Introverte, hooggevoelige kunstenaar

‘Hoe is dat in je naar boven gekomen?’, vraagt de mild-geïnteresseerde, half-verveelde, semi-elitaire mevrouw aan de kunstenaar. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin terwijl ze luistert naar zijn verhaal. Een aantal kunstenaars in een verzamelgebouw houdt open dag. Wanneer ik de gang in loop en een atelier betreed, sta ik ineens oog in oog met iemand uit het dorp. Iemand die zichzelf ‘kunstenaar’ noemt.

In het atelier wil de kunstenaar (v) graag met mij praten. Zij wil dat altijd wanneer wij elkaar toevallig ontmoeten. Zij meent dat wij een aantal raakvlakken hebben, en misschien is dat wel zo. Bij elke ontmoeting doet zij steevast een toenaderingspoging. Als we het ergens over hebben, wil zij daar altijd nog eens een keer uitgebreid over verder praten. Dat komt er nooit van, want zelf heb ik die behoefte minder. Hoe komt dat?, zo vraag ik mij af. Ze is best aardig, dus waarom hou ik het steeds af?

Behalve als ‘kunstenaar’, bestempelt zij zichzelf ook als ‘hooggevoelig’. In mij herkent zij iets vergelijkbaars. Voor mensen die willen weten of ze ‘hooggevoelig’ zijn, bestaat er een test met veertig vragen. Jaren geleden heb ik die test eens gedaan. Ik scoorde 39 uit 40; dus zou je zeggen dat ik ‘hooggevoelig’ ben. Maar ‘hooggevoeligheid’ wordt wetenschappelijk niet erkend en die test bevat veel open deuren. Zoals: ‘Schrik je hevig van plotselinge, harde geluiden?

Wellicht heb ik minder behoefte aan nader contact, omdat zij dit verschil in behoeften niet aanvoelt, ondanks haar ‘hooggevoeligheid’.

Nu even iets anders. Vroeger keek ik erg uit naar de zomer, maar sinds een jaar of tien waardeer ik de winter meer. Wintertijd is een periode van knus binnen zitten, ingetogenheid, rust en inkeer. Terwijl de zomer voor uitbundigheid staat, en buiten veel leven in de brouwerij. Anders gezegd: winter is voor de introverten en de zomer voor de extraverten. Daarom verwachtte ik iets herkenbaars te lezen in een log over dit verschil bij liefhebbers van deze seizoenen.

De auteur schaart zichzelf nadrukkelijk onder de introverten. Mij ontging de inhoud bij het lezen van haar log echter, hoewel ik introverte trekjes heb. Ik werd nogal afgeleid door een stuk of vijftien schreeuwerige, bewegende, flitsende en pop-uppende reclames op haar site. Zou dit op een reële vorm van hooggevoeligheid wijzen?

Beste Lilianne Ploumen

Stem met je hart en met je verstand

Beste Lilianne,

Als zwevende kiezer zag ik je gisteren in de finale van het lijsttrekkersdebat. Wij kennen elkaar, we hebben voor dezelfde organisatie gewerkt. Ik onder meer als programmamedewerker en jij als directeur. We spraken elkaar soms bij de koffieautomaat in de hal. Nadat ik vlak bij ons kantoor door een auto op een zebrapad was geschept, informeerde je oprecht bezorgd hoe het nu ging met mijn hand. Diezelfde oprechte betrokkenheid zag ik gisteren bij je terug in het debat. Die is er dus nog. Ik heb even getwijfeld of ik toch weer zou stemmen op jouw partij.

Veertig jaar geleden mocht ik als achttienjarige voor het eerst stemmen en toen koos ik voor de PvdA. Het was 1981 en de tijd van de massale jeugdwerkeloosheid. Joop den Uyl was lijsttrekker en beloofde dat hij daar wat aan ging doen. Ik geloofde hem, maar werd door hem teleurgesteld. In mijn ogen maakte hij zijn belofte onvoldoende waar. Ik nam mij toen heilig voor om nooit meer te stemmen op de PvdA. Dat heb ik al die jaren ook niet meer gedaan.

Natuurlijk ben ik sindsdien wel wat wijzer geworden. Politiek bedrijven is een onderhandelingsspel. Je moet als kiezer zelf realistisch zijn. Tijdens verkiezingen worden er droomplannen voorgelegd. Met de beste bedoelingen weliswaar, maar pas daarna volgt in de Tweede Kamer het echte gevecht.

Kiezers die geloven dat politici doen wat ze tijdens de verkiezingen beloven, zijn gewoon naïef. Want hoezeer zo’n politicus ook voor zijn standpunt opkomt, hij heeft het nooit alleen voor het zeggen. Dat proces, dat zouden ze weleens wat beter aan beginnende stemmers mogen uitleggen. Maar ja, ik kwam in 1980 van de lagere huishoudschool en betwijfel ten zeerste of we het daar überhaupt over het politieke systeem hebben gehad.

Lilianne, ik zag je daar staan, gisteren. Ik bedoel: ik zag jou, als collega, als mens. Ik zag je terug in je oude rol, die mij zo vertrouwd was. De rol die je had binnen de internationale ontwikkelingssector. Ik zag het woord ‘VERBINDING’ in hoofdletters voor me.

Ik moest terugdenken aan alles wat we bij die organisatie heb mogen doen en leren. Ik herinner mij nog zo goed hoe we met ‘partnerorganisaties’ wilden omgaan. Respectvol. De ander in zijn waarde latend. Zoekend naar gedeelde belangen en werkend vanuit vertrouwen. Ook al hadden wij de grote zak met geld in handen; wij waren evengoed van hen afhankelijk voor de lokale kennis en goede uitvoering van plannen.

Lilianne, ik zag je gisteren terug in je nieuwe rol. Daarbij viel mij ineens de positie op, die je nu hebt ten opzichte van de anderen. De lijsttrekkers van de grootste partijen, bedoel ik. Je hebt absoluut lef, want het is me nogal een slangenkuil. Maar ik denk dat je hiervoor hebt gekozen uit volle overtuiging. Omdat er nog zulke scheve verhoudingen zijn en je wilt opkomen voor de zwakkeren. Omdat we niet mogen weglopen voor de grote en urgente vraagstukken. Omdat er nog veel valt te verbeteren en jij in deze positie echt wat kan betekenen.

En ik geloof in jou. In het debat zocht je toenadering en hield je op een sympathieke manier aan je standpunten vast. Ik kon aan de gezichts-uitdrukkingen van de andere lijsttrekkers zien dat je ontwapenend bezig was. Dat is zo belangrijk.

Want, mijn God zeg, wat ben je toch op een apenrots beland. Neem nu die zelfingenomen VVD’ers, vertegenwoordigd door zo’n gladde prater als Mark Rutte. De arrogàntie van iemand die meent dat hij toch wel wint. Ik werd er onpasselijk van. Hij nam niet eens de moeite om wat rustiger te praten, zodat de gewone man hem ook kan verstaan. Maar ja, hij is voor de middenklasse en de ondernemers. De rest en de natuur kunnen verrekken. Hij zal de verdeeldheid alleen maar groter maken.

Lilianne, misschien ervaar jij je huidige positie nu net zo als ik mijn positie bij mijn laatste werkgever heb ervaren. Daar werkte ik te midden van een stel super intelligente jonge honden. Ik was aangenomen op basis van mijn kennis en uitgebreide werkervaring. Ze hadden er waardering voor, maar ik kon onmogelijk aan hen tippen. En ik kon ze niet meer bijbenen. Het werd mij pijnlijk duidelijk dat ik links en rechts was ingehaald. Dat mijn jarenlange bijscholing weinig meer uitmaakte.

Hier stond een nieuwe generatie. Bovendien waren mijn werkgevers strategisch zo veel gehaaider dan ik. Wat wil je ook: zij behoren tot de absolute top in de debatwereld. Maar toch. Ik kon er niet meer tegenop en ik zie dat het nu ook jou enige moeite kost.

Als ik het mij goed herinner, was jij al weg bij onze werkgever toen de reorganisatie werd doorgevoerd. Je hebt niet meegekregen hoe het mij daarna is vergaan. Over ons werk heb ik tientallen logjes geschreven op Raam Open. Omdat ik de kennis en inzichten die ik bij onze organisatie heb opgedaan, wilde blijven delen en gebruiken. Ik wilde ze inzetten om verandering te bewerkstelligen, hoe gering ook. In het onrecht dat mensen en de natuur overal ter wereld wordt aangedaan.

Heel even heb ik getwijfeld of ik toch weer zal stemmen op de PvdA. Niet voor die partij, nee, voor jou. Omdat ik in je geloof en je ook wil steunen. Maar ik heb toch te veel moeite met jouw partij. Ik ben oud genoeg om te beseffen dat je niet eindeloos vast moet houden aan een bezwering van veertig jaar geleden. Maar ik heb recent wel weer een zeer schofferende ervaring opgedaan. Als vrijwilliger, nota bene, wiens maandenlange inzet niet als waarde werd gezien.

Ik heb het over de foto-expositie, waarvan de penningmeester publiekelijk verkondigde dat de donor met zijn paar honderd euro een grotere bijdrage had geleverd dan ik. We hebben er drie maal over gesproken. Hij is onvermurwbaar in zijn standpunt. In zijn e-mail noemde hij mijn wens en voorstel ‘onfatsoenlijk’. Is het onfatsoenlijk, als ik het materiaal aan het provinciale archief wil doneren, in plaats van aan de financier van het printwerk en een paar lijsten? Deze meneer woont in het grootste huis van onze straat en voor zijn raam hangt een poster van jouw partij.

Maar als een voormalige lokale representant van de PvdA uitsluitend oog heeft voor het geld, en mijn vrijwillige arbeid voor lief neemt, dan is en blijft het voor mij een waardeloze partij.

Dus stem ik op een andere vrouw. Iemand achter wiens partij ik evenmin volledig sta. Zij heeft, net als jij en ik, ervaring opgedaan in een aan de ontwikkelingssector gerelateerde werkkring. Wat ik van haar in een documentaire over haar diplomatieke werk in moeilijke omstandigheden heb gezien, boezemt mij ontzag in. Ze lijkt mij wat harder dan jij bent, en dat zal nodig zijn. Strategisch gezien lijkt zij nu de beste keuze voor mij.

Wel overweeg ik om haar persoonlijk te schrijven, aangezien mensen in mijn positie niet worden genoemd in haar programma. Oh, wacht, ik zal je nog kort vertellen over mijn huidige situatie: geen werk, geen uitkering en geen inkomen. En dit, op een zzp-klus van drie maanden na, duurt al ruim vier jaar. Maar de onzichtbaarheid van mensen zoals ik speelt bij letterlijk iedere partij.

Lilianne, ik wens je alle succes. En als het niet leuk meer is, stop er dan mee. Je gezondheid is veel belangrijker dan die partij met de hele apenrots er bij.

Hartelijke groet,

Karin

Een half minuutje Wodanseiken magie

Na het zoveelste plaatselijke wandelrondje wil ik op verkenning gaan in onbekend gebied. Daarom besluit ik op een mooie herfstdag een dropping te doen. Met de bus rij ik naar een bosgebied tussen twee dorpen in. Vanaf de halte loopt hier een bospad naar een heideveld dat ik wel ken. En daar ergens in de buurt moeten ook de Wodanseiken zijn. Alleen weet ik niet precies waar de route ligt tussen die twee.

De Wodanseiken staan in een zeer romantisch bosgebied dat al vaak door kunstschilders is vereeuwigd. Romantisch, in de zin van oude bomen op een mosgroen terrein vol heuvels, wallen, geulen en zacht kabbelende beekjes. De paden kronkelen alle kanten op en het zicht is er beperkt. Je waant je er al snel in een andere wereld.

Voor de zekerheid breng ik water, een plattegrond en mijn smartphone mee. Googlemaps geldt als back-up, want je kan er makkelijk gedesoriënteerd raken. Maar eerst wil ik het zonlicht als leidraad nemen.

De idylle van verlatenheid wordt slechts mild verstoord door het komen en gaan van andere wandelaars op de heide. Bij de bosrand aan de overkant staat een vrouw met een telelens en camera. Zoekend kijkt ze om zich heen. ‘Weet u misschien waar de Wodanseiken zijn?’, vraagt ze aan mij. Nou, slechts heel globaal en juist dat vind ik fijn.

Zodra ik het bos betreed, komt mij een koele, vochtige herfstlucht tegemoet van de natte begroeiing op een zompige ondergrond. Eindelijk is het stil. En nu wordt het spannend. Want welke kant moet ik op?

Er staat huisje bij een beek met daarlangs een pad. Ik daal af naar de beek en kijk zoekend naar links voor iets herkenbaars. Maar al wat er is, zijn de bomen, de beek en het pad. Dan draai ik mij om. En jawel, daar staan ze: een hele rij fotografen met toeters van telelenzen recht tegenover de Wodanseiken waar een kunstschilder bezig is.

En weg is de magie.

Nazomer op landgoed Ampsen

Regen en onweer zouden we krijgen bij Lochem op landgoed Ampsen. Maar het werd fijn wandelweer met wind en zonneschijn. Dit landgoed ligt er in ieder jaargetijde goed bij, dus ook in de nazomer. Daarbij heb ik een grote voorliefde voor landgoederen met statige beukenlanen, stille wateren, mooie paddenstoelen, onverwachte ontmoetingen en veel afwisseling in velden en bosschages. Dat is hier allemaal.

Het kasteel of landhuis.

Het stille water en de beukenlaan.

De bloedrode biefstukzwam.

En de onverwachte ontmoeting met een hazelworm (beetje onscherp weliswaar).

Onbetrouwbaar geheugen – deel 2

Twintig jaar geleden ontmoette ik een journalist die geen enkele foto meer nam. Het was tijdens een groepsreis en we toerden door een zeer bezienswaardig land. Zijn keuze verbaasde mij. Vroeger fotografeerde hij wel. Tot hij ontdekte dat foto’s nemen te veel afleidde van het ‘leven in het moment zelf’. In plaats van bezig zijn met foto’s, sloeg hij bijzondere taferelen en momenten goed op in zijn geheugen.

In die periode leek het mij verstandig om al vroeg in het leven zo veel mogelijk te reizen. Er kan tenslotte van alles gebeuren en dan heb je dat alvast ‘binnen’. Ik stelde mij voor hoe ik, eenmaal hoogbejaard en in een verzorgingstehuis, nog lang en genoeglijk zou teren op mijn herinneringen. Nu zijn we twintig jaar verder en merk ik dat er weinig van die herinneringen over is.

Neem de datum van vandaag: 10 augustus 2020. Voor veel mensen is deze dag er één als alle andere. Maar voor mij is deze dag zeer speciaal. Ieder jaar weer sta ik er uitgebreid bij stil, en dat al 25 jaar lang. Want vandaag, precies 25 jaar geleden, was de dag waarop ik vertrok voor een reis van vier maanden naar de Stille Zuidzee.

Even wachten nu, ik weet het. Hier verveel ik mijn vaste volgers mee. Ik schreef er namelijk al vaker over. Dus ja, daar heb je háár weer met haar memorabele datum.

Om het te vieren heb ik traditiegetrouw gebak gehaald. Twee gebakjes maar liefst. Heerlijke mokkataartjes. Een daarvan heb ik al op en het andere bewaar ik voor morgen.

En weet je wat nu grappig is? Zojuist ontdekte ik dat de datum niet klopt. Volgens mijn oude vliegticket vertrok ik op 11 augustus. Komt dat tweede gebakje even goed van pas!

 

Zwart wit genuanceerd

Als blanke vrouw ben ik zelden vanwege mijn huidskleur gediscrimineerd. Hooguit ervaar ik achterstelling omwille van mijn maatschappelijke afkomst en mijn ongebruikelijke opleiding. Ik kan mij een slag in de rondte werken en nog zo veel verantwoordelijkheid nemen. Nooit zal ik automatisch de financiële waardering krijgen die een bankier of chirurg geniet. Dus ook voor mij geen toegang tot het juiste netwerk. En ook voor mij geen medische behandeling in een privé-kliniek.

Vrijwel iedereen discrimineert, ook al denk je van jezelf van niet. Het is goed als eenieder zich daarvan bewust is: wit, zwart en alles wat daar tussenin zit. Racisme heb ik op alle continenten gezien. Daarom gaan onderstaande logjes in de herhaling. Misschien zorgen ze voor een beetje zelfreflectie, realisme en nuancering.

 

Een wandeling langs de oudste migratieroutes

Veel wandelaars zijn al in hun nopjes wanneer zij een ‘lange afstand wandelroute’ volbrengen. Denk aan het Pieterpad (498 kilometer) of een bedevaartstocht naar Santiago de Compostella. Amerikaan en journalist Paul Salopek gaat een reuzestap verder. Hij wandelt sinds 2013 van Ethiopië via het Midden-Oosten en Azië naar het puntje van Zuid-Amerika. Zo volgt hij het spoor van de oudste menselijke migratieroutes.

Paul biedt een inkijkje in het dagelijkse leven van de hedendaagse bewoners die hij onderweg ontmoet. Hij schrijft al zeven jaar periodiek een uitvoerig artikel voor de National Geographic. Zijn verslagen lezen alsof je er zelf bij bent. Hij laat onderweg gewone mensen aan het woord en noteert terloops de ontwikkelingen die hij opmerkt.

Misschien is dit wel het belangrijkste voorteken. Langs de millennia oude migratieroutes stuit hij overal op hetzelfde fenomeen: een stuwmeer aan jongeren in plaatsen waar weinig toekomst voor hen is. Met hun vechtersmentaliteit grijpen ze elke mogelijkheid om vooruit te komen. Deze jongeren bezitten smartphones. Ze weten dus wat er speelt in de wereld. En ze popelen om weg te gaan. Weg uit hun dorpen. Weg uit stoffige, afgelegen oorden waar het een dooie bedoening is. Hun toekomst ligt elders, want thuis krijgen ze van de oude machthebbers geen kans.

Ik herken veel in zijn ervaringen van de tijd waarin ik zelf reisde en maandenlang in het buitenland verbleef. In 2013 schreef ik over de wensen en verwachtingen van jonge Afrikanen. Vijf jaar later geeft een onderzoek onder Keniaanse jongeren een vergelijkbare uitkomst. Afrika heeft als continent veel te bieden aan de eigen bevolking, maar jongeren met diploma’s staan nog altijd aan de kant. Ook in het Midden-Oosten en in Azië willen massa’s jongeren aan de slag.

Het is de vraag of zij in Paul’s voetsporen zouden willen treden. Maar zijn gesponsorde wandeling is zonder meer een buitenkans voor elke avonturier of journalist.

PS: Ben je op zoek naar dingen om te doen bij verveling? Dan heb ik een tip. Lees deze post op Fevered Mutterings. Hier vond ik het verhaal over Paul Salopek’s wandeltocht, de link naar Wait But Why in mijn logje van gisteren, en héél veel meer.