Wandelen in een groep

Al vijftien jaar wandel ik met groepen mee. Eerst tijdens vakanties, nu vaak op dagtochten in Nederland. Is het een uitstapje met vrienden, dan weet ik globaal hoe zo’n dag zal verlopen. Maar in een groep met een onbekende gids sta ik nog weleens voor verrassingen. Verschillende factoren kunnen een wandeling veraangenamen of vermoeiend maken. Dat bleek gisteren weer.

Bereikbaarheid, tempo en wandelafstand zijn belangrijk. Ik wandel veel in Gelderland, Utrecht en Overijssel en kies routes van twaalf tot achttien kilometer. Langer kan, als ik mijn eigen tempo mag aanhouden en genoeg pauzes krijg. Dat luistert nauw. Het weer en het gezelschap zijn uiteraard ook van invloed. Net als de route zelf. En ik stop graag bij goede horeca.

In een groep moet je rekening houden met elkaar. Daarom hoop ik altijd maar dat de anderen vergelijkbare wensen hebben. Soms is dat niet het geval. Dan willen ze bijvoorbeeld sneller wandelen, of langzamer, of om de haverklap stilstaan, of continu doorlopen, of al vertrekken wanneer ik mijn koffie nog niet op heb. Je kan ook gidsen treffen die geen smaak hebben. Die blijven te lang bij een snelweg lopen of lunchen in een armoedig café.

Gisteren maakte ik iets nieuws mee. De gids had een mooie route uitgestippeld door een gebied waarin hij was opgegroeid. Het ligt er vol lusthoven en warandes. Dat klonk best goed. Maar al kort na de start hield meneer halt zodat hij zijn verhaal kon doen. Daarna vertrokken we weer en even later stonden we wéér stil. Dat gebeurde een keer of tien achter elkaar. Ik werd hondsmoe en was na twee kilometer al heel erg aan koffie toe.

Het scheelt in zo’n situatie als de gids iets bijzonders te melden heeft. Maar deze man deed niks anders dan over zichzelf vertellen. Dáár, in dat huis had zijn tante gewoond. En daar had hij met een vriendje gespeeld. Oh, en hier had hij, toen hij nog op de lagere school zat (belangrijk detail), gezwommen. Et cetera. De anderen bleven keurig naar hem luisteren. Zij vonden zijn verhaal kennelijk interessant. Ik dacht nog: ‘Is die man beroemd of zo?’ Want ik ben wel vaker slecht op de hoogte van zulke feiten.

Het zal aan mij liggen, maar eigenlijk kon de omgeving mij meer bekoren.
En volgens Google is hij geen beroemdheid.

Plog – 19 Paalkoppen en een boomstronk

Toen die boom van mij werd omgezaagd, heb ik een stukje van de stam bewaard. Dat staat nu achter in de tuin op het grind, waar ’s middags de zon schijnt. Een paar maanden later schreef Henk van Lottum een logje op Luuk1945 over paalkoppen. Hij heeft in Zeeland de kopse kant van 19 strandpalen gefotografeerd en er inmiddels al 16 nageschilderd. Ik vind dat mijn stronk daar mooi bij combineert.

Mijn fotoarchief is een puinhoop

Er is een gezegde waar ik nu even niet op kan komen. Maar de strekking is als volgt: topkoks bakken er thuis niets van. Zo blink ik beroepsmatig uit in het uitzoeken, ordenen en rubriceren van zaken. Je kan gerust een digitaal archief aan mij overlaten wanneer dat een rommeltje is. Ik ga uit van waar je behoefte aan hebt en zorg dat alles weer vindbaar wordt. Alleen geldt dat nu even niet voor mijn eigen fotoarchief.

Ze zeggen verder dat een professionele fotograaf alle foto’s moet bewaren. Want misschien komt het detail in de rechterbovenhoek van een verder onbelangrijk plaatje ooit van pas. Dan moet je wel een logisch systeem hanteren om dat detail terug te vinden. Een fotografisch geheugen is ook handig. Maar dat heb ik zeker niet.

Sinds ik vaak op pad ga met smartphone inclusief camera, groeit mijn fotoarchief schrikbarend. Na elke sessie schrap ik alle minder goed gelukte foto’s. Maar er blijven er nog genoeg over.

Mijn archiveringssysteem werkt als volgt. In het begin doe ik maar wat. Foto’s van een besneeuwde uiterwaard zitten bijvoorbeeld in  > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > [Naam woonplaats] > Omgeving > Witte uiterwaard 2017. Dat lijkt logisch, maar ik heb daar ook nog een map Uiterwaard 2018 e v. Verder zijn er de mappen Nederrijn tegenover Driel en Wolfheze Ede Wageningen e o (echt een praktische combinatie). In laatstgenoemde zit de submap Wageningen uiterwaard. Al die naburige uiterwaarden grenzen aan dezelfde rivier.

Bovendien heb ik op een hoger archiefniveau de map Arnhem e o vanaf 2017. (Er zitten trouwens ook oudere foto’s in.) Deze map valt onder > Deze pc > Afbeeldingen > Eigen foto’s > Uitstapjes vanaf 2015, en bevat onder meer de map Rijn bij Arnhem hoog water jan 2018. Dat is dus weer diezelfde rivier.

Over hoog water gesproken. Ik heb ook een map Deventer IJssel Zutphen va 2017 met daarin Deventer IJssel hoog water dec 2017. Idem Nijmegen. Oh ja, en nog een map Doesburg met een submap Doesburg hoogwater IJssel va 2018. Plus een map Oosterbeek hoog water jan 2018, wat geografisch in de buurt komt van die Witte uiterwaard 2017, die dus in een andere map zit. Volgt u het nog?

Nu zou je zeggen: smijt alles per rivier bij elkaar. Alleen moet ik dan routes uiteen gaan rukken, want die mappen zijn op wandelingen gebaseerd. Vaak kom je op een wandeling zowel in het bos, op een specifiek landgoed, in een stad, als bij een rivier.

Dus denk je misschien: zet alles per wandeltraject bijeen. Maar wat doe ik dan met foto’s van bijvoorbeeld Huis de Voorst in Eefde? Daar ben ik al op zeker vijf verschillende wandelingen geweest. Ik heb daar bovendien foto’s in diverse seizoenen genomen: in de winter, tijdens de extreem droge zomer, en gisteren met paddenstoelen langs de beukenlanen. Dan hebben we de recente zwammen uit vijf afzonderlijk gebieden nog niet gehad.

Ik moet bekennen dat het nogal een bende wordt op mijn computer.

Foto: bewerken en in scène zetten

Als je fotoblogs volgt, zie je regelmatig de prachtigste foto’s. Close-ups van bessen, of mistflarden over een weiland. Of haarscherpe afbeeldingen van vogels en vlinders in volle vlucht. Ik doe net alsof ik erbij hoor met mijn SM-J510FN. Dat is de camera van mijn Samsung telefoon. In feite begint alles met kunnen kijken, maar ook met goede apparatuur. Mij valt het soms niet mee, want deze camera mist knopjes voor instellingen.

Neem nu een slak op een tuinpad. Zo’n slijmerig dier dat héél traag van A naar B glibbert. Daar kan weinig mee misgaan, zou je denken. Het pad is gemaakt van oude bakstenen die qua vorm en kleurschakering verschillen. De donkere slak met zijn bruine huisje past mooi tussen de gele, rode en bruine stenen. Bovendien schrijdt hij voort over een diepgroen tapijt van mos. Kortom: deze slak is op die plek een fotogeniek object.

Nu heb ik zeker twintig foto’s moeten nemen voordat hij er een beetje fatsoenlijk op stond. En nog is een deel onscherp. Van armoede heb ik zelfs gesjoemeld, want hij was al voorbij de mooiste stenen gegleden. Dus heb ik hem opgepakt en teruggezet. Dat is wel een voordeel als je een slak fotografeert. Probeer zoiets maar eens met een vlinder, bijvoorbeeld.

Nu zit ik met een vraag. Zetten al die mensen met perfecte foto’s hun tafereeltjes soms ook in scène? Hebben zij hun foto’s wel bewerkt?

PS: Voor de creatievelingen onder ons. De slak passeert op het fotomoment net de streep op de gele steen. Welk verhaal zou jij bij deze foto hebben geschreven?

Plog – Elfenbankjes langs de afgrond

De natuur is sterk, maar oh zo kwetsbaar. Dat besefte ik tijdens een boswandeling langs nog meer paddenstoelen en zwammen. Want de exemplaren met de felste kleuren trekken alle aandacht. Dus nader je geboeid om ze te fotograferen, terwijl je onbewust een halve heksenkring vertrapt. Oeps, sorry, even niet gezien. Veel soorten zijn namelijk bruinig. Ze vallen nauwelijks op tussen het gevallen blad. En sta je niet bovenop een paddenstoel, dan vertrap je wel een mestkever. Die was nu juist zo druk bezig om de boel op te ruimen.

Afijn, hopelijk heb ik niet al te veel dood en verderf gezaaid toen ik deze foto’s nam. ‘Gewone elfenbankjes’ noemen ze deze zwammen. Volgens mij is hier weinig gewoons aan. Ik vind ze betoverend mooi. Op microniveau hangen ze in een diepe kloof van een fantasy landschap.

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Plog – Krullen en rondingen in het bos

Ah, de herfst is weer in aantocht, daar wijst alles op. Het wordt koeler en vroeger donker; zeker in het bos. Bomen strooien hun zaden rond en kronkelende schepsels omringen hun stronken. Paddenstoelen en zwammen bezorgen ons een wandeling vol wendingen.

Wat vorige week roze kleurde, is nu rood. En wat kort geleden nog onzichtbaar was, is nu groot. Deze wonderlijke verschijningen passen in sprookjesvertellingen bij de open haard. Het seizoen begint vroeg dit jaar en er is genoeg voor een vervolgverhaal. Genieten maar!

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Plog – Kunstige vormen in het bos

Onze bossen bieden genoeg diversiteit. Dat zie je goed wanneer je naar de details kijkt. Zoals de vorm van een blad of de structuur van een bast. Daarnaast zijn er paddenstoelen en zwammen in allerlei verschijningen. Elke boom heeft zijn eigen groeiwijze en strategie voor verspreiding. Nu ik vaker in bossen wandel, vallen hun kenmerken mij steeds meer op.

Vorige week liep ik op de beboste Hemelse Berg. Daar ligt bovenstaande gevelde eik. Zijn wortelgestel vormt een natuurlijk kunstwerk.

Vlakbij ligt park Hartenstein, waar enkele sequoia’s groeien. Je weet wel, die Amerikaanse reuzenbomen. Hun bast vertoont dit stromenpatroon.

 

En deze uitstulping? Hm, die roze kleur alleen al. Ik vind het maar een twijfelachtig geval.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)