, hebben een zakelijk instinct en vaak een gedegen marketing-opleiding gevolgd. Maar in de praktijk leer je ook snel bij.

Ik heb een wereld ontdekt en nieuwe inzichten gekregen. Ja, ik zag de hardheid van het zakenleven. Ook weet ik hoe het voelt als Chinezen en Nederlandse concullega’s stiekem foto’s van je werk maken. Leuker is de gemoedelijke saamhorigheid tussen de meeste standhouders op markten. Nooit zal ik de gezichtsuitdrukking van veel vrouwelijke bezoekers vergeten. Zodra ze het complete assortiment prachtige zijden en fluwelen tassen in het vizier kregen. Ik heb boeiende mensen ontmoet, onvergetelijke momenten beleefd, extra vaardigheden opgedaan. Dat is winst, geen verlies.

Nieuwe banen voor 685.000 werkzoekenden

Er zijn nu circa 91.000 vacatures beschikbaar voor ruim 685.000 werkzoekenden. Ook groeit het aantal zzp’ers dat onvoldoende opdrachten heeft. Hoe komt de arbeidsmarkt weer in beweging? In juni presenteerde het ministerie van SZW een sectorplan vol ideeën. Ik heb nog een paar aanvullende suggesties.

Alternatieve export en import
Is er al eens gedacht aan ‘export’ van Nederlanders? Het klinkt een beetje vreemd. Toch doet China dit al jaren met eigen vaklieden. Mik op behoeften aan vakkennis in andere landen en maak het Nederlanders makkelijk om na enige jaren terug te keren.
Huisvesting, pensioen- en arbeidsongeschiktheids­verzekeringen zijn nu hindernissen. De overheid kan duurzame innovatie extra stimuleren. Er zijn vast nog kansen in opkomende economieën. Wat ‘import’ betreft: zie de laatste alinea van Gelukzoekers in een meritocratie met een suggestie voor werving van kansrijke immigranten.

Focus op kernactiviteiten
Niet meer, maar juist minder ‘productie’ per werknemer lijkt misschien een dwaas plan. Veel Nederlanders werken zich echter een slag in de rondte. Een aantal werknemers krijgt vervolgens een burn-out. Wat is de persoonlijke, maatschappelijke en economische prijs hiervan? Schrap alle onzin uit hun werkpakket. Zoals situaties waarin werknemers computersystemen moeten dienen, in plaats van omgekeerd. En wees alert op managers die weinig oog hebben voor de kwaliteiten van hun team. Managers met psychopathische trekjes kunnen de werksfeer enorm verzieken. Met een rationele, betrokken benadering kom je verder. Dan kan iedereen efficiënter werken, en blijft de kernproductie gewoon gelijk. Creëer extra werkgelegenheid met de vrijkomende middelen en de cirkel is rond.

Ommekeer en recycling van ideeën
Inmiddels kijkt de regering ook naar het stimuleren van onshoring. Dat is het terughalen van fabriekswerk dat eerder naar Azië werd overgeheveld. Dit kan banen scheppen voor laag­geschoolden, die nu aan de kant staan. We kunnen ook arbeidsintensieve werkgelegen­heids­projecten van stal halen. Een eeuw geleden was het Central Park zo’n project. Ze hebben er in New York nog elke dag plezier van. Tot besluit een idee voor herverdeling uit de jaren tachtig. Ik zie graag meer vacatures voor parttime banen.

Gelukzoekers in een meritocratie

Deze week kwam het begrip ‘meritocratie’ driemaal voorbij. Ik was bezig met een tekst over asielzoekers en werkgelegenheid in onze maatschappij. Daarbij stuitte ik op de vraag of ongeluk en armoede verwijtbaar zijn. Je hebt je leven toch zelf in de hand? Een eerder geplaatst, maar onduidelijk bericht hierover heb ik verwijderd. Er zijn al genoeg misverstanden over ‘gelukzoekers’ uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Nu doe ik  een nieuwe poging.

Asielzoekers worden nogal eens verwisseld met gelukzoekers. Gelukzoekers zijn mensen die slechts een beter leven wensen. (Doen we dat niet allemaal?) Veel mensen, die in gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken, worden gelokt door rooskleurige verhalen. Verhalen die gaan over sociale, educatieve en medische voorzieningen in Europa. Wat geld hebben ‘gelukzoekers’ wel, want de tocht naar Europa is tamelijk duur. Vaak is hun keuze voor Europa gebaseerd op onvolledige informatie. Omdat geen van hun voorgangers het thuisfront wil vertellen dat hij of zij hier eigenlijk niet slaagt. Een aantal ‘arme’ immigranten is trouwens wel succesvol. Maar daar horen wij in Europa nou juist weer zo weinig over.

Mensen met een gewilde opleiding of ervaring kunnen via bedrijven al relatief eenvoudig Europa binnenkomen. En een groeiend aantal ‘gelukzoekers’ verdient geld in opkomende economieën. Denk aan Nigerianen in China, Congolese vrouwelijke handelaren in Dubai, en de nieuwe lichting Indiërs in Kenia.

In onze economie en samenleving spelen afkomst, aanleg, gezondheid en intelligentie een rol. Veel Nederlanders hebben moeite om mee te komen. In Afrika, Azië en het Midden-Oosten vind je gewoonlijk werk via familienetwerken. Desnoods ‘koop’ je een diploma. Daar zijn kennis en capaciteiten minder van belang om een baan te krijgen. Toch wonen er uiteraard ook genoeg ondernemende, intelligente en inventieve mensen. Zij zijn degenen die juist in eigen land alle steun voor verdere ontplooiing kunnen gebruiken. Steun door aanbod van modern onderwijs en een gunstig ondernemersklimaat voor iedereen. Zodat zij hun land zelf kunnen opbouwen. En de bevolking daar een betere toekomst krijgt. Dat geeft meer voldoening dan lusteloos rondhangen in een asiel­zoekers­centrum en de procedure eindeloos oprekken. Lijkt mij.

Maar wat begin je in een land waar wordt gevochten om grondstoffen en bronnen of gewoon om de macht? Zoals in Syrië, waar nu relatief veel asielzoekers vandaan komen. Ik heb er geen pasklaar antwoord op. Nu vangen relatief arme landen in de regio ruim twee miljoen vluchtelingen op. Zo gaat het meestal bij conflicten. Libanon bezwijkt er bijna onder. Bij mijn weten heeft Europa niet gereageerd op een beleidsvoorstel van de UNHCR voor opvang. Zowel rijke Arabische als westerse landen sturen geld. Maar geen van beide partijen neemt veel Syrische vluchtelingen op. Het zou logisch zijn als de 25 rijkste landen ter wereld hiervoor worden benaderd. Dan nemen we ook landen buiten Europa serieus en kunnen zij laten zien wat zij nu waard zijn.

Stel dat 25 rijke landen, en wellicht ook anderen in de wereld, Syrische vluchtelingen willen opnemen. Wat kunnen wij deze mensen dan bieden? Eerst een plek om zich weer een beetje veilig en thuis te voelen. En dan iets om te doen. Elk land stelt een verlanglijst op van professionals en vaklieden waar een tekort aan is. Het mogen ook ondernemers met een zeker kapitaal zijn. Australië werkt al jaren met dergelijke lijsten voor reguliere immigratie. Elk land geeft aan hoeveel vluchtelingen het wil opnemen. Daarna gaan de uitnodigingen voor sollicitanten via de UNHCR naar vluchtelingenkampen. Van elke 100 genodigden, bestaat 85% uit mensen met gewenst beroep of kansrijk ondernemingsplan. Zij mogen hun eigen gezin meebrengen. De overige 15% bestaat uit kwetsbare personen met begeleiders voor wie elders geen goede opvang is. Henk en Ingrid zijn vast tegen. Tenzij hier mensen bij zitten die de economie weer op gang kunnen krijgen.