Zwemherten lappen regels aan hun laars

Soms staan er nieuwsberichten in de krant die ondenkbaar zouden zijn in menig ander land. Dat komt omdat wij Nederlanders ons postzegeltje grond moeten delen met miljarden andere wezens. Vanzelfsprekend geeft dat weleens problemen. Daarom hebben wij een sterke behoefte aan regels. Vooral nu er weer van die eigenwijze zwemherten zijn in Flevoland.

‘Ze maakten gebruik van een nieuw ecoduct, trokken zich niks aan van de afspraak dat dit maar aan een paar herten was toegestaan en zwommen door het Veluwemeer naar de overkant.’, schrijft Onno Havermans in Trouw, 4 augustus 2020.

Die herten moeten echt eens leren lezen. Want, en ik citeer: ‘Onze insteek is de nulstand.’, volgens Arnold Michielsen, voorzitter van LTO Noord in Flevoland. Hij stuurde namens LTO Noord een brief naar de provincie.

De Vereniging Het Edelhert (VHE) denkt hier toch wat genuanceerder over: ‘Op termijn moet dus rekening worden gehouden dat er soms een edelhert het randmeer oversteekt. Dit vraagt om afstemming met de provincie.’ Zo valt te lezen in het jaarverslag 2019-2020.

Laten we overschakelen naar de provincie. ‘We hebben wel beleid, maar dat geldt voor de edelherten in de Oostvaardersplassen.’, erkent Yang Yang Chiu, woordvoerder van gedeputeerde Harold Hofstra.

Maar ja, die recalcitrante zwemherten raadplegen nooit een plattegrond en ze lezen geen enkel beleidsdocument.

Jan Griekspoor, faunacoördinator Gelderland en Flevoland bij Staatsbosbeheer, weet hoe dit komt. ‘Je houdt ze niet tegen, afschot maakt niet uit. Jonge dieren gaan op pad, dat is de kracht van de natuur.’

Volgens mij verdient het artikel ‘Flevoland verdeeld over zwemherten’ van Onno Havermans de hoofdprijs 2020 voor het prachtigste proza in komkommertijd.

Twee kanten uitzicht vanaf de Erlecomsedam

Eén van de mooiste wandelgebieden in Nederland grenst direct aan de Nijmeegse binnenstad. Je loopt er vanaf de Waalkade via een boogvormige voetgangersbrug zo de Ooijpolder in. Dat is een uiterwaard. Daarna passeer je achtereenvolgens de Bizonbaai (met groot wild!), de Erlecomse Waard en de Kekerdomse Waard. Uiteindelijk bereik je na circa achttien kilometer de theetuin in de Millingerwaard. Hier ontstaat de Waal uit de Rijn en ligt Fort Pannerden aan de overkant.

Wandelaars komen graag in de Ooijpolder en de Millingerwaard, maar over het tussenliggende traject hoor je zelden wat. Toch is het uitzicht vanaf de Erlecomsedam beslist een bezoek waard. De tegenstelling in het landschap kan niet groter. Deze week nam ik er foto’s van.

Hier scheidt de dijk recht en rigide van uitbundig en zwierig. Of strakke lijnen in het geordende boerenland versus de ruige uiterwaard van de meanderende rivier. Struinroutes langs dit traject zijn een walhalla voor plantenliefhebbers.

Het paars rond het meertje is van de grote kattenstaart. Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

De herontdekking van het koepeltje

Vorige week dacht ik ineens terug aan het theekoepeltje in de buurt van Arnhem. Ik zag het zo’n vijf jaar geleden voor het eerst tijdens een wandeling. Het beeld van dat koepeltje kwam spontaan in een gedachteflits voorbij. Zoals dat vaker gebeurt met een herinnering aan iets wat je mist. Dit zal wel het gevolg van de lockdown zijn. Zo verlang ik ook weer terug naar de trein.

Toch is dat koepeltje voor mij een klein raadsel. Toen ik hier pas woonde, kwam ik er tweemaal langs dankzij mensen die de omgeving goed kennen. Sindsdien wandel ik regelmatig alleen en wilde ik het graag nog eens zien. Maar dat koepeltje heb ik nooit meer kunnen vinden.

Afgelopen zondag. Ik maak op landgoed Mariëndaal een ommetje. Voor de afwisseling sla ik een ander pad in dan ik gewoonlijk doe. Aan het eind daarvan beland ik op een parkeerplaats langs de Schelmseweg. Meestal mijd ik paden bij wegen, omdat auto’s en motoren de stilte in wandelgebieden verstoren. Maar door de coronacrisis is er nu minder verkeer.

Aan de overkant ligt een oude bomenlaan en daar vervolg ik mijn wandeling. Links en rechts liggen velden en verderop is een bos. Ik nader een kruising van lanen, kijk naar links en zie: het theekoepeltje! Het staat goed verscholen tussen hagen en bomen achter een wit smeedijzeren hek.

Blij met deze vondst, wandel ik na de bezichtiging van het koepeltje verder. Nu betreed ik voor mijn gevoel wel echt een onontgonnen terrein. Globaal weet ik nog welke kant ik op loop. (Arnhem ligt achter mij.) Al snel, hooguit vijftig meter voorbij het koepeltje, bereik ik weer een kruising van bospaden. Het is een plek die mij verwarrend vertrouwd voor komt.

Heel even is er kortsluiting in mijn hoofd. Ik sta stil, knipper met mijn ogen en kijk nog eens goed. En dan volgt de grootste verrassing. Want ik kén deze plek! Hier kom ik zelfs iedere week! Maar altijd vanuit de tegenovergestelde richting. Nou ja zeg.

Zeg nou zelf: hier valt toch geen koepeltje te ontwaren, of wel soms?

En dan nu een originele meidoornfoto

Stel je voor dat er een toelatingscommissie komt voor internet. En dat die commissie gaat bepalen wat wij op onze blogs mogen zetten. Stel dat zij daarbij één harde eis stelt. Namelijk, dat we uitsluitend iets mogen publiceren als het werkelijk nieuw en origineel werk betreft. Hoeveel zou er dan overblijven van al onze bijdragen?

Dit overpeins ik nu overal de prachtigste foto’s van meidoornbloesems verschijnen. Zelf heb ik ook best aardige foto’s genomen. Maar ja, wie niet? Toch meen ik bijzonder origineel te zijn met bovenstaande foto. Google maar eens op ‘meidoorn rode bes bloemknop’. Je zal zien dat er geen enkele foto op internet staat van deze combinatie.

Zo. Nu dus wel.

Kijk eens wat vaker omhoog

De lockdown heeft mijn actieradius ingeperkt tot een straal van vijf kilometer. Nu valt hier weinig te klagen, want er is rond het dorp genoeg variatie qua natuurschoon. Toch bekruipt mij een gevoel van sleur wanneer ik wéér datzelfde pad op loop en weer diezelfde bomen zie. Ook al sla ik soms een ander weggetje in. Maar er is een alternatief. Af en toe kijk ik recht omhoog voor een verfrissend perspectief.

Vooral bij harde wind bieden traag wiegende boomtoppen een hypnotiserende aanblik. De kruinen van hoge beuken zijn nu aan het ontluiken. Sommigen zitten al vol jong blad, terwijl andere bomen nog gesloten knoppen dragen. Op die kale kruinen heeft de wind minder vat dan op bomen vol blad. Het gevolg is dat ze tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar in slow motion verschillende kanten op wuiven. Soms raken ze elkaar even of ze draaien een halve slag om elkaar heen. Het is alsof je naar een kolkende watermassa kijkt op een rotskust aan zee.

Drie sfeerfoto’s van het afgelopen winterseizoen

Na ieder seizoen hou ik foto’s over die geen plekje hebben gekregen op Raam Open. Ook nu weer van de afgelopen winter. Ze mogen toch best worden gezien en daarom plaats ik ze hier.

De Groene Bedstee in wintertooi, groene takken met bruin gebladerte.

De twee bekende wilgen in de mist.  Deze keer in een natte uiterwaard met Arnhem in de verte op de achtergrond.

Verwaaide schapenwolken, enkele minuten voordat deze rode gloed verscheen.

De kleuren van de herfst: groen

groen sprookjesachtig mos

Groen is een kleur die je het hele jaar door aantreft. Zo blijven naaldbomen, hulst en gras groen, hoewel ze in de herfst nauwelijks groeien. Daarom was het even zoeken naar een kenmerkende groentint voor de serie over dit seizoen. Ik kom uit bij mos. Mos gedijt namelijk het beste wanneer het koel en vochtig is.

In IJsland groeien de prachtigste soorten en het grillige landschap daar prikkelt de fantasie. De mijne in elk geval. Mos hoort samen met paddenstoelen tot de natuurfenomenen uit het rijk der fabelen. Daarom plaats ik hier een foto van intens groene pollen mos. Ze lijken wel van fluweel en ze groeien op landgoed Koningsoord. Die naam klinkt toch best sprookjesachtig, of niet soms?