Braam kan alles tegelijk

Braam in alle stadia

Ze zeggen dat mannen slechts een ding tegelijk kunnen, terwijl vrouwen goed kunnen multitasken. Dat laatste is dan buiten mij gerekend. Toch denk ik dat weinig vrouwen zo veel reproductieve taken simultaan kunnen uitvoeren als een bramenstruik. (Excuses voor dit vakjargon.) Kijk maar eens goed naar deze foto.

De bramenstruik in mijn tuin:

  1. staat in de knop,
  2. bloeit,
  3. is uitgebloeid en bestoven,
  4. ontwikkelt een nieuw vruchtje, én
  5. heeft een braam die al begint te rijpen.

Doe hem dat maar even na. Hem. Het woord ‘braamstruik’ is mannelijk.

Oh yes! Een food court aan de Rijnkade in Arnhem

Naar bepaalde zaken in het buitenland kan ik gruwelijk heimwee krijgen. Voorzieningen die je daar wel hebt, maar hier niet. Gratis schone toiletten bijvoorbeeld, zoals je in Australië overal aantreft. En overdekte food courts met keukens uit alle windstreken. Da’s ook zoiets. Maar nu heb ik er vlakbij één ontdekt. Sinds maart dit jaar heeft Arnhem een heus food court. Niet zo’n slap aftreksel met filialen van Burger King en Multivlaai. Nee, een echte.

Het is de ondernemers gelukt: deze hal roept onmiddellijk reisherinne-ringen bij mij op. Arabisch, Chinees, Vietnamees, roti, grill of vegan, Thais, Mexicaans, Italiaans. Ze zitten met een bar en een bakker onder één dak bij elkaar. De hal is zo ingericht dat je je soms waant op een exotische avondmarkt. Verder zijn er sfeervolle loungehoekjes met zicht op het terras aan de boulevard. Althans, zo noem ik dit deel van de Rijnkade. Het is een van mijn favoriete plekjes. Met een paar stappen wandel je hier naar Rose’s Beach: het stadsstrand beneden bij het water.

Het gebied rondom de foodhall is volop in ontwikkeling. Een deel is al opgeknapt, maar veel panden staan momenteel leeg. Die worden van binnenuit gerenoveerd en opnieuw ingedeeld. Daardoor heeft dit stadsdeel rauwe randjes. Naar mijn idee past dat helemaal, want in Azië, Afrika en het Midden-Oosten zie je vaak hetzelfde. Op het oog is daar een snelle modernisering gaande, compleet met de komst van hippe restaurants. Maar als je beter kijkt, ontdek je overal losse kabels en ruwe betonplaten, die nog moeten worden weggewerkt. Voor de authentieke beleving vind ik het best als deze hal nog even work in progress blijft.

Modern + man + vrouw = androgeen

Mijn vader had grote handen en voeten. Voor zijn schoenen moest hij in speciaalzaken zijn. Dus toen ik als pubermeisje een groeispurtje kreeg, vreesde ik dat mijn handen en voeten als die van hem zouden worden. In die levensfase wil je vooral normaal blijven en niet van de vrouwelijke norm afwijken. Wat die norm op enig moment ook moge zijn. Uiteindelijk viel het mee. Ik ben zeer tevreden met mijn schoenmaat 37, al heb ik wel iets grotere handen dan veel gendergenoten.

Want dat doen we natuurlijk: vergelijken. En niet alleen wanneer we pubers zijn. Gisteren schreef ik over hoe mannen denken. Dat logje staat bol van de clichés, inclusief opmerkingen over seks. Ingrid reageerde direct met: ‘Ik herken mezelf wel in zo’n opmerking (maar ik heb ook nogal wat mannelijke trekjes). Hoe meer ad-rem, hoe meer je erbij hoort tegenwoordig.’

Dat brengt mij bij Mack. Niet dat dat hij zo androgeen is, vermoedelijk. Maar hij schreef eerder dat hij moeite heeft om bloggers te volgen die hij niet persoonlijk kent. Dat maakt zeker verschil. Want Ingrid en ik kennen elkaar al jaren via een werkgever. Dus heb ik voorkennis bij haar zin over die opmerking. En ondanks mijn zandlopermodel en haar bescheidenheid hebben wij allebei licht androgene trekjes in uiterlijk en karakter.

Inderdaad hoor ik Ingrid meteen zo’n opmerking droppen. Waarna anderen even denken van: ‘Huh? Komt dat uit de mond van een vrouw?’ Als je daarna vraagt wat zij bedoelt, volgt er steevast een nuchtere afweging. Die zomaar kan indruisen tegen wat je verwacht van een tenger iemand als zij. Van een moeder, van een vrouw met haar achtergrond en baan. Achter haar ad-rem gedrag gaat een weldoordachte levensvisie schuil. Daarbij doorbreekt zij onder andere rolmodellen voor mannen en vrouwen. Ook haar man is anders dan de meeste mannen die ik ken uit zijn land. Geen macho. Maar is hij daarom minder mannelijk? En is zij dan minder vrouwelijk?

Het feminisme kan ik af en toe wel schieten. Want mannen en vrouwen zijn soms echt in verwarring over hoe ze met het andere geslacht ‘moeten’ omgaan. Zelf ben ik nog opgevoed met het idee dat de man de kostwinnaar wordt. Nu zorg ik voor mezelf en twijfel ik eveneens welke houding ik tegenover mannen moet aannemen. Want wat zijn ze: conservatief, modern, of een mix daarvan? Vooral zo’n gemixte man geeft signalen af die alle kanten op gaan. Ik wring mij dan in bochten om goed contact te maken en aansluiting te vinden.

We worden steeds meer androgeen in uiterlijk en gedrag. Die verandering zie je het best bij opeenvolgende generaties. Vaders die openlijker hun zachtere kanten tonen in de opvoeding van hun kinderen. Moeders die stoere dingen doen. Ouders die hun kroost veel vrijer laten in hun beroepskeuze, ongeacht of dat metier ‘hoort’ bij een man of een vrouw.

Veranderende genderrollen dragen bij aan de algehele verwarring in deze toch al woelige tijd. Maar er zullen altijd behoudende en vrijdenkende mensen blijven. Qua man-vrouwverhoudingen zijn deze groepen in Nederland wat dichter naar elkaar toe gegroeid. Van mij mogen er uiterlijk duidelijke verschillen blijven; en clichés eveneens. Maar meer begrip voor, en inzicht in het andere geslacht, juich ik toe. Of deze ontwikkeling doorzet, zal blijken. We zijn er wel zelf bij.

PS: Van alle bloggers die ik volg, is Bentenge voor mij de meest raadselachtige man. Vooral vanwege die foto dan. 😉

Mag die foto hier blijven?

Ontdekken is als een goudader

Wanneer je zonder plan aan een vers jaar begint, dan ligt de wereld voor je open. ‘Ontdekken’ lees ik als voornemen of nieuwjaarswens voor 2019. Dat is een perfect motto, want ontdekken prikkelt de nieuwsgierigheid. En ontdekkingen willen doen, is de beste remedie tegen vastgeroest raken. Zowel qua ideeën als daden. Je buiten de gebaande paden wagen is leuk en ontspannend bovendien.

Op een vaste wandelroute sla ik bij uitzondering een kronkelige zijstraat in. Al gauw beland ik op volslagen onbekend terrein. Een moment lang weet ik zelfs niet welke kant ik op moet om thuis te komen. Overal staan statige panden, gebouwd rond 1900, royaal omzoomd door groen. Ben ik in een kuuroord uit vervlogen tijden terecht gekomen? Ik ervaar een sensatie die ik vooral van vakanties ken. Dat gevoel wanneer je zojuist bent aangekomen en voor het eerst een nieuwe plaats van bestemming verkent.

Op zo’n moment staan al je zintuigen op scherp. Wat er dan binnenkomt, maakt vaak blijvend indruk. Nog zonder voorkennis of oordeel zie je alles puur voor wat het is. Je registreert met een onbevangenheid die later slijt. Want het pure van zo’n eerste moment raakt door volgende ervaringen bedekt.

Zo werkt het ook in relaties. Als er iets mis gaat, moet je daarom soms helemaal terug naar die eerste indruk, en bekijken wat er vervolgens is gebeurd. Ont-dekken dus.

Op nieuwjaarsdag sla ik alweer een onbekende weg in. Een bospad dit keer. Er staan heel wat boomstronken langs en er liggen afgebroken takken. Prompt bespeur ik daarop twee nieuwe soorten zwammen. Althans, ‘nieuw’ voor mij. Dat zijn dan nummer 61 en 62. Die kunnen mooi bij de verzameling.

Doe dit jaar ook eens aan ontdekken. Misschien stuit je zomaar op een goudader.

Een persoonlijke muziekcatalogus

De afgelopen veertig jaar veranderde er veel voor wie thuis naar favoriete muziek luistert. Na de platenspeler verschenen bandrecorders, cassettebandjes, cd’s, mp3-spelers, iPods en muziek streaming services. Een deel daarvan sloeg ik zelf over. Voorlopig ben ik geëindigd bij cd’s en YouTube. Met elke verandering rijst echter de vraag wat je aan moet met al die muziek op verouderde geluidsdragers.

Mijn platencollectie en bandrecorder gingen al eerder de deur uit. Steeds zette ik de beste nummers over op bandjes via het krakkemikkige microfoontje van mijn cassetterecorder. Maar elke volgende recorder en walkman had een iets andere snelheid. Vandaar dat het beluisteren van die bandjes een tenenkrommende ervaring wordt. Na schifting bewaar ik nog ruim 100 cassettebandjes met 90 minuten elk. Ik heb ze al jaren niet meer aangeraakt, terwijl er toch geweldige muziek op staat. Dus moet ik weer een keuze maken.

Het merendeel van de muziek bestaat uit radio-opnamen. Vaak zijn de artiesten en titels wel bekend. Maar er staan ook nummers tussen waarvan ik geen flauw idee heb van wie ze zijn. Dan schreef ik een zinnetje op waarvan ik dacht dat dat de titel was. Vooral wanneer dat telkens terugkwam in het refrein. En als ik de taal niet beheerste, maakte ik fonetische aantekeningen. Daarom vormen de Arabische en Afrikaanse liedjes een probleem.

Natuurlijk is er Shazam. Maar ik kom de gekste dingen tegen. Sowieso dj’s die overal doorheen ratelen. (Wat vindt die beroepsgroep zichzelf toch interessant.) Maar ook stukjes Franse les. Het bijzonderst is de oproep tot het gebed van de muezzin van de Kaäba in Mekka. Dat vond ik namelijk mooi klinken. Vermoedelijk is het een opname van voor 9/11. Je kan je toch nauwelijks voorstellen dat zoiets nu nog op een Nederlandse radiozender te horen is.

Inmiddels weten we allemaal hoe vergankelijk geluidsdragers zijn. Daarom grijp ik terug naar een beproefd ouderwets middel. In een ordinair Word-document verzamel ik chronologisch de namen van alle artiesten en bands die ik goed vind. Daarbij noteer ik de titels van hun beste nummers en plak ik de betreffende link naar YouTube. Van dat document maak ik periodiek een back-up.

Maar ja, nu nog die 100 cassettebandjes doorploegen. Je moet toch wat om de pareltjes er tussenuit te vissen.

YouTube als bron voor nieuwe muziek

Qua muziek leef ik momenteel in een vacuüm. Van jongs af aan leer je muziek kennen via familie en vrienden. Afhankelijk van hun voorkeuren kom je in aanraking met pop, jazz, rock of klassieke muziek. Hierbij is natuurlijk wel sprake van voorselectie. Verder hoorde ik in mijn jeugd de nieuwste platen op radiozenders en in het uitgaanscircuit. Nu ga ik nog zelden uit en luister ik steeds naar dezelfde zender. Zonder jonge huisgenoten mis ik de laatste ontwikkelingen op muziekgebied. Maar redding komt uit onverwachte hoek.

De krant mag een archaïsch medium zijn, er staan wel recensies in van nieuwe albums en concerten. Als die veelbelovend klinken, zoek ik naar de betreffende bands en artiesten op YouTube. Heb je daar eenmaal iets naar je zin gevonden, dan schotelt YouTube je een eindeloze stroom vergelijkbare platen voor. Ook van andere artiesten. Ik vind het ideaal.

Want zoals ik mijn smartphone heb gekocht vanwege de camera, zo heb ik mijn laptop gekozen vanwege de goede speakers. Ik heb al menig log geschreven met YouTube video’s op de achtergrond. Regelmatig komt er iets moois voorbij dat ik nog niet ken. Dan check ik even welke band het betreft. De afgelopen weken luisterde ik veel naar muziek van Radiohead op YouTube: Daydreaming, Nice Dream Lyrics, Pyramid songs en The Numbers, bijvoorbeeld. Allemaal gratis en voor niets.

Vandaag heb ik eindelijk eens wat teruggedaan. Ik ben naar de platenzaak gegaan en heb de cd A Moon Shaped Pool gekocht. Heel ouderwets. Veel leeftijdgenoten stonden daar trouwens cd-bakken door te spitten. Mannen vooral. Zij hebben kennelijk ook allemaal de boot gemist. Ach ja. A Moon Shaped Pool van Radiohead, dus. Een aanrader!

Waar luister jij graag naar?

Ze zullen niet oud worden

Aan het begin van de film over de Engelse soldaten in de Eerste Wereldoorlog zie je dat ze zich vrijwillig aanmelden. Peter Jackson vertelt hun verhaal in They shall not grow old chronologisch. Er komen jongens aan het woord van nog geen zestien jaar oud. Het is 1914. Wat weten ze van de wereld? Maar ze willen er bij zijn en het avontuur aangaan. Ze willen goed doen voor volk en vaderland.

Er is nog een reden. De gebitten van veel jongens en jonge mannen verraden de armoede waarin ze zijn opgegroeid. Rotte tanden hebben ze en menige lacher ontbloot een mond vol zwarte gaten. Ze willen het afstompende werk in de vuile fabriek achter zich laten. Het leger biedt gewoon een andere baan.

Goh, wat was alles strak georganiseerd. Laat dat maar aan de Britten over. Je ziet de rekruten aankomen bij verzamelplaatsen. Dan hebben ze hun sjofele burgerkleding nog aan. Een man in uniform houdt de onwennige kudde met een stok driftig in het gareel. Als de rekruten over een denkbeeldige streep heen lopen, krijgen ze een tikje met zijn cane. Ze laten dat toe en gehoorzamen gedwee. In 1914 was er orde, en standsverschil.

De mannen krijgen hun bepakking. Veel is het niet aan kleding. Alleen het hoogstnoodzakelijke gaat mee. Één extra onderbroek ter verschoning, scheergerei en een stuk zeep. Marcherend over landelijke zandwegen zeulen ze loodzware kilo’s aan wapens en munitie mee.

Het strijdveld komt nu in beeld. Of beter: de loopgraven, waarin een groot deel van hun nieuwe leven zich afspeelt. Aanvankelijk lijkt het alsof ze een weekendje kamperen met de padvinderij . Ferme jongens graven gangen uit, of worden door bestaande loopgraven heen geleid. Met een gids, want het is een doolhof. Ze kunnen zich tussen de aarden wallen boven ooghoogte moeilijk oriënteren. Daarboven liggen de uitgestrekte velden. En er groeien echt rode klaprozen. Rood ja, want dit zijn beelden in kleur.

In de loopgraven gaat het dagelijkse leven door. Er wordt gekookt, gewassen en geschoren. Er zijn pennen in de wand waaraan de mannen hun jas kunnen hangen. Het zijn jonge kerels onder elkaar. Beetje pesten hier, beetje geinen daar. Zo te zien zijn ze er klaar voor. Het is wel spannend, maar ze zijn gewend om op commando te presteren. Dat is net als in de mijnen en de fabriek, eigenlijk. Bovendien cultiveren Engelsen comradeship. Daar kunnen die Duitsers nog wat van leren.

O ja, de Duitsers. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. Nog niet. Ze zitten daar ergens verderop. Je ziet af en toe wat explosies en zo. Doffe uitbarstingen doen de grond van akkers en velden in duizend brokken omhoogkomen. In gefilmde slow motion. Alsof je naar de theatrale schoonheid van een balletvoorstelling kijkt.

Het wordt kil en het gaat regenen, wekenlang. De loopgraven lopen onder. Er zijn nu heel veel explosies en bombardementen. Mannen naast je worden geraakt. De grond om je heen wordt aan gort geslagen. En het gaat maar door. Je moet continu terugschieten met loeiheet materieel en dat maakt een hels kabaal. Het wordt donker en totaal miserabel. Hoe erg het allemaal is, merk je pas veel later, na afloop, als het oorverdovend stil is. Luizen jeuken en alles is goor. Gangreen en kapotgeschoten lijken. Groen/blauw, vaalgrijs/rood. In kleur. Het krioelt van de ratten die afkomen op het menselijke voer.

[Is dit een film? Nee, dit is echt.]

Wat gaat er door een man heen nadat hij het bevel hoort en er geen weg terug is? In die laatste seconde voordat hij de loopgraaf uit klimt / te paard naar voren schiet / met schild en priemende lans recht op de vijand afstormt / zijn zwaard heft en rennend en brullend ten aanval gaat?

Ik heb mij dat jarenlang afgevraagd bij het zien van films over historische strijdtonelen en, uiteraard, bij The Lord of the Rings. Wat zou je zelf doen: bevriezen, vluchten of vechten? Bij Peter Jackson zijn film en werkelijkheid één. En hij toont het antwoord. De mannen vertellen het zelf.

‘Zodra je de loopgraaf uit kruipt en het strijdtoneel op rent, verdwijnt de angst en doe je wat je moet doen.’
[Als een artiest die het podium voor een afgeladen zaal bestijgt? Als een sporter die naar de allerhoogste plaats reikt?]
‘Je denkt niet meer na.’ ‘We werden als beesten.’ ‘Bij zulke massale slachtpartijen worden gewonden een last; ze kunnen beter dood zijn.’ ‘I put him out of is misery’.

Bevriezen, vluchten of vechten. Ik maak me weinig illusies, mocht de situatie zich voordoen. Daarom hecht ik meer aan soft power als menswaardig alternatief. Met muziek van Radiohead om het mooi af te ronden. The Numbers, for consolation and a way out.