Intrinsieke motivatie

Deze week stond er een artikel in de Volkskrant over teleurgestelde Somaliërs in Engeland. Zij waren eerder uit Nederland vertrokken. ‘Nederland is mooier, mensen zijn aardiger maar alles is zo moeilijk. […] Als je een bedrijf wil beginnen, moet je eerst een cursus doen of een diploma halen. Hier [in Engeland] kun je meteen aan de slag.’ En: ‘Somaliërs zijn nomaden: ze gaan waar de regen is, zo zeggen ze over zichzelf. Als de ‘regen’ voorbij is in Groot-Brittannië verkassen ze weer zonder al te veel problemen; migratie zit in hun genen.’ Dit maakt in een klap helder waar het knelt. Want Somalische herders zijn niet bepaald gewend om het land te onderhouden waarop ze hun kuddes laten grazen. Bij mijn weten, althans.

Er is bijna geen land ter wereld waar je zo makkelijk een bedrijf kan starten als in Nederland. Daar zijn statistieken van. In andere landen ben je soms máánden bezig om de formaliteiten rond te krijgen. Zeker in Somalië. En als je haast hebt, dan mag je smeergeld betalen. Hier regel je praktisch alles in een paar dagen. Veel doe je gewoon thuis vanaf je laptop. Al ga je ermee in bed liggen of in bad zitten. De enige zaken waar je echt in moet investeren, zijn vakkennis en professionaliteit. Naar Nederlandse maatstaven dan. Zelfs onze drugscriminelen doen dat.

Oh, nu komt er zomaar iets anders bij me op. Vandaag is in het nieuws dat Rusland belastende informatie heeft over persoonlijke en financiële zaken van Trump. Zou het waar zijn? Zo ja, dan kan ik mijn bewondering voor Poetin niet langer meer onderdrukken. Russen staan bekend als goede schakers. En deze tweedracht veroorzakende informatie komt wel op een uitermate strategisch moment. Ik zeg dit: laten we Poetin een herkansing geven. Misschien hebben we die man gewoon nooit goed begrepen.gevallen engel?

Ter overpeinzing plaats ik nog de volgende stelling:

Je kan tien keer beter leven in Iran dan in Saoedi-Arabië.

Zo, nu jullie weer.

Vijf over half twee

Nu half Nederland vakantie viert, doe ik gezellig mee. Ik maak uitstapjes naar plaatsen in de omgeving en vandaag is Nijmegen aan de beurt. Een Groene Wissels stadswandelroute gaat mee. Om vijf over half twee is het tijd om te vertrekken voor een goede aansluiting in Arnhem. Wanneer ik mijn horloge pak, glijdt het uit mijn hand en valt. Ik raap het op, doe het om en ga op pad.

Deel 1 – Vertraagde tijd
Groene Wissels NijmegenNijmegen, altijd leuk. Om sentimentele redenen is het een favoriete stad. Ik geniet van een stukje Kronen-burgerpark, koffie met appel-kaneelmuffin in de Lange Hezelstraat, oude gebouwen in het stadshart, traag varende boten. Zo beland ik via de kleine jachthaven voor de brug nabij het Valkhof.

Onder de stalen bogen staat een kampementje van travellers en vrijbuiters. Het lijkt op een zelfgebouwde kermis. Houten handgeschilderde bordjes wijzen de weg. Er zijn eettentjes en suikerspinnen. Op een wagen staat ‘Buenos Nachos’. Pinnen kan hier ook; voor niets gaat de zon op. De lokroep van hun leefwijze fladdert vluchtig langs. Donderdag gaan ze weer.

Op de pilaren onder de brug staat in kapitale letters: Refugees (volgende pilaar) Welcome. Ze lopen overal rond en zitten op bankjes aan de waterkant. Andere reizigers, zij volgen gebaande paden. Ik wijk van het mijne af en loop iets verder. Aan de overkant grazen bruine, wilde paarden genoeglijk op een groene weide. Het is voor even helemaal perfect. Terug voor de brug kijk ik op mijn horloge. Vijf over half twee, nog steeds.

Deel 2 – De overname
Horloge kapot. Ik overweeg om het niet te vervangen. Er zijn overal klokken en displays met tijden, en meestal gaat mijn mobiel mee. Dus is een horloge eigenlijk overbodig.

Dat wordt afkicken, want ik heb veel met tijd verbonden gewoontes. Mijn horloge lag altijd binnen handbereik op de salontafel. Ik kan nog op de router van de tv zien hoe laat het is. Maar als de tv aan staat, toont de router slechts een nummer. Dus moet ik naar de eettafel lopen waar mijn mobiel ligt, of in de keuken naar de magnetron gaan. Die geeft de tijd ook aan.

Een vriend uit Libanon zei eens dat ik erg vaak wil weten hoe laat het is. Daar is tijd een andere dimensie. Je kan er makkelijk vijf dingen tegelijk doen wanneer je winkelier bent. Een klant helpen, tussendoor een pakketje aannemen, even iets met de buurman afspreken (die later binnenkwam), je broer bellen en een hulpje thee laten halen. Het is vreemd als die klant ongeduldig wordt, want je bent tenslotte al die tijd met hem bezig.

Het klopt dat ik op tijdstippen let. Gewoonlijk wordt mijn dagritme bepaald door opstaan-tijd, vertrektijd van het OV, werktijd, vergadering aanvang 10.00 uur, regelmatig een-hapje-tussendoor-tijd, pauzetijd, op-tijd-terug-zijn-tijd, deadline-tijd, werken tot 16.45 uur, haasten-voor-de-trein-tijd, etenstijd, achtuurjournaal, filmtijd, bedtijd. Veel tijdstippen markeren ons leven en nemen het grotendeels over.

Vreemd eigenlijk. Prettiger is om te doen waar je behoefte aan hebt, ongeacht hoe laat het is. Bourgondiërs hebben geen haast. Mijn (deels Franse) voorouders aten uitgebreid warm tussen de middag. Daarna lieten ze hun eten even zakken voordat ze de volgende klus aanpakten. Er wordt heus flink gewerkt in zuidelijke landen, alleen is het tempo een beetje anders. Ik begrijp ook nooit waarom mede-wandelaars prompt van een terras willen vertrekken zodra ze hun koffie gloeiend heet naar binnen hebben gegoten. Alsof een Calvinistische regel verbiedt om langer te genieten.

Deel 3 – Beleving
Betekent dit iets?’, was een gedachteflits toen mijn horloge stil stond. Sommige tijdstippen zijn monumentaal. Tijd is rekbaar, zo blijkt uit ruimteonderzoek. Maar tijd is ook een illusie. Een menselijke inventie waarvan de beleving per plaats, leeftijd, cultuur en situatie verschilt.

Time stood still. Dat is altijd een keerpunt.

Mad Max: Fury Road, een recensie

De nieuwste Mad Max is als vanouds mind blowing. Ga deze film zien als je van auto’s, roadmovies en fenomenale over the top races houdt. Ook in deel vier denderen de overweldigende scenes in razend tempo voort. Verwacht geen uitgebreid verhaal. Aan de post-apocalyptische wereld van Mad Max maakt regisseur George Miller weinig woorden vuil. En waarom zou hij? Alles draait om actie in deze driedimensionale uitvoering.

En toch. ‘Ook een actiefilm kan kunst zijn. Mad Max is een doorlopende achtervolging, een ballet van vuur en staal.’, volgens NRC-recensent Coen van Zwol. Vertel mij wat.

Gelaagdheid
Mad Max is slechts ogenschijnlijk oppervlakkig vertier. Elk deel heeft diepere lagen en zit vol uitgewerkte details. Die details komen in moordend tempo voorbij, maar kenmerken de hoge kwaliteit. Je ziet dat pas als je de film meerdere malen bekijkt of stilzet. Gelaagdheid zit verscholen in wat deze film representeert: de Australische outback, facetten van menselijke relaties en een afspiegeling van onze maatschappij. Woody Allen filmt een dialoog van twintig minuten waar George Miller dezelfde lading geeft aan een terloops gebaar. Hij biedt kijkers ruimte voor eigen inlevingsvermogen en fantasie. Dat is juist bijzonder subtiel.

Vooruitziende blik
Mad Max films hebben voorspellende waarde. Dat heeft George Miller al bewezen met deel twee: The Road Warrior uit 1982. Daarin zie je wat er kan gebeuren als de strijd om cruciale grondstoffen echt losbarst. Je hoeft slechts te denken aan hoe wij mensen ons bij schaarste gedragen. In dat deel gaat het om olie. De Golfoorlog brak in 1990 uit. Ik zie nog de beelden van zwartgeblakerde, verwrongen en uitgebrande wrakken langs een stoffige woestijnweg in Irak.

Creativiteit
Sommige scenes vind ik ronduit geniaal. Zoals die in Fury Road, waarin de motor van de truck met brandstof wordt ‘beademd’. Maar hoe inventief ook, vaak borduurt George voort op wat al bestaat. In dit deel loopt de truck op een gegeven moment vast in een moeras. Het lijkt de enige plek waar nog een teken van leven is. Vreemde wezens op steltachtige benen en krassende kraaien. Een ongenaakbare dode boom met uitgestrekte takken in een desolaat landschap. Duh. Erfenisje van Salvador Dali.

Rode draden in het verhaal
Geraffineerde details kenmerken de sequentie in Mad Max films. Denk aan zijn jas. Of aan het kleine zilveren muziekdoosje met draaihengsel in deel twee en vier. Ook het fragment one man one bullet is er weer. En kijk eens goed naar die motorrijder met indringende blik en woeste haren uit deel één. Hij, acteur Hugh Keays-Byrne, keert onherkenbaar terug als cultleider Immortan Joe in deel vier.

Een hoop onzin?
In de vroege jaren tachtig hadden Mad Max films nog geen cultstatus. Dat blijkt wel uit het relaas van Australische actrice Joy Smithers. Zij maakt na ruim 35 jaar eindelijk haar entree als een verwante van Imperator Furiosa. In 1979 hadden Joy’s ouders haar als minderjarige verboden om de rol van Max’ vrouw te vertolken. ‘They just thought I might get run over. From a normal working class family who doesn’t have a lot to do with the entertainment industry, they just thought it was a lot of rubbish.’ (http://www.dailytelegraph.com.au)

De beste roadmovie ooit
Voor mij zal The Road Warrior de beste roadmovie ooit blijven. De briljante, zenuw- slopende achtervolgingsscènes maken nog altijd een verpletterende indruk. De adrenaline spat eraf en wordt versterkt door opzwepende theatrale muziek. Mad Max’ wereld werd bevolkt door zonderlinge types in bizarre voertuigen. Het was zuurstokroze eighties schoudervullingen meets kinky SM meets outrageously punk. Bovendien was Mel Gibson toen nog woest aantrekkelijk. En dan was er de heerlijk gestoorde rauwe Australische humor. Mad Max was iets nieuws en vreemd origineel.

Een typisch Australische film
Mad Max is onlosmakelijk verbonden met Australië. Alles zit erin. Het magnifieke uitgestrekte landschap als decor. De afgelegen eilandmentaliteit die leidt tot opmerkelijke creativiteit. De moeizame start van een strafkolonie en hoe dat nakomelingen van gevangenen en vroege kolonisten heeft gevormd. Het ruwe bestaan in de desolate Outback vereist onverbiddelijk zelfredzaamheid. Dat zie je in elke film terug. Net als de hilarische situaties bij lokale drag car races. Want het moet wel leuk blijven natuurlijk. (What a lovely day!)

Aanmerkingen
Is er dan niets wat ik minder vind? Ja, toch wel. Mad Max moet het vooral van de spectaculaire achtervolgingen hebben. Deel drie, Mad Max Beyond Thunderdome vond ik te glad Amerikaans. En in Fury Road komt Tom Hardy als de nieuwe Max onvoldoende uit de verf. Zijn metalen masker had veel eerder in het verhaal af gemogen. Ik had meer van de mimiek in zijn gezicht willen zien. Waar Mel onderhuidse humor meekreeg, moet Tom het doen met een zuinig mondje. Jammer, want volgens andere beelden heeft hij de juiste uitstraling wel.

Zoveel jaar later
De eerste Mad Max films verschenen in een ander tijdperk. Begin jaren tachtig heerste nog de zondagsrust in het dorp waar ik woonde. Ik vermoed dat die spectaculaire films uit het onbekende droomland menigeen overrompelde. En vergis je niet, vanwege de Koude Oorlog was een apocalyptische dreiging reëel.

De manier waarop ik nu naar Mad Max kijk, is onvergelijkbaar met 35 jaar geleden. Intussen heb ik zelf 35 jaar roadmovie doorleefd. Ik word al wat grijs. Maar de aantrekkingskracht van deze lone rider blijft.

De schilder

Een deurpost is beschadigd en de verf van de keukendeur is verkleurd. Tijd dus voor een schilderbeurt. Aangezien de deur vol richeltjes en raampjes zit, besteed ik het werk uit. De schilder heeft eerder samen met een collega de buitenboel gedaan. Nu komt hij terug voor deze klus bij mij thuis. Het is een opgewekte praatjesmaker, maar hij straalt nog iets anders uit.

Was ik 25 jaar jonger geweest, dan was ik vast in katzwijm gevallen. Ook al is ‘ie blond. Dit is het type waar elke vrouw haar hoofd naar omdraait. Ik merk het aan het gedrag van de hondenuitlaatsters in onze buurt. Hij doet mij sterk denken aan feestgangers op Ibiza. En zeg dit tegen hem op de eerste dag. Verder roept hij associaties op met rondreizende surfers die ik overal ter wereld zag.

Hij is zongebruind, atletisch gebouwd en draagt zijn haar in een onopvallende, minuscule paardenstaart. Qua werk heeft hij het helemaal voor elkaar. Want als schilder en buitenmens is hij continu op pad. Dat past wel bij deze vrije jongen. Hij draagt oortjes voor de muziek en houdt via zijn mobiel met zijn maten steeds contact. Ondertussen werkt hij al neuriënd gestaag door. Dat treft.

Mijn Ibiza-opmerking van een paar dagen terug heeft hem aan het denken gezet. We raken aan de praat en gelijk bevestigt hij mijn indruk. Want hij woont al zeven jaar in een klein vakantiehuisje net buiten de stad. Met zicht op weilanden en een meer. Hij heeft een hele serie vriendinnen gehad. Ik had niet anders verwacht. Want ja, het is in alle opzichten de feestganger die ik al direct in hem zag. Bovendien heeft hij inderdaad iets van de surfer, die risico’s, ruimte en vrijheid opzoekt. Ook is hij geïnteresseerd in psychologie. Kijk naar Keanu Reeves en Patrick Swayze in Point Break, en je begrijpt wat ik bedoel.

Maar maakt dat hem een onvervalste surf dude? Nou, meneer houdt van vissen. Ik krijg op zijn mobiel gelijk foto’s te zien. Van zijn vakantiehuisje in de zomer, de molen er vlakbij in de sneeuw, en dan een uitgesproken visserstafereel. Hij staat met een gigantische snoek in zijn handen. Gevangen in het meer. Het monsterachtige beest weegt zo’n 25 kilo en is een meter lang. Hij kon hem bijna niet houden, want zijn pols was net gebroken. Kwam door een val met zijn crossmotor. Uiteraard. En hij laat mij het geluid horen van zijn pols als die beweegt. Dat klinkt alsof losse stukjes bot en kraakbeen door elkaar worden geroerd.

Alleen vinden zijn maten dat vissen maar niets. ‘Dan zeggen ze tegen mij: ‘Wat vind je daar nou aan? Een beetje suf naar dat water zitten staren.’’ ‘Hoezo? Dat is normaal!’, antwoordt hij dan. ‘Ik vind er rust in en ben na een dag aan het water helemaal zen.’

Oké, toch een echte surf dude. Mentaal gezien dan.

Leven als een nomade

Na een overjarige hippie, zag ik Microtopia – Anders wonen voor een nieuwe tijd. Deze documentaire gaat over mobiele en flexibele woonvormen die onafhankelijker zijn van het huidige systeem. Off the grid, met zonnepanelen, recycling van materialen en eigen voorzieningen. De ideeën en leefwijzen van architecten en pioniers op dit gebied ervaar ik als een feest der herkenning. Zij maken mij altijd heel onrustig, want ik ben een nomade in sluimertoestand. Het lijkt mij heerlijk om af en toe van omgeving te veranderen en dan mijn huis met inboedel mee te kunnen nemen. Dan is compact wonen handig. Eigenlijk heb je maar weinig spullen nodig. Dat leer je wanneer je lang reist.

Op het keerpunt leven
Ik ken veel mensen die genoeg kregen van hun carrière en leefstijl door een reorganisatie of burn-out. Ze gaan in retraite op zoek naar wat echt betekenis voor hen heeft. Sommige maatschappelijk geslaagde mensen gooien daarna het roer helemaal om. Ze verkopen hun huis, doen bezittingen weg, gaan vrijwilligerswerk doen of iets anders beginnen. Ze richten hun leven opnieuw in en een deel gaat leven als moderne westerse nomade. Dat doen ze professioneler dan de jongeren die blowend van hippiekolonie naar toeristenoord trekken door Zuid-Europa. En eeuwig oosterse prullaria verkopen.

Zij en een aantal westerse nomaden leven zonder eigen woonruimte. Je kan bijvoorbeeld op andermans huizen passen en van adres naar adres trekken. Continu en jarenlang reizen is enorm boeiend. Maar uiteindelijk raak je los gezongen van de maatschappij. Daarom zou ik per tijdelijke locatie een doelstelling kiezen (werk, onderzoek, studie, retraite) en dan wat langer blijven.

Inkomsten vergaren
Als ik zulke westerse nomaden zie, denk ik wel ‘waar doen ze het van?’ Je moet toch ergens eten, kleding en ziektekosten van betalen? De kunst is om je leven zo in te richten dat je je inkomen overal kan vergaren. De meesten van ons verblijven op een vaste plek voor hun werk. Maar je kan nomadisch leven met een professioneel beroep of bedrijf combineren. Wanneer je via internet werkt, maakt het voor contact met opdrachtgevers niet uit waar je verblijft. Toen ik zelf een webwinkel begon, kwam ik daar al verleidelijk dichtbij. Je kan het ook met kunst en toerisme combineren. In Australië sprak ik mensen die onderweg losse klussen voor vaklieden aanpakten. Anderen zeilen met hun eigen boot de oceaan over en nemen tegen betaling passagiers mee.

Mobiele woonruimte
Ik droom al jaren van leven in een woonboot of mobiele woning. Daarom is het geen ramp als ik vanwege werkloosheid mijn appartement moet verkopen. De mooiste mobile homes zag ik in Australië. Dat zijn geen campers of de uitstulpingen waar woonwagenbewoners hier in verblijven. Het gaat hierbij om praktische, ergonomische, zelfontworpen trailers. Ofwel om hippe stacaravans 2.0. Sommigen zien eruit als een rustiek houten berghutje compleet met veranda. Anderen lijken op een rondreizend circus of futuristische bouwsels vol hightech snufjes.

De indrukwekkendste reed in West Australië, waar ik zelf met een tentje op de motor rondtrok. Het was een road train, dus een vrachtwagentruck met drie aanhangers. Er verbleef een heel gezin plus hond in. Een handige monteur kan namelijk in dat land overal aan de slag.

Die Australische truck trok een grote standaardtrailer waarin ramen en een deur waren gemaakt. Deze was omgebouwd tot woning. Ze hadden de trailer volledig airbrush beschilderd met landschappen en plaatsen die ze hadden bezocht. Zoals Egyptenaren hun reis naar Mekka op muren schilderen. Op de volgende aanhanger stond een eveneens fraai beschilderde container. Hierin vervoerden ze kleding, gereedschappen, voorraden eten, water en brandstof. De derde was een open oplegger met boot, motor en kinderfietsjes.

Minder hechten aan bezit
Naar verwachting zal de massale trek naar steden nog jaren aanhouden. Tegelijkertijd willen we steeds kleiner gaan wonen. Boeken, muziek en andere zaken staan nu allemaal op een laptop. Daar heb je minder ruimte voor nodig. Bovendien willen steeds meer jongeren flexibel blijven, dus geen dure bezittingen kopen. Zij delen een auto, ruilen goederen of huren gereedschap. Wat de nieuwe rijken der aarde nog niet beseffen, is dat mensen zich nauwelijks prettig voelen in (te) grote huizen.

Overal een thuisbasis hebben
Leven in een huis op wielen is, mits slim ingericht, knus, comfortabel en praktisch. Met ramen op de juiste plaatsen kan je het optisch ruim en licht maken. Het idee dat je een trailer op elk moment kan verslepen, vind ik fijn. De buitenwereld kan je verwisselen, afhankelijk van de omgeving waaraan je behoefte hebt. Bij mij kan dat verschillen. Voorheen wilde ik in het bruisende centrum van een stad wonen. Nu heb ik vooral behoefte aan stilte en een groen landschap.

Een verplaatsbaar huis maakt het makkelijk om je werkplek achterna te reizen. Dan kan je steeds je vertrouwde huis behouden, waar je ook verblijft. Het mooie laminaat dat er net ligt, de op maat gemaakte zonwering en de nieuwe kranen verhuizen gewoon mee.

Veel mensen zien uitgestrekte natuurgebieden voor zich wanneer ze hierover dromen. Maar je hoeft je niet volledig af te zonderen. Ik heb een tijd op een camping in een buitenwijk van Sydney doorgebracht. Vlak aan zee, nabij een winkelcentrum en bushalte. Dat beviel uitstekend. Een rustige plek op een eigen stukje grond nabij een dorp kan ook prima zijn.

Onafhankelijkheid
Mobiel wonen staat voor nomadisch levende mensen gelijk aan onafhankelijkheid. Ze slepen watercontainers mee naar afgelegen gebieden en gebruiken zonnepanelen. Voor praktische zaken vinden ze allerlei oplossingen. Bij ziekte wordt het een ander verhaal. Misschien red je het met een EHBO-cursus en survival kit.

Mensen die echt afgelegen gaan wonen of zoveel mogelijk off the grid willen leven, maken drastische keuzes. Sommigen blijven liever onafhankelijk en worden dan maar wat minder oud. Dat verkiezen ze boven teruggaan voor zorg naar reguliere onderkomens. Ik weet niet wat ik zou doen, maar ik heb daar veel ontzag voor.

Opa was stoomwalsmachinist

Mijn opa, oma en hun kinderen zwierven tussen 1928 en 1934 door Nederland. Zij leefden in die jaren in een woonwagen. Opa werkte namelijk op een stoomwals aan de asfaltering van wegen tot 1948. Zijn laatste klus was in Hoorn. De machine was een Aveling & Porter met een steigerend paard in het embleem. Met het negende kind in aantocht, betrokken ze een huis. Want het gezin paste niet meer in de wagen. Het waren andere tijden.

Opa ging werken bij een smederij toen hij twaalf was. Daarna volgden de wals, boten, trams, een rijwielstalling en treinonderhoud. Zelf reed hij op een fiets, maar hij kon ook motorrijden. Hij stierf toen ik zes was. Met elke generatie ging het beter. Mijn vader begon toen hij veertien was en kon veertig jaar later stoppen. Ik kreeg als zeventienjarige mijn eerste vaste baan. Op mijn veertigste belandde ik alsnog in de collegebankjes van de universiteit.

Als ze de woonwagen naar een standplaats verreden, werd alles aan elkaar vastgeketend. Voorop ging de stoomwals en die trok de woonwagen. Daaraan werd de watertank op wielen vastgemaakt en die sleepte nog een ploeg mee. Het was een hele keten. Als ze een dorp binnenreden, trokken ze direct bekijks. Dan ontstond er een sfeer van ‘moeder, haal gauw de was binnen’, volgens mijn tante. ‘Alsof zij kermisvolk waren.’ Vaak hadden de mensen wel gehoord dat er wegwerkzaamheden zouden plaatsvinden. Zodra de lokale bevolking zag dat het goed volk was, was er niets meer aan de hand.

Oma was niet altijd blij om steeds te verhuizen. Soms kwamen ze pas ’s avonds aan en moesten ze nog alles opzetten en installeren. In elk geval hoefden ze geen huur te betalen of kolen te kopen. Oma kookte op de briketten die voor de wals werden gebruikt, op het fornuis in de woonwagen. Dat was tegelijk de enige bron van warmte daarbinnen.

Behalve mijn opa, die een vast dienstverband had, kwamen de meewerkende losse arbeiders uit de dorpen zelf. Zeker in de crisisjaren dertig stonden er al gauw mannen bij de weg. Die vroegen dan: ‘Machinist, kunnen we hier werk krijgen?’ De mensen waren blij met elk klusje.

Mijn oudste tante heeft vanaf haar kleutertijd op maar liefst 23 scholen gezeten. Vanwege de schoolgaande kinderen probeerde opa vanaf de woonwagen op de fiets naar het werk te gaan. Maar het liefst stond hij dicht bij de plaats van werkzaamheden. Hij moest altijd heel vroeg opstaan om de wals op te stoken. Want er moest stoom zijn zodra het werk begon. Opa werkte vanaf vijf uur ’s morgens de hele dag en ’s avonds moest de wals afkoelen. Maar niet te veel, want anders duurde het opwarmen de volgende dag weer te lang. Hij kreeg ƒ 2,50 extra loon voor het onderhoud aan de wals op zaterdag. Deze week vroeg ik nog aan mijn vader hoe die mensen dat toch volhielden. Volgens hem hadden ze toen nog geen last van stress.

Opa en oma waren wel in voor een geintje. Als ze een ergens aankwamen, maakten ze de wagen eerst stabiel met houtblokken. Anders liep de klok niet. Dan volgde er een houten trapje bij de deur. Op een gegeven moment klom het ene na het andere kind de wagen in. Er kwam net een boertje aanlopen. Bij het laatste kind vroeg opa: ‘Zijn ze nu alle 22 binnen?’ ‘Ja hoor’, kwam dan het antwoord vanuit de wagen. Het boertje zag alles met grote verbazing aan. Later kwam hij weer terug om te vragen of er echt 22 mensen in die woonwagen pasten. De ‘alle-22-act’ hebben ze in diverse plaatsen opgevoerd.

Mijn opa heeft de weg van ’s-Hertogenbosch tot Grave ‘gedraaid’, geasfalteerd. Evenals de Rijksstraatweg bij Wassenaar en de weg langs paleis Soestdijk naar Amersfoort. Het gezin verbleef met de woonwagen onder andere in Schaijk, Deurne, Helenaveen in De Peel, de Zeilberg, Bergeijk, Sint Oedenrode, Oss, Uden, Udenhout, Heesch, Schijndel, Berkel-Enschot, Valkenswaard, Vorden, Soesterberg en Baarn. In het boekje ‘Stoomwalsen’ van R. Gebhard staan walsen uit die tijd. Het bevat foto’s en informatie over het leven van machinisten en hun in woonwagens rondtrekkende gezinnen tot circa 1960.

Eind jaren zeventig was mijn oma bijna negentig. Ik vroeg haar wat de mooiste periode in haar leven was geweest. Oorspronkelijk kwam zij als enige van mijn grootouders uit een dorpje. Ze had de periode waarin ze met de woonwagen rondtrokken ervaren als een wereldreis. Tien jaar later overleed zij, terwijl ik zelf op wereldreis was. Ik vernam het nieuws een week na de begrafenis. Toen ik op een motor door Australië trok, waar ze ook road trains met drie aanhangers hebben.

PS: Ik heb 2.000 pagina’s over mijn voorouders gepubliceerd en er liggen zo’n 500 pagina’s onvoltooid onderzoek te wachten. Er volgen dus nog enkele verhaaltjes de komende tijd. 😉