Je eigen stad in woord en beeld vastleggen

Waarschijnlijk ben je een echt goede fotograaf wanneer je foto’s maakt die iemand niet loslaten. Hetzelfde geldt voor het werk van een auteur. Mijn zus leende me het boek De acht bergen van de Italiaanse schrijver en documentairemaker Paolo Cognetti. Zijn verhaal bevat rake observaties over familierelaties, vriendschap, reizen, leefwijzen en het verstrijken der tijd. Vaak terloops verwoord, tussen de regels door. Ze getuigen van levenswijsheid, herkenbaar voor iedereen die al een tijdje rondloopt. Zulke stukjes komen regelrecht binnen.

Iets dergelijks gebeurt wanneer ik kijk naar de Nijmeegse foto’s van Han Dekker. Nijmegen is voor mij een bijzondere stad, om puur sentimentele redenen. Iets met het verleden. Wat resteert, zijn een gevoel en fragmentarisch herinnerde beelden. Nu ik in de buurt woon, komt daar een nieuwe laag overheen. Het zal nog jaren duren voordat ik de juiste woorden over die stad heb verzameld. Als dat ooit lukt.

Want met Leiden, ongeacht waar ik woon mijn eigen stad, is er helemaal geen beginnen aan. Ik kan onmogelijk de beelden fotograferen die in mijn herinnering zitten. Toch, bij deze foto van Han Dekker komt er direct iets boven. Iets wat ik nooit in Leiden heb gezien. Maar het had er zo kunnen zijn. Omdat het in een andere vorm ooit wel onderdeel van het straatbeeld was. Misschien bij een studentenhuis, of tijdens een 3 oktober optocht. Of veel langer geleden, op het plein voor het Gravensteen.

Dan nog, is het wel wat ik erin zie? Is de sfeer onder studenten in Nijmegen dezelfde als in Leiden? Mis ik een betekenis, die ze in Nijmegen wel kennen, maar in Leiden niet? We kijken allemaal vanuit onze eigen achtergrond naar beelden. En we herkennen passages uit teksten vooral vanuit onze eigen herinneringen. Mijn zus haalt vermoedelijk andere details uit het boek van Paolo Cognetti dan ik. Omdat we een deel van elkaars geschiedenis delen, maar een ander deel alleen kennen door observatie of van horen zeggen.

Tweedehandskleding kan best

Gisteren bezocht ik de Waal bij Nijmegen, waar toevallig ook een hele leuke winkelstraat is. In de Lange Hezelstraat vind je allerlei zaken met een origineel aanbod. Zoals kleding, meubels, hebbedingetjes, sieraden en huisraad. Eén zo’n kledingwinkel is Restore. Jawel, van het Leger des Heils. Die zijn hip tegenwoordig. Ik heb er een lekker warme donkergrijze trui gekocht voor € 4.

Regelmatig slaag ik beter in zulke tweedehandswinkels dan in zaken met nieuw spul. Als je geen standaard mode zoekt, vind je daar nog betaalbare ‘afwijkende’ modellen. Sommige mensen vinden het wel vies om kleding van een ander te dragen. Mijn ‘nieuwe’ trui hangt na een sopje nu fris geurend te drogen. En in een gewone winkel weet je evenmin wie wat heeft gepast. Daar moet ik ook weleens lange blonde haren van een trui plukken. Om maar te zwijgen over hotelbedden.

Appel & Ei, een andere kleding kringloop winkelketen, geeft in haar nieuwsbrief goede tips. Want het beste is om kleding te kopen die meteen al helemaal naar je zin is. Dus:

‘Winkel bewust
Koop alleen kleding waar je écht van houdt. Ja, dat klinkt simpel en dat is het ook. Vergeet trendy te zijn en wees selectief; koop alleen kleding waar jij je echt lekker in voelt en die lekker zit. Zo verzamel je vanzelf kleding die je daadwerkelijk draagt. Bij het staren naar je volle kast zucht je in ieder geval een stuk minder vaak: ‘ik heb echt niks om aan te doen.’

Kwaliteit boven kwantiteit
Hoe verleidelijk een snelle kledingwinkel met ‘veel voor weinig’ ook is, investeer in kwaliteitsstukken die jarenlang meegaan. Dat bespaart je veel geld en levert een garderobe op met items die je jarenlang met trots kunt dragen.

Negeer de stijlregels
Ben jij altijd hetzelfde? Jouw stijl hoeft niet in één categorie te passen en ook niet in ‘het’ modebeeld. Jij bent jij, dat is precies je kracht. Dus ben je diep van binnen een ruige rockchick, dol op uitbundige bloemetjesjurken én op basic outfits? Je hoeft niet te kiezen. Draag waar je van houdt, ongeacht in welke categorie het past.’

Het oog wil ook wat

Op een zonovergoten dag waren een vriendin en ik op stap in Nijmegen. Dat werd een tocht van het ene naar het andere terrasje. Het leuke is dat restaurants steeds meer werk maken van hun presentatie. Dan krijg je koffie met een advocaatje erbij in een kitsch oud-Hollands kopje. Of een Italiaan serveert cappuccino met mini ijsje ernaast. Bij de Waagh in deze stad (kijk ook even binnen) kozen we allebei een ‘12 uurtje’. Zij met vlees en ik met vis. De Japanse kastjes kwamen er voor de show bij.

Ultra-chauvinist

Na het winkelen in Arnhem, rij ik met de trolleybus terug naar ons dorp. Ergens achter mij praten een jonge en een oudere vrouw met elkaar. Het gaat over studie en gezamenlijke bekenden, en dan valt de term ‘El Cid’. Abrupt gaan mijn oren overeind. Want El Cid in die context kan slechts één ding betekenen. Ze hebben het over mijn stad. Ik mag dan wel ergens anders wonen, toch zal Leiden voor altijd mijn thuis blijven.

Er is weinig wat mij in den vreemde (ofwel: alles buiten de stadsgrens) zo ontroert als een link aantreffen met Leiden. Laatst nog, bij de intocht van de 4-daagse in Nijmegen, kwam er een man met de Leidse vlag voorbij. Nou, dan ben ik onmiddellijk tot tránen geroerd. Zo gevoelig ligt het.

En onlangs werd bekend dat de Lakenhal het Laatste Oordeel aan het Rijksmuseum uitleent. Ze hebben beloofd dat dit meesterwerk van Lucas van Leyden daar in de Eregalerij komt. Reken maar dat ik straks ga controleren of het in Amsterdam wel goed hangt. Want alles in de Lakenhal is persoonlijk geërfd familiebezit. Zo voelt het voor mij, althans.

Toch hoeft niemand te vrezen dat ik heimwee krijg. Want pasgeleden was er een bericht op het journaal over mijn huidige woonplaats. En dan denk ik ook al: ‘Kijk eens aan, dat is toch maar mooi bij ons.’

Vijf over half twee

Nu half Nederland vakantie viert, doe ik gezellig mee. Ik maak uitstapjes naar plaatsen in de omgeving en vandaag is Nijmegen aan de beurt. Een Groene Wissels stadswandelroute gaat mee. Om vijf over half twee is het tijd om te vertrekken voor een goede aansluiting in Arnhem. Wanneer ik mijn horloge pak, glijdt het uit mijn hand en valt. Ik raap het op, doe het om en ga op pad.

Deel 1 – Vertraagde tijd
Groene Wissels NijmegenNijmegen, altijd leuk. Om sentimentele redenen is het een favoriete stad. Ik geniet van een stukje Kronen-burgerpark, koffie met appel-kaneelmuffin in de Lange Hezelstraat, oude gebouwen in het stadshart, traag varende boten. Zo beland ik via de kleine jachthaven voor de brug nabij het Valkhof.

Onder de stalen bogen staat een kampementje van travellers en vrijbuiters. Het lijkt op een zelfgebouwde kermis. Houten handgeschilderde bordjes wijzen de weg. Er zijn eettentjes en suikerspinnen. Op een wagen staat ‘Buenos Nachos’. Pinnen kan hier ook; voor niets gaat de zon op. De lokroep van hun leefwijze fladdert vluchtig langs. Donderdag gaan ze weer.

Op de pilaren onder de brug staat in kapitale letters: Refugees (volgende pilaar) Welcome. Ze lopen overal rond en zitten op bankjes aan de waterkant. Andere reizigers, zij volgen gebaande paden. Ik wijk van het mijne af en loop iets verder. Aan de overkant grazen bruine, wilde paarden genoeglijk op een groene weide. Het is voor even helemaal perfect. Terug voor de brug kijk ik op mijn horloge. Vijf over half twee, nog steeds.

Deel 2 – De overname
Horloge kapot. Ik overweeg om het niet te vervangen. Er zijn overal klokken en displays met tijden, en meestal gaat mijn mobiel mee. Dus is een horloge eigenlijk overbodig.

Dat wordt afkicken, want ik heb veel met tijd verbonden gewoontes. Mijn horloge lag altijd binnen handbereik op de salontafel. Ik kan nog op de router van de tv zien hoe laat het is. Maar als de tv aan staat, toont de router slechts een nummer. Dus moet ik naar de eettafel lopen waar mijn mobiel ligt, of in de keuken naar de magnetron gaan. Die geeft de tijd ook aan.

Een vriend uit Libanon zei eens dat ik erg vaak wil weten hoe laat het is. Daar is tijd een andere dimensie. Je kan er makkelijk vijf dingen tegelijk doen wanneer je winkelier bent. Een klant helpen, tussendoor een pakketje aannemen, even iets met de buurman afspreken (die later binnenkwam), je broer bellen en een hulpje thee laten halen. Het is vreemd als die klant ongeduldig wordt, want je bent tenslotte al die tijd met hem bezig.

Het klopt dat ik op tijdstippen let. Gewoonlijk wordt mijn dagritme bepaald door opstaan-tijd, vertrektijd van het OV, werktijd, vergadering aanvang 10.00 uur, regelmatig een-hapje-tussendoor-tijd, pauzetijd, op-tijd-terug-zijn-tijd, deadline-tijd, werken tot 16.45 uur, haasten-voor-de-trein-tijd, etenstijd, achtuurjournaal, filmtijd, bedtijd. Veel tijdstippen markeren ons leven en nemen het grotendeels over.

Vreemd eigenlijk. Prettiger is om te doen waar je behoefte aan hebt, ongeacht hoe laat het is. Bourgondiërs hebben geen haast. Mijn (deels Franse) voorouders aten uitgebreid warm tussen de middag. Daarna lieten ze hun eten even zakken voordat ze de volgende klus aanpakten. Er wordt heus flink gewerkt in zuidelijke landen, alleen is het tempo een beetje anders. Ik begrijp ook nooit waarom mede-wandelaars prompt van een terras willen vertrekken zodra ze hun koffie gloeiend heet naar binnen hebben gegoten. Alsof een Calvinistische regel verbiedt om langer te genieten.

Deel 3 – Beleving
Betekent dit iets?’, was een gedachteflits toen mijn horloge stil stond. Sommige tijdstippen zijn monumentaal. Tijd is rekbaar, zo blijkt uit ruimteonderzoek. Maar tijd is ook een illusie. Een menselijke inventie waarvan de beleving per plaats, leeftijd, cultuur en situatie verschilt.

Time stood still. Dat is altijd een keerpunt.

De 10 mooiste stadsgezichten

De trein van Driebergen naar Arnhem rijdt niet en we moeten via Den Bosch en Nijmegen omrijden. Dat is balen, maar de omweg brengt ons wel langs fraaie steden. In Nederland kan je makkelijk een themareis samenstellen. Want ons land is rijk aan stadsgezichten aan het water. Die zie je het beste vanaf de overkant van een rivier, voordat de trein het station nadert. Ik heb nog niet alle steden bezocht, maar voorlopig is dit mijn top 10.

10. Rotterdam (vanuit de metro zie je prachtige stukjes haven en stadsdelen aan het water)

9. Den Bosch (vanuit Utrecht, aan de linkerkant oeverwallen waarin zwaluwtjes nestelen)

8. Deventer (als je met de trein uit Apeldoorn komt)

7. Zwolle (wanneer je de stad met de Hanzelijn nadert)

6. Nijmegen (vanuit Arnhem, zicht op alle bruggen en het oude centrum. Ik vond de natuurlijke oever aan de overzijde bij Lent vroeger wel mooier.)

5. Harlingen (het station ligt pal aan de haven)

4. Zutphen (eerst de uiterwaarden, dan links het rauwere nieuwe-oude deel en rechts het pittoreske historische centrum)

3. Culemborg (de kleinschalige haven met het pontje en daarachter het stadje met torens en molen)

2. Dordrecht (na blokkendozerig Zwijndrecht doemen links de stoere kades van de binnenstad op, met vooraan dat smalle hoekhuisje)

1. Arnhem (vanuit Nijmegen op de spoorbrug over de rivier. Links de prachtige ligging van het oude kerkje in Oosterbeek aan de uiterwaarden. Plus zicht op de heuvelrug waar het landschap plotseling radicaal verandert. En rechts de kenmerkende contouren van Arnhem)

Nu mis ik alleen foto’s. Zijn er nog mooiere stadsgezichten aan het water, gezien vanuit de trein in Nederland?