De laatste ronde voor mijn trouwe wasmachine

AEG laat je niet in de steek, luidt een welbekende oude reclameslogan. Wat mijn wasmachine betreft, is dit zeker waar. Alleen heeft mijn apparaat het zwaar sinds hij hier op een houten vloer staat. Wassen en spoelen doet hij zachtjes, maar dan dat centrifugeren. In de woonkamer klinkt het alsof er een helikopter van zolder opstijgt. En steeds maakt dat geluid mij ongerust, want de vloer trilt even hard mee. Vorige week leek het nog erger dan anders. Het haperen is begonnen.

Nu komt er een nieuwe Asko-wasmachine. Eentje die speciaal voor houten vloeren is gemaakt. Hij heeft vier schokdempers en wordt volgende week geplaatst. De verkoper benadrukte dat ik ‘een premium product’ heb aangeschaft, waarvan ‘de techniek ook in bedrijfsapparaten wordt toegepast.’ Zo, nou, we gaan het zien. Het was uiteraard wel weer de duurste optie van de ‘basic’ machines.

Vandaag heeft mijn veertien jaar oude wasmachine zijn laatste wasje gedraaid. Alsof het zo moest zijn, maakte hij nauwelijks geluid. Veertien jaar. Dat apparaat is een kwart van mijn leven huisgenoot geweest. Al die tijd was het wat wassen betreft mijn steun en toeverlaat. Het voelt bijna alsof ik nu mijn AEG in de steek laat. Daarom gaat ons afscheid mij toch een beetje aan het hart.

Over Boy – October – War en U2

U2 nagetekende hoezen Boy en War

De eerste dag van oktober, de regen en twee van mijn tekeningen uit 1985 leiden mij naar de vroege jaren van U2. Ik moet zoeken naar woorden en hou het daarom bij hun muziek. Een selectie van drie nummers die je bijna nooit meer hoort. Onterecht, vind ik.

Van het album Boy (tekening links) het mysterieuze The Ocean.

Van het album October het titelnummer.

And kingdoms rise / And kingdoms fall / But you go on …

En van War (tekening rechts) het nummer Drowning man, waarin Ierse muziek doorklinkt.

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

In de wachtkamer van de huisarts

Maandagochtend, 8:15 uur. In de wachtkamer zitten her en der wat mensen. Ik groet de aanwezigen. Een mevrouw op de stoel naast de kapstok kijkt mij vriendelijk en hoopvol aan. Een beetje zoals een mollig gezelschapshondje dat enthousiast begint te kwispelen. Ik neem plaats in de hoek, met tussen ons in een lege stoel. Van tafel pak ik een tijdschrift. Maar nog voordat ik erin kan bladeren, spreekt ze mij al aan.

‘Het lijkt wel alsof iemand een sigaar rookt, ik ruik een soort vanillegeur.’ Ik opper dat er misschien ergens zo’n geurding staat, zodat het aangenaam ruikt. Ze knikt. ‘Roken zal wel niet natuurlijk, want we zitten hier bij de dokter. En tegenwoordig rookt bijna niemand meer.’ Nu kijkt ze alsof ze dat toch wat spijtig vindt. Mij schiet het dagelijkse beeld bij de hoofdingang van het LUMC te binnen. ‘Dit doet me denken aan mensen die buiten voor het ziekenhuis staan te roken terwijl ze met buisjes op een infuus en een zuurstofapparaat zijn aangesloten.’

‘Vroeger rookte iedereen’, zegt de mevrouw. ‘Dat was je gewend. Mijn opa had een taxi- en vervoersbedrijf en daar stond het altijd blauw.’ Ik vertel over het glaasje met sigaretten dat bij veel verjaardagen op tafel kwam. ‘Oh ja,’ bevestigt zij, ‘sigaretten met en zonder filter en sigaretten met menthol. En ook van die dikke sigaren. Want er was altijd wel iemand die ze wilde. Ik kom uit een ondernemersgezin en mijn vader was hoefsmid. Als de boeren kwamen betalen – dat deden ze eens in de zoveel tijd – dan kregen ze een sigaar en een glaasje jenever. Dat werd dan helemaal tot de rand gevuld, met zo’n bolling erop. En dan bleven ze gezellig praten.’ We zitten allebei te glunderen; de gedachte hieraan doet ons genoegen.

Ze vertelt dat een man eens toenadering zocht, maar zij zag hem niet zo zitten. En hij rookte veel. Hij bleef maar aandringen. Uit nijd nam ze toen een keer een sigaret. Zo begon ook zij te roken. Ik zeg dat het best moeilijk is om te stoppen. Dat heeft zij toch gedaan. Zij had er eens een flinke discussie over met haar schoonzus, die de ene na de andere opstak. ‘Ik heb tegen haar gezegd: ‘Stel dat je in het ziekenhuis ligt en dat de artsen moeten kiezen tussen iemand die niet rookt en jou. Wie denk je dat ze gaan helpen?’

Dat was tegen het zere been. ‘Nou,’ had die schoonzus ertegenin gebracht, ‘jij bent toch dik? Dan kunnen ze ook wel zeggen: ‘Had je maar niet zoveel moeten eten!’ En dat was natuurlijk waar, vond ze zelf.

‘Maar ja,’ vergoelijkt de mevrouw, die inderdaad best stevig is, ‘je bent het van jongs af aan gewend, hè, dat er wat in je mond wordt gestopt. En je moet toch eten, nietwaar? Dus stop je twee, drie keer per dag wat in je mond.’ Ik beaam dat we het roken daarentegen pas op latere leeftijd hebben geleerd. Ze blijft bij haar onderwerp: ‘Ze kunnen mij alles in de mond stoppen’. Wat ze daarna zegt, ontgaat mij een beetje. In elk geval babbelt ze gezellig verder.

Cirkels en een stralenkrans in het bos

Op zoek naar onderwerpen voor fotografie vond ik deze afgezaagde stammetjes.

Zwammen omkransen de cirkels die door zaagwerk zijn ontstaan en vormen lijnen van rushes in diepe groeven van de bast. Samen met de halfronde sporen die de zaag op het hout heeft achtergelaten, roepen de cirkels een beeld op uit mijn vroege jeugd.

Eind jaren zestig/begin jaren zeventig, waarschijnlijk een zaterdagavond. In mijn pyjama op de bank voor de tv, haartjes nog nat van het bad. Dit is de avond van een bijzondere uitzending. Er verschijnt een stralenkrans op de televisie en er klinkt trompetgeschal.

Je herkent het vast: dat oude logo voorafgaand aan het Eurovisie Songfestival. Volgens internet had elk Europees land een sterk gelijkende, maar net even andere variant. Zo klonk het trompetgeschal in Nederland:

Back to the seventies! (met muziek)

De ontdekkingsreis door vijftig jaar muziekgeschiedenis is begonnen. Wat er allemaal wel niet op die 100 oude cassettebandjes staat … Het gaat van pop naar punk en van soul naar hardrock. Sommige liedjes hoor je nu vrijwel nooit meer, zoals Ce coir van de Golden Earring. Toch een van hun beste songs, nietwaar? De grootste hits worden in elke top 1000 grijs gedraaid, maar het onbekendere werk is vaak interessanter. Dankzij die cassettebandjes met opnamen passeert er een heel tijdperk vol jeugdsentiment.

Deze bijna vergeten muziek roept vast ook bij jullie herinneringen op. Daarom zet ik hier zeven willekeurig gekozen opnamen op een rij, met linkjes naar YouTube. Genieten maar!

  1. Golden Earring – Ce coir
  2. Genesis – Turn it on again
  3. Gary Rafferty – Get it right next time
  4. Dooly Silverspoon – Bump me baby
  5. Sylvester – You make me feel (mighty real)
  6. The Shirts – Laugh and walk away
  7. En de mooiste: Japan – Nightporter

PS: Ik zoek al jaren naar een extended version remix van Donna Summers I feel love met zwaardere bassen dan in de oorspronkelijke vorm. Wie weet hem te vinden?

Het verlies van hotel Dreijeroord

Vandaag komt de documentaire ‘Het verlies van Dreijeroord’ op TV Gelderland. Dit gaat over een Oosterbeeks hotel waaraan veteranen van WO II herinneringen bewaren. Ondanks internationaal protest is het tegen de vlakte gegaan. Er komt een verzorgingshuis voor dementerenden op die plaats. Volgens de projectontwikkelaar was het oude hotel niet meer geschikt te maken. Ook ik bewaar herinneringen aan hotel Dreijeroord, hoewel van recentere datum.

Het blijft bizar. Hier in de regio heerst nu zo’n landelijke rust, terwijl er in 1944 letterlijk om elke vierkante meter is gevochten. Dit vanwege operatie Market Garden, waarvan de Slag om Arnhem onderdeel was. Toen ik vier jaar geleden naar huizen zocht, wees een makelaar op ‘onschuldige’ scheuren in buitenmuren. Die waren door de luchtdruk bij explosies ontstaan. Ook voor mijn woning is kort na de oorlog een schaderapport opgemaakt.

Op 17 maart 2007 stond ik op een koele ochtend met een groep wandelgenoten voor hotel Dreijeroord. We snakten naar koffie met wat lekkers erbij. Maar ondanks aanbellen deed niemand open. Op een gegeven moment verscheen er een vrouwenhoofd uit een raam op de eerste verdieping. We riepen naar boven dat we graag koffie wilden. Mevrouw antwoordde dat ze daarin niet kon voorzien. ‘Er is momenteel te weinig personeel.’

Ik ben het nooit vergeten. Zowel de prachtige omgeving als dat gebouw in Zwitserse chaletstijl maakten indruk. Het betrof een wandeling van de Kreta-groep. Vrienden van een vakantie op een Grieks eiland, die nog elk halfjaar samen komen. Zojuist heb ik de datum gecheckt, want dat houden we bij. Die dag moet het eerste zaadje zijn geplant voor mijn verhuiswens naar het oosten. Nu wandel ik regelmatig langs de plek waar hotel Dreijeroord stond. En binnenkort komt de rest van de groep ook weer een dagje deze kant op.