Nog meer droogte

bloesem

Vandaag patrouilleert de brandweer in helikopters boven de Veluwe vanwege de droogte. Ik woon ernaast en het is 13 april. ’s nachts vriest het en de zomer moet nog beginnen. De afgelopen weken zag ik hoe droog de natuur is in de duinen bij Schoorl, op de Veluwe bij Arnhem en Harderwijk en langs de Rijnstrangen bij Zevenaar. Het grondwaterpeil is sinds vorig jaar veel te laag. Akkerbouwers werpen hoge stofwolken op als ze de aarde bewerken.

De Vereniging Eigen Huis meldt dat een miljoen huizen in Nederland door de lage grondwaterstand dreigt te verzakken. In Gouda, Rotterdam en Zaandam weten ze dat al. Mijn huis zal dit niet overkomen. Het staat bovenop een berg zand. Dat betekent wel dat het grondwater hier extra diep wegzakt.

Het voelt belachelijk om de voor- en achtertuin in april te sproeien met de tuinslang. Maar met emmers is het niet meer te doen en mijn struiken zijn juist nu fris groen. Dus heb ik het gedaan.

Nog altijd jubelt Nederland wanneer het zonnig is en twintig graden, zoals afgelopen maandag. Let maar op de manier waarop het weer wordt aangekondigd. Het wordt zonnig. (Joepie!) Het blijft droog. (Gelukkig!)

Hoelang nog?

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

Onverwachte kosten woning is maatschappelijk probleem

Woningeigenaren merken nu dat hun bezit een last kan worden. Zij staan voor onverwacht hoge kosten of zijn slecht op de toekomst voorbereid. Alle daken moeten eind 2024 asbestvrij zijn. Daarnaast moeten we van het gas af. Een asbestdak vervangen kan zomaar € 25.000 kosten. En een oud huis voor een alternatieve warmtebron aanpassen, vergt circa € 30.000. Bovendien wonen ouderen langer thuis. Hebben zij aan een potje voor het onderhoud gedacht?

‘De Vereniging Eigen Huis is kritisch over het asbestverbod. ‘Dit is een voorbeeld van ondoordacht beleid. Er is geen rekening gehouden met de gevolgen.’’ Zo oordeelt woordvoerder Hans André de la Porte in een Volkskrant-artikel op 26 maart 2019. Ook naar mijn idee schuift de overheid de verantwoordelijkheid voor oplossingen te makkelijk door naar individuele huiseigenaren.

Woningeigenaren kunnen zich groeperen en de vervanging van asbest-daken gezamenlijk aanpakken. Bijvoorbeeld in samenwerking met een woningbouwvereniging. Dat scheelt geld en individueel regelwerk. Een andere in het artikel genoemde optie is een overheidsfonds voor zachte leningen ten behoeve van woningeigenaren.

Dit geldt eveneens voor alternatieve warmtebronnen. Zet bijvoorbeeld één grote warmtepomp op een industrieterrein neer, die warmte levert aan diverse wijken. Dat lijkt mij beter dan veel kleine lawaaiige pompen op afzonderlijke woningen. En is verwarming met waterstof al voldoende onderzocht? Er zijn vast meer alternatieven. Dit raakt bijna alle woningbezitters. Daarom mogen we toch wel een nationaal plan verwachten? Denk aan verschillende opties en financieringsmogelijkheden.

Dan de geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Dit is een groeiende groep en mijn buurman is een passend voorbeeld. Oude weduwnaar, ziek en slecht ter been, krijgt thuishulp en heeft geen spaargeld. In huis is alles verouderd en het onderhoud aan zijn woning is zwaar verwaarloosd. Zijn acute probleem is dat hij vroeger welbewust bouwvoorschriften heeft genegeerd, waardoor de riolering kapot is gegaan. Dit riool deelt hij met twee buren. Nu is hij volledig aansprakelijk voor alle kosten. Hij wil een lening proberen te krijgen, maar de vraag is of dit lukt.

Zo niet, moet hij dan de consequenties dragen en zijn huis verkopen? Moeten zijn buren het maar uitzoeken en de kosten zelf betalen? Of moet de gemeenschap hiervoor opdraaien?

Hollandse wolken boven de uiterwaard

Heerlijk, dit frisse uitwaaiweer met een blauwe hemel vol grote witte wolken. Zeker nu, na dagen van grauwheid. De lucht is schoon en de wolken zijn typisch Hollands*. Zo schilderden de oude meesters ze eeuwen geleden al boven zeeslagen en landschap taferelen. Nog altijd is een dramatische wolkenpartij een foto waard.

*Nou vooruit, net over de Belgische en Duitse grens zien ze er hetzelfde uit. En in Aotearoa, uiteraard.

Schuld versus schaamte in de NL rechtszaal

Schaam je!

2Doc: Het fatale scooterongeluk gaat over Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) die in 2010 Mario van de Geijn in Nijmegen hebben doodgereden. Ik kies deze woorden bewust. Ik houd hen beiden persoonlijk aansprakelijk voor wat ze hebben gedaan. En meer dan dat.

Wat deze documentaire toont, is hoe zeer de betrokkenen uit twee totaal verschillende culturen langs elkaar heen leven. De rechters, de nabestaanden van het slachtoffer en de documentairemakers zijn allemaal Nederlands. Ofwel, afkomstig uit een schuldcultuur. Maar deze twee jongens komen uit een schaamtecultuur. (Ze worden in de documentaire ‘mannen’ genoemd, maar omdat zij nooit volwassen zullen worden, verdienen ze die titel niet.)

Volgens opvattingen binnen hun eigen cultuur mogen al hun voorouders en aanverwante familieleden zich doodschamen. In het Nederlandse rechtsstelsel kan je met leugens en huftergedrag je straf ontlopen. Maar van deze schande komen zij en hun familie nooit meer af. Eib! Aib! Of hoe je het ook schrijft.

Al vijftig jaar zijn er grote groepen immigranten uit schaamteculturen in Nederland. Daarom verbaast het mij dat we weinig tot niets daarvan terugzien in de rechtszaal. Onze rechtsspraak is keurig, redelijk en voor dit soort hufters veel te braaf. Deze jongens hebben er compleet maling aan. Het enige wat dan kan werken, is ze aanpakken volgens de normen uit hun eigen cultuur. Ofwel, er moet een vertaalslag komen. Een tolk, die elk woord over schuld en verantwoordelijkheid omzet in schande. Zodat ze eindelijk verstaan waar rechtsspraak in Nederland over gaat.

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

TV5 wordt node gemist, KPN

Terwijl half Nederland vorig jaar zomer in Frankrijk zat, heeft KPN slinks TV5 geschrapt. Het is barbaars. TV5 Monde is een Franstalige zender met Nederlandse ondertiteling. Zo’n zender uit een ander taalgebied zorgt voor een verfrissende variatie in het aanbod. Want de bijbehorende cultuur krijg je er vanzelf bij. Van mij mag de EU uitwisseling van dergelijke zenders stimuleren, want meer inzicht in elkaars cultuur kan volken verbroederen.

TV5 is een kwaliteitszender waaraan ik al sinds 2002 verknocht ben. Dat jaar bracht ik een winter door in Montpellier en keek ik dagelijks naar TV5 op tv. Het was een goede aanvulling op de Franse taalles die ik daar volgde. Wat was ik blij toen deze zender ook thuis eindelijk in het tv-pakket verscheen.

TV5 biedt onder andere nieuws, films en documentaires. Die komen uit het hele Franse-taalgebied. En dat is groot. Op vrijwel elk continent zijn er Franstalige landen. Deze zender zorgt voor diversiteit qua programmering en tempert de Angelsaksische overmacht op de Nederlandse tv. Bovendien roept TV5 vaak zoete vakantieherinneringen op die aan de jaren zeventig doen terugdenken.

Voor mij voelt het alsof ze een navelstreng hebben doorgeknipt, daar bij KPN. Via TV5 liepen er lijntjes naar mijn geboortegronden, soortement van. Naar Noord-Franse voorouders en naar de Belgische Walen in mijn stamboom.

Vooral het filmaanbod kon ik waarderen. Neem nu de film van deze avond: Mobile Home van François Pirot, over twee Belgisch Waalse twintigers die de wijde wereld intrekken. Althans, dat is de bedoeling. Het wordt een reis die maar geen reis wil worden. Een droef-amusante vertelling over geklungel in het leven, gebaseerd op echte gebeurtenissen. Dat geklungel is toch herkenbaar.

Een les van een vorig kinderpardon

Over het kinderpardon is het meeste al gezegd. Toch? Nou, ik zou de mensen van de IND weleens willen spreken. Want enerzijds heb ik begrip voor de illegale ouders (dit draait niet om de kinderen) die werkelijk alles aangrijpen om in Nederland te blijven. Anderzijds heb ik onbegrip voor de slappe knieën van de politiek. Want dit is het zoveelste pardon dat ik meemaak en we zouden het toch anders gaan doen?

Een waarschuwing vooraf. Dit is een waargebeurd relaas. Lees je liever eenzijdige berichtgeving over arme kindertjes, sla dit logje dan over.

Heb ik al eens verteld over dat ene rapport? Dat rapport dat ik letterlijk op de bodem van de onderste lade in het ladenblok van mijn bureau aantrof? Dat bureau vormde samen met een computer, telefoon en bureaustoel mijn nieuwe werkplek na de herverdeling van de banen bij mijn toenmalige werkgever. Die baan kreeg ik tijdelijk na de reorganisatie, omdat er eigenlijk geen plek meer voor mij was.

De symboliek droop er van af. Want die plek bevond zich in een gehuurd kantoortje in een achterafstraatje buiten ons hoofdgebouw. Er huisde een aparte stichting in van onze organisatie, gericht op hulpverlening aan terugkerende afgewezen asielzoekers in hun land van herkomst. De voorwaarde was dat zij vrijwillig terugkeerden. Zij en ik ervoeren dit echter niet zo als vrijwillig. Zij waren met valse informatie naar Nederland gekomen en mij was die baan door de strot geduwd. Dat was de situatie.

Dat rapport betrof Angola. In dat West-Afrikaanse land ging twintig jaar geleden de mare rond dat je je minderjarige kind maar naar Nederland hoefde te sturen en dan kreeg het daar een gratis opleiding. Zie ook dit artikel uit het AD. Mensen met wat geld regelden iets met een sjacheraar en die zorgde dan dat zo’n kind met een goed verhaal aankwam. Je zou denken dat het zich bij een opleidingsinstituut zou aanmelden. Dat was echter niet de bedoeling. Het einddoel was een asielzoekerscentrum. Zolang het kind zich maar aan dat verhaal vasthield zou Nederland er verder wel voor zorgen. En dat is waar.

Alleen liep het voor een aantal van die kinderen anders. Angola was geen fris land met enorme corruptie en een burgeroorlog. Maar dit waren echt economische vluchtelingen, nota bene uit de Angolese middenklasse. Je mag je rustig afvragen hoe hun thuisblijvende ouders dan aan het geld voor die oversteek waren gekomen. Die kinderen waren tieners en mochten niet in Nederland blijven. Maar ze werden intussen wel omringd door een legertje hulpverleners met ieder zo zijn eigen beweegredenen.

Ik mocht geen rechtstreeks contact onderhouden met die jongeren; alle communicatie moest beslist via de hulpverleners gaan. Dat was jammer. Want via mijn eerdere werk bij die werkgever had ik de nodige Afrika-ervaring opgedaan. Dit in tegenstelling tot diverse Nederlandse vrijwilligers/hulpverleners die ik persoonlijk ken. Mogelijk had ik bepaalde details uit de verhalen beter kunnen plaatsen dan zij. En als je het echte verhaal van die kinderen kent, kun je ze ook beter helpen. Maar dat verhaal mocht duidelijk niet worden verteld.

Er werd steeds gezegd dat die kinderen niet terug konden gaan. Er zou geen familielid meer in Angola te vinden zijn. Ze zouden nergens worden opgevangen en berooid op straat eindigen. Kortom: één groot drama. Nu zijn Afrikaanse families meestal nogal groot. Maar goed. Voor dat opvangprobleem viel wat te bedenken.

Nederland is zelfs zo ver gegaan dat het in de hoofdstad van Angola een splinternieuw opvangcentrum liet bouwen. Daar konden terugkerende jongeren de eerste maanden terecht als ze werkelijk geen familie of vrienden meer hadden. Voor vertrek werd er van alles gedaan om hun terugkeer zo kansrijk mogelijk te laten verlopen. Als ik het mij goed herinner, kregen de jongeren korte beroepstrainingen aangeboden en een bedragje voor een vlot begin.

Dat rapport ging specifiek over dat Nederlandse opvangcentrum in Angola. Het was rond 2004 gebouwd en dit betrof een tussentijdse evaluatie. Er was gekeken naar het functioneren van het gebouw en de begeleiding, én naar gebruik ervan door terugkerende jongeren. Voorzag het goed in hun behoeften? Er was vooraf samengewerkt met de ambassade en met betrouwbare connecties ter plaatse. En voor deze evaluatie was een consultant ingehuurd. Alles bij elkaar had dat opvangcentrum al een vermogen gekost.

Nu mogen jullie mij vertellen hoeveel van al die terugkerende kinderen zonder familie er daadwerkelijk naar dat opvangcentrum zijn gegaan.

Ja, deze kinderen waren slachtoffers. Van hun eigen ouders om precies te zijn.

(Voor wie meer wil lezen over de oorzaken van vluchtelingenstromen en suggesties voor oplossingen, staan hier alle eerdere logjes bijeen.