Kleine schat uit de Stille Zuidzee

Gisteren zagen jullie ‘slechts’ de buitenkant. Dit is de binnenkant van een stukje abalone of paua schelp. Volgens herinnering heb ik het in 1995 gevonden, op het strand van Kaikoura aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waar de walvissen boven komen.

‘We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.’

(Conclusie uit verwijderd logje Familiebijeenkomst.)

De man achter de tatoeages

De man van de rioolservice fascineert me, omdat zijn leefwereld zo afwijkt van de mijne. Maar ik deel met hem een liefde voor tatoeages. Bij zijn eerste bezoek vielen ze direct op, hoewel hij ze verborg. Dikke zwarte punten in zijn hals piepten tevoorschijn vanonder zijn kraag. En zijn mouwen lieten een stukje getatoeëerde huid bloot op zijn pols. Daarbij: zwarte werkkleding en dito bomberjack; zilver gerande gaten in zijn oorlellen en een kaal hoofd. Het plaatje was compleet. Alsof er een skinhead in huis stond die er graag flink op los beukt.

In eerste instantie komt het heftig over. Maar wat weet je van iemand wanneer je alleen zijn uiterlijk ziet? Hij vertelde me onlangs dat hij zijn tatoeages bij eerste klantbezoeken altijd bedekt. Mensen schatten hem vaak anders in dan hoe hij werkelijk is. Dat ontdekken ze pas later.

Mij maakten die stukjes tatoeage vooral nieuwsgierig. Wat ging er nog meer verborgen onder zijn kleren? Wat voor soort tatoeages had hij? Waar stonden die tatoeages voor? Veel mensen laten zich om specifieke redenen tatoeëren en elke afzonderlijke tatoeage heeft voor de drager een eigen betekenis.

Lang werden tatoeages geassocieerd met criminelen en andere lieden van twijfelachtig allooi. Binnen het christendom waren ze verboden. Inmiddels zijn tatoeages een algemeen fenomeen. Circa 10% van alle Nederlanders heeft er een. Op warme dagen is dat goed te zien. Van de Nederlanders tussen de 18 en 50 jaar heeft 24% minimaal één tatoeage en tussen de 18 en 29 jaar is al 31% getatoeëerd. (Bron cijfers: NL tijdschrift voor dermatologie.)

Dit is een revival, want ook Kelten en Germanen droegen tatoeages, evenals menig ander volk. Ik heb jaren geleden onderzoek gedaan naar traditionele tatoeages in Polynesië. Ze vertellen boeiende verhalen over een cultuur en samenleving.

‘Mensen met tatoeages worden nu juist gezien als ambitieuzer, sterker en zelfverzekerder dan mensen zónder tatoeage.’ (Bron: Beautify.) Volgens mij hangt dat sterk af van de drager zelf, van het soort tatoeage, en van aan wie je dit vraagt.

De drager kan een hoogbejaarde joodse man zijn met een nummertatoeage uit een concentratiekamp. Sterk is hij dan zeker, maar ambitieus en zelfverzekerd? De tatoeage kan ook bestaan uit zo’n slordig uitgelopen blauwe vlek, die amateuristisch met een losse naald in de gevangenis is gezet. Ben je ambitieus, dan is het voordeel van een tatoeage afhankelijk van de sector waarin je werkt. In een hippe barber shop gaat dat prima. Maar in een christelijk zorgcentrum voor ouderen is de acceptatiegraad van een arm bedekkende sleeve wat minder.

Ik neem aan dat de meeste Nederlanders uit esthetische overwegingen voor een tatoeage kiezen. Het kunstenaarschap van de tatoeage-artiest was tot in de jaren zeventig beperkt tot standaardplaatjes van ankertjes, roosjes, zwaluwtjes met een sjerp en de naam van een geliefde, en dergelijke. Inmiddels brengt een Tattoo Bob of Tattoo Kim tribale versieringen aan van over de hele wereld. Authentiek of niet. De ware artiesten, volgens mij dan, ontwerpen zelf op basis van wat een klant wenst.

Verder is de tijd van een plaatje op de linker- of rechterschouder wel voorbij. De volgende mode werd een symmetrische tekening midden op de onderrug of direct onder de nek. En nu is alles mogelijk. Full body tattoos, sleeves, pseudo tribal, been bedekkende Moko, et cetera. De man van de rioolservice heeft een hele verzameling. De meesten in motieven uit Azië. Hoe ik dat weet? Hm, tja.

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

Het boek of de film

Bij het lezen van een boek maak je je een voorstelling van personages, gebouwen en landschappen. Misschien zijn die beelden een compilatie van fragmenten uit je eigen herinnering. Dergelijke voorstellingen zijn voor elke lezer uniek en zitten vol persoonlijke fantasie. Dat vind ik één van de mooiste aspecten van verhalen lezen.

Bij een karakterschets zie je soms een bekende voor je. Aan die bekende dicht je dan eveneens de eigenschappen uit het verhaal toe, waardoor een nieuwe persoonlijkheid ontstaat. Bij gebieden zie je wellicht de Schotse Hooglanden uit je vorige vakantie of uit de film van afgelopen donderdag. Of je stelt je een zonnig Italiaans kuststadje in de vroege ochtend voor, met specifieke geuren en geluiden.

Heeft een boek eenmaal enorme indruk gemaakt, dan wordt het riskant om daarna een verfilming te zien. Het is onmogelijk dat een regisseur jouw unieke voorstelling van een verhaal waarheidsgetrouw uitbeeld. Zo hield menige diehard fan zijn hart vast toen Peter Jackson The Lord of the Rings ging verfilmen. Maar ik vernam dat hij als Kiwi in Nieuw-Zeeland filmde. Dat was meteen al een soort geruststelling. Want onder meer Tongariro en het Zuidereiland zijn perfect voor een fantasy filmdecor. Het resultaat mocht er zijn. Zelfs een scène die ik tijdens het lezen visueel zeer bijzonder vond, was vrijwel identiek aan mijn fantasie gefilmd.

Om vergelijkbare redenen kan het misgaan als je terugkeert naar een land waar je ooit een geweldige vakantie had. Ook dan betreft het unieke ervaringen die je nooit terug kan halen. Gewoon, omdat mensen zijn vertrokken of veranderd en het leuke restaurantje een nieuwe manager heeft. Of omdat het steeds regent en de magie is verdwenen. Want magie is net zo vluchtig en ontastbaar als geluk.

Zo kan een foto of film moeilijk vastleggen hoe ik twee weken geleden het spook van de speeltuin zag. Vooral die verwarrende seconden waarin ik even niet wist wat ik zag: een hond of een kat. Dus op het gevaar af dat ik nu de volgers van mijn blog een illusie ontneem, bij deze een foto. Daarop staat het geschoren spook waar ik over schreef. Of eigenlijk: onze Perzische buurtbewoner ontdaan van zijn langharige vacht.

Silvio uit Oost-Duitsland

Ineens moet ik terugdenken aan Silvio. De Berlijnse muur was een jaar eerder gevallen en Silvio zag zijn kans schoon. Tot dan toe was hij nooit buiten voormalig Oost-Duitsland geweest. Ik ontmoette hem als backpacker ergens in Nieuw-Zeeland. Hij was een jaar of twintig.

Eindelijk bezocht hij landen waar hij als jongen alleen van had kunnen dromen. Had hij jarenlang schaarse plaatjes verzameld van onbereikbare exotische oorden? De wereld wachtte op hem tijdens zijn ontdekkingsreis. Hij had veel te winnen. Zijn enthousiasme, nieuws- gierigheid en verwondering waren bijna kinderlijk. Hij trad iedereen vol optimistisch vertrouwen tegemoet. Het was aandoenlijk om te zien. Zulke momenten zijn uniek in een leven, en broos. Vooralsnog genoot hij met volle teugen van alle indrukken. Ik ben benieuwd hoe het nu met hem gaat.

Zoals wij toen allemaal rondtrokken, zo benaderen Oost-Europeanen ons land misschien nu. Het verschil in minimumloon tussen Nederland en Bulgarije of Roemenië is enorm. Zelfs als mensen worden onderbetaald, houden ze nog geld over. Tenminste, als een huisjesmelker of sjacherende regelneef het grootste deel niet afpakt. Tijdelijk een kamer delen is vaak gezellig. Het lijkt op low-budget backpacken en onderweg nog iets verdienen. Dan wissel je ook informatie uit over de beste adressen. Op een vergelijkbare manier heb ik met working holiday visa rondgezworven. Het verschil is dat ik niet speciaal voor het geld kwam. Ik wilde zo veel mogelijk van een land zien.

Er is ook weinig verschil qua baantjes die rondreizende Nederlanders in Australië krijgen en de Oost-Europeanen hier. Meestal gaat het om zwaar, vuil en/of slecht betaald werk. Als beheerder van een hostel had ik het nog best getroffen. Een contract of zekerheid had ik niet. Ik werkte op onregelmatige tijden. Wel kreeg ik gratis een pasje van de MediCare. Dat was erg handig toen ik met mijn motor onderuit ging.

Misschien is de gedachte aan Silvio een metafoor voor Oekraïne. Daar staan ze weer op een keerpunt in de geschiedenis. Grijpen ze hun kansen? Houden ze de bullebakken en bemoeiallen op een afstand? Of wordt het zo’n toestand als in Egypte? Een Nederlandse collega heeft geprobeerd bij Lviv een agrarisch bedrijf op te bouwen. De grond is er prima. Het bleek een uiterst moeizaam proces en inmiddels is zij terug. Ik hoop op betere kansen voor de inwoners.