Voldoening uit onderzoek

Deze week vermaak ik mij weer prima met het loopgravenonderzoek. Bij het vorige archiefbezoek heb ik veel documenten gefotografeerd en daarmee kan ik thuis verder. Informatieverwerking is tijdens de lockdown een ideale dagbesteding. Het vereist alleen een computer met internetverbinding. Dit laatste voor vertaling van Duitse teksten en om details na te trekken.

Zo typte ik vandaag het volgende stukje over uit een verhoor in 1947 door het Ministerie van Oorlog (dat we toen hadden): ‘ … Voor verdediging werden inmiddels ingericht: 1e. de z.g. “Panter” stelling, lopende van Bunschoten in Z.O. richting, en wel met veel veldversterkingen en 21 zware bunkers, voor 8,8 cm pak; deels met inundatiën; …’

Kijk, dan wil ik natuurlijk wel even weten wat ‘8,8 cm pak’ betekent. Tegenwoordig ontdek je dit eenvoudig en binnen twee tellen. Copy/paste de tekst in een zoekveld van Google en jawel, daar heb je het: ‘De Pak 43 was een Duits 88 mm antitankkanon ontwikkeld in competitie met de Rheinmetall FlaK 41 88 mm luchtafweer­geschut en gebruikt tijdens de Tweede Wereld-oorlog. Het was het krachtigste antitankkanon van de Wehrmacht.’ Bron: Wikipedia.

Dit vind ik geweldig aan internet. Er staat zelfs een foto bij, dus je ziet zo’n antitankkanon meteen voor je. En wat handig dat de ‘FlaK’ wordt genoemd, want die moest ik ook natrekken.

Het onderzoek begon aanvankelijk klein. Namelijk met een oude luchtfoto van een loopgraaf hier in onze achtertuinen. Maar stukje bij beetje komt nu de halve Europese (krijgs)geschiedenis tevoorschijn.

De loopgraven vormen het zesde onderwerp waarin ik mij grondig verdiep. Elk onderzoek brengt mij meer kennis. Dankzij genealogisch onderzoek ken ik mijn familiegeschiedenis en weet ik iets over de plaatsen waar we vandaan komen. Via onderzoek naar polygamie heb ik geleerd over familierecht en culturen wereldwijd. Ook heb ik onderzoek verricht naar microfinanciering in post-crisissituaties en naar duurzaam toerisme. Vooral dat laatste omvat zo ongeveer alles: economie en toerisme in alle facetten, geografie, milieu, cultuur- en maatschappijkennis, politiek, rechten en communicatie. Vorig jaar tot slot, volgde de geschiedenis van onze 100-jarige straat, waardoor ik meer buren leerde kennen.

Bovendien levert onderzoek mij de nodige (extra) vaardigheden en werkervaring. Zoals: de weg weten in officiële archieven en oud schrift kunnen lezen. Artikelen en boeken schrijven, vormgeven en in eigen beheer uitgeven. Website bouwen en onderhouden. En, zoals vorig jaar: een foto-expositie met bijeenkomsten organiseren en publiciteit verzorgen.

Onderzoek verrichten geeft mij veel voldoening. Het geeft ook zin en invulling aan mijn dagen zonder betaald werk. Onderzoek brengt mij in contact met mensen uit allerlei vakgebieden en daarvoor kom ik nog eens ergens. Van werkgevers moet ik het echter niet hebben. Vijf van de zes onderwerpen doe of deed ik vrijwillig en onbezoldigd. Hopelijk verandert dat in de toekomst.

De belofte van Rusland in een stukje berk

Dit stukje berkenhout ligt achter prikkeldraad bovenop een houtwal. Ik passeer het regelmatig op mijn wandeling over een naburig landgoed. Al sinds het mij opviel, volg ik het trage, maar wonderschone proces van natuurlijke vergankelijkheid. Berkenschors is taai.

Misschien wel even taai als mijn wens om ooit een lange reis door Rusland te maken. Die wens bestaat nu precies 35 jaar. Bovenaan mijn verlanglijst staat een klassieke rit met de Trans Siberië Express vanuit Moskou. Het is een trein die dagenlang door de taiga en langs uitgestrekte berkenbossen rijdt.

Misschien moet je eerst wat levenservaring opdoen, voordat je toe bent aan Vladivostok.

Als je half blind bent

Vanwege de gasbel zit ik nu tijdelijk met een nagenoeg blind linkeroog. Ik ontwaar alleen wazige schimmen en kleuren. Een gele massa is de zithoek en een verticale donkere rechthoek is de opening naar de keuken toe. Links en rechts zie ik lichte beige vlakken, dus dat zullen de ramen wel zijn. Wanneer ik met gestrekte armen mijn handen beweeg, kan hun aanwezigheid mij makkelijk ontgaan. Ik zou dus niet graag zonder reserveoog door het leven willen gaan.

Tegelijkertijd is het wonderlijk hoe goed en snel onze hersenen gebreken compenseren. Werkt ons linkeroog niet, dan schakelen we direct over op ons rechteroog. Iets dergelijks gebeurt ook bij een maculagat, dus bij een vervorming in een van beide ogen. Desondanks verandert het totaalbeeld nauwelijks. Wel laten diepte en afstand zich met één oog minder makkelijk inschatten. Tenminste, als je gewend bent om met twee ogen te kijken. Stoeprandjes en traptreden zijn voor mij nu behoorlijk misleidend. En voordat ik een weg oversteek, kan ik mijn hoofd maar beter wat verder draaien. Een blinde hoek is er niets bij.

Daarom mag ik nu ook geen auto rijden. Fietsen doe ik evenmin. Vanmorgen heb ik wel voor het eerst weer een winkelwagentje bestuurd. Dat was nogal een exercitie. Bij de groenteafdeling ramde ik bijna een plasticzakjeshouder van een kast af – die had ik dus even gemist – maar verder ging het prima. Mogelijk heb ik ook een paar buren beledigd door ze straal voorbij te lopen, maar ik ben in elk geval zonder kleerscheuren thuisgekomen.

Een piepklein flesje vormt echter de grootste uitdaging. Drie maal daags moet ik een druppeltje desinfecterende vloeistof in mijn ‘oogzakje’ droppen. Dat is een zeer precies werkje, terwijl ik onmogelijk kan zien wat ik aan het doen ben. Nou, ik weet het weer zeker: zulke flesjes worden gegarandeerd zonder inspraak van de gebruikers ontworpen. Ik verdenk de farmaceut zelfs van opzettelijke belemmering. Ga maar na: hoe meer druppels er naast een oog vallen, hoe meer flesjes iemand nodig heeft. Het gevecht met de kitspuit was er niets bij.

In het spoor van de loopgraven

Het is nogal een caleidoscopische ervaring, dat onderzoek naar die loopgraven. Op mijn zoektocht naar informatie lees ik het ene na het andere aangrijpende ooggetuigenverhaal. Die gaan over een wirwar aan gebeurtenissen en locaties. En alles grijpt in elkaar. Samen vormen ze een relaas over mankracht en logistieke planning; over vluchtelingen en gevechtssituaties, over inventiviteit en oorlog strategieën. Ik zit met mijn neus in documenten en kaarten gelabeld: ‘top secret’. Toen, in 1944/’45, nu niet meer.

Sommige teksten zijn verwarrend. Neem dit fragment uit een krantenbericht van de Nieuwe Amsterdamsche Courant. Algemeen Handelsblad, vrijdag 8 december 1944. ‘Hoofdkwartier van den führer, 7 Dec. Het opperbevel van de Weermacht deelt mede: “De overstroomingen ten Zuidwesten van Arnhem hebben een zoodanige omvang aangenomen, dat de vijand gedwongen is steeds nieuwe deelen van zijn stellingen op den zuidelijken oever van den Beneden-Rijn ten spoedigste te ontruimen.’

Ik bedoel, dit is een Nederlandse krant, dus wie is hier de vijand? Daarna valt mijn oog op de sub-kop boven het artikel: Geallieerde stellingen nabij Arnhem door overstroomingen bedreigd.’ Daarbij moet je weten dat de Lekdijk op 2 december 1944 werd opgeblazen. Hierdoor was de Betuwe drassig geworden en half ondergelopen. Zo kon ‘de vijand’ moeilijk de Duitse frontlinie bereiken met zwaar materieel. En dat front was de rand van de stuwwal aan de overzijde van de Nederrijn.

Afijn, zo’n oorlog oude stijl was een strategische en logistieke operatie van formaat. Ik vind dat aspect nuchter beschouwd zeer interessant. Aangrijpend wordt het pas bij het lezen van de uit het leven gegrepen verhalen. Zoals in dagboeken van bewoners, die negen dagen lang midden in de gevechten zaten en daarna met 150.000 anderen hals over kop hun huis moesten verlaten. Of herinneringen van Nederlandse dwangarbeiders, die de stellingen op de frontlinie moesten bouwen en graven, terwijl ze onder ‘vijandig’ vuur lagen.

Die vijandschap blijft verwarrend. Niet alleen nu voor mij, maar ook toen voor de strijdende partijen. Ik zal een stukje citeren uit een interview met Obersturmbannführer Walther Harzer, een pas 32 jaar oude Luitenant-Kolonel van de 9 S.S. Panzer Division ‘Hohenstaufen’ tijdens de Slag om Arnhem.

‘When the British paratroopers first arrived in Arnhem there was a great deal of confusion. They did not meet with much resistance either. In the [German] soldier’s recreation centre about 80 soldiers were sitting around, drinking coffee and playing cards. Their weapons were leaning against the wall. In walked a handful of British paratroopers and ordered the German soldiers to put up their hands. Then they had a cup of coffee and went away again.’

En, midden in het ergste slagveld dat Oosterbeek toen was: ‘I spoke to Warrack [een Britse kolonel] who requested that the British wounded be evacuated from the perimeter since they no longer had the room or the supplies to take care of them. This meant calling a truce for a couple of hours. I agreed because… I liked the English. I had been in England before the war as a student and had good memories of this time. I told Warrack that I was sorry that our two countries should be fighting. Why should we fight, after all? Warrack looked very haggard and worn. He was offered some cognac but refused because he said it would make him ill. He had not eaten for some time. He was given some sandwiches.’ (Bron: Pegasusarchive.)

Trouwens, in het Arnhemse Elisabeth Gasthuis lagen de gewonde Duitse en Engelse soldaten vrijwel zij aan zij. Ze deelden gewoon hun sigaretten met elkaar.

Over de loopgraaf in onze straat kan ik weinig vinden. Daarom heb ik mijn onderzoeksgebied verruimd naar Arnhem en directe omgeving. Dat valt goed te overzien. Bovendien hoef ik slechts een korte periode door te nemen. Onze loopgraaf stamt uit de periode 17 september – 23 december 1944. En ergens tussen 15 april en 30 juni 1945 zal het naburige mijnenveldje wel zijn schoongeveegd.

Wat mij mateloos fascineert, is die tussenliggende periode, daar in dat door God en iedereen vergeten stukje niemandsland. Het hele gebied was ontruimd, maar er waren wel dwangarbeiders en soldaten. Vooralsnog is dit stukje straathistorie een mysterieus zwart gat, uniek voor de recente geschiedenis van Nederland.

Oh, en het volgende is ook wel weer frappant. 4 December 2020, Westervoortsedijk in Arnhem. Vanaf de bushalte nabij het Gelders Archief wandel ik naar de weg. Op de tweede helft staan auto’s stationair bij het stoplicht. Op de voorste lees ik: ‘… ruimingsdienst’, en: ‘Defensie’. In het voorbijgaan volgt de volledige tekst: ‘Explosievenopruimingsdienst’.

(Op de foto de Nederrijn en rechts het voormalige front ten westen van Arnhem.)

Een half minuutje Wodanseiken magie

Na het zoveelste plaatselijke wandelrondje wil ik op verkenning gaan in onbekend gebied. Daarom besluit ik op een mooie herfstdag een dropping te doen. Met de bus rij ik naar een bosgebied tussen twee dorpen in. Vanaf de halte loopt hier een bospad naar een heideveld dat ik wel ken. En daar ergens in de buurt moeten ook de Wodanseiken zijn. Alleen weet ik niet precies waar de route ligt tussen die twee.

De Wodanseiken staan in een zeer romantisch bosgebied dat al vaak door kunstschilders is vereeuwigd. Romantisch, in de zin van oude bomen op een mosgroen terrein vol heuvels, wallen, geulen en zacht kabbelende beekjes. De paden kronkelen alle kanten op en het zicht is er beperkt. Je waant je er al snel in een andere wereld.

Voor de zekerheid breng ik water, een plattegrond en mijn smartphone mee. Googlemaps geldt als back-up, want je kan er makkelijk gedesoriënteerd raken. Maar eerst wil ik het zonlicht als leidraad nemen.

De idylle van verlatenheid wordt slechts mild verstoord door het komen en gaan van andere wandelaars op de heide. Bij de bosrand aan de overkant staat een vrouw met een telelens en camera. Zoekend kijkt ze om zich heen. ‘Weet u misschien waar de Wodanseiken zijn?’, vraagt ze aan mij. Nou, slechts heel globaal en juist dat vind ik fijn.

Zodra ik het bos betreed, komt mij een koele, vochtige herfstlucht tegemoet van de natte begroeiing op een zompige ondergrond. Eindelijk is het stil. En nu wordt het spannend. Want welke kant moet ik op?

Er staat huisje bij een beek met daarlangs een pad. Ik daal af naar de beek en kijk zoekend naar links voor iets herkenbaars. Maar al wat er is, zijn de bomen, de beek en het pad. Dan draai ik mij om. En jawel, daar staan ze: een hele rij fotografen met toeters van telelenzen recht tegenover de Wodanseiken waar een kunstschilder bezig is.

En weg is de magie.

Verras mij eens met muziek

Al jaren verlang ik naar radiozenders waar dj’s een breed scala aan muziekgenres draaien. De meeste zenders spelen steeds dezelfde commerciële succesnummers en presenteren hun luisteraars weinig alternatiefs. Een stad als Rotterdam telt ruim honderd culturen, maar het muziekaanbod op onze radiozenders is bijna volledig gesegregeerd. Van mij mag er veel meer worden gevarieerd.

Ga eens voor de B-kant van een vroegere hit. Wissel indie af met filmmuziek en soul. Geef ruimte aan musici uit andere culturen, zoals Afrikaanse bands. Besteed aandacht aan voorgaande eeuwen; varieer Gregoriaans gezang met gothic rock. Zoek de overeenkomsten en de verschillen op.

En laat eens wat horen van de Acadians. Nee, dat is geen band. Acadians waren Franse immigranten die neerstreken langs de kust van Louisiana en zij ontwikkelden een geheel eigen mixstijl in muziek.

Er is zoveel meer dan het gangbare mainstream geluid. Alleen kan ik moeilijk benoemen wat ik mis, zolang ik niet weet wat er allemaal is. Feitelijk zoek ik een dj die permanent het wereldwijde muziekaanbod scant én de algehele muziekgeschiedenis kent en daaruit vervolgens een mix van leuke vondsten presenteert. Dat moet een kenner toch kunnen, lijkt mij.

Hoe en waar maak jij kennis met onbekende of bijna vergeten muziek?