Ongeschikt voor de politiek

Gisteren heb ik twee fouten gemaakt bij het schrijven van Gemeenten gooien alles overboord. Namelijk: 1. Ik heb een belangrijk percentage uit een artikel verkeerd geciteerd. 2. Ik heb mijn eigen interne alarmbel genegeerd. Die alarmbel geeft aan dat ik alles moet verifiëren wat ik als feit presenteer. Altijd, zonder uitzondering. Want mijn geheugen is een ramp. Maar ik had het betreffende krantenartikel niet meer en ik heb mijn betoog toch gepubliceerd.

Als je in een debat ergens voor pleit, moet je je feiten op orde hebben. Anders kan een tegenstander je zo onderuit halen. En dan weet een toehoorder niet meer of hij je nog kan geloven. Even aangenomen dat de feiten voor de toehoorder nieuw zijn. Als de tegenstander vervolgens met een goed geformuleerd argument komt, maak je met de rest van je feiten geen kans meer bij de toehoorder. En die toehoorder is bij een debat het belangrijkst.

Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat het in een (politiek) debat minder om de feiten gaat, dan om de retorica. Dus om wie het best en mooist zijn standpunten verwoordt. In een debat gaat het dus niet om wie er gelijk heeft. Het gaat evenmin per sé om het beste voor het algemeen belang. Een politiek debat draait vooral om wie de meeste toehoorders weet te overtuigen. Dat zijn mede-politici of dat ben jij als kiezer. Voor mij zijn de feiten en de ‘beste’ oplossing echter het belangrijkst.

Mensen vragen mij weleens of ik in de politiek wil, want ik denk graag na over maatschappelijke onderwerpen. Dat doe ik uit betrokkenheid en daar praat ik dan over. Meestal ben ik goed geïnformeerd voordat ik een genuanceerde mening vorm. Zo kan ik vaak ook wel uitleggen hoe het zit. Mensen houden daarvan: helderheid en een menselijke kijk. Want ‘die lui daar in Den Haag’ vinden ze maar niks.

Ik begrijp wel waarom ze teleurgesteld raken in de politiek. Want de debatten op tv laten ons zien hoe politici elkaar met argumenten onderuit proberen te halen. Er wachten zoveel urgente onderwerpen op concreet beleid en zij staan daar maar te praten. Allemaal zitten ze vast in hun eigen gelijk.

Wat de tv minder vaak toont, is dat de grootste tegenstanders soms best goed met elkaar overweg kunnen. Gisteren nog had Wilders zo te zien een gemoedelijk onderonsje met Jesse Klaver. (NOS Journaal.) Dat verwacht je toch niet. Maar dit is politiek. Want achter de schermen en binnenskamers worden er ook deals gesloten. Doe jij dit voor ons, dan doen wij dat voor jullie. Partijpolitiek. Voordat je het weet als kiezer, zijn ze ineens van standpunt veranderd. Want de feiten zijn in de politiek niet altijd het belangrijkst. Dus voelen we ons genaaid.

Intussen blijven de grote onderwerpen maar etteren. Hoe lang trekken docenten, zorgmedewerkers, natuurorganisaties, boeren, burgers en buitenlui al aan de bel? Eerst binnen de eigen organisatie of bij de betreffende instantie. Daarna regionaal of landelijk, bij belangenorganisaties en politici. We zien dagelijks waar het knelt en we voelen ons al jaren niet gehoord. Zelfs al luisteren politici naar ons, dan zijn ze in gedachten toch vaak bezig met het belang van hun eigen partij. Of met de haalbaarheid van een idee.

Mijn persoonlijke ervaringen met politici zijn beperkt. Ik ga weleens naar informatiebijeenkomsten; ik spreek weleens iemand. Je denkt misschien dat ik tegen politici opgewassen ben. Tenslotte weet ik meestal goed waarover ik praat en ik kan mijn mening verwoorden. Dat vinden politici wel prettig, want zo kunnen ze hun eigen standpunt toetsen en aanscherpen. In bepaalde situaties hebben anderen mijn kennelijk originele gedachten zelfs overgenomen.

Maar politici moeten zich richten op uiteenlopende belangen, terwijl ik vooral focus op logische oplossingen. En politici zijn gewend aan debatteren; ik niet. Daarom voel ik mij steevast door politici verbaal overweldigd. Het gevolg is dat ik mij niet werkelijk gehoord voel. Erger nog: ik voel mij soms gebruikt en weggezet.

In de politiek gaat het niet om mijn zorgen en om wat ik denk. Het gaat evenmin om mijn feitenkennis of om mijn argumenten. Politiek bedrijven is niet hetzelfde als aan een vergadertafel zitten, iedere deskundige en beleidsmaker inspraak geven en samen werken aan de beste optie in het algemeen belang op de lange termijn.

Zo’n constructieve samenwerkingsvorm is mogelijk. Ik heb dit meegemaakt bij een bedrijf en een ontwikkelingsorganisatie. Het was ideaal. In ons land echter, wordt politiek voor het oog van de bevolking vooral bedreven via strijd, en via handjeklap in plaats van samenwerking.

Was er maar een Raad van Wijzen, die onafhankelijk en objectief het hoofdpad uitstippelt en het laatste woord heeft. Dan zou ik graag op de achtergrond een inhoudelijke bijdrage leveren. Maar zo’n raad is er niet, dus is de politiek niets voor mij.

Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Ik schreef er gisteren over. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Focus in, focus uit voor zingeving

Het is niet moeilijk om af te dwalen in het leven; om te vergeten waar je mee bezig bent. Je kan jezelf verliezen in dagelijkse beslommeringen, in werk en gedoe met mensen om je heen. Sta je hier even bij stil, dan kan je workshops volgen over zingeving en artikelen lezen. Om de zin te vinden van het leven. We zoeken allemaal.

In een oude Libelle vertelt Thomas Acda wat hij waardeert in een vrouw: ‘Veilig en gewild zijn, vind ik belangrijk. Bij een man zou ik vriendschap zeggen, denk ik.’

Verlangen naar veiligheid en gewild willen zijn. Dat kan gekke dingen doen met een man. Met een vrouw ook, trouwens. Kijk naar Trump en andere machthebbers. Veiligheid is onze meest basale behoefte, volgens mijn versie van de piramide van Maslov. Veiligheid gaat namelijk voor lichamelijke behoeften in noodsituaties. En gewild zijn, dat is toch zoiets als geruststelling van het eigen ego?

We gaan heel ver voor onze wezenlijke en denkbeeldige behoeften. Wij allemaal, overal ter wereld. Daarbij verliezen we de zin van het leven uit het oog, wat dat ook moge zijn. Vriendschap misschien? Verbinding met alles om ons heen? Focus in, focus uit.

Redemption Day van Sheryl Crow en Johnny Cash vertelt het hele verhaal.

Grenzen aan een mensenleven

Hoe oud zou je willen worden? Gisteren was Last Days op tv; de nieuwe reportageserie van Lieve Blancquaert. Zij onderzoekt hoe mensen wereldwijd omgaan met de eindigheid van het leven. In de eerste aflevering zien we topfitte tachtigplussers in een Disney-achtige Amerikaanse enclave. Zij lijken gezonder dan menige veertiger met een jachtig 9-tot-5-bestaan. Ik vraag mij af of ik als vijftiger even gezond oud zal worden. En hoe ziet de wereld er dan uit?

Het is bekend hoe we zo lang mogelijk kunnen leven. Dagelijks minimaal een uur bewegen en je spieren blijven trainen. Verder veel vers voedsel eten: vis, groenten, fruit en volkorenproducten. En vooral ook aan het sociale leven deelnemen. Volgens hersenwetenschapper Erik Scherder vergroot je juist de kans op ouderdomskwalen wanneer je elke dag een dutje doet. Hij is vast een calvinist. Toch is de boodschap duidelijk: we kunnen het beste actief blijven.

Statistisch gezien worden we echt steeds ouder, wereldwijd. Volgens de Wereldbank is de gemiddelde levensverwachting al gestegen van 52,6 jaar in 1960 naar 72 jaar in 2016. Die dansende Amerikanen in hun suikerspin-roze enclave doen mij echter denken aan welgestelde feestvierders op de Titanic.

Want eens komt toch het keerpunt door vervuiling en klimaatverandering. Zo is het opmerkelijk dat Nederlanders relatief weinig roken, maar wel in de Europese top 3 zitten qua longkankerdoden. (Bronnen: RIVM en Trimbos.) Vermoedelijk is er een verband met de aanzienlijke luchtverontreiniging boven ons land. Tegelijk neemt wereldwijd de kans toe op oorlogen om grondstoffen en leefbare gebieden. Syrië is daar een voorbeeld van. In Afrika is al veel langer het nodige aan de hand.

We worden dus voorlopig gemiddeld nog ouder, maar in wat voor wereld? Hoe oud we willen worden, hangt af van onze gezondheid, de beschikbare middelen én leefomstandigheden. Over de Inuït wordt verteld dat ouderen zich in tijden van grote voedselschaarste vroeger van het leven beroofden om de jongere generaties te sparen. Wie weet welke maatregelen onze generatie over een jaar of dertig treft. Of gaan anderen die maatregelen dan voor ons bepalen?

NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Nieuwsbespreking op de hei

We zitten op een bankje bij de hei en bespreken de stand van Nederland. Dat is ons toevertrouwd; we hebben een beroepsmatige kijk op zaken. Het hele spectrum aan hete hangijzers komt voorbij. De zorg, het onderwijs, de banken, de arbeidsmarkt, die blunder in Syrië, de EU en wat we nu toch aan moeten met dat kinderpardon. En dan zijn er nog die één miljoen huizen, die ze hier voor 2030 willen bouwen. We zuchten en krijgen het er benauwd van.

Ik vertel over mijn uitstapje onlangs naar Schaijk en over wat ik daar aantrof. Bijvoorbeeld een groot staalbedrijf, wat je niet verwacht bij een klein dorp. Het ligt aan een landweg met vooral bungalowparken, akkers en stallen. Er zijn ook opvallend veel hekken en bewakingscamera’s. Recht tegenover het bedrijf staat het huis van de staalmagnaat op een mega-terrein. Hij heeft zijn eigen helikopter haven. Aangrenzend bevindt zich het optrekje van een familielid met riante manege. ‘Nou’, gis ik, ‘die magnaat heeft de gemeenteraad vast in zijn broekzak.’ Weet ik veel.

’s Avonds lees ik de Volkskrant. Daarin staat een artikel over natuurgebied Kampina in Brabant. Een investeerder wil daar pal naast kwetsbare natuur een mega-varkensstal bouwen. Iedereen is mordicus tegen, want de stikstofuitstoot zal het hele gebied verzieken. De vergunning is echter al jaren geleden afgegeven. Kwestie van belangenverstrengeling bij de gemeente in het verleden.

We zijn hier nauwelijks verheven boven een bananenrepubliek. Maar de clan van de staalmagnaat en die varkensboer zijn klein bier. Nederland telt weer zoveel duizend miljonairs meer. De grootste stijging zit bij de beroepen agrariër, advocaat en medisch specialist.

Over de medische wereld gesproken. Vanaf volgend jaar betalen we € 30 per persoon per jaar meer aan ziektekostenverzekering. Dit onder andere vanwege de allerduurste medicijnen. De extra kosten komen bovenop de twee miljard euro die we in 2017 al afdroegen voor enkele duizenden patiënten. Want elk Europees land moet afzonderlijk onderhandelen met de farmaceutische industrie. Deze bedrijven dwingen geheimhouding af, zodat landen niet kunnen samenspannen. Durft een land of ziekenhuis af te wijken, dan krijgt het meteen een advocaat op zijn dak.

De farmaceutische industrie beroept zich op torenhoge ontwikkelings-kosten. Intussen leunt ze wel op wetenschappelijk onderzoek dat is betaald door de samenleving. De medisch specialist wil helpen en als professional scoren. (Wellicht ook financieel?) De patiënt wil een dragelijk leven en vraagt er dus om. De politicus zit in de tang, want die durft de zieke kiezer geen nee te verkopen. De lobbyist spint er op alle fronten garen bij. En de farmaceutische industrie kan haar aandeelhouders weer pleasen. Waartoe overigens ook Nederlandse pensioenfondsen behoren. Hoe is het mogelijk dat EU-landen zich zo laten uitspelen en ringeloren? Dit is gewoon een ordinair gevalletje consumptiemaatschappij.

We zijn het met elkaar eens. Gezeten op het bankje kijken we weer om ons heen. De paarse heide combineert mooi met het bruine gras en de groene dennen ertussen. Ja, ja.

Dag boom

Met onkruid heb ik weinig scrupules. Dat ruk ik zo uit de tuin. Maar een boom van een jaar of dertig oud … dat is toch wat anders. Wie ben ik om hem van het leven te beroven? Hij staat hier al veel langer dan ik hier woon. Bovendien kan het arme ding zich niet verdedigen. Evenmin kan hij weglopen. Gisteren keek ik nog eens goed naar hem. Hij is veel groter dan een mens en toch zo weerloos.

Nu heb ik plechtig beloofd dat ik een zaailing uit de tuin zal halen en die in het bos zal planten. Zodat die wel kan blijven staan tot hij van ouderdom omvalt.

Daar ga je dan. Je zaagsel dwarrelt nog in het rond. Je takken liggen al op de grond en zullen je opvangen. Dag boom.