Je eigen vrijheid eindigt waar …

‘Waar bemoei jij je mee, iedereen mag met z’n huis doen wat ie wil. Zelfs verwaarlozen. Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’ Deze reactie komt binnen op mijn log over geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Voor alle duidelijkheid: dat log betreft de buurman die medewerking weigert aan de vervanging van ons kapotte riool. Dit onder meer vanwege geld. Ik wil de schrijfster van genoemde reactie hartelijk danken. Volgens de film Life Of Pi doe je er namelijk goed aan om ogenschijnlijke tegenstanders te omarmen.

‘Je eigen vrijheid eindigt waar die van een ander begint.’ Ik weet niet van wie deze uitspraak komt, maar dit is zo ongeveer mijn levensmotto. Dus is het bij bovengenoemde reactie makkelijk terugkaatsen. Zo van: ‘En waar denk jíj je dan wel mee te bemoeien?’ Maar laten we liever eerst even kijken naar waar het hier om gaat.

Mevrouw meent dat iedereen met zijn huis mag doen wat hij wil. Zelfs verwaarlozen. Daar ben ik het vrijwel volledig mee eens. Zolang het een vrijstaande woning betreft, tenminste. Als de zijmuur dan instort, heeft de buurvrouw er toch geen last van. Hoewel? Hopelijk vallen de bakstenen de goede kant op en komt het dak niet in haar tuin terecht. Anders moet zij de rommel weer opruimen. De buurman doet dat namelijk niet zelf.

In ons dorp staan een paar verwaarloosde vrijstaande huizen. De tuin eromheen is een wildernis. Bij één van die panden moet je van de stoep af, omdat de boomtakken ver naar voren uitsteken. Dat is wel een beetje hinderlijk, vind ik. Hoogbejaarde mensen, zoals mijn buurman bijvoorbeeld, kunnen er onmogelijk langs met hun rollator. En jonge ouders met een kinderwagen evenmin. Een ander verkrottend pand staat al ruim een jaar leeg. Iemand vertelde dat er in dergelijke gevallen vrijwel altijd ruzie is tussen de kinderen, over de verdeling of de waardebepaling van de erfenis. Gezellig.

In feite hou ik juist erg van dit soort verwaarloosde huizen en tuinen. Hoe kan het ook anders? Als kind genoot ik al met volle teugen van de avonturen van Pippi Langkous. En bij haar thuis was het ook een bende van jewelste. Gaaf! Lekker keten!! Alhoewel. De buren vonden het wat minder, geloof ik nu, bij nader inzien.

Eigenlijk zou ik die serie eens terug moeten kijken, maar vermoedelijk waren die buren gewoon brave lieden. Doorsnee burgers, die hard voor hun huis hadden gewerkt en de boel netjes wilden houden. Zodat het er voor iedereen aangenaam toeven bleef en hun onroerend goed zijn waarde zou behouden. Dat vond de anarchistische Pipi natuurlijk verrekte saai. Maar die wens was toch ook logisch, vanuit de buren bezien?

Pipi was de uitzondering. Persoonlijk vind ik dat je uitzonderingen moet koesteren. Uitzonderingen bevestigen de regel. Uitzonderingen kunnen de boel echter ook loswrikken, mocht dat nodig zijn. Nu wordt de vraag of dat nodig wàs, in dat buurtje van Pipi Langkous. Misschien was zij wel de enige die overal problemen mee had, verscholen onder al dat gelach.

Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’, schrijft de reageerster. Is dat zo? Of heeft de buurman gewoon domme pech dat ik naast hem ben komen wonen? Misschien is de buurman wel zo iemand die nooit in een rijtjeshuis had moeten gaan wonen. Misschien heeft hij daarom al ruim dertig jaar bonje met al zijn buren. Misschien zou de buurman van begin af aan veel gelukkiger zijn geweest in een afgelegen staande woning. Zonder al te veel mensen om hem heen.

Als dat het geval is, kan ik hem begrijpen. Ik zou dat namelijk ook wel willen. Het lijkt mij heerlijk: dat stacaravannetje bovenaan de helling, met dat uitzicht over de weides en het bos in de rug. Op mijn eigen riante lap grond. Dat zou het summum zijn. Maar bouwgrond is onbetaalbaar in dit land vol mensen en regels. Net zoals de buurman heb ik daar het geld niet voor en dus moeten we het met elkaar rooien. Of hij nu wil of niet.

Het enige wat ik voor hem kan doen, is nadenken over zaken waar hij kennelijk geen raad mee weet. Ter voorbereiding. Puur en alleen voor het geval dat hij daarvoor open mocht blijken te staan. En anders niet. Ik wil hem geen enkele financiële regeling door de strot duwen, zoals de reageerster lijkt te denken. Ik wil hem enkel bij een vrij uitzichtloze situatie helpen.

Maar goed, ik ben gewend aan de kortzichtigheid van sommige mensen. Dit kan er ook nog wel bij. En Life Of Pi indachtig, helpt de schrijfster van bovengenoemde reactie mij. Want een vergelijkbare reactie kan ik gegarandeerd van de buurman verwachten. Dus ben ik nu voorbereid.

Geldzorgen bij oudere huiseigenaren

Naast mij woont een hoogbejaarde man in een langzaam verkrottend pand. Begin vorig jaar overleed zijn zieke vrouw en nu is buurman alleen. Tweemaal per week komt de hulp van de thuiszorg; hijzelf is slecht ter been. Zonder aanvullend pensioen hij heeft weinig geld. Daarom ziet hij op tegen het noodzakelijke woningonderhoud. De boeidelen van de uitbouw zijn verrot en zijn overkapping is ingezakt. Het riool lekt en de verf op zijn kozijnen hangt er in vellen bij. Maar hij is wel verantwoordelijk als huiseigenaar en zijn pand grenst aan dat van mij.

Mijn buurman is er één van velen. Het wordt onderhand een landelijk probleem. De huidige tachtigers wonen vaak al decennia in het huis waarin ze hun kinderen zagen opgroeien. Het is er vertrouwd en het zit vol herinneringen. Kort na pensionering knapten ze de boel voor het laatst goed op. Dan konden ze nog lang blijven en oud worden in dat huis.

Maar twintig jaar later zijn ze ver in de tachtig en mankeren ze van alles. Daarom kunnen ze weinig meer zelf aan onderhoud doen. Ouderen zonder pensioen missen financiële reserves voor het inhuren van vaklieden. Dus betalen ze ook nog een torenhoge energierekening. Want ze hebben geen dubbelglas en hun pand is slecht geïsoleerd.

Voor gemeenten én voor hun naaste buren in rijtjeshuizen is het een groeiend probleem. Want met de kwaliteit daalt ook de waarde van het onroerend goed en het aanzien van de buurt. Mijn buurman beseft dat vast. Alleen sluit hij er zijn ogen voor. Het zal zijn tijd wel duren en zijn kinderen moeten het maar oplossen. Althans, dat denkt hij misschien.

Persoonlijk zou ik het nooit zover willen laten komen. Er bestaan tenslotte alternatieven. Hij en zijn vrouw konden tien jaar geleden al naar een appartement of seniorenbungalow verhuizen. Die kosten aanzienlijk minder dan onze woningen. Van de overwaarde hadden ze dan een buffer kunnen aanleggen voor toekomstig onderhoud. Plus een buitenlands reisje tussendoor. Dat is precies wat mijn andere buren na hun pensionering hebben gedaan. Daarnaast is de overstap naar huren een optie.

Nu verkeert de buurman in een intrieste situatie, omdat het zo niet langer kan. Twee buren worden direct benadeeld door het achterstallige onderhoud aan en onder zijn pand. Want daar ligt ons kapotte en verzakte riool. De eenvoudigste oplossing gaat hem al minimaal € 4.000 kosten. Terwijl hij onlangs nog beweerde dat hij geen geld had voor een insecten verdelgend middel ad € 40.

Welke opties heb je, wanneer je als hoogbejaarde toch in je vertrouwde huis wil blijven? Geld lenen van de kinderen, als zij dat hebben en kunnen missen. Je laatste spaargeld opmaken en een nieuwe tv vergeten. Je auto verpatsen en in een rolstoel verder rijden. Spullen verkopen, zoals duur gereedschap dat niet meer wordt gebruikt. Een kamer verhuren, deels te betalen met gezelligheid. (Lijkt mij in zijn geval heel handig tegen de eenzaamheid. Er zijn al bejaardenhuizen waarin ouderen met studenten een galerij delen.) Of je huis opeten met een opeethypotheek.

Zijn er alternatieven? Ik lees het graag. Want ondanks al zijn nukken en streken wil ik de buurman nog niet kwijt.

Recht uit het hart

Mijn hoofd tolt nog na van alle gesprekken gisteren, aangezien ik in een klassieke welles-nietes situatie ben beland. Dat krijg je, als je bij diverse betrokkenen informeert naar wat hier in dertig jaar tijd is gebeurd. Want zo lang staat buurmans’ uitbouw al op ons gedeelde en nu verzakte riool. Illegaal. Die toestand is vervelend, maar de ontwikkelingen zijn wel interessant. Vooral wanneer je het bekijkt vanuit menselijk oogpunt.

Buurvrouw en ik hebben er inmiddels een bondgenoot bij. Eentje die met alle liefde wil getuigen; desnoods ten overstaan van een rechter. Hij kan niet wachten tot hij zijn boekje mag opendoen. Maar waar hij het een zegt, zegt een ander wat anders. Zo slingert mijn sympathie door elk gesprek steeds heen en weer.

Toch komt zijn steunbetuiging recht uit het hart. En met de nieuwe buurvrouw deel ik veel humor. Terwijl de man van de rioolservice ook goud waard is. Zelfs de vorige eigenaresse van mijn huisje zal binnenkort langskomen. Ze willen allemaal helpen, ieder op zijn eigen manier. Frappant genoeg ontstaan er nu juist vriendschappen dankzij het rioolprobleem. En dat versterkt weer mijn band met deze woonplaats.

Onze bondgenoot gaat nooit meer weg, zegt hij. Kennelijk heeft hij reden om aan te nemen dat buurman hem kwijt wil. ‘Het is hem al gelukt om die en die weg te krijgen, maar mij niet.’ ‘Die en die’, dat zijn mijn opeenvolgende voorgangers hier.

Vanwege alle rioolperikelen wil hij graag bodyguard spelen, maar zo ver laten we het niet komen. In dit ogenschijnlijk rustige straatje kan het er fel aan toe gaan, zo ontdekte ik gisteren. Achter alle bravoure zie ik toch vooral mensen met hartstocht en passie voor hun plekje hier.

Alles sal reg kom

‘Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.’ Verder gaat mijn Afrikaans niet, maar deze uitspraak is toepasselijk. Het leven lacht snelle denkers toe. En zijn ze sociaal vaardig, dan hebben ze altijd een voorsprong. Ze kunnen mensen goed inschatten en emoties doorzien. Zo laveren ze vlot om valkuilen heen in overlegsituaties met onvoorspelbare gesprekspartners en uiteenlopende belangen. Want zij weten waar ze naartoe willen en hebben hun woordje klaar.

Ik kan goed observeren en signalen oppikken die anderen missen. Alleen verloopt de informatieverwerking bij mij wat trager, omdat er meer tegelijkertijd binnen komt. Ik ontrafel elk stukje informatie en volg het terug naar waar het vandaan komt. Ook plak ik labeltjes en wil ik kunnen zeggen: ‘Kijk: dit betekenen al die afzonderlijke deeltjes en zo staan ze met elkaar in verbinding.’ Ik heb geleerd hiermee om te gaan. Want er komt een keuzemoment en strategie is alles.

Problemen ontstaan wanneer je elkaar niet verstaat. Wanneer je geen gebruiksaanwijzing van de ander hebt. Wanneer je zijn of haar emoties nog niet kan interpreteren, omdat je nog met informatieverwerking bezig bent.

Van alles wat we wilden zeggen, hebben we geen woord uitgesproken. En van alle emoties die we wilden tonen, hebben we er niet één laten zien. Daarom sal alles reg kom.

Over een riool, wanhoop en razernij, een buurman en de rioolmeneer

Dit was zo’n week waarin ik mezelf bijna niet rustig kreeg. De aanleiding is basaal. Er is een probleem met het riool dat ik deel met de buurvrouw links en de buurman rechts. Buurman ligt altijd dwars en heeft nergens geld voor. Zegt ‘ie. Ik weet het niet. Buurvrouw is nieuw en constructief. Dat is een verademing vergeleken met mijn vorige buren. Want die hadden ook nauwelijks geld en deden maar wat.

Met de buurman deel ik een hele geschiedenis. Dat is best een prestatie, wanneer je bedenkt dat ik hier pas 3 ½ jaar woon. Maar ik herken de verhalen, verteld door mijn andere buren en de drie opeenvolgende eigenaren van mijn pand. Zij kregen het evengoed voor hun kiezen. Want de buurman is een zeer moeilijke man als het op onderhoud aankomt. Al heeft hij zijn goede kanten.

Hij kan mensen tot wanhoop drijven. Zelf kaart ik slechts het hoogst-noodzakelijke onderhoud van zijn woning aan, waar die grenst aan mijn pand. Maar dan nog is het bij elke kwestie: ‘NEE’. Want: hij heeft nergens last van. Het is zijn probleem niet. En zo wel, dan heeft hij toch geen geld. Zoek het maar uit, is steevast waar het op neerkomt.

Hij kan mij tot razernij drijven. Oh man, en wat kán ik kwaad worden. VOEM! Explosief gewoon. Het is vast mijn Hugenotenbloed dat dan kookt. Want ik verdraag geen huftergedrag en onrechtvaardigheid. Toch moet ik de eerste nog tegenkomen die mij in zo’n stemming aankan. Uiteindelijk.

Evengoed heb ik er zelf veel last van. Het is slecht voor mijn hart en bloeddruk. Ik kan letterlijk de spanning in mijn aderen voelen. En daarin niet alleen. Helaas is er geen remedie wanneer ik in zo’n toestand verkeer. Ademhalingsoefeningen en wandelingetjes in het bos helpen dan niet meer. Dus houdt het dagenlang aan en blijven mijn gedachten rondtollen. Net zo lang tot de cirkels groter worden en er beetje bij beetje meer ruimte komt.

Ik rekende op weigergedrag van de buurman toen de mensen van de rioolservice terugkwamen. Daardoor had ik slecht geslapen en was ik al gespannen. Dat verergerde toen ze direct op serieuzere problemen stuitten. Ze moesten bij de buurman verder kijken. Ik liep met hen mee naar zijn deur. Hij deed open en kraamde prompt weer uit ‘dat hij nergens last van had’. Ik denk dat niemand doorhad hoe kwaad ik was. Behalve die ene rioolmeneer, waarschijnlijk. Want hij kijkt naar hoe iemand reageert.

Gisteren kwam de rioolmeneer weer, om afstanden op te meten. En om de opties voor de volgende offerte door te nemen. Gelukkig waren er twee dagen verstreken. De heftigste emoties waren geluwd en ik had mijn gedachten op een rijtje gekregen. Hij weet van de gevoeligheden, maar het blijft een zakelijke bespreking.

Jongleren, dat is wat we doen. Ik met mezelf, voor een helder perspectief op de verschillende belangen. De buurvrouw en ik samen in een aparte voorbespreking. Waarin we opties afwegen, terwijl we elkaar nog niet goed kennen. De rioolmeneer en ik voordat we weer aanbellen bij de buurman. Rollenspellen spelen. Aangeven en overnemen, voorzetten en sturen. Precies genoeg ruimte laten; geen millimeter meer. Alles om een ‘JA’ te krijgen.

Er is geen ‘Ja’ gezegd, dat doet hij nooit. Zo goed ken ik mijn buurman onderhand wel. Je moet altijd tussen de regels door luisteren. Op het moment dat hij over een detail gromt ‘dat het maar moet’, terwijl hij het daar niet mee eens is, weet je pas dat hij zich erbij heeft neergelegd. Dat hij er alles aan heeft gedaan om het af te houden, om dwars te liggen, om de boel te traineren. Om er onderuit te komen. Maar dat het toch moet. Pas dan kan je hem een gepaste marge laten. Anders neemt hij gelijk je hele arm.

Ik heb bewondering voor de rioolmeneer. Na dagen vol giftigheid kreeg hij bij mij de angel er uit. En hij heeft instemming van de buurman geregeld.

Ik vind de auto van de rioolmeneer stoer. Het is een zwarte Dodge RAM.

Witte muizen in het riool

Het rioolverhaal gaat nog een lang staartje krijgen. Dat zit zo. Ik deel een rioleringssysteem met de buurvrouw links en de bejaarde buurman rechts. Kort na mijn verhuizing ging ik langs bij de buren om kennis te maken. Ze nodigden mij uit voor koffie en daarbij kwamen de verhalen. Verhalen over ons straatje vroeger en over de vorige eigenaren van mijn pand. Buurman had het niet zo op mijn voorgangster.

Tijdens dat eerste bezoek vertelde hij meteen hoe het zat met de riolering. Want er was jaren geleden een verstopping geweest. Daarom hadden ze toen de put onder zijn uitbouw moeten open maken. Wat dáár uit tevoorschijn kwam? Allemaal witte muizen! Hij liet een welbewuste stilte vallen en wachtte mijn reactie af. Ik snapte er niets van. Scharrelen er behalve ratten ook muizen in een riool? Zoiets had ik nog nooit gehoord.

Buurman vond zichzelf enorm gevat. Want wat was de clou? Die witte muizen, dat waren de tampons van mijn voorgangster. Nou, nou. Uiteraard heb ik dit verhaal bij latere bezoeken nog minimaal drie keer aangehoord. Ik durf al nauwelijks op de wc te poepen. (Maar ja, waar moet ik het anders doen?) Ik hoop maar dat mijn hoopjes volledig desintegreren voordat ze zijn put bereiken. Anders moet de boel onder zijn keuken weer open.

Nu is dat laatste waarschijnlijk toch nodig. Vandaag hebben de buurvrouw en ik overleg gepleegd. Voor het geval er straks een strategie vereist is om zijn medewerking te krijgen. Gelukkig heeft de rioolmeneer ook al zijn speciale diensten aangeboden. Hij maakt deel uit van onze samenzwering. En hij is een man. Daarom heb ik er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Toch vraag ik me een ding af. Buurman is bijna 85 en mankeert van alles. Elke dag kan zijn laatste zijn. En dan? Hoe moeten wij ons hem dan herinneren? Als de man die telkens weer over zijn witte muizen begon?

Heren, vertel eens, hoe zouden jullie als man zijnde willen worden herinnerd?

Ducttape voor alles

Voor de overburen is het vast een komisch tafereel. Terwijl de rioolmeneer een camera-inspectie uitvoert, lopen we in optocht heen en weer. Hij, de buurvrouw en ik. De ene voordeur uit, de andere voordeur in. Via het huis en het plaatsje naar de achtertuin. En daarna omgekeerd weer. Want onder mijn tuin komen de rioolbuizen samen. En vlak achter de tussenmuur zit bij haar een gedeelde hemelwaterafvoer. Alle drie volgen we op het schermpje de loop van de riolering.

De afvoer is provisorisch vastgezet met ducttape. Wanneer de rioolmeneer dat spul los pulkt, kijken buurvrouw en ik elkaar verkneukelend aan. Want laag na laag komen nu verschillende soorten tape tevoorschijn. De vorige buurman loste namelijk elk probleem op met lapwerk. Oude stukken hout, een laatste meter tape, een restpartij tegels of een bodempje cement. Hij kwam overal aan. En ducttape was zijn signatuur qua bevestigingsmateriaal.

Als de rioolmeneer is vertrokken en de buurvrouw naar haar werk is gegaan, kan ik eindelijk rustig koffie drinken. Terwijl ik zit en naar buiten kijk, zie ik mijn vuilnisbakken op het plaatsje staan. Dat allegaartje, in twee kleuren en drie maten. Bij één bak is de schuifklep in de bolle deksel kapot gegaan. Maanden geleden kocht ik mooi en stevig plakfolie ter reparatie. Met folie op elke bak zou ik gelijk eenheid creëren. Maar de rol ligt nog ongebruikt op tafel.

Over het gat in de deksel hangt al ruim een jaar een afgeknipt stuk plastic van een Douglas parfumerie tasje. Ik heb het provisorisch bevestigd met tape. Oude stukken inmiddels losgeraakte tape. Waar over de rafels heen nieuwe stukken tape zijn geplakt.