De kleuren van de herfst: paars

paarse zwam op dode boomstam

Is paars een herfstkleur? Jazeker. Sommigen mensen zijn lyrisch over de kleur paars. Paars zou koninklijk zijn en vrouwelijk, magisch, mystiek en passioneel. Paars kom je nogal eens tegen bij spirituele personen. Als versmelting van twee primaire kleuren heeft paars iets ongrijpbaars.

Ik heb weinig met de kleur paars. Dat is vermoedelijk een erfenis uit de jaren zeventig. Die tijd van hardbruin, paars en knaloranje. Wat vònd ik die tinten lelijk. Maar smaak verandert en paars verdient een herkansing.

Donkerpaars zijdefluweel is namelijk prachtig. Het heeft inderdaad wel iets mysterieus. Samen met bloedrood en nachtblauw ontstaat er een bijzonder gewaagde combinatie. Niet dat ik dat draag. Toch, het is weer tijd voor een miniserie. Deze keer over herfstkleuren en paars hoort daar bij.

Men zegt dat je alle kleuren kan combineren zoals je ze in de natuur samen aantreft. Ziehier twee foto’s van een paarse zwam en een paarse paddenstoel. En oordeel zelf maar.

paarse amethistzwam

Foto’s nemen tijdens een groepswandeling

paarden in de Ooipolder bij Nijmegen

Goede foto’s nemen tijdens een groepswandeling is best moeilijk. Ik ken mensen die onderweg snel-snel hun fototoestel tevoorschijn halen en zo uit de losse pols perfecte plaatjes maken. Dat lukt mij nou nooit en daar zijn meerdere redenen voor. Ik zal ze eens opsommen.

  1. Eerst moet ik halt houden en de ideale positie innemen ten opzichte van het te fotograferen object. Dit terwijl ik alvast mijn mobiele telefoon uit mijn rugtas graaf, dan wel opdiep uit mijn jaszak. (Met een beetje geluk heb ik niet juist op dat moment een boterham in mijn hand, want waar laat je dan zo’n boterham?) Daarna moet ik een veegbeweging maken, een viercijferige pincode invoeren en op ‘OK’ drukken. Vervolgens raak ik het knopje ‘camera’ aan. Tegen die tijd is de groep al vijftig meter doorgelopen.
  2. Als volgende uitdaging moet ik mijn ademhaling onder controle krijgen, want als ik te hard adem haal, klopt mijn hart sneller en dan trillen mijn handen nog meer dan anders. Intussen is de afstand tot de groep al gevorderd tot honderd meter.
  3. Dan kan ik foto’s nemen. Met een beetje geluk wil de lens van de camera een beetje vlot scherp stellen. Zo niet, dan moet ik bij een macrofoto eerst wat meer afstand tot het object houden en langzaam met mijn camera dichterbij komen. Je snapt dat de afstand tot mijn wandelgenoten almaar toeneemt.
  4. Zodra ik foto’s heb genomen (altijd een paar extra voor de zekerheid), moet ik op een holletje achter de groep aan rennen. Waardoor mijn hart weer harder gaat kloppen en bijgevolg mijn handen heviger gaan trillen. Dus dan hoop ik maar dat er onderweg voorlopig even weinig interessants is te zien.

Soms doet zich een alternatieve situatie voor. Dan loop ik vooraan en bereik ik als eerste de beste foto-neem-positie. In een groep ben je echter nooit lang alleen. Daarom probeer ik in een razend tempo stap 1 tot en met 4 te doorlopen. Want voordat je het weet, gebeurt er datgene wat je ziet op bovenstaande foto. Néé!

Ingesnoerd door paternalisme

door stikstof woekerende braam ingesnoerde paddenstoel

Op twee wandelingen vertellen vier mensen mij onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde over hun werk. Regels hebben hun eigen inbreng, en daarmee hun bevlogenheid, steeds verder ingeperkt. Twee van hen werken al jaren in de zorg en in het onderwijs. Een ander, een gepensioneerde man, was theoretisch fysicus. Hij had nog de tijd meegemaakt waarin ‘er van alles mogelijk was’. En iemands dochter liep stage bij mijn vroegere werkgever in de internationale ontwikkelingssector. Zij was onaangenaam verrast door het ‘paternalisme’.

Paternalisme. Dat hadden we toch achter ons gelaten in mijn tijd, toen ik daar werkte? Er was gezamenlijk een benadering ontwikkeld, gebaseerd op decennia van lessons learned. Hierdoor werd zo veel mogelijk ruimte voor eigen inbreng gelaten aan de mensen dáár: in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar er kwam een reorganisatie, en nog een daarna. Toen moest er meer EU-financiering worden binnengehaald. Dat was het nieuwe streven. En daarmee kwam kennelijk ook het paard van Troje.

Is het paternalisme? Ik ben geen insider meer, maar kan wel raden hoezeer de formaliteiten zijn toegenomen. Formaliteiten om te standaardiseren en om alles meetbaar te maken. En vooral: om risico’s uit te sluiten. Daarbij: hoe vooruitstrevend is de Europese Unie werkelijk?

En toch. Wellicht is het paternalisme ook bij ons terug van nooit weggeweest. Voor ons aller bestwil, volgens degenen die de regels bepalen. Dan is dat waar al die systemen voor dienen. Dan moeten we daarom de hoogste diploma’s halen, aan ISO-normen voldoen, en tot wel 30% van onze werktijd besteden aan het invullen van formulieren. Terwijl wij denken dat het gaat om verbetering van dienstverlening en meer klanttevredenheid.

PS: De afgebeelde paddenstoel groeit vlakbij akkers in de vrije natuur, maar wordt in zijn groei beperkt door een braam. Dat komt er nu van al die stikstof hier.

Bijna dood door blauwe monnikskap

Bloemen van blauwe monnikskap

In ons overgereguleerde land koop je het dodelijkste gif gewoon bij elk tuincentrum. Jij denkt nu vast aan flessen vol insectenverdelger (tegen luizen, buxusmot, et cetera.) Maar hou die tuinplanten ook in de gaten. Steevast tuinier ik met handschoenen aan. Toch gaat er geen zomer voorbij, of ik krijg wel ergens huiduitslag van.

Eerst dacht ik dat het door de klimop kwam. Sinds kort verdenk ik de blauwe monnikskap. Misschien heb ik de blaadjes onbewust aangeraakt bij het snoeien van andere planten. Volgens Wikipedia is blauwe monnikskap zeer giftig. Een paar gram is dodelijk voor de mens. Ik citeer: ‘De blauwe monnikskap werd vroeger weleens aan ter dood veroordeelden gegeven. … Na het aanraken van de plant dient men de handen te wassen, omdat de gifstof door de huid kan dringen.’

Lekker dan. En het valse kreng staat daar maar te bloeien. Zelfs medio oktober trekken de bloemen nog hommels aan. Die hebben kennelijk nergens last van, terwijl ik al huiduitslag krijg wanneer ik enkel foto’s maak. Zoals de foto hierboven, genomen met gevaar voor eigen leven.

Wie wat bewaart … slibt dicht

selectie van gemaakte fotos paddenstoelen

Wat bezielt een mens toch om van alles te bewaren? Als het om tastbare zaken gaat, kan ik rücksichtslos opruimen. Dat ligt anders met digitale bestanden. Die nemen weinig fysieke ruimte in. Om te zien hoe veel ik bewaar, moet ik eerst een heleboel mappen stuk voor stuk openen. Daarin zitten mijn documenten, foto’s en enkele filmpjes. Ik heb alles behoorlijk geordend. Hierdoor lijkt het alsof ik weinig bewaar. Tot het tijd wordt voor een back-up. Dan is mijn computer genadeloos: 5.933 foto’s! Belachelijk.

De afgelopen dagen heb ik mijn uiterste best gedaan om die fotobestanden op te schonen. Matige foto’s van bepaalde paddenstoelen heb ik vervangen door mooiere. Soms helpt het om een jaartje te wachten. Als je handiger wordt in fotograferen, kijk je automatisch kritischer naar oude bestanden. En één geslaagde foto per soort is wel voldoende. Althans, dat probeer ik mezelf wijs te maken. Maar ja, op bovenstaande foto staat de vangst van vandaag. Of datgene wat overbleef na een (echt waar) zeer strenge selectie.

Een hobby-fotograaf is in feite een jager-verzamelaar. Een jager is voortdurend op zoek naar bruikbare dieren en planten. En vergelijkbaar met wat een vogelaar doet, wil ik van elke soort paddenstoel er minimaal één verzamelen. De vraag is waarom een hedendaagse jager-verzamelaar zo veel moeite doet. Een fotoboek uit de winkel biedt fraaiere foto’s plus een completer overzicht.

Zaterdag wandelde ik in een groep. Onderweg zagen we allemaal dezelfde paddenstoel. Ik had op dat moment mijn handen vol en kon even geen foto maken. Als iemand mij dan achteraf een foto stuurt, telt dat niet. Ik moet de foto zelf hebben gemaakt. Zodra ik een foto van eenzelfde soort paddenstoel kan nemen, gaat de gekregen foto weg. Tenzij die echt heel bijzonder is. Maar dan blijf ik proberen om een foto te maken die nog bijzonderder is.

Om schijfruimte te besparen en het aantal foto’s in te perken, overweeg ik nu om mijn vakantiefoto’s te dumpen. Die zijn met mijn twee-na-laatste toestel genomen. Dus van belabberde kwaliteit, volgens huidige normen. Ik kan beter een koffietafelboek van Tasschen met Balinese tempels kopen. Bovendien kan ik mij diverse mensen op die vakantiefoto’s amper herinneren. Al behoorden ze tot het reisgezelschap.