Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Voettocht door de Australische woestijn

Gisteren zag ik op Canvas de film Tracks over Robyn Davidson’s fenomenale tocht door de Australische woestijn. In 1977 wandelde zij met haar hond en vier dromedarissen 2.700 km van Alice Springs naar de Indische Oceaan. Dat is zo’n beetje het droogste en dunst bevolkte deel van de outback. Het gebied is genadeloos. Zonder voorbereiding kan je er binnen een dag dood zijn. Maar ieder heeft zo zijn eigen reden om daarheen te gaan. Robyn zocht vooral de eenzaamheid op om tot zichzelf te komen.

Deze film heeft alle klassieke Australische elementen. De onmetelijke leegte van de overweldigende natuur speelt een hoofdrol. Je voelt de eenzaamheid en verlatenheid, zodra Robyn zich buiten de bewoonde wereld waagt. Het leven is hard, net als het klimaat. Robyn moet en wil alles zelf doen. Zeuren is voor losers, klagen doet ze niet. Woestijnbewoners gebruiken weinig woorden, die verspillen geen energie.

In Australische films krijgt ‘de goede’ het zwaar. Robyn moet inventief zijn en met onverwachtse uitdagingen omgaan. Niet alleen vanwege de dieren en de droogte. Maar ook omdat het onduidelijk is wie ze kan vertrouwen. Juist als het in de woestijn helemaal hopeloos wordt, duiken er vanuit het niets mensen op. Types ruwe bolster, blanke pit. Die bieden hulp en vangen haar op. Tussendoor is er humor. En o ja, uiteindelijk komt het allemaal goed. Ook met Robyn, die haar verdere leven aan reizen en nomaden wijdt.

In deze film herken ik situaties uit mijn eigen motorreis door Australië, dertig jaar geleden. Sommige scenes lijken overtrokken, maar dat hele land is nu eenmaal extreem. Zoals er bij Robyn ineens een motorrijder opduikt, ontmoette ik onderweg een Japanse wandelaar met een filmploeg achter zich aan. Als Robyn weken alleen in stilte is geweest, moet zij wennen aan de drukte van passanten. En dan zo’n lief ouder echtpaar in een knus huis te midden van grote verlatenheid (Glenayle homestead). Ze zijn er. Anno 2018 komen nieuwe woestijnbewoners vooral af op de hoge verdiensten in de mijnen.

Op de website van de Engelse Telegraph staan boeiende extracten uit het boek van Robyn Davidson over haar ervaringen. Petje af.

De keuze: doen wat anderen laten

Bij herhaling heb ik keuzes gemaakt die afweken van het gangbare. Dan kan je rekenen op uiteenlopende reacties. Ben je stellig overtuigd van wat voor jou goed is, dan maakt dat weinig uit. Maar ben je minder zeker van je zaak, dan brengen mensen je wel aan het wankelen. In zulke gevallen heb je soms veel tijd nodig om een situatie goed in te schatten. Om helder te krijgen wat er gaande is.

Waarom reageren mensen zo? Waarom doet dat iets met mij? Zie ik een belangrijk aspect over het hoofd? Moet ik toch maar ‘normaal’ gaan doen?

Vooral keuzes over mijn lange reizen, loopbaan en verhuizing naar het oosten deden stof opwaaien. Alleen al daarom heb ik veel waardering voor ‘Marjolein in het klein’, die een Tiny House bewoont. Lees eens haar prachtige analyse van de ‘Zou je dat nu wel doen?‘-vraag. Voor iedereen die wel wil, maar niet durft. En voor iedereen die wel doet en herkenning zoekt.

Financiële bevrijding

Ontelbare keren heb ik het al verzucht: ‘Ik wou dat ik nóóit meer hoefde te werken voor het geld.’ Niet omdat ik zo’n hekel aan heb werken, verre van dat. Maar vanwege al dat gedoe er omheen. Je bed uit moeten op een koude ochtend, terwijl het buiten nog donker is. Met duizend andere forensen plus hun natte jassen samengeperst in een treincoupé zitten. Buikpijn hebben, omdat je agenda zo vol staat en er een moeilijke opdracht wacht. ‘Een uitdaging’, noemen ze dat. Nu ben ik van dat alles bevrijd. Werken hoeft eigenlijk niet meer, maar mag.

Mijn financiële situatie is veranderd. Een vermogend persoon zou er zijn neus voor ophalen, maar voor mij is het voorlopig genoeg. Het is nog te weinig om alle jaren tot mijn pensioen te overbruggen. Maar al langer doe ik heel rustig aan qua uitgaven, zonder een gevoel van gemis. Vakanties heb ik geschrapt, uitstapjes blijven doorgaan. Die zijn belangrijk. Wat hierbij helpt, is een goed overzicht. Een overzicht van kosten van levensonderhoud, vaste lasten en reserveringen voor grote uitgaven geeft inzicht.

Dan komt het aan op wat je verder van het leven verwacht. Zonder onvoorziene rampspoed kan ik hier nog jaren blijven wonen. Vervolgens kan ik desnoods naar een goedkopere regio verhuizen en tot mijn pensioen teren op de overwaarde. (Tenzij al die Amsterdamse woningeigenaren op hetzelfde idee komen. Zij vormen een risico.) Gelukkig droom ik nog steeds van een caravan en een leven off the grid.

Helemaal zonder werk zou ik me trouwens wel gaan vervelen. En geld voor extraatjes blijft welkom. Daarom blijf ik zoeken en doe ik vrijwilligerswerk. Nu maak ik kans op een opdracht voor drie maanden gedurende twee dagen per week. Het is even afwachten of dat doorgaat. Zal je net zien. Komt alles weer tegelijk. Ik krijg er al bijna buikpijn van.

Vijf over half twee

Nu half Nederland vakantie viert, doe ik gezellig mee. Ik maak uitstapjes naar plaatsen in de omgeving en vandaag is Nijmegen aan de beurt. Een Groene Wissels stadswandelroute gaat mee. Om vijf over half twee is het tijd om te vertrekken voor een goede aansluiting in Arnhem. Wanneer ik mijn horloge pak, glijdt het uit mijn hand en valt. Ik raap het op, doe het om en ga op pad.

Deel 1 – Vertraagde tijd
Groene Wissels NijmegenNijmegen, altijd leuk. Om sentimentele redenen is het een favoriete stad. Ik geniet van een stukje Kronen-burgerpark, koffie met appel-kaneelmuffin in de Lange Hezelstraat, oude gebouwen in het stadshart, traag varende boten. Zo beland ik via de kleine jachthaven voor de brug nabij het Valkhof.

Onder de stalen bogen staat een kampementje van travellers en vrijbuiters. Het lijkt op een zelfgebouwde kermis. Houten handgeschilderde bordjes wijzen de weg. Er zijn eettentjes en suikerspinnen. Op een wagen staat ‘Buenos Nachos’. Pinnen kan hier ook; voor niets gaat de zon op. De lokroep van hun leefwijze fladdert vluchtig langs. Donderdag gaan ze weer.

Op de pilaren onder de brug staat in kapitale letters: Refugees (volgende pilaar) Welcome. Ze lopen overal rond en zitten op bankjes aan de waterkant. Andere reizigers, zij volgen gebaande paden. Ik wijk van het mijne af en loop iets verder. Aan de overkant grazen bruine, wilde paarden genoeglijk op een groene weide. Het is voor even helemaal perfect. Terug voor de brug kijk ik op mijn horloge. Vijf over half twee, nog steeds.

Deel 2 – De overname
Horloge kapot. Ik overweeg om het niet te vervangen. Er zijn overal klokken en displays met tijden, en meestal gaat mijn mobiel mee. Dus is een horloge eigenlijk overbodig.

Dat wordt afkicken, want ik heb veel met tijd verbonden gewoontes. Mijn horloge lag altijd binnen handbereik op de salontafel. Ik kan nog op de router van de tv zien hoe laat het is. Maar als de tv aan staat, toont de router slechts een nummer. Dus moet ik naar de eettafel lopen waar mijn mobiel ligt, of in de keuken naar de magnetron gaan. Die geeft de tijd ook aan.

Een vriend uit Libanon zei eens dat ik erg vaak wil weten hoe laat het is. Daar is tijd een andere dimensie. Je kan er makkelijk vijf dingen tegelijk doen wanneer je winkelier bent. Een klant helpen, tussendoor een pakketje aannemen, even iets met de buurman afspreken (die later binnenkwam), je broer bellen en een hulpje thee laten halen. Het is vreemd als die klant ongeduldig wordt, want je bent tenslotte al die tijd met hem bezig.

Het klopt dat ik op tijdstippen let. Gewoonlijk wordt mijn dagritme bepaald door opstaan-tijd, vertrektijd van het OV, werktijd, vergadering aanvang 10.00 uur, regelmatig een-hapje-tussendoor-tijd, pauzetijd, op-tijd-terug-zijn-tijd, deadline-tijd, werken tot 16.45 uur, haasten-voor-de-trein-tijd, etenstijd, achtuurjournaal, filmtijd, bedtijd. Veel tijdstippen markeren ons leven en nemen het grotendeels over.

Vreemd eigenlijk. Prettiger is om te doen waar je behoefte aan hebt, ongeacht hoe laat het is. Bourgondiërs hebben geen haast. Mijn (deels Franse) voorouders aten uitgebreid warm tussen de middag. Daarna lieten ze hun eten even zakken voordat ze de volgende klus aanpakten. Er wordt heus flink gewerkt in zuidelijke landen, alleen is het tempo een beetje anders. Ik begrijp ook nooit waarom mede-wandelaars prompt van een terras willen vertrekken zodra ze hun koffie gloeiend heet naar binnen hebben gegoten. Alsof een Calvinistische regel verbiedt om langer te genieten.

Deel 3 – Beleving
Betekent dit iets?’, was een gedachteflits toen mijn horloge stil stond. Sommige tijdstippen zijn monumentaal. Tijd is rekbaar, zo blijkt uit ruimteonderzoek. Maar tijd is ook een illusie. Een menselijke inventie waarvan de beleving per plaats, leeftijd, cultuur en situatie verschilt.

Time stood still. Dat is altijd een keerpunt.

Prettige (tijdelijke) woonvormen

Regelmatig kijk ik naar huizen, dat is altijd leuk om te doen. Toch mis ik hier bepaalde woonvormen. Daarnaast is tijdelijke, zelfstandige woonruimte handig voor acute situaties. Je kan slechts kiezen uit: een caravan huren, in de vrije sector de hoofdprijs betalen, of op huizen van vakantiegangers passen. Daarom pleit ik voor alternatieve woningen.

Een ‘kip of ei’-kwestie. Stel dat je van de Randstad naar het oosten wil verhuizen. Woningen zijn daar voordeliger, maar er is minder werk. Dus kan je beter eerst een baan vinden. Echter, veel werkgevers willen personeel uit de buurt vanwege reiskosten- vergoeding, etc. Dan toch maar eerst verhuizen en daarna werk zoeken? Mijn collega verbleef doordeweeks op een kamertje in een kerkelijk internaat. Ook pas gescheiden mensen en remigranten vinden met moeite snel een betaalbaar huis.

Alternatief 1. Bouw meer zelfstandige kleine woonruimten voor deze groepen. Denk aan een leegstaand kantoor nabij het centrum van een stad. Dat wordt slim omgetoverd tot eenkamerwoningen met badkamer en keukentje. Een unit van 30 m2 is even groot als een gemiddelde stacaravan. Te huur voor € 350 per maand, eventueel voor maximaal twee jaar. Meubels en apparatuur zijn desgewenst apart te huur. Ik zie dit al voor me met een beheerde wasserette c.q. buurtwinkel, een restaurant à la Resto van Harte, een afleverpunt voor pakketbezorging en meer gedeelde voorzieningen.

Meestal kunnen alleen rijke mensen zich vrijstaande huizen veroorloven. Waarom moet je als doorsnee Randstedeling eerst psychiatrisch patiënt worden, voordat je hier ook omringd door weelderig groen kan wonen?

Alternatief 2. De stacaravan als permanent doch verplaatsbaar verblijf. Stel dat je in Nederland een kaveltje kan kopen waar een stacaravan op mag staan. Gewoon midden in een woonwijk, ergens langs het veld of aan een bosrand. Ik zou daaromheen een tuin aanleggen met heg, gazonnetje, bomen en bloeiende planten. Niets mis met een goed onderhouden stacaravan op eigen terrein.

Alternatief 3. Bij ruimtegebrek: wonen op het dak met weids uitzicht. In Menton zag ik bovenop een flat een bungalow. Compleet met weelderige tuin, terras en pergola. Te bereiken via de lift met een slot op de bovenste verdieping. Ideaal voor ons dichtbevolkte land.

Alternatief 4. Een goed werkend systeem voor koopwoningruil. Wat ik nu zie op internet, is onvoldoende uitgewerkt qua match van vraag en aanbod. Over uitzicht gesproken: ik zou tekenen voor appartement Utrechtseweg 145 in Arnhem. Dat stond ooit op Funda. De flat is weinig bijzonder, maar dat vergezicht!

Leven als een nomade

Na een overjarige hippie, zag ik Microtopia – Anders wonen voor een nieuwe tijd. Deze documentaire gaat over mobiele en flexibele woonvormen die onafhankelijker zijn van het huidige systeem. Off the grid, met zonnepanelen, recycling van materialen en eigen voorzieningen. De ideeën en leefwijzen van architecten en pioniers op dit gebied ervaar ik als een feest der herkenning. Zij maken mij altijd heel onrustig, want ik ben een nomade in sluimertoestand. Het lijkt mij heerlijk om af en toe van omgeving te veranderen en dan mijn huis met inboedel mee te kunnen nemen. Dan is compact wonen handig. Eigenlijk heb je maar weinig spullen nodig. Dat leer je wanneer je lang reist.

Op het keerpunt leven
Ik ken veel mensen die genoeg kregen van hun carrière en leefstijl door een reorganisatie of burn-out. Ze gaan in retraite op zoek naar wat echt betekenis voor hen heeft. Sommige maatschappelijk geslaagde mensen gooien daarna het roer helemaal om. Ze verkopen hun huis, doen bezittingen weg, gaan vrijwilligerswerk doen of iets anders beginnen. Ze richten hun leven opnieuw in en een deel gaat leven als moderne westerse nomade. Dat doen ze professioneler dan de jongeren die blowend van hippiekolonie naar toeristenoord trekken door Zuid-Europa. En eeuwig oosterse prullaria verkopen.

Zij en een aantal westerse nomaden leven zonder eigen woonruimte. Je kan bijvoorbeeld op andermans huizen passen en van adres naar adres trekken. Continu en jarenlang reizen is enorm boeiend. Maar uiteindelijk raak je los gezongen van de maatschappij. Daarom zou ik per tijdelijke locatie een doelstelling kiezen (werk, onderzoek, studie, retraite) en dan wat langer blijven.

Inkomsten vergaren
Als ik zulke westerse nomaden zie, denk ik wel ‘waar doen ze het van?’ Je moet toch ergens eten, kleding en ziektekosten van betalen? De kunst is om je leven zo in te richten dat je je inkomen overal kan vergaren. De meesten van ons verblijven op een vaste plek voor hun werk. Maar je kan nomadisch leven met een professioneel beroep of bedrijf combineren. Wanneer je via internet werkt, maakt het voor contact met opdrachtgevers niet uit waar je verblijft. Toen ik zelf een webwinkel begon, kwam ik daar al verleidelijk dichtbij. Je kan het ook met kunst en toerisme combineren. In Australië sprak ik mensen die onderweg losse klussen voor vaklieden aanpakten. Anderen zeilen met hun eigen boot de oceaan over en nemen tegen betaling passagiers mee.

Mobiele woonruimte
Ik droom al jaren van leven in een woonboot of mobiele woning. Daarom is het geen ramp als ik vanwege werkloosheid mijn appartement moet verkopen. De mooiste mobile homes zag ik in Australië. Dat zijn geen campers of de uitstulpingen waar woonwagenbewoners hier in verblijven. Het gaat hierbij om praktische, ergonomische, zelfontworpen trailers. Ofwel om hippe stacaravans 2.0. Sommigen zien eruit als een rustiek houten berghutje compleet met veranda. Anderen lijken op een rondreizend circus of futuristische bouwsels vol hightech snufjes.

De indrukwekkendste reed in West Australië, waar ik zelf met een tentje op de motor rondtrok. Het was een road train, dus een vrachtwagentruck met drie aanhangers. Er verbleef een heel gezin plus hond in. Een handige monteur kan namelijk in dat land overal aan de slag.

Die Australische truck trok een grote standaardtrailer waarin ramen en een deur waren gemaakt. Deze was omgebouwd tot woning. Ze hadden de trailer volledig airbrush beschilderd met landschappen en plaatsen die ze hadden bezocht. Zoals Egyptenaren hun reis naar Mekka op muren schilderen. Op de volgende aanhanger stond een eveneens fraai beschilderde container. Hierin vervoerden ze kleding, gereedschappen, voorraden eten, water en brandstof. De derde was een open oplegger met boot, motor en kinderfietsjes.

Minder hechten aan bezit
Naar verwachting zal de massale trek naar steden nog jaren aanhouden. Tegelijkertijd willen we steeds kleiner gaan wonen. Boeken, muziek en andere zaken staan nu allemaal op een laptop. Daar heb je minder ruimte voor nodig. Bovendien willen steeds meer jongeren flexibel blijven, dus geen dure bezittingen kopen. Zij delen een auto, ruilen goederen of huren gereedschap. Wat de nieuwe rijken der aarde nog niet beseffen, is dat mensen zich nauwelijks prettig voelen in (te) grote huizen.

Overal een thuisbasis hebben
Leven in een huis op wielen is, mits slim ingericht, knus, comfortabel en praktisch. Met ramen op de juiste plaatsen kan je het optisch ruim en licht maken. Het idee dat je een trailer op elk moment kan verslepen, vind ik fijn. De buitenwereld kan je verwisselen, afhankelijk van de omgeving waaraan je behoefte hebt. Bij mij kan dat verschillen. Voorheen wilde ik in het bruisende centrum van een stad wonen. Nu heb ik vooral behoefte aan stilte en een groen landschap.

Een verplaatsbaar huis maakt het makkelijk om je werkplek achterna te reizen. Dan kan je steeds je vertrouwde huis behouden, waar je ook verblijft. Het mooie laminaat dat er net ligt, de op maat gemaakte zonwering en de nieuwe kranen verhuizen gewoon mee.

Veel mensen zien uitgestrekte natuurgebieden voor zich wanneer ze hierover dromen. Maar je hoeft je niet volledig af te zonderen. Ik heb een tijd op een camping in een buitenwijk van Sydney doorgebracht. Vlak aan zee, nabij een winkelcentrum en bushalte. Dat beviel uitstekend. Een rustige plek op een eigen stukje grond nabij een dorp kan ook prima zijn.

Onafhankelijkheid
Mobiel wonen staat voor nomadisch levende mensen gelijk aan onafhankelijkheid. Ze slepen watercontainers mee naar afgelegen gebieden en gebruiken zonnepanelen. Voor praktische zaken vinden ze allerlei oplossingen. Bij ziekte wordt het een ander verhaal. Misschien red je het met een EHBO-cursus en survival kit.

Mensen die echt afgelegen gaan wonen of zoveel mogelijk off the grid willen leven, maken drastische keuzes. Sommigen blijven liever onafhankelijk en worden dan maar wat minder oud. Dat verkiezen ze boven teruggaan voor zorg naar reguliere onderkomens. Ik weet niet wat ik zou doen, maar ik heb daar veel ontzag voor.