Teksten recyclen is ook duurzaam

Sinds kort prijkt Raam Open op de lijst met blogs over duurzaamheid op Vlasleeuwenbekje’s Blogspot. Daar ben ik blij om. Dit blog verbleef namelijk al vijf jaar in de diepste krochten van internet en werd door weinig mensen opgemerkt. Nu komen er meer bezoekers. Behalve recente logjes, toveren zij ook het oudere werk tevoorschijn. Daar zit menig bericht tussen waarin ik mijn visie deel volgens de ‘People Planet Profit’-strategie. Het zijn pleidooien voor een duurzamere samenleving en economie. Veelal zijn ze geïnspireerd door mijn ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssector in Afrika.

‘Duurzaamheid’ is één van de meest uitgekauwde termen van deze tijd. Het is een containerbegrip dat regelmatig door handige marketeers wordt misbruikt. Vandaag zag ik een advertentie voor ‘duurzame’ vakanties van twee weken naar Azië. Alsof er ook maar iets duurzaams is aan vliegreizen. Sommige mensen kunnen het woord niet meer hóren. Maar er bestaat geen alternatief voor een ‘duurzame’ toekomst. Dus zou ik zo zeggen: ‘Wen er maar aan, aan de noodzaak van duurzaamheid.’

Deze week kwam het log ‘Geboortebeperking als redding’ weer voorbij in de statistieken. Niet verwonderlijk, als je het nieuws volgt. Er is namelijk ophef over VVD-Tweede Kamerlid Wybren van Haga. Hij wil meer investeren in geboortebeperking in Afrika. Er worden twee miljard extra geboorten op dat continent verwacht, bovenop eerdere voorspellingen door de VN.

Wat mij betreft kan het genoemde log niet vaak genoeg worden gelezen. Het staat al jaren in de top 10 van de Pronkkamer om er blijvend aandacht op te vestigen. Gewoon, omdat het gaat over cruciale vrouwenrechten. En die hebben weer alles te maken met duurzaamheid. Hopelijk leidt deze recyclingactie tot aandacht voor de vele facetten daarvan. 😉

De ontwikkeling van de Achterhoek

We moeten samen met de Duitse grensregio’s Oost-Nederland ontwikkelen, onder meer door het aanleggen van meer wegen en het verplaatsen van werkgelegenheid. Dat schrijft Jan Goossensen uit Den Haag in zijn brief aan de Volkskrant van 19 oktober. Want de Randstad kampt met dichtslibbende wegen, onbetaalbare woningen en een stijgende zeespiegel. Dit terwijl het platteland in het noorden en het oosten leegloopt.

Ik begin te hyperventileren wanneer mensen uit de Randstad iets roepen over ‘regionale ontwikkeling’ van de Achterhoek. Er staat namelijk een idyllisch plaatje van die regio bij. De heer Goossensen wil dit bestemmen als Randstedelijk overloopgebied. Nu ben ik zelf zo’n ex-Randstedeling en ik heb wereldwijd al genoeg kapot-ontwikkelde gebieden gezien.

Daarom schreeuw ik, zoals de gatekeeper in een iconische scène uit Mad Max II, met schorre stem en bonkend hart: ‘Close The Gate!!!’ Waarna een aftandse, gepantserde bus voor de opening van het post-apocalyptische fort wordt gezet. Oh, had de Achterhoek maar zo’n poort en beschermende muur.

De Achterhoek moet je aan de Achterhoekers laten, vind ik. Ze kunnen daar zelf wel bedenken wat goed voor hen is. Alterra Wageningen UR schreef in 2013 al een rapport over de ruimtelijke, economische en sociale kansen van hun platteland. Daarin lees je profetische woorden, zoals ‘Het belangrijkste klimaatrisico voor de landbouw is een lange droge periode tussen maart en oktober, waardoor de grasgroei stil valt.’

Een oplossing staat even verderop: ‘Maar ook op het gebied van gewassen en productiemethoden liggen er kansen, bijvoorbeeld als het gaat om biobased economy. Zo zouden nieuwe teelten kunnen bijdragen aan biobased grondstoffen zoals afbreekbare plastics. Hier kunnen nieuwe producten en bedrijven uit ontstaan. Qua productiemethoden liggen er wellicht ook kansen met droogtetolerante gewassen die passen in het landschap.’  

Ik zou zeggen: ‘Beste boeren en bestuurders, maak eens een tripje naar Eindhoven in plaats van naar Amsterdam, en ga daar praten met die lui van Dutch Design.’ Want zij weten wel raad met nieuwe toepassingen van biologische materialen.

En als de Achterhoek meer bedrijvigheid wenst, geef dan vooral ruim baan aan mensen die vanwege een tekort aan passende werkgelegenheid eerder noodgedwongen uit die streek naar het westen zijn gegaan. Geef ook de jongeren, die het liefst in de Achterhoek willen blijven, voorrang op de sociale woningmarkt.

Tot besluit: bezint eer ge met bouwen begint. Want: ‘Recreatie en toerisme zijn qua inkomsten en werkgelegenheid van groter belang voor de Achterhoek dan de landbouw.’ Dat toerisme is vooral te danken aan de huidige recreatieve waarde van het Achterhoekse kleinschalige landschap.

PS: Stuur die Randstedelingen maar lekker door naar Duitsland. Daar is nog ruimte zat.

Vluchtelingenbeleid: input voor de EU-migratietop

Terug van nooit weggeweest is het EU-vluchtelingenbeleid een hot issue. In de afgelopen 4,5 jaar heb ik over een scala aan problemen in landen van herkomst geschreven. Ook heb ik suggesties gedaan voor een benadering van het vluchtelingenvraagstuk. Links en rechts verschansen zich nu in de loopgraven  Het lijkt alsof niemand nog bereid is om voorbij het eigen gelijk te kijken.

Toch ontruk ik een aantal logjes aan de vergetelheid. Ze gaan over oorzaken en gevolgen van vluchtelingenstromen en ze bevatten suggesties voor oplossingen. Dit alles is gebaseerd op wat ik uit eigen ervaring heb geleerd. Ondanks het tumult zal ik het Raam Open houden. Al heb ik evenmin overal een antwoord op en bespeur ook ik enige metaalmoeheid.

Als je slechts één logje leest, lees dan dit: https://raamopen.blog/2014/06/04/geboortebeperking-als-redding/ Over de naar mijn idee belangrijkste oorzaak van armoede en migratie: gebrek aan zeggenschap bij vrouwen.

Hieronder volgt de rest in chronologische volgorde.

Mensen, denk eerst ff zelf na

In de Volkskrant beantwoordt Jan Timmer, voormalig president-commissaris van Philips, de vraag welke fouten de politiek heeft gemaakt. ‘De politiek heeft gedacht dat het kapitalisme zichzelf zou kunnen reguleren. Dat is een groteske ontkenning van de menselijke natuur. Mensen willen bedriegen en bedrogen worden. Europeanen denken dat vrijhandel een groot goed is. (…) Maar in werkelijkheid hebben ze vrijhandel ondergeschikt gemaakt aan macht.’ (16 februari 2018.)

Dat mensen bedrogen willen worden, herken ik wel. Bij die rel rond Oxfam blijkt weer dat mensen vaak verbolgen reageren, zonder zich in feiten te verdiepen. Dat snap ik niet. Want er is nooit een tijd geweest waarin Vadertje Staat, meneer pastoor, de burgemeester en de fabrieksdirecteur volkomen belangeloos het beste met de gewone man voorhadden. En er was nooit meer informatie voorhanden dan nu.

Dat veel mensen matig zijn geïnformeerd, heeft consequenties. Als medewerker van een ontwikkelingsorganisatie werd ik 9 ½ jaar lang overstelpt met vooroordelen. Ze passeerden in een eindeloze stroom de revue. Daar was geen seksrel voor nodig.

Ik stuitte op vooroordelen vanuit relatief onschuldige onwetendheid, of vanuit pure domheid (wel hersens hebben, maar ze niet gebruiken). Ook speelden bekrompenheid en een groot gebrek aan nuancering (of levenservaring) een rol. Maar bovenal zag ik hoe blind mensen zijn voor het tegenstrijdige in hun eigen gedachtengang. De meer extraverte types schroomden niet om botweg alles te zeggen wat ze dachten. Dat mag kennelijk, tegen een medewerker van een sector die draait op subsidies en donaties. Zo iemand is vogelvrij.

Weinig commentatoren beseffen hoe ze als een grammofoonplaat blijven hangen. Steeds weer draaien ze hetzelfde liedje af en steeds weer komen ze bij hetzelfde oordeel uit. Ik vind zulke mensen utterly mind-numbing boring. Vaak is hun ervaring gebaseerd op één enkele situatie van soms wel tien jaar geleden. Of ze hebben iets in de Telegraaf gelezen. Daarna hebben ze nooit meer verder gekeken of iemand een herkansing gegeven. Laat staan dat ze hun mening herzien. Lekker makkelijk. Maar als je zelf stil blijft staan, ga dan ook niet dreinen omdat je links en rechts wordt ingehaald.

Ik leg niemand een andere levenswijze op doordat ik hecht aan fairtrade. Voornamelijk richt ik mijn pijlen op het bedrijfsleven. Want dat heeft onderhand meer invloed op politiek beleid dan de inwoners van een land. Kijk maar naar het aantal lobbyisten in Brussel alleen al.

De aarde en de wereldbevolking worden er beter van zodra ondernemingen de principes van people, planet, profit omarmen. Behalve die 1% schathemeltje rijken dan, die circa 50% van alle vermogen bezit. Dat groepje moet helaas iets inleveren. Maar geld maakt toch niet gelukkig, dus wat willen ze met zo veel ervan?

Oh … wacht. Wát zei Jan Timmer ook alweer? Dat alles draait om macht. Juist ja. Dat is ook bij armoedebestrijding het geval. Daarom zeg ik dit tegen al die oratoren. Denk even na voordat je iets uitkraamt. Want grof gezegd ben ik niet degene die jou naait. Trouwens, als je niet nadenkt, vraag je daar zelf om.

(Sorry hoor, ik heb mijn roeping als SM-meesteres gemist.)

Tekening door de cartoonist & observator Peter van Straaten.

Wantrouwen jegens fairtrade en hulporganisaties. Zie dat maar te veranderen

Het is een zondagochtend zo’n zeven jaar geleden. Ik sta met tassen en modeaccessoires op een hippe indoor wintermarkt. De collectie komt van een fairtrade organisatie in Vietnam, die voorheen samenwerkte met Oxfam. En het Leidse Scheltemacomplex is de marktlocatie. Ik heb goede hoop op een succesvolle dag. Dit, hoewel het al tijden tegenzit, in allerlei opzichten. De economische crisis komt echt op een slecht moment wanneer je net als zelfstandige met eigen geld aan import van luxe artikelen begonnen bent.

Die dag verloopt de markt anders dan verwacht. Want mijn toegewezen plek is op zolder, terwijl ‘het’ beneden gebeurt. Bezoekers worden met borden en oproepjes naar boven gelonkt, maar weinigen nemen de moeite. We staan er als marktdeelnemers wat verloren bij. Pas later op de dag wordt het wat drukker.

Een klein groepje slentert naar mijn kraam. Twee getrouwde stellen van halverwege de vijftig. Ze zijn samen op stap en vermoedelijk meer uit nieuwsgierigheid (of verveling) naar de markt gekomen, dan dat ze iets willen kopen. Maar goed, elke bezoeker is een kans. De dames snuffelen bewonderend rond. Ze hebben alle tijd en we raken in gesprek. Over de herkomst van de collectie, over het borduurwerk en de mooie stoffen. En over wat fairtrade inhoudt.

Ik heb dan al jaren ervaring met financiering van Afrikaanse organisaties. Specifieker: hun programma’s voor betere toegang tot markten voor kleinschalige producenten. Het draait om bewustzijn creëren en kennisopbouw, samenwerking en kwaliteitsverbetering, versterking van veelal rurale organisaties, bescherming van eigendomsrechten, het doorbreken van discriminerende gebruiken, enzovoort.

Vooruitgang komt langzaam. Vaak is het twee stappen voorwaarts, een stap terug. Maar op deze manier kunnen armen zelf een stabieler en hoger inkomen vergaren. Daar gaat het om.

Een van de vrouwen op de markt is oprecht geïnteresseerd. Daarom vertel ik wat uitgebreider over de fairtrade benadering. Intussen groeit het groepje toehoorders voor mijn kraam. Tot er wel zo’n vijftien mensen tegenover me staan. Een deel luistert belangstellend en hoort mij welwillend aan. Sommigen vooraan pakken accessoires op terwijl ze meeluisteren. Anderen, wat meer achteraan, kijken mij argwanend aan.

Net wanneer ik mijn verhaal afrond met verwijzing in woord en gebaar naar de koopwaar, en net wanneer de eerste twee dames een tas en een sjaal selecteren, trekt een van hun echtgenoten zijn waffel open. ‘Nah, het zal allemaal wel. Ik geloof er niks van. Vooral de directeuren worden er rijk van.’

Meteen is de betovering verbroken. Verschrikt leggen de vrouwen de artikelen terug, alsof ze ermee betrapt zijn. Ik zie de toehoorders letterlijk terugdeinzen. Alsof ik besmette waar verkoop. Op de gezichten van de bezoekers staat nu vertwijfeling, snel overgaand in onverholen wantrouwen. De man heeft zijn punt gemaakt.

Iedereen druipt af. The show is over. Op naar het volgende oppervlakkige vermaak.

Nog even over dat seksfeest

Als voormalig medewerkster van een internationale ontwikkelings-organisatie ben ik nauwelijks verbaasd over de seksfeesten op Haïti in 2011. Niet omdat hulpverleners continu prostituees zouden inhuren. Maar gewoon, omdat er mannen en vrouwen op dat eiland rondlopen. Voeg een ernstige noodsituatie toe, waarbij de een afhankelijk is van de ander. Dan is de kans levensgroot dat je in een schemergebied belandt, qua normen en waarden. Is dat altijd erg?

Om te beginnen geldt wat Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, zegt: ‘We doen er alles aan om machtsmisbruik uit te bannen. Dat je als hulpverlener een land binnenkomt dat net is getroffen door een van de grootste aardbevingen ter wereld en dan je machtspositie misbruikt, is niet te rechtvaardigen. Het enige wat vrouwen in die situatie kunnen bieden, is hun lichaam. Dan moet je dus een nog hogere morele standaard en een nog sterker integriteitsbesef hebben om te weten dat je zoiets niet doet.’ (Volkskrant, 14-02-2018.)

Helaas voor Oxfam en zusterorganisaties komt vertrouwen te voet en gaat het te paard. Ik twijfel niet aan de intenties van grote Nederlandse hulporganisaties. De kans op herhaling wordt inmiddels zo klein mogelijk gemaakt. Maar je zal altijd rotte appels houden.

Bovendien vermoed ik dat noodhulp, meer dan regulier ontwikkelingswerk, avonturiers en cowboys trekt. Want noodhulp bieden na een grote ramp is als je een weg banen in outlawgebied. Vergelijkbaar met het Wilde Westen. Het is chaos en alles moet worden opgebouwd. Je kan er de held uithangen. Je kan er echt verschil maken. Je kan het gevoel krijgen dat je voluit leeft. Zoals oorlogsfotografen vaak ervaren. En je kan er ook tijdelijk ongehinderd je gang gaan. De bestaande structuren zijn verwoest. Wie is er om in zo’n situatie de wet te handhaven?

Toen ik in Kenia werkte, kwam er een nieuwe Nederlandse medewerker langs. Hij was ingehuurd als kwartiermaker en ging het nieuwe kantoor in Zuid-Soedan opzetten. Een nogal onrustig land. Daarvoor moest hij wat zaken regelen in Nairobi. In het weekend maakten we samen een paar uitstapjes.

Er was iets met die man. Ik vond hem een opportunistische rouwdouwer en vrijbuiter met aso-trekjes. Feitelijk iemand die het niet in een normale baan kan uithouden. Hij was anders dan de Keniaanse en expat-medewerkers op ons kantoor. Ook zag ik de twijfel in de ogen van mijn enige andere Nederlandse collega daar.

Maar het is evenmin eenvoudig om goed expat-personeel te vinden voor een Godvergeten oord in Zuid-Soedan. Je gaat daar niet even leuk een jaartje buitenlandervaring opdoen met je gezinnetje. Hoe hou je als manager vanuit Nederland in de gaten wat je enige Nederlandse medewerker daar doet? Tegen de tijd dat je geluiden via de grapevine hoort, is het al te laat.

En dan dat werkbezoek in Bulgarije, een wat groezelig land aan de rafelrand van Europa. Roma worden er als minderheid zwaar gediscrimineerd. Ik zat er in een geparkeerde oude ambulance nabij de afslag van een snelweg. De weg was omzoomd door bos. Het was de oppik- en afwerkplaats voor prostituees. Veelal jonge vrouwen uit de Roma-gemeenschap. Het voertuig was knus en huiselijk ingericht, compleet met ruchesgordijn. Ze konden er even bijkomen en een praatje maken met een verpleegster. Ook kregen ze koffie, condooms en desgewenst een bloedtest op HIV.

Een mannelijke medewerker van een lokale organisatie had me gebracht en bleef er bij. Regelmatig stapte er een vrouw binnen. Mooi opgemaakt en ordinair gekleed, maar allemaal even vriendelijk. Het werd best gezellig, ze voelden zich veilig in die ambulance. Al zat daar normaal gesproken nooit een man bij. Er zaten zeer aantrekkelijke vrouwen tussen. Die plaatselijke medewerker zag een daarvan best zitten, eigenlijk. Leek mij.

Toch is dit niet het hele verhaal. Vaak genoeg beschouwen vrouwen in armere landen westerse mannen als aantrekkelijke partij. Ook als er geen noodsituatie is. Of expliciter, juist omdat de rechtspositie van lokale vrouwen meestal zo precair is. Wat wij zien als scheve verhouding binnen een relatie met buitenlanders, kan vanuit hun perspectief een verbetering inhouden. Vergeleken met de positie die ze krijgen in een huwelijk met een man uit hun eigen traditionele gemeenschap. Ik schreef het al eens eerder. Zelfs met een huwelijk volgens de sharia zijn Afrikaanse vrouwen soms beter af.

Over de positie van de vrouwen bij dat seksfeest op Haïti heb ik weinig illusies. Zij komen niet aan het woord. Jammer, want ik had als vrouw wel meer over hun motivatie en kijk op deze zaak willen horen. Hun achtergrondverhaal geeft waarschijnlijk precies aan waarom het werk van goede ontwikkelingsorganisaties daar zo belangrijk is.

Over achtergrondverhalen gesproken: Tina Turner met Private Dancer.

Complimenten voor Natalie Righton

Als vaste abonnee wil ik Natalie Righton, journaliste voor de Volkskrant complimenteren. Natalie is de vrouw die Halbe Zijlstra ten val heeft gebracht. De beste man, die zichzelf geschikt vond als minister van buitenlandse zaken, gedroeg zich als was in haar handen. Dacht hij nou werkelijk dat hij op kon tegen het intellect en raffinement van een vrouw die buitenlandcorrespondent is geweest in Afghanistan?

Er zijn maar weinig mensen voor wie ik zoveel respect heb als vrouwen die zich weten te handhaven in een dergelijke oorlogssituatie. Het is een slangenkuil waar belangen en posities continu veranderen. Waar je doorlopend op scherp moet staan. Omdat je nooit weet waar het gevaar vandaan komt en wie je echt kan vertrouwen. En Natalie heeft dat gedaan.

Mijn reizen en verblijfsperioden in het buitenland waren meestal in veilige, hoewel soms erg ongemakkelijke landen. Ik durf te stellen dat ik de mores in het buitenland beter ken dan Halbe Zijlstra. Lees je het beruchte interview met hem in de Volkskrant, dan besef je direct dat hij een speeltje voor de haaien zou worden. Alsof buitenlandse politiek kinderspel is. Meneer werd verblind door zijn overschot aan zelfvertrouwen. Hij ook al.

De Volkskrant biedt overigens evengoed een podium aan mensen met een tegengeluid. Zoals gisteren, toen het debat over Zijlstra nog moest beginnen. Gevraagd of Zijlstra kan aanblijven, zegt Mark Rutte: ‘Ik vind hem geloofwaardig, omdat de inhoud van het verhaal niet ter discussie staat.’ Jaap de Hoop Scheffer sluit zich bij de premier aan. Frits Bolkestein meent dat dit ‘geen politieke consequenties hoeft te hebben’. Hij is een buitengewoon bekwaam minister, alleen past dit helaas niet in dat beeld.’ En Wouter de Winther van De Telegraaf ten slotte: ‘De grootste leugenfabriek staat nog altijd in Rusland.’ Wouter kan dat weten. Je haalt de rotte appels er zo uit.

En nu wordt Sigrid Kaag dan eindelijk naar voren geschoven. Het werd eens een keer tijd, zeg. Want als er nog iemand is voor wie ik heilig ontzag heb, dan is zij dat wel. Ze heeft jarenlang vanuit Beiroet in het Midden Oosten gewerkt. En Libanon is een bolwerk van intriges. Een video over haar diplomatieke benadering staat nog ergens op internet.

Goh, al dit goede nieuws op een voor mij zo legendarische dag. 13 februari 1988. Toen ik rond 02.00 uur ’s nachts aankwam op het vliegveld van Perth, Australië, en daar iemand uit een christelijke wijk van datzelfde Beiroet weerzag.